Ik houd intens van moeilijke kunst Ann Demeester, museumdirecteur

Hedendaagse kunst zal nooit zo vanzelfsprekend worden als een frietzakje of Ikea-kast, zegt Ann Demeester. Het is haar missie het publiek te interesseren voor kunst die niet meteen te snappen is.

Haar secretaresse had al verzucht: 'Ann heeft een dubbele agenda'. Dat bedoelde ze letterlijk: de dagen van Ann Demeester zitten propvol. Er was nog net één gaatje voor dit interview. Maar die middag blijkt ze ook in Maastricht te vergaderen. Uiteindelijk treffen we elkaar toch.

Energiek komt ze het café binnenlopen waar we hebben afgesproken. Iedereen zei dat ze het heel druk zou krijgen, vertelt ze, toen bekend werd dat ze directeur werd van twee musea: het Frans Hals Museum in Haarlem, waaronder ook De Hallen, een museum voor hedendaagse kunst, ressorteert. "Dit is inderdaad een 24-uurs job, maar ook in mijn vorige baan bij kunstencentrum De Appel zaten mijn dagen vol. In dit vak stopt het niet om vijf uur. 's Avonds zijn er vaak bijeenkomsten met kunstenaars of diners met kunstverzamelaars. Het is belangrijk om daar bij te zijn. Die ontmoetingen inspireren me ook."

Ooit volgde ze een cursus timemanagement. Want haar omgeving - en ook zijzelf - vond dat ze strikter met haar tijd en agenda moest omgaan en vaker nee moest zeggen. Zat ze daar met allemaal mannen uit de autobranche, vertelt ze schaterlachend. Haar conclusie na afloop van de cursus: een strikte scheiding tussen werk en privé kan niet. Punt uit. "Ik heb twee mini's van 4 en 2, een jongen en een meisje. In Nederland word je dan als moeder al gauw een schuldgevoel aangepraat, maar dat heb ik niet. In België waar ik vandaan kom, is dat nooit een discussiepunt. Daar is het normaal dat mannen én vrouwen fulltime werken."

Acht maanden geleden maakte de Vlaamse Ann Demeester (39) de opzienbarende overstap van een experimenteel kunstencentrum naar een klassiek museum. "Het Frans Hals had me gevraagd te solliciteren. Ik was verrast, maar ook meteen gefascineerd door de combinatie van oude en hedendaagse kunst."

Haar benoeming kwam ook als een verrassing, omdat ze in de pers veelvuldig werd genoemd als mogelijke opvolger van directeur Ann Goldstein van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Kwam u niet in de verleiding om toch een gooi te doen naar deze prestigieuze baan?

"Natuurlijk voelde ik me vereerd dat mijn naam werd genoemd. Maar ik wed niet op twee paarden. Mijn sollicitatie bij het Frans Hals liep al. Bovendien zie ik het Stedelijk als de overtreffende trap van De Appel, terwijl het Frans Hals en De Hallen een nieuwe stap zijn door de combinatie van oude en hedendaagse kunst. Het Stedelijk is een geweldig instituut, maar het heeft jaren van stilstand achter de rug. Het moet zwaar hervormd worden. Dat vergt specifieke managementvaardigheden."

Die hebt u toch ook?

"Ik loop er ook niet voor weg. Maar in een groot instituut als het Stedelijk betekent het wel dat de directeur niet meer zoals in de tijd van Rudi Fuchs, zelf regelmatig exposities kan maken. Dat is ook de valkuil voor Ann Goldstein geweest. Ik wil niet alleen manager zijn, maar me ook intensief bemoeien met kunst. Ik denk dat het Stedelijk met de benoeming van een positieve artistieke bulldozer als Beatrix Ruf de juiste directeur heeft aangesteld."

Ann Demeester praat met een sappige Vlaamse tongval. Ze werd geboren in Brugge en groeide op in De Haan aan Zee aan de Belgische kust. Sinds 2003 woont en werkt ze in Nederland. Zelf vindt ze dat haar accent is 'vernederlandst'. "Mijn woordkeuze is hetzelfde gebleven, al gebruik ik wel vaker een typisch Nederlands woord als 'leuk', wat ik vroeger vreselijk vond. De eerste jaren werd me voortdurend gevraagd of ik een Belgische was. Tegenwoordig denken ze dat ik uit Zeeuws-Vlaanderen kom."

Ook buiten de museumwereld is ze geen onbekende meer. Dat heeft ze vooral te danken aan haar optredens op tv in het kunstprogramma 'Opium'. Daarin vertelt ze vol bezieling op een toegankelijke manier over hedendaagse kunst. "Kunst is echt mijn passie en dat probeer ik over te dragen op het publiek."

Kreeg u de liefde voor kunst van huis uit mee?

"Mijn ouders zijn allebei belastingambtenaar. In ons gezin speelde kunst geen rol van betekenis. Er waren wel boeken uit de bibliotheek. Als kind las ik heel veel en er ligt altijd een roman naast mijn bed. Een curator van een museum in Chicago zei ooit: 'Ann, what a waste of time', toen ik vertelde dat ik vooral fictie las. Natuurlijk lees ik non-fictie, maar ik moet me ook voortdurend onderdompelen in een verbeeldingswereld. Literatuur levert me zoveel nieuwe ideeën op."

Toch moet de liefde voor kunst latent aanwezig zijn geweest. Er zijn drie momenten geweest die haar hebben 'getriggerd'. "Als tiener was ik lid van een amateurtoneelgezelschap. Van een collega van mijn moeder kreeg ik een abonnement cadeau op De Witte Raaf. Een heel theoretisch kunsttijdschrift en dat voor een 15-jarige. Ook een eyeopener was een tentoonstelling van Henri Matisse die ik tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk bezocht, terwijl de rest van het gezin op het strand lag."

Na haar studie Germaanse talen werkte ze enkele jaren als kunstredacteur voor De Morgen en De Tijd. Tot op een dag in 1999 kunstpaus Jan Hoet, destijds conservator van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent, haar opbelde en zei dat hij een assistent zocht. "Ik wilde hem doorverbinden met de advertentie-afdeling, maar hij bedoelde mij. Dat ik geen kunstgeschiedenis had gestudeerd, vond hij geen punt. Hij had al mijn artikelen gelezen en vond dat ik een andere, frisse blik op kunst had. Zo iemand zocht hij. Hij had al genoeg kunsthistorici om zich heen."

Demeester werd zijn assistent en ging later met hem mee naar Herford in Duitsland. Daar leerde ze van hem hoe je een museum (het MARTa) uit de grond stampt. "Van niemand heb ik zo ontzaglijk veel geleerd als van Jan. Maar bij niemand heb ik ook zoveel gehuild."

Gehuild?

"Jan was een heilige met duivelse trekjes. Hij was extreem hartelijk en tegelijkertijd onuitstaanbaar. Als je voor hem werkte, was je een onderdeel van zijn leven. Hij had overal een oordeel over, ook over mijn vriendjes. Hij gaf me een ongelooflijke vrijheid en verantwoordelijkheid, maar als ik de tentoonstelling klaar had deugde er niets van en ging hij tieren en alles omgooien. Ik had nooit geleerd om mijn ideeën te beargumenteren. Je verbaal ontwikkelen zit niet in het Belgische onderwijssysteem. Dat is sterk gericht op het verwerven van parate kennis. Maar ik ben wel koppig en bij Jan heb ik geleerd om voor mijn mening uit te komen en met argumenten te onderbouwen. Van hem leerde ik om als Mohammed Ali in een bokswedstrijd eerst mee te veren om er vervolgens op los te slaan. Bij Jan Hoet heb ik mijn artistieke coming-out beleefd."

Na zijn overlijden op 27 februari van dit jaar schreef ze in De Morgen een ontroerende brief aan haar mentor, die in haar gedachten 'nooit doodgaat'. 'Ik verwacht dat je komt spoken. Snel en vaak.'

Nu moet u het alleen rooien.

"Nu ben ik hem extra dankbaar voor zijn furie, zijn tieren en kwaadheid, omdat hij me daardoor heeft geleerd me te verzetten tegen die razernij met argumenten. Om helder en concreet uit te leggen waarop mijn meningen en voorkeuren voor bepaalde kunstwerken en kunstenaars zijn gebaseerd."

Wat ze aantrof bij het Frans Hals Museum en De Hallen heeft haar aangenaam verrast. "Veel mensen werken er al heel lang, maar ze hebben een jonge geest. Karel Schampers (haar voorganger, red.) is erin geslaagd ze fris te houden. Ze staan open voor de veranderingen die ik voorstel. Ik wil het Frans Hals en De Hallen, die nu twee gescheiden instituten zijn met elk een eigen identiteit, meer met elkaar verbinden. In de kunstwereld zijn oude en hedendaagse kunst gescheiden werelden."

Hebt u al concrete plannen?

"Volgende zomer brengen we gelijktijdig in beide musea een tentoonstelling en presentatie over de rol van de muze in de kunst; in het Frans Hals in de zeventiende eeuw en in De Hallen in de moderne kunst vanaf 1850. Er komt ook een solo van een Finse kunstenaar die moderne kunst van ons gaat vermengen met zijn werk. Daarnaast wil ik meer samenwerken met andere musea."

Samenwerken was jarenlang taboe in de kunstwereld, maar wordt nu door de overheid beloond uit oogpunt van kostenbesparing.

"Dat juich ik toe en er gebeurt al veel. Geld besparen doet het vaak niet, nieuwe ideeën gegenereren wel. Dat komt ook doordat een nieuwe generatie museumdirecteuren is aangetreden. Onze voorgangers waren veel meer elkaars concurrenten. Natuurlijk wil elk museum een duidelijk profiel, maar we helpen elkaar, leggen onze dilemma's aan elkaar voor. Er zijn geen bedrijfsgeheimen."

U bent zelf een hartstochtelijk liefhebber van hedendaagse kunst. Is het niet een nog grotere uitdaging om ook het grote publiek daar warm voor te krijgen?

"Ik houd intens van moeilijke en conceptuele kunst, waartegen vaak haast een soort aversie bestaat. Ook in de kunstwereld. Je kunt een voorliefde of specialisme hebben, maar je mag hedendaagse kunst niet afdoen als minderwaardig of oninteresssant. Het zal nooit zoiets vanzelfsprekends worden als een zakje friet of een Ikea-kast, maar ik zie het als mijn missie om mensen ervoor te interesseren. Ik zal nooit concessies doen aan de inhoud. Maar ik moet die kunst wel zo aantrekkelijk presenteren dat mensen verleid worden om te komen kijken."

U kiest niet voor de makkelijkste weg. "Ik ben er nog niet uit uit hoe we dat aanpakken. In elk geval wil ik meer humor en lichtvoetigheid in het museum. Je hoeft niet alles te versimpelen, maar het mag wel wat frivoler."

Leerlinge van Jan Hoet

Ann Demeester (Brugge, 1975) werkt na haar studie Germaanse talen als cultuurredacteur bij De Morgen en De Tijd. In 1999 wordt ze de assistent van kunstpaus Jan Hoet, eerst in België, later in Duitsland. In 2003 verhuist ze naar Amsterdam, waar ze het kunstcentrum W139 leidt en later directeur wordt van De Appel Arts Centre. Sinds begin dit jaar is ze directeur van het Frans Hals Museum en museum De Hallen in Haarlem.

Ann Demeester woont met man en twee kinderen van 4 en 2 in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden