'Ik kan wel roepen: 't wordt ritsen, toch doen mensen wat ze willen'

Lidewij Edelkoort voorspelt welke kleur over twee jaar mode wordt. Trends hangen namelijk in de lucht, je moet er alleen neus voor hebben. Aldus de succesvolle profeet, directeur van een bedrijf dat ontwerpers van diverse pluimage voor goed geld een blik in de nabije toekomst gunt. "Voorspellen wordt steeds moeilijker, want alles is tegenwoordig mogelijk."

Ze komt net uit Parijs gevlogen. Sprak al in Aalsmeer een zaal bloemkwekers toe en zal de volgende dag eregast en spreker zijn op een congres voor managers uit de voedselindustrie.

Vertelt u aan bloemkwekers en directeuren van supermarkten hetzelfde verhaal?

Edelkoort: "Het verhaal waarmee ik de wereld rondreis is voor veel verschillende mensen interessant. Ik laat aan de hand van dia's zien wat voor effect een bepaalde trend heeft op kleuren, op materialen en wat het betekent voor consumptiegoederen. Ik praat over tendenzen die iedereen kan herkennen en dat is ook het leuke: de zaal heeft altijd een 'Aha-erlebnis'. Zo heb ik een dia van een aardbei en een champignon en het verhaal daarbij is dat de consument zo langzamerhand genoeg heeft van die enorme overvloed aan alles. De industrie heeft geprobeerd het aanbod van produkten zo groot en zo breed mogelijk te maken. Kwekers sloofden zich uit om de winkels het hele jaar door te voorzien van groente- en fruitsoorten die vroeger seizoensgebonden waren. Maar de mensen willen niet meer het hele jaar door aardbeien eten: ze willen die opwinding terug van 'de eerste van het seizoen'. We zijn ook uitgekeken op het hele jaar door tulpen en chrysanten. Wat is er mooier dan die eerste narcissen die de lente aankondigen?"

Heeft dat te maken met een hang naar vroeger?

"Het heeft meer te maken met een grote schoonmaak waar we, bijna aan het einde van een eeuw, behoefte aan hebben. We willen alles eens op een rijtje zetten en er opnieuw naar kijken. Dat geldt voor onszelf, voor ons werk, onze familierelaties. Het is niet voor niets dat opbergmeubels op dit moment bovenaan de bestsellerlijst van meubelzaken staan. Er is een run op kasten, dozen, laden, op rekken voor cd's, voor boeken, noem maar op. Zelfs het oude dressoir wordt herontdekt. Ik vermoed dat nu het jaar tweeduizend eraan komt, we orde op zaken willen stellen, maar niks weggooien. En toch ruimte maken voor nieuwe dingen, nieuwe ervaringen. Dat geldt voor iedereen persoonlijk, maar ook in het groot. Hoeveel bedrijven halen niet een bezem door hun organisatie? Ook in andere landen zie je opruimacties. Kijk maar naar Italie, waar de mafia wordt aanpakt. Of naar Amerika, waar Clinton als een nieuwe bezem in de weer is."

Dat gebeurt toch noodgedwongen?

"Ja ook, we maken van de nood een deugd. We lopen al veel langer rond met de behoefte aan schoon schip. Dat gevoel was er al voor de Golfcrisis, voor het neerhalen van de Berlijnse Muur. Het is ontstaan uit het besef dat we aan het einde van een cyclus zijn gekomen. We zijn volgevreten, zitten vol ervaringen . . . dan kom je vanzelf op een punt dat je even pas op de plaats wilt maken."

Voor wat voor nieuwe wereld maken we ons op?

"De vervrouwelijking van de maatschappij zal zich in alle hevigheid doorzetten. We groeien toe naar een soort vrouwelijkheid die we nog niet eerder in de geschiedenis van de westerse wereld zijn tegengekomen, nog veel vrouwelijker dan het meest vrouwelijke dat we ooit hebben gekend. Het gevolg daarvan is dat mannen zich wat makkelijker kunnen verzachten, terwijl ze zich aan de andere kant wat meer macho tonen, maar dan op een Latijns-Amerikaanse manier. Latijns-Amerikaanse mannen zijn over het algemeen heel stoere mannen, die toch..."

Veel van hun moeder houden? ..veel van vrouwen houden."

Na de kunstacademie in Arnhem en een scholing in de praktijk op de inkoopafdeling van De Bijenkorf, vertrok Edelkoort op haar 25ste naar Parijs. "Gewoon, horizon verbreden" , zegt ze. "Het had ook Londen of Milaan kunnen zijn." Achteraf is ze tevreden over Parijs als standplaats, omdat iedereen die in de modewereld iets te zoeken heeft, daar twee keer per jaar komt. Trend Union begon als een van de vele bedrijfjes in Parijs die zich aan prognoses voor de mode wagen, en het werd al gauw toonaangevend. Een gouden zet bleek het uitbrengen van de beroemd geworden Trendbooks. Vier keer per jaar komt er zo'n boek uit, met collages en foto's die laten zien welke modetrends, stoffen en kleuren in een komend seizoen de toon aangeven. Ze kosten 3 500 gulden per stuk en worden door zo'n driehonderd bedrijven over de hele wereld aangeschaft. De boeken zijn bedoeld als inspiratiebron, maar veel fabrikanten wijken nauwelijks van het uitgestippelde pad af. Het voorspellen van trends is weliswaar uitgevonden door de modewereld, volgens Edelkoort krijgen andere disciplines er meer en meer behoefte aan: "Het scheelt tijd als je anticipeert, als je weet waar je heen wilt" .

Terugkomend op de heftige vervrouwelijking van de maatschappij die ons te wachten staat, zegt Edelkoort:

"Het begon een paar jaar geleden al met het verdwijnen van de schoudervullingen uit al die jasjes en blazers. Bij de volgende stap ging de hele blazer uit en kwamen er ronde schouders tevoorschijn. En nu, dit seizoen, is zelfs de hele mouw verdwenen en zie je dat vrouwen hun blote schouders weer durven laten zien. Als je de schouder symbolisch opvat als de drager van verantwoordelijkheid, dan betekent deze verandering dat een jonge generatie vrouwen die verantwoordelijkheid in de wilgen hangt. Ze kunnen het niet langer aan, of willen het misschien niet meer. Ze verlangen naar tijd van leven, naar minder werken en meer kinderen. De hele arbeidsethiek is aan het veranderen. Niet helemaal onterecht mijns inziens, want het aantal workaholics wel erg hard gestegen. Het enige is dat zo'n nieuwe fase in het begin altijd een beetje doorslaat naar de tegenovergestelde kant. Een ander signaal dat deze verandering in de lucht hing, was de terugkeer van de jurk. Vijf jaar geleden had niemand meer een jurk in de kast hangen. Vrouwen wisten niet eens meer hoe je ze moest dragen. Aarzelend is de jurk teruggekomen. Eerst met een jasje erover heen, en platte gympjes eronder. Nu steeds meer in volle glorie: opwaaiende zomerjurken boven schoenen die weer omhoog durven. Prachtig! Je ziet gewoon dat veel vrouwen weer met meer plezier naar zichzelf kijken."

En mannen naar vrouwen?

"Ik denk dat deze tendens een heleboel misverstanden tussen mannen en vrouwen zal oplossen. De discussie tussen de seksen is de laatste tijd zo verhard, loopt vaak uit op elkaar de rug toekeren. Die nieuwe vervrouwelijking betekent overigens niet dat de maatschappelijke en sociale verworvenheden van de laatste jaren zullen verdwijnen. Integendeel, de vrouwenstrijd via het parlement gaat gewoon door, alleen kan dat best in mooie kleren gebeuren. Vrouwen zullen hun verantwoordelijkheid voor de samenleving meer uitdragen vanuit hun vrouwelijkheid, en vanuit het moederschap, dan door mannen te imiteren. Dat is op zichzelf een heel goede ontwikkeling, denk ik. Heel healthy."

Voorspelt u weleens een trend die u niet bevalt?

"Ja, op modegebied moet ik weleens iets signaleren waar ik niks in zie. Ik heb bijvoorbeeld altijd een beetje moeite met de Barbie-look, Lolita, weet je wel, dat frou-frou en babydollerige. Dat steekt af en toe de kop op. Ik zal zo'n trend nooit verzwijgen, maar ik denk wel dat ik dingen die ik zelf leuk vind, met meer enthousiasme aanpak. Met kleuren heb ik nooit moeite. Ik heb geleerd dat je met iedere kleur iets moois kunt doen. Ik hield nooit van turkoois, tot ik beter ging kijken en de kleur in verschillende contexten bekeek. Uiteindelijk kan zelfs het blauw van de KLM mooi zijn. Als je een kleur maar goed gebruikt."

"Kleuren, maar vooral ook ideeen kun je ook op een slechte manier gebruiken. Toen ik begin jaren tachtig voorspelde dat het begrip 'nationale indentiteit' belangrijk zou worden, verklaarde iedereen mij voor gek. Het was immers de tijd van Europa's eenwording, van wereldmuziek, en van alle stijlen door elkaar. Ik voorzag toen dat het interessant zou worden om qua stijl juist dichtbij huis te blijven, om uit te vinden wie we eigenlijk zijn en waar we vandaan komen. Nu zie je dat die terugkeer naar nationale identiteit inderdaad volop in de belangstelling staat, maar dat die ook een verontrustende, extremistische kant heeft."

Op de vraag of Lidewij Edelkoort weleens wordt tegengesproken is het even stil. "Zelden" , klinkt het dan. "De enige kritiek die ik altijd krijg, is dat ik me op teveel gebieden tegelijk beweeg. Maar ik ben er van overtuigd dat het niet anders kan. Alles heeft met alles te maken, dat is nu eenmaal kenmerkend voor deze tijd."

En de kritiek dat uw invloed en het succes een kwestie is van 'selffulfilling prophecy'?

"Onzin. Ik verzin zelf niets. Het signaleren van een trend is geen creatief proces, integendeel, ik pik op wat waarneembaar in de lucht hangt. In een periode dat we allemaal gek zijn op knopen, kan ik wel roepen: 'het wordt ritsen', maar als niemand op ritsen zit te wachten, komt zo'n voorspelling echt niet uit. Mensen doen toch wat ze zelf willen."

"Voorspellen wordt steeds moeilijker, want alles is tegenwoordig mogelijk. In de mode heerst een volstrekte anarchie: alle lengtes kunnen, alle materialen mogen. De enige rode draad die steeds duidelijker zichtbaar wordt is de ecotrend."

Bekommert iemand die een T-shirt koopt, zich om bodemvervuiling door de katoenteelt? Of om de vervuiling door het verven van spijkerbroeken?

"Vergis je niet. Kijk naar de collectie van Esprit die met zoveel mogelijk respect voor het milieu wordt geproduceerd. Daar gaat een zeker elan van uit dat zeker op de consument overslaat. Ik ben er van overtuigd dat die aandacht voor ecologie met grote kracht zal doorzetten, vooral door de motor die er achter zit: de kinderen. Zij voeden hun ouders op in milieuvriendelijk gedrag. Zij zorgen ervoor dat ecologie straks een tweede natuur wordt, in plaats van het verkoopargument dat het nu soms nog is. Milieu is meer dan een trend. Nu wordt er hier en daar nog slap op gereageerd met een hang naar romantische natuurtaferelen, en een voorkeur voor materialen als linnen en riet. Dat zijn stilistische gegevens, die je beslist niet moet verwarren met ecologie. Het bedrijf dat nu nog niet fundamenteel met het milieu bezig is, is te laat."

Voor Nissan bedacht Lidewij Edelkoort een paar jaar geleden al het concept voor 'de auto van de toekomst'. Het werd de Nissan Micra, onlangs uitgeroepen tot Auto van het jaar '93. Ze voorzag vijf jaar geleden, toen iedereen nog merkbewust viel voor grote glamourwagens, dat we de auto in de toekomst liever zouden zien als een soort huisvriend. Ze bedacht vervolgens een klein rond autootje, een soort speelgoedwagentje 'dat als teddybeer in een huisgezin kan functioneren'.

Hoe zit het bij dergelijke concepten met die 'enige rode draad': de ecotrend? Viel het woord milieu ook in de gesprekken met de Japanse autofabrikant?

"Helaas werken wij altijd met de designafdelingen van bedrijven en niet met de technische staf. Maar ik vraag daar met regelmaat audientie aan, juist vanwege die milieuaspecten. Het wordt hoe langer hoe belangrijker dat auto's gefabriceerd worden met meer recyclebare onderdelen. We moeten blijven zoeken naar schonere brandstoffen, auto's moeten kleiner en lichter worden. Over een ontwikkeling naar minder auto's, en over een verantwoord gebruik van auto's wordt door de fabrikanten nog nauwelijks nagedacht. Ik denk dat we naar een systeem moeten van een soort ponten en treinen, of zo, waar je op en af kunt rijden. Dan kan het aantal kilometers dat ieder voor zichzelf rijdt worden geminimaliseerd, terwijl mensen toch niet het comfort van die persoonlijke cel hoeven op te geven."

"Ik denk dat we toegaan naar een nieuwe futuristische periode, vergelijkbaar met die in de jaren vijftig en zestig. Vooral op het gebied van materialen zullen zich spectaculaire veranderingen voordoen. We gaan toe naar alle mogelijke nieuwe plastics, polyesters en synthetische stoffen die biologisch afbreekbaar zijn. En die daardoor uiteindelijk veel beter voor het milieu zijn dan katoen en wol en linnen en hout, waar binnen diezelfde ecotrend zo de nadruk op wordt gelegd. Het is heel grappig om te zien hoe dat helemaal gaat veranderen."

"Ik kan me herinneren dat ik op de modeacademie in Arnhem, toen ik daar in 1969 eindexamen deed, een derde prijs won met een ontwerp voor het kostuum van de man in het jaar 2000. Als ik me dat ontwerp nu voor de geest haal, klopt het heel aardig. Het was een pak van grijze joggingstof, nu niks bijzonders maar toen volstrekt nieuw. Met daaroverheen een wit plastic beschermend speelpakje, zo'n beetje a la Cardin, weet je wel? Nou, dat principe van comfort, van die kleurloze jersey gecombineerd met een synthetische stof, waardoor het pak eronder langer meegaat, dat zijn principes waarvan je nu al zeker weet dat die in het jaar 2000 belangrijk worden."

Kun je in dit vak openhartig zijn?

"Je kunt niet anders dan openhartig zijn. Anders werkt het niet. Maar je loopt inderdaad het risico dat anderen je ideeen overnemen. Het gebeurt me weleens hoor, dat ik mijn eigen zinnen twee maanden later letterlijk in het betoog van een ander terug hoor. Ik heb ook ontdekt dat mensen onze trendboeken verknippen en voor veel geld doorverkopen. En dat ze de kleurkaarten die op de grote beurzen ter inzage liggen, meepikken. Ach, ik beschouw het maar als compliment. Bovendien, dit vak bestaat bij de gratie van verandering. Als iemand mijn idee heeft overgenomen, ben ik al weer een stap verder."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden