Ik kan niet zoveel eten. . .

Ik wil helemaal niet schrijven over dat waarover ik schrijven zal. Ik was van zins een gezapig stukje te maken over het feit dat je praktisch nooit kunt voorspellen welke uitwerking je schrijfsels zullen hebben. Denk je: 'Nu is de boot aan, maar ik durf het toch', dan reageert geen hond. Ben je daarentegen argeloos bezig geweest met het schrijven van een volstrekt onschuldige column, dan krijg je ingezonden brieven. Meen je dat je nu eens iets heel moois hebt geschapen waar de wereld van op zijn kop zal staan, dan is de stilte oorverdovend. En zeg je bij jezelf 'Dit is zo, zo, la, la, maar het moet maar', dan roeren zich de fans.

Daarover wilde ik wat peinzen en mediteren, zo rustigjes aan, maar helaas, ik werd boos. En door die boosheid had ik geen rust meer. Ik probeerde de woede weg te duwen onder het motto 'Als je een poosje wacht, houdt het vanzelf op', maar het bleef knagen. Ik worstelde tot ik er moe, misselijk en depressief van werd, maar ik ontzwom niet. 'Wil niet, moet, wil niet, moet', zo ging het de lieve lange dag. Tot ik bezweek.

Kijk, het zit zo. De dag dat de oorlog voorbij was, zei ik tot mezelf en een ieder die het horen wilde: 'De eerste de beste die een antisemitische opmerking maakt in mijn bijzijn, krab ik de ogen uit de kop'. Nadat ik niet weinig boeken had vertaald over de concentratiekampen, zwol de woede aan, ik herinner me dat ik wel eens de tram in stapte, denkende 'En kom nou maar hier met je rotpraatjes, ik ben er klaar voor'. Maar wat wilde het geval? Ik heb nooit een antisemitische opmerking gehoord. De laatste tijd denk ik dat dat wel aan mijn oren zal liggen of aan mijn verstrooidheid, of misschien wel aan de tijd waarin ik leef, want de stuitendste en krenkendste antisemitische opmerkingen worden met de mantel der liefde bedekt. Neem nu Het Parool, toch een krant die uit het verzet is voortgekomen. Daarin schrijft Jan Vrijman, alias Journaille, die zich in vreemde kronkels wringt om de gruwelijke antisemiet Theo van Gogh te dekken, dat de gore misgeboorten die dat individu op papier zet (onder andere dat een joodse historica wel dikwijls natte dromen zal hebben over dokter Mengele) al lang meesmuilend werden gesmiespeld in bepaalde kringen. Zo maar voor de lol, zonder er iets mee te bedoelen. Het gaat erom, zo meent hij, dat de een het zegt en de ander het, in zijn kinderlijke argeloosheid, schrijft. Daar komt zijn gedachtengang althans op neer, letterlijk weet ik het niet meer, want ik vond het stukje zo eng dat ik het meteen walgend heb verscheurd.

Nu zijn zijn kringen gelukkig de mijne niet, maar erg ver liggen ze niet uit elkaar. De befaamde grachtengordel en aanverwante contreien nietwaar? Daar word ik toch ook zo ziek van, dat voortdurend aanslepen van die grachtengordel. Ik woon er al vijf-en-twintig jaar en op mijn woord van eer, ik ben omringd door doodgewone mensen, niet door zieleknijpers en eggheads, zoals de Amerikanen dat zo mooi noemen.

Maar om op ons onderwerp terug te komen: nee Jan, halfweg fatsoenlijke mensen denken zulke verfoeilijke dingen niet. Zou ik zulke smiespelende woorden vernemen, dan zou ik me smiespelend verwijderen, smiespelend terugkeren met het gloeiendste kopje koffie dat er in het pand te verkrijgen was en dat de smiespelaar in het gezicht gooien. Ik verzin dan verder dat ik dientengevolge voor de rechter word gesleept, dat vind ik leuk. En die zal dan ernstig vragen: 'Mevrouw, hebt u daar spijt van?' En dan zal ik even ernstig antwoorden: 'Nee, edelachtbare, geenszins, ik zou het morgen weer doen'. En als ik dan veroordeeld word (tot pakweg een jaar gevangenisstraf, want de rechter is streng), zou ik mij smiespelend weg laten voeren, en smiespelend grinniken tegen de smiespelaar die verder zijn hele leven met zo'n piraten-oogdoek moet lopen.

En nu belieft het mij, om even een zijpaadje in te slaan.

Ze hebben daar bij Het Parool geen gebrek aan kromdenkende columnisten, dat moet gezegd. Neem nou Theodor Holman. De zinsnede waarvoor hij is aangeklaagd ('nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger'), die heb ik van boven, van onderen, van achteren, van voren, van links en van rechts bekeken en ik begrijp er onder geen enkele hoek ene jota van. Evenmin als de rechter, blijkbaar. En van de uitleg van Holman ('Christenhonden zijn christenen die in het verleden misdadige dingen hebben gepleegd. Iedereen die zich kan vinden in die term is een christenhond'), daarvan ga ik spontaan scheelkijken. Ik wil er alles onder verwedden dat tijdens het schrijven van deze zinsneden de kruik jenever naast de tekstverwerker stond.

Dat ik de uiting van Holman meer curieus dan stuitend vind, komt omdat de christenen, voor zover ik weet, in deze contreien al eeuwenlang niet zijn vervolgd. Maar met de joden ligt het anders, die wonden bloeden nog. En daarom gaan we weer terug naar Jan, die in zijn bekeringsijver van geen ophouden weet.

Aan een ander stukje, dat begint met de commerciële uitbuiting van Auschwitz door de fotografen die er een soort Disneyland van maken, verbindt hij de conclusie, dat Van Gogh eigenlijk hetzelfde wil, maar zich alleen wat stuntelig uitdrukt. Theo van Gogh als moralist! Het etterbraaksel dat hij uitspuugt als leerstuk! Jongens, jongens, ik val van de graat!

Nu zou het niet zo erg zijn als alleen malle Jan dat bralde, maar het wordt mode. De filmjournalisten, verzameld in Rotterdam, stonden in de startblokken om een relletje te ontketenen ten gerieve van de vrijheid van meningsuiting toen zij vermoedden dat Theo van Gogh Claude Lanzmann (maker van Shoa, de verpletterende documentaire over de jodenvervolging), niet mocht interviewen. Interviewen? Het zou de griezel op straffe des doods verboden moeten worden Lanzmann dichter dan op een kilometer afstand te benaderen.

Al schrijvende word ik hoe langer hoe kwader: als ik denk aan het zootje verdedigers van Theo, ben ik geneigd me de woorden eigen te maken van de schilder Max Liebermann, die over Hitler en zijn trawanten zei: 'Ik kan niet zoveel eten als ik daarvan moet kotsen'. Wat bezielt ze toch? Willen ze met alle geweld in de running blijven voor een 'goed gesprek'? Denken ze dat ze blijk geven van super-intellectualisme, als ze achter duidelijke schandwoorden allerlei onduidelijke goede bedoelingen suggereren? Waarom blijven ze hem hun 'vriend' noemen terwijl hij al lang in de ban had gemoeten? Zijn zij ook antisemieten?

Stop the world, I want to go off.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden