Ik kijk in de spiegel naar anderen

'Strandje spelen' in een straat in Parijs. Varda liet een paar kuub strandzand naar Parijs brengen, en hees medewerksters in strandjurk en bikini. (FOTO'S COLLECTIE FILMMUSEUM)

Agnès Varda, grande dame van de Nouvelle Vague, heeft op 80-jarige leeftijd een speels en geestig zelfportret gemaakt waarmee ze dit jaar de César voor Beste Franse Documentaire won. Vanavond opent Varda met ’Les Plages d’Agnès’ het aan kunst en kunstenaars gewijde documentaire festival ’Doku.Arts’ in Amsterdam. „Ik ben gevoeliger geworden voor de pijn van mensen.”

In ’Les Plages d’Agnès’ keert de gelauwerde filmmaakster terug naar de Belgische stranden van haar jeugd. „Knokke le Zoute, Blankenberge, Ostende, Mariakerke, Middelkerke, La Panne en Zeebrugge, het klinkt als muziek in mijn oren”, zegt Varda aan het begin van de film waarin ze ons meeneemt op een opwindende reis door haar leven en werk.

In 1994 verscheen een autobiografie, ’Varda par Agnès’, en in plaats van het boek na vijftien jaar te herschrijven, besloot Varda haar levensverhaal te verfilmen. Haar tachtigste verjaardag – vorig jaar – leek een goede gelegenheid voor een terugblik. Of zoals de filmmaakster het liever noemt: voor een rêverie, een dagdromerij.

Gek op het strand en het circus was ze haar hele leven. Geen wonder dat Varda in de film een trapeze-act op het strand organiseert, en met de medewerkers van haar filmbedrijf ’Ciné-Tamaris’ ’strandje speelt’ in een straat in Parijs, waarbij ze een paar kuub strandzand naar Parijs liet brengen, en medewerksters in bikini hees, en een Calder-mobiel van grote papieren meeuwen maakte. Calder was een van de vele beroemde kunstenaars met wie Varda bevriend raakte. Een graag geziene gast in haar huis is Chris Marker, de Franse filmmaker die geen openbare optredens doet, en die in de film verschijnt als grote rode kater, Guillaume in Egypt.

En dan haar hilarische, tegelijkertijd ’hart’verwarmende zoektocht naar hartvormige aardappelen. Die kwam al aan de orde in haar fantastische documentaire ’Les Glaneurs et la Glaneuse’ (2000), over mensen die de restjes van anderen oprapen en opeten. Het keert terug in ’Les Plages d’Agnès’.

De eerste hartvormige aardappel fotografeerde ze in 1953. Precies vijftig jaar later, voor de Biennale van Venetië (in 2003), maakte ze de ’Patatopia’-tentoonstelling met honderden hartvormige ’patatten’. Ter plekke, tussen de paviljoens in de Giardini, hees ze zich ook in een aardappelkostuum. Zo probeerde ze bezoekers te lokken: alle aardappelrassen voor zich uit prevelend.

Varda werd in de jaren zestig als enig meisje lid van de jongensclub die zich Nouvelle Vague noemde. Van Truffaut, Godard, Resnais, Chabrol en Rivette kun je je niet echt voorstellen dat ze zich als pieper zouden verkleden. „Het zit in mijn natuur om grappen te maken”, vertelt Varda in haar woonplaats Parijs met exact hetzelfde klassieke bloempotkapsel als vijftig jaar terug. „Ik houd van vermommingen en verzinsels. Ik heb ook geen zin om me als een oude vrouw te kleden, ik houd van kleur, van rood en paars. Kijk naar mijn handen. Ze zijn oud, maar ook mooi als landschappen. En kijk naar mijn haar, het is net een ijsje, met verschillende smaken. Kokos en cassis. Laatst was ik bij een joodse familie die naar mijn haardracht informeerde. Ik zei dat het mijn natuurlijke keppeltje was. Maar vrouwen dragen geen keppeltjes, alleen mannen. Ook zoiets.”

Varda werd de laatste tijd opvallend vaak benaderd door mensen die een tv-portret van haar wilden maken. „Maar waarom zou ik het aan anderen overlaten, als ik het ook zelf kan?” En zo begon Varda haar leven te filmen, steeds terugkerend naar haar huis in de rue Daguerre, een pittoresk straatje in het 14de arrondissement. Het is de plek waar ze in 1951 belandde, als 23-jarige studente, en waar ze nooit meer wegging.

Haar vader vond het niks. Een bouwval, zonder verwarming, zonder badkamer, maar Varda was op slag verliefd op het binnenplaatsje. Ze voelde zich goed tussen de bakker, de slager, de groenteboer, de kleermaker, de caféhouder en de accordeonverkoper. En niet te vergeten de Spaanse buurvrouw met haar zoontje Ulysse. Varda die haar carrière begon als fotografe, legde ze allemaal vast op foto’s en later in films, zoals in haar documentaire ’Daguerréotypes’ (1975) die ze vernoemde naar de rue Daguerre en opdroeg aan de bewoners en de winkeliers van haar straat. Ook van haar reizen naar Cuba en China kwam ze terug met duizenden foto’s.

In het huis in de rue Daguerre dat tegenwoordig ook dienst doet als montageruimte en als winkeltje waar ze dvd’s van haar films verkoopt, woonde Varda met haar kinderen Rosalie en Mathieu, tegenwoordig kostuumontwerpster en acteur. Jarenlang woonde ze er met haar man, de regisseur Jacques Demy die in de jaren zestig de mooiste Franse filmmusicals maakte met Catherine Deneuve: ’Les Parapluies de Cherbourg’ en ’Les Desmoiselles de Rochefort’. Demy stierf in 1990, 58 jaar oud. Varda heeft het in de film vaak over hem. In het museum in Avignon waar ze een fototentoonstelling inricht, realiseert ze zich opeens dat alle geportretteerden dood zijn. Varda: „Het was een klap in mijn gezicht, dat besef. Gérard Philipe, Jean Vilar, Maria Casares, allemaal beroemde acteurs in de jaren vijftig, allemaal dood. En daar in Avignon moest ik weer denken aan Jacques, de meest geliefde van alle doden. Ik had niet verwacht dat ik in huilen uit zou barsten. Maar zo zie je maar”, glimlacht Varda, „dat de film zijn eigen loop neemt.”

Het is Varda ten voeten uit. De Franse regisseuse die op 30 mei 1928 in Brussel werd geboren en op 10 mei 1940, aan het begin van de oorlog, op een zeilboot in de Zuid-Franse havenstad Sète belandde, bouwde de afgelopen halve eeuw aan een opmerkelijk oeuvre van twaalf speelfilms, acht documentaires en zeventien korte films, waarin vaak de grenzen tussen documentaire en fictie worden afgetast en opgerekt.

Het fictieve portret van een Française die met haar achtjarige zoontje een slaapplaats zoekt in Los Angeles, gaf ze de titel ’Documenteur’ (1981). Het portret van haar hartsvriendin Jane Birkin, ’Jane B. par Agnès V.’ (1985), noemde ze fictie. In haar eerste speelfilm ’La Pointe Courte’ (1954) wisselde ze het verhaal van een huwelijk dat op de klippen loopt af met het vissersleven ter plekke, in de Pointe Courte, de visserswijk van Sète. Haar tweede speelfilm ’Cléo de 5 à 7’ (1961) ging over een jonge vrouw die met angst en beven de uitslag van een doktersonderzoek tegemoet ziet, te midden van stoeiende katten in haar appartement en een ruziënd stelletje in een naburig café. Steeds weer dringt de werkelijkheid de fictie binnen, of andersom.

„Wat hedendaagse filmmakers betreft, houd ik erg van de films van de Dardennes”, vertelt Varda, „dat is fascinerend realistische fictie. En de filmmakers die in Frankrijk echt voor nieuwe energie zorgen zijn Rabah Ameur-Zaïmeche met ’Dernier Maquis’ en Abdellatif Kechiche met ’La Graine et Le Mulet’.

Het zijn Franse filmmakers met Algerijnse en Tunesische wortels die met een bijzondere geestdrift en diepgang hun verhalen vertellen. Vergelijkbaar met die Turkse regisseur in Duitsland, Fatih Akin, en ook met de Duitsers en Oostenrijkers die in de oorlog naar de Verenigde Staten vluchtten, en in Hollywood prachtige films maakten. Varda doelt op Ernst Lubitsch, F.W. Murnau, Joseph Von Sternberg, Fritz Lang, Billy Wilder.

„Ik denk dat ’Les Plages d’Agnès’ voortdurend aan de autobiografie probeert te ontsnappen. Dat laat ik zien met de spiegels aan het begin van de film. Meestal kijk je in de spiegel naar jezelf. Maar ik kijk in de spiegel naar anderen, naar de mensen die mijn leven kleur en vorm hebben gegeven. De belangrijkste reden om mijn autobiografie ook niet te herschrijven maar te verfilmen, is dat ik de vrijheid wilde hebben om dingen te laten gebeuren.”

Natuurlijk trof Varda voorbereidingen. Ze huurde een boot om van Sète naar Parijs te varen, en meer van dat soort dingen. „Maar als er onderweg interessante dingen gebeuren, wil ik ze niet missen. Ik ben een documentarist. Ik ben altijd op mijn hoede. Ik ga in de film bijvoorbeeld terug naar het huis van mijn jeugd in Brussel, maar stuit op een bewoner met een gekke treinverzameling die veel interessanter is dan mijn oude kamertje.

Dan heeft de man met de trein voorrang. En als we met veel pijn en moeite een strandtafereel hebben gebouwd in Parijs en het gaat opeens regenen, dan moet je snel reageren, en de regen een rol laten spelen in de scène. ’It’s about grabbing what’s happening’, vertelt Varda steeds enthousiaster in haar beste Engels.

Varda weet ook nog wel wanneer ze die vrijheid voor het eerst ervoer, en wanneer ze ’sensitiever’ ging werken, zoals ze het zelf noemt. „Ik was in 1980 in de VS om ’Documenteur’ te maken. Sabine Mamou speelde de vertwijfelde vrouw op zoek naar een onderkomen. Mijn zoon Mathieu speelde haar zoon. Bij al dit lijden moest ik opeens denken aan een schilderij van Picasso, ’Huilende Vrouw’, en in plaats van die gedachte te verdringen, heb ik het schilderij gebruikt in de film.”

Dezelfde vrijheid om te associëren zegt Varda te hebben ervaren bij het maken van ’Sans Toit, Ni Loi’ (1985), een van haar meest bejubelde films, over de laatste twee maanden van een jonge zwerfster die van de vrieskou sterft op het Franse platteland, adembenemend gespeeld door Sandrine Bonnaire. Varda: „Het is alsof ik steeds gevoeliger ben geworden voor de pijn van mensen. Toen ik ’Jacquot de Nantes’ (1991) maakte, de film gebaseerd op de memoires van mijn geliefde Jacques, voelde ik me als een medium op ontdekkingstocht in zijn jeugd. Ik had het gevoel dat ik in zijn herinnering kon reizen, dat was een vreemd avontuur.”

Varda’s nieuwste film ’Les Plages d’Agnès’ is een prachtig verslag van een kunstenaarsleven, contemplatief, geestrijk en ontroerend, gemaakt als een bomvolle ontdekkingsreis door het eigen leven, waarin ze met kleine verhalen steeds weer grote onderwerpen aandoet: socialisme, feminisme, de Algerijnse oorlog en de doorgeslagen consumptiemaatschappij. Een centrale rol spelen het surrealisme en de vrije associatie. En er is een hoofdrol voor de werking van het geheugen. Wat herinner je je van je jeugd? Van je geliefde? Van de mensen die je pad kruisen, die je fascineren, intrigeren, motiveren?

„Ja, ik ben bang om mijn geheugen te verliezen. Sterker, ik verlies mijn geheugen al”, zegt Varda. „En ja, wie weet, misschien is deze film wel de laatste mogelijkheid om te herinneren.”

'Ik denk dat 'Les Plages d'Agnÿs' voortdurend aan de autobiografie probeert te ontsnappen.' (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden