'Ik kies weerzinopwekkende kunst'

Frans Haks heeft eindelijk de afscheidstentoonstelling gekregen die er drie jaar geleden bij zijn vertrek als directeur van het Groninger Museum niet in zat. Na een conflict over fraude van zijn levenspartner moest Haks van de gemeente gedwongen vertrekken, geen sfeer om een afscheidsfeestje in te vieren. Dat wordt nu ruimschoots goedgemaakt met 'Haks Was Here'. Acht maanden lang mag Haks terugblikken op zijn aankoopbeleid, officieel ter gelegenheid van de viering van het vijfjarig bestaan van de nieuwbouw, maar waarschijnlijk komt de time-out de nieuwe directeur Kees van Twist wel goed uit.

Haks houdt wel van een beetje stangen. Hij heeft er een kleine twintig jaar lang de aandacht mee getrokken in Groningen en is dat na zijn vertrek daar blijven doen. Twee jaar geleden verscheen zijn boek 'Een calculerende terriër', waarin hij onverbloemd het steekspel rond de nieuwbouw en zijn eigen ervaringen in museumland uit de doeken doet. Binnenkort verschijnt zijn tweede publicatie: 'Een pissende poes in museumland'.

Haks is daarin Kuifje die verhaalt over zijn zoektocht in galeries, museumzalen en de massamedia naar de nieuwste trends en spannende ontwikkelingen in de kunst. Het boek is een soort handleiding achteraf bij het aankoopgedrag van Haks. 'Haks was Here', een tentoonstelling in zowel het Groninger Museum als in het hoofdkantoor van de Gasunie, is min of meer de visuele pendant van het boek.

,,Mijn beleid was altijd gericht op kunst in de twijfelzone'', zegt Haks tijdens een toelichting op 'Haks was Here'. ,,Voor veel mensen was en is dat weerzinopwekkende kunst, omdat het anti-protestants is. Hollanders hebben de houding: 'doe maar gewoon'. En dan moeten ze dus niets hebben van mensen die werken met decoratie, met weelderigheid. Ik vind dat juist buitengewoon interessant. En dus kocht ik dat werk als ik bijvoorbeeld in Italië, België of de Verenigde Staten mijn nek brak over een bepaalde trend of stroming.''

,,Ik kocht er ook meteen veel van in. Dat is heilzaam voor onze mentaliteit. Ik vind het niet nodig dat je alleen maar kunst ziet, die bij je mentaliteit past. We zijn eraan gewend geraakt dat kunst, net als godsdienst, iets onbegrijpelijks is, dat alleen door ingewijden uitgelegd kan worden. Er wordt vervolgens een heel apparaat opgebouwd om onbegrijpelijke kunst begrijpelijk te maken. En alles dat buiten dat enge hokje valt, is geen kunst. Ik vind het een misverstand dat iets dat populair is geen kunst kan zijn, omdat er niets aan uit te leggen valt. Naarmate kunstenaars directer met het volk communiceren, voelen de tussenpersonen zich steeds meer belaagd. Terwijl ik op het terrein van de fotografie tegenwoordig veel interessanter werk tegenkom in de tijdschriften dan in de musea en galeries. Hetzelfde geldt voor de massamedia (zoals videoclips, reclame), de mode (Victor & Rolf) en productie-design (Alessandro Mendini, Alessi).''

Haks werd in 1978 directeur in het Groninger Museum voor Stad en Lande en werd geconfronteerd met een nogal duf museum in de periferie van het kunstdiscours. Een ideale plek om zijn eigenzinnige kijk op kunst vorm te geven. Haks verveelt zich nogal snel. Zodra een stijl, stroming of kunstgroep zich aandient, nog niet is uitgekristalliseerd - op het moment dus dat nog niet iedereen weet wat hij er mee aan moet -, staat Haks vooraan. Hij duikt er diep in, graaft zich onder, wordt de voorvechter, maar zodra anderen mee gaan doen of - erger nog - de beweging mainstream wordt, dan is Haks vertrokken. Op zoek naar de volgende uitdaging.

Zo volgden de kunststromingen die Haks in zijn beginperiode binnenhaalde elkaar in groot tempo op: de Duitse Jonge Wilden (Dokoupil, Bommels, Kippenberger), de Italiaanse Transavanguardia (Cucchi, Clemente, Paladino), de Graffiti (Haring, Quik), de Franse Figuration Libre (Combas, Boisrond), de geënsceneerde fotografie (Tas, Sixma, Hocks). Ze zijn allemaal te zien in 'Haks was Here'. En wat we zien zijn vrijwel uitsluitend werken uit de periode dat Haks er intensief mee bezig was. Weinig kunstenaars zijn echt gevolgd of consequent verzameld. Haks bevroor ze wat zijn aankopen betreft op hun moment van doorbreken. Wanneer je alleen in Groningen gaat kijken, zou je daardoor het idee krijgen dat al die stromingen tijdelijke incidenten zijn geweest. En dat is zeker niet waar, alleen vond Haks hun ontwikkeling niet dusdanig spectaculair, dat hij ze nog wilde volgen.

Er is één markante uitzondering: Peter Struycken. Niemand zou dat van de flamboyante Haks hebben verwacht. Struycken lijkt met zijn strenge kleurcomposities bij uitstek het prototype van de 'protestante Nederlander'. Dat Haks Struycken toch interessant vindt, ligt in het feit dat de kunstenaar zich veelvuldig in de openbare ruimte begeeft (en dus op een directe manier met mensen communiceert) en omdat hij altijd de nieuwste technologische en elektronische ontwikkelingen in zijn werk gebruikt.

De ware geest van Haks, en zijn meest uitdagende bijdrage aan het kunstdiscours, ligt echter in zijn beleid van de jaren negentig. Als een profeet van de exuberantie haalde hij mensen als Mendini, Philippe Starck, Jeff Koons, Erwin Olaf, Rhonda Zwillinger, Cornelie Tollens en Inez van Lamsweerde naar Groningen. Van museumdirecteur werd Haks trendwatcher.

Interessant is vooral dat hij zo consequent voor zijn nieuwe 'religie' ging staan, dat hij de nieuwbouw er volledig op toesneed. In het werk dat hij in de jaren negentig aankocht, speelt het theatrale een belangrijke rol. En in de zwarte dozen waaruit het Groninger Museum feitelijk is opgebouwd, kunnen de kunstwerken perfect als decorstukken geënsceneerd worden. Haks creëert graag, ook weer in 'Haks was Here', een theater vol tableaux vivants: opstellingen die leven in de brouwerij brengen, die iets licht vulgairs hebben, die kleurrijk zijn, kortom die eerder passie en emotie weerspiegelen, dan contemplatie of intellectualisme.

Voor de museumwereld was het Groninger Museum altijd het reservaat voor het extreme. Haks verbreedde hiermee het palet van Nederland Museumland. Dat deed hij met verve en met succes. Andere musea kunnen ook best iets leren van zijn vrijage met publieke platforms (vrij naar Jeff Koons nam Haks in 1996 afscheid met een serie advertenties in Flash Art en Vrij Nederland).

Haks heeft begin jaren negentig terecht ingezien dat niet meer louter in musea en traditionele tentoonstellingscentra creatieve en artistieke ontwikkelingen te zien zijn. De huidige multimediale wereld is een geduchte concurrent geworden. Het is alleen jammer dat Haks die visie zelf ook weer tot een soort religie maakt.

Het boek 'Pissende Poes' wordt het manifest van die visie en zoals altijd hebben manifesten iets dogmatisch. Pesterig spreekt Haks met dédain over de 'traditionele' l'Art pour l'Art die in de andere musea hangt, terwijl die kunst vaak van dezelfde inspiratiebron gebruikmaakt als de kunst waar Haks zo voor ijvert. Iemand als Marlene Dumas werkt bijvoorbeeld op basis van de modefotografie in tijdschriften. Alleen gebruikt ze hiervoor een klassiek schilderkunstig stijlmiddel en ontbeert ze de excentriciteit die Haks graag ziet. Maar minder interessant is haar werk er zeker niet om.

Het is vermoedelijk voor het laatst dat Haks zijn kunsten mag vertonen in het museum. Na zijn vertrek kreeg hij voor een paar jaar de papieren functie van 'adviseur van de gemeente', maar die periode is nu ook voorbij. Conservator Mark Wilson neemt zijn stokje over. Die streeft eenzelfde provocerende rol na als Haks, dus zal er geen radicale beleidswijziging komen. De rol van Van Twist blijft vaag. Dat Haks acht maanden lang zijn poezenurine in het museum mag achterlaten, is op zijn minst opvallend. Klaarblijkelijk heeft Van Twist ademruimte nodig om een nieuw beleid te formuleren. Zo maakt hij wel een erg geluidloze entree in het museum. In het vacuüm dat onstond na het vertrek van Haks (zijn opvolger werd ziek, de zoektocht daarna naar een nieuwe directeur duurde maanden) heeft conservator Mark Wilson een sterke positie opgebouwd. Hij zet het beleid van Haks op eigen wijze voort, en dus behoudt het Groninger Museum zijn gezicht. Het is de vraag wat Van Twist daar in programmatische zin aan kan toevoegen. Voorlopig begint hij met langdurig terugkijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden