'Ik houd niet van tutoyeren'

Gregory Sedoc (34) hoopt op de Spelen in Rio. Maar de EK atletiek, begin juli in Amsterdam, kan weleens het laatste toernooi zijn voor de hordenloper en politieagent in spe.

Les 1

Koester je jeugd

"Mijn jeugd was geweldig. Tot nu toe de mooiste tijd van mijn leven. Met z'n zessen in één huis. Zo ongelooflijk gezellig en close met elkaar. Ik heb twee oudere broers en een jonger broertje. Op mijn vierde verhuisden we naar de Kastelenstraat in Amsterdam-Buitenveldert. Wij kenden er iedereen.

We hadden een enorme tuin achter en ik deed daar al estafettes met mijn broers. Gaven we elkaar die stokjes door. Ik heb me daarna nooit meer zo gelukkig gevoeld als daar. De ouderen van toen lachten om het kattekwaad dat wij uithaalden. Iedereen corrigeerde elkaar. Buitenveldert was zo klein dat iedereen de Sedocjes kende. Kinderen die de ene dag kattekwaad uithaalden waren de volgende dag weer oké.

Als er hier in Zoetermeer jochies eieren tegen het raam staan te gooien, ben ik binnen een minuut beneden en grijp ik ze in hun nek. De saamhorigheid in de buurt is anders. Omdat je die kinderen niet kent, blijven het vervelende kinderen. Tegenwoordig gaan mensen verhuizen als er te veel tuig rondloopt.

Ik ben aspirant-politieagent en hoop in oktober klaar te zijn met de opleiding. Als je geen agent bent, heb je geen idee wat er zich allemaal in de samenleving afspeelt: huiselijk geweld, steek- en schietpartijen, vechtpartijen, zelfmoord, verkeersongelukken. Dat is anders dan zulke dingen in de krant lezen. Ik kies ervoor dit te doen, met criminele jeugd te werken, vooral in de Haagse Schilderswijk. Ik wil mensen helpen. Ze zeggen weleens dat ik te sociaal ben voor topsport. Maar ik ben liever minder goed met dit karakter dan een eikel als olympisch kampioen."

Les 2

Praat netjes

"Suriname betekent veel voor mij. Ik ben Nederlander, hier geboren en opgegroeid, maar de hele Surinaamse cultuur heb ik meegekregen.

Ik probeer het ook aan mijn zoontje Ruben over te dragen. Hij is vier maanden. Ik praat Surinaams tegen hem, bid voor hem en als hij bijvoorbeeld een kettinkje krijgt, dan zegen ik dat. Ik ben Nederlands-hervormd, maar in Suriname is dat wel wat vrolijker dan hier. Als ik in Zoetermeer in de kerk kom, zitten ze allemaal zo stijf in de banken. In Suriname is het meer zingen en vrolijkheid.

Ik heb door mijn Surinaamse opvoeding wat moeite met de informele omgangsvormen in Nederland. Dat mijn hoofdcommissaris, hoger in rang, mij zegt dat ik 'jij' tegen hem moet zeggen. Wij vinden het juist belangrijk om netjes tegen ouderen te praten. Mijn neefjes zeggen: 'Oom Gregory, hoe is het met u?' Dat is respect.

Mijn vriendin Marcha is Indisch en net zo opgevoed als ik: tegen je baas praat je netjes. Omdat je je snel wilt aanpassen. We willen niet brutaal overkomen en een verkeerde indruk maken op anderen. Als je respect toont, denken wij: die is goed opgevoed. Ik denk dat je daardoor paradoxaal genoeg sneller dichter bij elkaar komt. Ik laat iemand sneller toe als hij respect toont."

Les 3

Zet het leven naar je hand

"Ik ben vier en sta achter het raam op de vensterbank van ons huis in Buitenveldert. Ik zie beneden mijn broers naar de atletiekbaan vertrekken. Ik begin te schreeuwen en te huilen. Ik wil ook. 'Je was niet te houden', vertelt mijn moeder nog steeds. Daarna ben ik meegegaan naar het Amstelpark waar we sprintjes gingen trekken. Ik wilde alleen maar dit. Naar school gaan deed ik het liefst in korte broek met bidon, in plaats van een pakje melk.

Ik wilde sportman zijn en nu ik er eentje ben, wil ik er zo lang mogelijk mee doorgaan. Mijn lichaam wil alleen niet meer. Eigenlijk al vier jaar niet, telkens heb ik blessures. Maar ja, de EK in Amsterdam komt eraan en vlak daarna de Spelen in Rio. Ik wil het gewoon nog één keer proberen. Op school in Buitenveldert deed niemand echt aan sport. Ik wel. Ik was anders. Ik was donker en ik vond het heel belangrijk iets anders te gaan doen. Sport was ook lekker voor mij, want ik heb last van concentratiestoornis ADD. In de les had ik problemen, maar in de atletiek kon ik iets aparts.

Ik wil niet mee met de stroom, tot op de dag van vandaag is dat zo. Marcha en ik gaan trouwen. Elke bruidegom draagt een driedelig pak. Ik niet. Iedereen heeft een bruidstaart. Ik niet. Een trouwauto? Ik pak de Opel Corsa wel. Ik krijg het benauwd bij 'hetzelfde'. We gaan ook gewoon barbecueën en niet Surinaams-Indisch eten. Juist omdat iedereen het verwacht, doen wij het niet. Het gaat mij niet om het ontregelen. Ik ben Johan Derksen niet. Nee, ik wil mijn leven zelf in de hand hebben. En als je dat wilt moet je dingen actief regelen."

Les 4

Zuig het op

"Het stadion betreden op de Zomerspelen is bijzonder. Het zijn wel dé Olympische Spelen. Het stadion zit nokvol, met 80.000 mensen. Erg vet! Ik zat in 2012 in Londen naast Dafne Schippers op de tribune te wachten vlak voor onze wedstrijden begonnen. Ik zei tegen haar: 'Ik wil dit nog één keer meemaken en voelen.' Het is zo speciaal voor Nederland op de atletiekbaan te mogen staan. Het is het aller-aller-allerhoogste. Tot nu toe heb ik zeven dagen op die olympische baan gelopen, verspreid over twaalf jaar op drie locaties, met dertien seconden per race. Vanaf het startschot tot aan de camera's van de media: dat duurt twee minuten. Op die drie Zomerspelen ben ik dus in totaal een kwartier in actie geweest. Een kwartier waarin al mijn zintuigen openstonden."

Les 5

Sport is ook show

"Sport is optreden en show is belangrijk. Je moet als atleet jouw sport promoten. Show is een mooie prestatie neerzetten en voor de camera iets te melden hebben. Niet gelijk de pers voorbijlopen na een slechte prestatie. Je moet beschikbaar zijn en fatsoenlijk praten. Ook als het slecht gaat. Zeg wat je vindt. Praat zonder belang. Durf. Sta voor de camera en laat de mensen weten wat je doet en hoe je je voelt. Ik denk dat een atleet zichzelf een plezier doet. Zeker sprinters, want hun optredens duren maar een paar seconden en door met de pers te praten verleng je de ervaring."

Les 6

Los problemen op door er geen probleem van te maken

"Alle atleten weten al jaren dat alle Russen doping gebruiken. Daarom ben ik blij dat eindelijk bewezen is dat de internationale atletiekbond IAAF een belachelijke corrupte boel is. Voor de atletiek is het wel een probleem, maar ik slaap er niet minder om. Omdat ik met atletiek mijn brood niet verdien. Het is anders als je medailles misloopt omdat jouw concurrenten aan de shit zitten. Voor mij geldt dat niet. Ik wil wel medailles halen, maar ik ben super-realistisch.

Ik weet dat ik geen goud zal winnen. De winnaar zal in Rio 12,9 seconden lopen en ik 13,4. Dus als er een Rus wint, vat ik dat niet persoonlijk op. Problemen los je dus op door er geen probleem van te maken."

Les 7

Rustig aan doen kan geen kwaad

"Na de Spelen van Londen werd ik ziek. Een burn-out en een depressie. Mijn contract was net daarvoor afgelopen bij defensie, dus ik moest op zoek naar een nieuwe baan. De dag nadat ik was teruggekomen, voelde ik me niet lekker. Moe. Lusteloos. Kon nog geen mailtje versturen. Helemaal kapot. Dagen achtereen hing ik op de bank. Vakantie loste niets op.

In januari 2013 ging ik aan de slag bij de politie. Ik stond stil op de gang bij de koffieautomaat en zei tegen mijn begeleider: 'Volgens mij ben ik depressief.' 'Meen je dat nou?' zei hij. Ik voelde het ineens als een golf over me heen komen. Nu gaat het goed. Maar soms ben ik bang dat die depressie terugkomt.

Mijn schorsing in 2011 vanwege drie gemiste dopingtesten hielp ook niet. Dat kostte veel energie. Ik had mijn sportersgegevens verkeerd in het computersysteem gezet. Ik heb het uitgelegd. Dat ik concentratieproblemen had en dat administratie mij niet interesseerde. Maar bij de arbitragecommissie hebben ze niet eens geluisterd. Eikels. Ze wilden even een punt maken. Kijk ons even stoer zijn. Gelukkig bleef iedereen achter mij staan: het ministerie van defensie, de sportkoepel NOC-NSF, de pers ook. Het heeft mij heel veel pijn gedaan en ik zal dit meedragen tot aan mijn dood.

Mijn valkuil is dat ik te veel mensen tevreden wil stellen. Ik kan moeilijk 'nee' zeggen. Mijn Amerikaanse coach Brooks Johnson zegt vaak tegen me: 'Greg, rustig aan doen heeft nog niemand kwaad gedaan'."

Gregory Sedoc

Gregory Sedoc (Amsterdam, 1981) is de zoon van Roy Sedoc, in zijn tijd een befaamd hink-stap-springer. Hij groeide met zijn drie broers op in Amsterdam, verhuisde naar Almere en woont nu in Zoetermeer.

Het filmpje waarin hij commentaar gaf bij de gouden 200 meter-race van Dafne Schippers op het WK 2015 in Peking werd op internet meer dan 10.000 keer bekeken.

De hordeloper deed drie keer mee aan de Olympische Spelen. In Athene (2004), Peking (2008) en Londen (2012). Telkens strandde hij in de halve finale. In augustus hoopt Sedoc erbij te zijn op de Spelen in Rio de Janeiro. Als hij op de 110 meter horden tijdig de olympische limiet van 13,42 seconden haalt, wordt hij de eerste Nederlandse baanatleet die aan vier opeenvolgende Spelen meedeed.

Sedoc is analist voor 'Studio Sport' en agent in opleiding in de regio Den Haag. In september trouwt hij met zijn vriendin Marcha, communicatie-adviseur. Samen hebben ze een zoon, Ruben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden