Ik kijk nog altijd door Jans ogen

Karina Wolkers was de muze, de leerling, de rommelige secretaresse én de grote liefde van Jan Wolkers. Morgen is het precies zeven jaar geleden dat hij overleed. 'Je hebt één leven en daarin moet het gebeuren, vond Jan.'

HINKE HAMER

Les 1

Kies de juiste ouders

"Mijn vader en moeder, kinderen van de oorlog, deden me vaak denken aan de ouders uit de film 'Fietsendieven': ze waren moedig, optimistisch en tolerant. Mijn broer, zus en mij brachten ze een grote liefde bij voor kunst en literatuur. In mijn jeugd gingen we veel naar het Stedelijk Museum, mijn vader bracht lange zaterdagen door op het Waterlooplein, speurend door dozen met tweedehands boeken. Als kinderen mochten wij alles lezen. Dat was ongewoon, in een tijd waarin Jans romans 'Kort Amerikaans' en 'Turks Fruit' nog op een apart plankje in de bibliotheek stonden, alleen voor volwassenen.

Ik werd geboren in de Hudsonstraat in Amsterdam-West, maar groeide op in de Uiterwaardenstraat, een lange straat die door de Amsterdamse Rivierenbuurt slingert. Daar woonden we schuin tegenover Jans atelier. Mijn vader bewonderde Jan, die toen al een bekend beeldhouwer was en bovendien een getalenteerd en beminnelijk man - maar wel één die steeds weer met een andere vrouw aan zijn arm door de buurt liep. Toen ik met Jan thuiskwam vroeg mijn vader zich af wat het moest worden met zo'n kunstenaarstype, mijn moeder maakte zich zorgen over het leeftijdsverschil. Ze gunde me een man met wie ik samen oud kon worden. Ik begreep haar wel: Jan was zesendertig, ik zeventien."

Les 2

De liefde overwint

"Ik trok al snel bij Jan in. Tijdens ons eerste jaar samen stuurde hij me om de twee maanden weg. In 1960 was Annemarie, zijn tweede vrouw, bij hem weggegaan. Zijn eerste vrouw, Maria, die daar destijds nog in huis woonde met hun twee zoons, vertrok ook, omdat Jan binnen een maand weer een nieuwe vriendin had en nog één en nog één, en toen nog een paar honderd. Jan had een paar jaar lang gedaan waar hij zin in had. Als hij zich gedeprimeerd voelde, ging hij naar café Reijnders op het Leidseplein om een meisje op te pikken. Hij was een vulkaan die op ontploffen stond, er zat onvoorstelbaar veel werk in hem dat er in de jaren daarna allemaal nog uit zou komen. Toen ik bij hem introk had hij ineens weer een toeschouwer bij zijn werk. Soms verdroeg hij me niet, dan irriteerde ik hem en moest ik weg.

Als iemand je de deur uitgooit, kun je na één keer zeggen: val jij maar dood, ik moet jou niet. Maar dat deed ik niet, ik wachtte tot hij weer belde en dat deed hij altijd. Vergeet niet dat het leven enorm leuk was, met Jan. Ik was naïef en argeloos, hield van avontuur en had nog geen eelt op mijn ziel. Als zeventienjarig meisje begreep ik zijn drijfveren ook niet precies. Pas als je ouder wordt en uitzoomt, soms pas na de dood van de ander, begrijp je waar de dingen vandaan komen."

Les 3

Kijk

"In mijn jeugd fietsten we elke zondag met het hele gezin naar het Amsterdamse Bos of langs de Amstel het Gein in. Vanuit ons huis liepen we over de Rivierenlaan - de huidige Kennedylaan - zo het buitengebied in. Mijn ouders brachten mij liefde bij voor de natuur, maar het was Jan die mij leerde kijken.

Op één van onze vroegste wandelingen samen, in '63 of '64, liepen Jan en ik langs Zorgvlied, de begraafplaats met de eeuwenoude, hoge bomen. Ik herinner me nog precies zijn woorden: "Bomen zijn de beste beeldhouwers", zei hij. "Zoals een boom in de ruimte staat, driedimensionaal, daar is nooit iets mis mee." Altijd keek je met hem mee. "Kijk, het speenkruid bloeit al, er komt groen in de berken - dit is de mooiste tijd van het jaar, het duurt maar een week, dan is alles groen en wacht je weer tot alles eraf valt", kon hij zeggen. Of, op Texel, wijzend naar de zee: "Kijk, hoe blauw dat water is, het is bijna paars." Als we in het vliegtuig zaten en onder ons dat natte Nederland zagen liggen, doorsneden met lijnen en verdeeld in groene vlakken, zei hij: "Je kunt wel zien dat wij het land van Mondriaan zijn."

De meeste mensen zijn geen kijkers - mij kostte het soms ook moeite om te zien dat water paars was - maar Jan, díe kon observeren. Ik kijk nog altijd door zijn ogen. Jan heeft mij, op vele gebieden, opgevoed."

Les 4

Wees niet rancuneus

"Mijn moeder kon niet naar de middelbare school. Ze wilde balletdanseres worden, maar moest stoppen omdat de oorlog uitbrak. Al snel raakte ze in verwachting van mijn broer. Net als mijn vader ging ook mijn moeder in het verzet. Zij deed koerierswerk, hij was één van de initiatiefnemers van de Februaristaking. Drie jaar lang zat mijn vader in Siegburg, een kamp in de buurt van Keulen. Ik ken mensen die een leven lang gebukt gingen onder hun oorlogsverleden. Hoe tragisch hun geschiedenis ook was, mijn ouders lieten dat niet gebeuren.

Toen ik nog een kind was, reden we eens langs Siegburg. Mijn vader wilde stoppen, mijn moeder niet. Laten we vooruit kijken, zei zij, ze wilde niet met hun beider oorlogsverleden worden geconfronteerd.

Toen mijn moeder veertig was, waren alle drie haar kinderen al het huis uit en begon ze aan een studie kunstgeschiedenis. Ze leerde talen en maakte, samen met mijn vader, lange reizen. Hoewel mijn vader aan de oorlogstijd een slechte gezondheid had overgehouden en mijn moeder de laatste veertig jaar van haar leven elke dag een paar glaasjes wijn dronk om te kunnen slapen, geloof ik dat mijn ouders een gelukkig leven hebben gehad."

Les 5

Werk hard

"Net als mijn moeder wilde ik balletdanseres worden. Op mijn achtste kwam ik terecht bij balletpedagoge Florrie Rodrigo, een klein pittig vrouwtje van Portugees-Joodse afkomst. Zij bracht me discipline en wilskracht bij en leerde me werken. Dat iets bereiken in de kunst keihard zwoegen was, wist ik dus al toen ik Jan ontmoette.

Het gaat niet om wat je overkomen is of om hoeveel talent je hebt, maar wel om hoe hard je bereid bent te werken, vond Jan. Onze zoon Tom wilde de muziek in, Bob wilde animatiefilms maken. Beide jongens hebben een buitengewoon arbeidsethos, ik heb ze nooit verveeld met chips en cola op de bank zien hangen. Dat heeft Jan ze bijgebracht, en ook voorgeleefd. Niet alleen beeldhouwen, schilderen en schrijven, maar ook koken en in de tuin werken - álles wat Jan deed, deed hij met een onwaarschijnlijke energie. Er is geen leven hierna, je hebt één leven en daarin moet het gebeuren, vond hij. Met zijn vitaliteit en een tomeloos joie de vivre inspireerde hij zijn wijde omgeving."

Les 6

Kook

"Sommige mensen eten met de pannen op tafel, Jan werd bijna hysterisch als hij dat zag, dat dééd je niet. Jan was dol op koken, hij maakte elke middag soep voor de jongens en elke avond verzorgde hij een mooie tafel. Hij maakte de borden op in de keuken of diende het eten op in schalen en dan mochten we - heel mediterraan - pakken wat we lekker vonden. Eten vond hij ook een esthetisch genoegen. Hij ruimde nooit meteen de tafel af, maar wees op het strijklicht dat de tafel bescheen, op de druipende kaarsen of op een halfvol glas wijn. Afwassen kon altijd wachten tot de volgende morgen, vieze borden bleven staan en alleen de dingen waar de kat z'n tong in kon hangen haalde hij weg.

Na Jans dood hebben de kinderen hier een paar maanden gewoond en heb ik elke dag een maaltijd gekookt, terwijl ik in die tijd helemaal geen trek had. Koken geeft structuur aan de dag, het is troostrijk."

Les 7

Er is een leven na Jan

"Op een natuurlijke manier leefde Jan toe naar de dood. Eerst was er zijn beeldhouwersleven, toen zijn literaire leven, toen had hij zijn handen vol aan Bob en Tom en daarna gebruikte hij zijn energie voor het schilderen. Toen onze jongens de deur uit gingen was Jan al 74. Voor hem markeerde hun vertrek het einde van een periode, hij vond het deprimerend. Ik had juist zin om nieuwe dingen op te pakken, om me weer te verdiepen in kunstgeschiedenis. Naar zijn dood toe nam ik steeds meer van Jan over. Hij werd zwakker, terwijl ik steeds zelfstandiger werd.

Jan en ik waren gewend alles samen te doen. Ik las elk woord dat uit de schrijfmachine kwam, ik was zijn muze, zijn leerling, zijn rommelige secretaresse. We deelden een onverwoestbare verbondenheid, maar hij benadrukte altijd: Karina, als ik doodga, dan gaat alles gewoon door.

Hij blijkt gelijk te hebben. Er is meer te doen dan ik doe: ik wandel weer - ik ken nog stééds niet elke vierkante centimeter van Texel - ik kook, schrijf en zwem. Ik werk in de tuin en zie hoe de eenbes bloeit als nooit tevoren: Jan zou ervoor uit zijn graf komen!

Jan en ik zijn vijfenveertig jaar samen geweest, dat is tweederde deel van mijn leven. Vlak na zijn dood was hij overal bij, gewoon, los aanwezig. Zeven jaar na zijn dood voel ik: Ik heb hem ingelijfd."

undefined

Karina Wolkers

Carry Gnirrep werd in 1946 geboren in Amsterdam. Toen ze zeventien jaar was, kreeg ze een relatie met schrijver, beeldhouwer en kunstschilder Jan Wolkers, die haar Karina noemde, omdat hij dat zachter vond klinken.

In 1980 verhuisden Jan en Karina naar Texel. Ze trouwden in 1981 en datzelfde jaar werden hun zoons geboren, de tweeling Bob en Tom.

Morgen is het precies zeven jaar geleden dat Jan Wolkers overleed, een week voor zijn 82ste verjaardag.

Jan Wolkers' autobiografie, geschreven door Onno Blom, wordt eind dit jaar verwacht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden