'Ik huisjesmelker? Laat maar lullen.'

Leen Vliegenthart heeft ruim 150 panden in en rond Rotterdam. In 2010 werd hij verkozen tot huisjesmelker van het jaar. Trouw reed twee ochtenden mee in zijn bestelbusje. | NIELS MARKUS

ROTTERDAM - 'O kijk, de buurman heeft wat spullen gestald die hij verkoopt op de rommelmarkt." Vastgoedeigenaar Leen Vliegenthart (75) laat een van zijn panden aan de Rotterdamse Mathenesserdijk zien. Er woont niemand, maar het halletje staat vol. Met kratten, lampen, planken en boeken.

Op de eerste verdieping staat nog meer. Tussen die rommel is de staat van het huis zichtbaar. In het plafond zitten barsten en gaten, de trap naar zolder is krakkemikkig. "Dit gaan we helemaal opknappen, op zolder komen dakkapellen en een badkamer. Net als in de twee panden hiernaast." Die zijn compleet gerenoveerd, geverfd en betegeld.

Leen Vliegenthart is met zijn bedrijf Lometi BV een van de grootste particuliere pandeigenaren van Rotterdam. Hij heeft ruim 150 panden met daarin bijna vierhonderd woningen in en rond de stad. Officieel houdt hij kantoor in zijn villa in Hillegersberg. Voor besprekingen met huurders of contractondertekeningen is hij 's avonds te vinden in Grand Café Engels bij het Centraal Station. Maar zijn belangrijkste werkplek is zijn lichtblauwe Opelbusje. Op de vloer staan bakjes met huissleutels. Ook de rest van de vloer en het dashboard liggen bezaaid met sleutels.

Oorspronkelijk komt Vliegenthart uit een bakkersfamilie uit Hendrik-Ido-Ambacht. Toen zijn vader overleed en de supermarkten opkwamen, werd het moeilijker de bakkerij te bestieren. "Ik kon me laten omscholen tot loodgieter. En we hadden als familie al wat vastgoed." Dat huizenbezit breidde hij uit, doordat de gemeente Rotterdam panden aanbood en kennissen met vastgoed kwamen te overlijden.

Terwijl Vliegenthart door de stad rijdt heeft hij aanhoudend zijn mobiele telefoon aan zijn oor. Hij wordt gebeld door mensen die willen bezichtigen of huurders met een probleem in huis. "Dan ga ik er meteen op af, want als je iets op zijn beloop laat, kan je het op een gegeven moment niet meer bijbenen." Binnen een uur rijdt hij van de bouwmarkt in Schiedam naar Rotterdam-Zuid, en via Ridderkerk naar Rotterdam-West. Af en toe stopt hij even om een huis aan te wijzen. "Wat vind je daar nou van? Mooi hè, hebben we vorig jaar helemaal opgeknapt. Was nog wel een klus met die hekjes." Naar parkeerplekken zoekt hij niet lang. Vaak biedt het trottoir of fietspad voldoende ruimte.

In 2010 werd Vliegenthart door de jongerenafdeling van de SP verkozen tot de grootste huisjesmelker van Rotterdam. Hij zou veel te hoge huren vragen en slecht onderhoud plegen.

Vliegenthart nam de 'prijs' niet in ontvangst en zou zichzelf geen huisjesmelker noemen. "Dat woord heeft zo'n negatieve klank. Maar als ze me zo noemen zal het me eigenlijk een zorg zijn. Laat maar lullen. Zakelijk ingesteld ben ik wel."

Dat blijkt als hij zijn busje parkeert aan de Bree in Rotterdam-Zuid. Daar heeft hij afgesproken met iemand die een snackbar wil huren. Ali Yildiz (50) wil de snackbar ombouwen tot shoarmazaak. De heren zijn nog niet binnen of het afdingen begint. Yildiz: "Wat hadden we gezegd, 625?" Vliegenthart: "Ik heb al drie keer gezegd: 785, dat is een groot verschil." Yildiz: "650 dan, ik ga het opknappen, dat kost een hoop geld." Om aan te geven dat zijn minimum bereikt is, geeft Vliegenthart Yildiz een duw: "675, ouwehoer." "Oke, ik denk erover na." "Nee, niet nadenken, het is goed zo."

Terug in het busje: "Wat denk je van hem? Volgens mij is hij wel serieus, hij is al drie keer komen kijken. En Turken, daar heb ik geen slechte ervaringen mee. Die betalen altijd netjes."

Vliegenthart heeft slechtere ervaringen met Oost-Europeanen. "Bij Polen en Bulgaren verhuur ik alleen nog aan stelletjes. Als je aan twee Poolse mannen verhuurt, zitten er een week later vijf in huis, na nog een week twintig. En zuípen joh, in het weekend."

Aan de Beukelsdijk laat Vliegenthart een kamer en gedeeld keukentje zien aan Athina Zantomia (20) uit Milaan. Om de andere huurder aan haar voor te stellen opent hij diens kamerdeur. "Hallo. Hé, hij is verhuisd, krijg nou wat. Dat is raar, ik was hier vorige week nog, volgens mij heeft hij de huur niet opgezegd." Zantomia stelt voor het hele appartement te huren, omdat haar broer binnenkort ook naar Nederland komt. Vliegenthart twijfelt. "Dit kost 350 euro, de andere kamer 250 euro. Verdien je 1000 euro per maand in een restaurantje in Delft? Dan weet ik niet of je dat kan betalen."

Vliegenthart is door schade en schande wijs geworden. "Ik maak het zo vaak mee, jonge Italianen in de horeca. Dat loopt vaak verkeerd. Dan worden ze ontslagen en zitten ze zonder baan. Vervolgens gaan ze gelijk terug naar Italië." Vroeger vertrouwde de huisbaas iemand al gauw wanneer die aardig was, nu is hij kritischer. Terwijl hij het vertelt, rijdt hij net naar een huis in Zuid. Daar is een bewoner verdwenen, nadat hij zeven maanden geen huur had betaald. "Vier jaar geleden kwam hij huren, een hele vriendelijke Marokkaan. Ik dacht: dat is een aardige vent. Slot van het liedje ben ik honderden euro's kwijt aan deurwaarderskosten en achterstallige huur."

Om te voorkomen dat hij ook nog een verhuisbedrijf moet betalen ruimt Vliegenthart zelf de achtergebleven troep op. Het appartementje is donker en vies, de huurder liet twee bankstellen, een salontafeltje, rekeningen, familiefoto's, een hoopje kleding en twee televisies staan. Op de vloer ligt ook een stoeptegel. Vliegenthart raapt een leeg pakje lange vloei, voor jointjes, op. "Zie je dit, dan weet je het wel."

Eén ding maakt de huisbaas 'des duivels': wietkwekerijen. Hij verwijdert ze desnoods zelf. "Vorig jaar rook mijn klusser iets bij een pand aan de Wolphaertsbocht." Toen Vliegenthart ging kijken, waren de gordijnen dicht en stond condens op de ramen. "Ik dacht: krijg nou wat. Maar als eerste vervangen ze de sloten. Toen heb ik met een koevoet de ruit ingetikt." Binnen zag Vliegenthart dat de huurder een gipsmuurtje had gebouwd. Met de koevoet brak hij ook dat af. "Die planten waren al een halve meter hoog. Toen ik ze uit de potten aan het trekken was, stond ineens de politie voor de deur." Die dachten dat het zijn kwekerij was. "Na drie uur in de cel mocht ik weer naar huis."

Boos wordt Vliegenthart ook als hij zich gepasseerd voelt. Als huurders klagen zonder eerst bij hem aan te kloppen, of als de gemeente aanschrijvingen stuurt, zonder overleg.

Ook de uitverkiezing tot 'huisjesmelker van het jaar' is volgens hem onedel tot stand gekomen. "Dat ging over een huisje op Zuid. Ik sprak met de nieuwe huurders af dat ik het zou renoveren en de huur daarvoor van 390 naar 600 euro zou verhogen. Zo'n verbouwing kost al gauw 18.000 euro." De huurders gingen akkoord. En woonden er volgens Vliegenthart in eerste instantie naar tevredenheid. "Toen kwam de huurcommissie langs. En vroeg hoeveel ze betaalden. Zeshonderd euro was volgens die ambtenaren veel te veel."

De huurders lieten zich volgens de huisbaas 'opnaaien door die gasten' en stapten naar de SP. Na die eerste klacht constateerde de huurcommissie bij meer huurders van Vliegenthart te hoge huren. "Je begrijpt wel, dat was koren op de molen van de socialisten."

De klagers hebben het bij Vliegenthart verbruid. "Normaal ga ik direct langs bij klachten. Maar als hun CV het begeeft, zitten ze maar een tijdje in de kou." Daarbij komt dat de huurders zich volgens Vliegenthart vervolgens flink misdroegen. "Ze betaalden niet meer en maakten expres dingen kapot in huis."

Vliegenthart vond de samenwerking met huurcommissies vroeger fijner. "Gezelliger. Dan kwam iemand van de bouwpolitie een praatje maken, of je iets kon opknappen. Nu is het gelijk de hele rambam, met aanschrijvingen en dwangsommen." Vliegenthart pakt een aanschrijving erbij. Hij moet met spoed renoveren, anders volgt een dwangsom. Op de formulieren staat een hele rits tekortkomingen. De kozijnen en de goot moeten worden vervangen, de tuin opgeknapt en de gevels geschilderd. "Ik heb in deze straat net bij drieëntwintig woningen de gevels laten spuiten. Maar die inspecteurs lopen de kleinste dingetjes na."

De verhuurder vindt veel regelgeving overdreven. "Als je een beetje schimmel in een douche hebt, dan is dat al 'het absolute nulpunt'. Dan moet je huur 200 euro omlaag."

Vorig jaar had Vliegenthart een conflict met de gemeente en buurtbewoners over een rij panden aan de Kootsekade in het sjieke Hillegersberg. De gemeente wilde dat hij de verkrotte panden opknapte. Zelf voelde Vliegenthart meer voor slopen en nieuwbouw plegen, dat zou goedkoper zijn. Maar de sloop was nauwelijks begonnen, of lag alweer stil. Dat was nadat een klagende buurtbewoner een foto had gemaakt van een sloper die zonder helm over de bouwplaats liep.

"Wat een ouwehoerbuurt, ik heb er wakker van gelegen." Inmiddels is de sloop afgerond, het terrein ligt braak. De deelgemeente wil weten wanneer Vliegenthart gaat bouwen. "Ik zeg dat ik er even over nadenk, ik ben ze niets verplicht. Ze wachten maar, na dat stompzinnige gedoe."

Ondanks dat de gemeente en Vliegenthart regelmatig bonje hebben, staat de huisbaas niet bekend als hardvochtige huisjesmelker. Volgens een gemeentewoordvoerder is het niet zo dat hij zijn panden bewust laat verkrotten, fiks de fout in gaat met overbewoning of aan criminelen verhuurt. Het probleem is vooral dat hij meer panden heeft dan hij aankan. "Hij loopt alle klachten zelf na en heeft weinig mensen in dienst. Hij doet het werk uiteindelijk wel, maar vaak te langzaam."

Ondanks de constante werkdruk wil Vliegenthart geen extra onderhoudsmedewerkers in dienst nemen of uitbesteden. "Heb ik geprobeerd hoor. Onlangs nog heeft een jongen een keukentje gezet in een zolderkamer. Kort daarop lekte het door tot in de kelder."

Met zijn drie vaste klussers heeft hij 'nooit gedonder'. Vliegenthart zet gerust ook zelf een goot op drie hoog vast. Ondanks zijn 75 jaar peinst hij er niet over om te stoppen met werken. "Ik loop 500 traptreden per dag. En ik werk zo graag met die jongens. Een huis helemaal opknappen, van beneden naar boven, dat is het mooiste wat er is."

Lange geschiedenis met malafide pandbazen
Rotterdam heeft jarenlang in de clinch gelegen met verschillende huisjesmelkers. Een van de laatste beruchte vastgoedeigenaren die ook buiten de Maasstad bekend was, is Cees Engel. Hij had honderden panden. Hij onderhield ze nauwelijks en bood bewust onderdak aan drugsdealers en andere criminelen. De gemeente kocht Engel in 2007 uit voor 13 miljoen euro. Daarbij moest hij beloven nooit meer huizen te kopen of te exploiteren.

Vóór Engel waren Bakker en 'krottenkoning' Fennis grote vissen. Fennis had 2200 woningen. Hij werd in 1980 voor 30,3 miljoen gulden uitgekocht. Het geld voor dergelijke uitkoopacties is op. Als pandeigenaren vroeger een 'rotte kies' in hun bezit hadden, konden ze nog rekenen op een tegemoetkoming van de gemeente voor renovatie. Ook dat potje is leeg. Daarom maakt Rotterdam nu gebruik van intensief beheerders: speciale ambtenaren die in een straat met veel verkrotte panden continu overleggen met de eigenaren.

Deze aanpak lijkt effect te hebben: het leidde tot verbetering van de Dordtselaan. Inmiddels staan ook steeds meer steigers tegen gevels aan de Grote Visserijstraat, momenteel een intensief beheer-straat.

Vanwege de geschiedenis met malafide pandbazen komt veel regelgeving tegen huisjesmelkers uit Rotterdam. Door de jaren zijn talloze wetten gelanceerd om grip te krijgen op pandbazen. Dit bleek vaak moeilijk, omdat de huizen het rechtmatig bezit van de pandeigenaren zijn. En een huis laten verkrotten is misschien ongewenst of kwalijk, maar niet verboden. Pas wanneer gevaarlijke situaties ontstaan, mag een pand worden ontruimd en kan de eigenaar worden gedwongen tot renovatie of sloop. De nieuwste regelgeving stamt uit maart: minister Blok wil onverbeterlijke huiseigenaren verhuurverboden gaan opleggen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden