’Ik kan wel huilen om die hoofddoekjes’

Turkije beleefde een roerig jaar, met de winst van de politieke islam, het EU-debat en de Koerdenkwestie. Correspondent Erdal Balci blikt terug met muziek als leidraad. Deel 1 van een tweeluik.

Je bent wat je neuriet. In het land dat verscheurd is in kampen – van de republikeinse elitairen, de islamisten, de Koerden, de EU-aanhangers en de EU-haters – voeden verschillende muzieksoorten ieder kamp en elke ziel. In de klassieke concertzaal van de wijk Nisantasi treurt de elite van Istanbul over de teloorgang van ’hun’ republiek.

De entree is ongeveer vijftien euro, tel daarbij op twee euro voor slappe koffie. De meeste Turken moeten anderhalve dag werken voor dit bedrag. Maar we zijn in Nisantasi, het rijkste deel van Istanbul. Hier hebben mensen het niet over het minimumloon. De cello wordt gestemd in de kleedkamer. In de immense zaal wachten de bezoekers op het begin van het concert en babbelen nog even gezellig.

Een paar maanden geleden had Turkije een president op wie de concertgangers konden bouwen. Om nog verder terug in de tijd te gaan: zeventig jaar geleden was hun held, Kemal Atatürk, het hoofd van het land. Hij stelde paal en perk aan de macht van de islamitische geestelijken, en voerde een strikt seculiere staat in.

Maar Atatürk is dood, en anno 2007 zijn de president en de premier van het land islamisten. Meisjes willen hoofddoeken dragen op de universiteiten.

Atatürk kan dan wel dood zijn, de 73-jarige Ismet Alkara draagt hem nog steeds op zijn hart. Op zijn jas prijkt een broche met de afbeelding van de ’vader der Turken’. Alkara, eigenaar van een drukkerij, aarzelt niet om 2007 ’een rampjaar’ te noemen. „Het was het jaar van de contrarevolutie. Ze hebben de republiek dit jaar met de grond gelijk gemaakt. De geloofsfanaten hebben het presidentiële paleis veroverd. Ze hebben nu ook de vakbonden, de universiteiten en binnenkort ook het justitiële systeem.” Zijn stem trilt van opwinding.

De cellist is een Turk die in de Verenigde Staten woont. Speciaal voor dit concert is hij de oceaan overgevlogen. De pianist woont wel gewoon in Istanbul. Samen spelen ze voor zo’n zeventig toehoorders Bach, als om de Turkse republikeinen te begeleiden in hun rouwen.

Uitgespeeld. Pauze.

De ongeveer twintig jongens van de militaire academie zijn ook vanavond in uniform. Ze gedragen zich beleefd, parmantig en vooral niet luidruchtig. Een van hen, Ozgur Koprulu, zegt over de machtswisseling in 2007 in zijn land: ,,Een columnist schreef laatst dat op militaire academies de leerlingen gehersenspoeld worden. Is helemaal waar. Wij worden gehersenspoeld. En zolang wij geïndoctrineerd worden hoeft men niet te vrezen voor de republiek van Atatürk.” De 17-jarige blaakt van zelfvertrouwen.

Maar de zeer chique mevrouw Sebahat Alim, een gepensioneerde docente aan de universiteit, deelt het optimisme van de jonge militair niet. Zij zegt: ,,In 2007 heeft het Turkse volk gestemd voor de terugkeer van de donkere tijden. Ik heb vooral te doen met de vrouwen van dit land. Je zal zien dat ze al de rechten die hun door Atatürk waren gegeven zullen moeten inleveren. Je ziet steeds meer meisjes hoofddoekjes dragen. Ik kan er wel om huilen. Vrouwen werken zo graag mee aan hun eigen onderdrukking.”

Het tweede deel van het concert begint. De muzikanten spelen nu Beethoven. Een goede keuze. De mensen in de zaal hebben geen behoefte aan vrolijke melodietjes. De norse, chagrijnige Beethoven geeft hun de zware, pessimistische noten waar ze behoefte aan hebben. Hun republiek is ter aarde besteld in 2007.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden