'Ik kijk, ik draai me om en ik schilder'

Janus Nuiten 1929-2014

Met de ambachtsschool als degelijke ondergrond, wist hij als beeldend kunstenaar elke dag weer iets nieuws te maken.

Dat hij zo oud zou worden, had hij nooit verwacht. Toen hij veertig was, had hij zichzelf eigenlijk al afgeschreven. Zijn huwelijk was mislukt, hij was afgekeurd als tekenleraar, hij was vaak in het café te vinden en hij rookte drie pakjes per dag.

Wel bleef hij in die periode schilderen, met wilde kleurwarrelingen die hij hallucinaties noemde. Later wilde hij dat werk weggooien, maar daar is het niet van gekomen. Hij gooide nooit iets weg. Nu hangen ze in het Breda's Museum.

Aan zijn langdurige depressie kwam een eind toen hij in 1986 in een galerie in Breda een praatje aanknoopte met een vrouw uit Leiden. Het klikte met haar en datzelfde jaar nog verliet hij zijn geliefde Brabant om bij haar te gaan wonen. Lena Eijkelboom was hoboïste en ze was gewoon om op vaste tijden te oefenen en te repeteren. Dat gaf ook hem structuur in zijn leven.

Sindsdien is hij in Leiden gebleven, maar in zijn hart bleef hij een Brabander, die zich eerder in Antwerpen dan in Amsterdam thuisvoelde. Ook met kunstbroeders in de Randstad had hij weinig op; hij vond ze te intellectualistisch en van conceptuele praatjes moest hij helemaal niets hebben.

Janus Nuiten was geboren in het dorp Princenhage, dat al lang is opgeslokt door Breda. Zijn moeder dreef daar een kruidenierswinkeltje, zijn vader handelde in paarden. Later begonnen ze een café met uitspanning in Breda. Janus was de zevende van tien kinderen en hij leek een zorgenkindje te worden. Hij was geboren met een korte linkerarm, die net voorbij zijn elleboog kwam, maar een hand ontbrak. Als hij daarmee gepest werd, dan praatte zijn moeder hem moed in: 'Wie zei dat over jou? O, die met die bloemkooloren." Met zijn ene hand en dat halve armpje werd hij heel bedreven. Hij kon eigenlijk alles zelf, behalve zijn vingernagels knippen. Janus maakte er later grappen over: "Mijn ene arm is gewassen in Dreft, de andere in een onbekend wasmiddel."

Toch is nog geprobeerd hem een prothese aan te meten. Het was een onhandig ding. Toen zijn moeder hem daarmee zag, barstte ze in tranen uit. "Ik heb me nooit invalide gevoeld, behalve toen ik die prothese droeg", zei hij.

Op de lagere school leerde hij niet graag, behalve in de tekenles. Ook sloop hij graag een kerk binnen om stil te kijken naar een kunstenaar die muurschilderingen maakte. Dat zou hij ook wel willen doen. De broeder die zijn onderwijzer was in de zesde klas, herkende zijn talent en adviseerde een schildersopleiding op de ambachtsschool, zodat hij misschien door zou kunnen stromen naar een tekenschool. En zo is het ook gegaan. Na drie jaar ambachtsschool ging hij op zijn zestiende naar Tilburg voor de onderwijsactes tekenen en vervolgens naar de nieuwe kunstacademie St. Joost in Breda, waar hij grafische vakken deed.

Schetsen van caféklanten
In het café van zijn ouders maakte hij schetsen van klanten die hij voor een paar kwartjes verkocht. Als hij buiten zat te schetsen, kocht een boer soms zijn tekening. Zijn ouders waren trots op hem, want hij verdiende geld, zonder dat hij echt hoefde te werken.

Janus wist nu zeker dat hij kunstenaar zou worden. Hij trok naar Antwerpen, naar het prestigieuze Hoger Instituut voor Schone Kunsten, waar hij vrije schilderkunst deed. Daar zou hij zijn levenslange liefde voor Vlaamse expressionisten, zoals Constant Permeke, opvatten. De Vlaamse kunstwereld was hem vertrouwder dan de Hollandse. Amsterdam was heel ver weg voor een Brabander.

Als 's avonds in het café heftige discussies over kunst werden gevoerd, deed Janus niet echt mee. Als zijn collega's zeiden dat alles al gedaan was, dat huisje boompje beestje voorbij was, dacht hij bij zichzelf: wat een onzin. Hij putte uit zijn verbeelding, zoals hij als kind had gedaan met het behang in zijn slaapkamer. Een uitdrukking van Permeke werd ook de zijne: ik kijk, ik draai me om en ik schilder.

Thuis in Antwerpen was het armoe. Op de kamer van de academiedirecteur drukten rijke heren de studenten soms wat geld in handen. "Dank u wel, merci", moesten ze onderdanig zeggen. 's Avonds en 's nachts verdiende Janus bij met verfklussen en het schilderen van letters op auto's en winkelruiten. De vaardigheden van de ambachtsschool kwamen goed van pas.

Op de academie ontmoette hij de Brusselse Mado Schoolmeesters, een Brusselse. Ze vroeg zijn hulp bij een naaktstudie en met een paar streken zette hij een voetje beter onder het model. Zij sprak alleen Frans, hij alleen Nederlands. Maar in de kunst vonden ze elkaar. Ze trouwden in 1955 en ze zouden vijf kinderen krijgen.

Omdat er in Nederland meer steun voor kunstenaars was dan in België verhuisden ze naar Breda. Mado was zakelijker dan Janus en zij wist opdrachten voor allebei binnen te halen. Janus ging ook les geven op een middelbare school, een baan die hem maar matig beviel.

Toen hij met vrienden voor een paar weken naar de Pyreneeën ging, deed hij een belangrijke ontdekking. Nooit eerder had hij bergen gezien en ook al had hij twee weken lang alleen maar regen, de rotswanden inspireerden hem. "Toen zag ik wat ik wilde. Het spel van stenen onder water, structuren. Dat wilde ik schilderen, dicht bij mijn materiaal."

Die structuren bleven hem zijn leven lang boeien. Opnieuw had hij baat bij zijn degelijke ambachtsschool: hij had er geleerd om te marmeren en houtnerf na te bootsen, die technieken bleken goed bruikbaar in zijn structuurschilderijen.

Spanningen in het huwelijk leidden na veertien jaar tot een scheiding. Dat viel hem zwaar. Ook al was hij amper meelevend katholiek, hij ging nooit meer ter communie omdat die verboden is voor gescheiden mensen. Janus belandde in een zwartgallige periode.

Toen hij met zijn nieuwe liefde Lena, die jong weduwe was geworden, de stap naar Leiden had gewaagd, kwam hij erbovenop. In haar ruime huis richtte hij de zolder in als atelier, later lieten ze nog een atelier bouwen in de tuin. Zijn productie was groot, in allerlei stijlen en technieken, zowel figuratief als abstract, vaak in kloeke formaten.

Hij had er moeite mee om werk af te staan bij verkoop, hij had het liever om zich heen. Eens kocht hij een schilderij van zichzelf voor veel geld terug op Marktplaats waar erfgenamen het aanboden. Toen hij ontdekte dat een van zijn schilderijen dat hij ooit had ingeleverd als contraprestatie voor een kunstenaarsuitkering, lag te verkommeren in een rommelig gemeentearchief, zette hij alles op alles om het terug te krijgen.

Geleidelijk aan kwamen de zolder, de vliering en zijn tuinhuis vol te staan met schilderijen, tekeningen en grafiek. Alle wanden in huis hingen vol, en nog steeds. Opdrachten voor portretten leidden soms tot soms tot spanningen, want hij schilderde wat hij zag. Verzoeken om een onderkin weg te werken of wat meer haar te schilderen, weigerde hij. Kritiek raakte hem wel, toch zei hij dan: "Als het niet lijkt, dan zorg je maar dat het gaat lijken."

Hij deed er wel zijn best op. Zeven jaar werkte hij aan een portret van Lena in een zwarte jurk; steeds maakte hij weer een nieuwe opzet tot hij tevreden was.

In 2007 werd er eindelijk een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk gehouden in het Breda's Museum. Een kunstrecensent zei dat het leek of het werk was van wel vier verschillende kunstenaars, zo gevarieerd was het.

Tien jaar geleden hoorde Janus dat hij leed aan prostaatkanker die was uitgezaaid. Hij kreeg last van zijn botten, maar werkte door. "Elke ochtend nog ga ik mijn atelier in met het idee dat ik weer eens iets heel nieuws ga maken." Dat heeft hij volgehouden tot afgelopen zomer.

Adrianus Nuiten werd geboren op 13 januari 1929 in Princenhage, bij Breda. Hij stierf op 21 januari in Leiden.

tekst

In zijn hart bleef hij een Brabander, die zich eerder in Antwerpen dan in Amsterdam thuisvoelde

Zelfportret (houtskool), 1950.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden