'Ik hou een hand vast. Wat moet je?'

De Rotterdamse arts Dirk Jan Pot werkte afgelopen zomer een maand in Macedonië en Kosovo voor 'Dokters van de Wereld' (Médecins du Monde). Zijn dagboekaantekeningen bieden een fascinerende, soms hilarische en vaak schokkende terugblik op de belangrijkste humanitaire ramp die Europa dit jaar beleefde.

27/5

Gisteravond in Macedonië aangekomen. Een merkwaardige situatie: je denkt dat je van alles moet doen, maar het was avond en de grens was gesloten voor vluchtelingen, dus kónden we niets doen. Om 23.30 uur kwam er bericht dat er zestig vluchtelingen over de grens kwamen. Er ging een team heen. Ik kon niet mee, want ik had nog geen pasje. Alles is heel officieel; voor de identiteitskaart van Dokters van de Wereld heb ik vier pasfoto's nodig.

Vanmorgen zijn alle teams uitgegaan. Mijn pasje is bijna klaar, maar nu is de coördinator er niet die zijn handtekening moet zetten. Het frustreert een beetje: je bent gewend aan te pakken, de boel te overzien, te organiseren en te regelen. Nu zijn daar logistici voor en administrateurs. De was wordt gedaan, de afwas ook. Inkopen en eten koken eveneens. Het heeft iets van een kamp: de verantwoordelijkheden liggen elders, je volgt gewoon het programma.

Men zit hier pas twee dagen. Telefoon is er nog niet, wel radio's, pc's, kopieerapparaten, laptops, etcetera. Het woonhuis ligt op vijftig meter. Het is nieuw, bijna klaar. De badkamer heeft een douche (warm water!) en een toilet. Het team telt twaalf mensen. Vier artsen, twee verpleegkundigen, een paar logistici en een coördinator. Behalve een Belg, een Britse en ik, allemaal Fransozen. Verder veertig vrijwilligers (vertalers, chauffeurs). De meesten zijn Kosovaren die eerder zijn aangekomen en die nu helpen. Anila (17) is mijn tolk. Ik ben geloof ik de enige medewerker van Dokters van de Wereld met een gezin. Het zijn vriendelijke mensen, ervaren. En ze roken zonder uitzondering.

Het is 11.25 uur. Mijn pasje is klaar. Ik ga.

28/5

De eerste blik op een kamp. Brashda. Er zitten zo'n 30 000 mensen. Groot hek eromheen. Strenge bewaking. Schokkend om te zien dat men in de 'vrijheid' zo opgesloten zit. Grote groen-en-witte tenten. Het kampt oogt als M A S H: legertenten, toiletten van tentdoek, afvalbakken, ronddolende mensen, watertappunten, vuurtjes met blikken water erop, mensen die de was doen, kinderen die spelen. Ik werk zelf in Blace, een transitkamp, aan de grens iets verderop. De patiënten komen met verhalen. Emotionele momenten. Hou je je ogen droog als een oude baas in tranen uitbarst en vertelt dat voor zijn ogen tien van zijn familieleden zijn vermoord?

Er is een psychiatriepatiënte die in de tent door haar familie is vastgebonden. Ze moet op medicatie. Maar welke? En is die er ook? Het lijkt beter haar naar een ander kamp te brengen, naar een veldhospitaal, voor psychische zorg. Het Macedonische Rode Kruis moet toestemming geven, maar ze geloven me niet. Een jongen van drie heeft buikpijn. Hij werd twee maanden geleden in zijn buik geschoten en heeft een in- en uittredewond. Een groot litteken van een buikoperatie. Hij braakt niet, heeft normale ontlasting, geen koorts, een soepele buik. Kan ik dan zeggen dat er niets aan de hand is?

Een oude baas van 88 komt langs met buikpijn. Hij heeft als verrassing een catheter in met een plastic zak. 'Gift from the people of the USA', staat erop. Ik maak er een foto van. Een oude vrouw komt binnen, trillend. Ze heeft koorts en groene diarree. Gaat ze dood? Ze heeft een goede pols, maar ziet er beroerd uit. Naar het veldhospitaal. Toegang geweigerd! Later toch nog gelukt.

29/5

Af en toe maak ik een wandeling door het kamp. Op de tweede dag merk ik dat ik bekenden tegenkom. Ineens volleybal ik met een stel tieners. Eigenlijk is alles troosteloos: een groot tentenkamp op een kaal stuk grond, veel zand en stenen. Mijn bergschoenen komen goed van pas. Bij de tent van Unicef zingen kinderen een liedje. Het klinkt als Berend Botje. Ik vraag wat ze zingen. ,,...de Serviërs, die schieten we neer'', of woorden van gelijke strekking. Als we om 22.30 uur naar huis gaan, blijkt er een afscheidsdiner te zijn van een teamgenoot. Toch maar even naar toe. Gezellig in oud Skopje.

31/5

Lange dagen. Het is warm: 25 tot 30 graden. Het lijkt een enorm avontuur, maar de tragedie overheerst. Gisteren was er ineens een transport van mensen; vijfhonderd mensen werden overgeplaatst. Triest om te zien: iedereen pakt zijn spullen en wacht tot ze in bussen worden gestopt, begeleid door Macedonische politie-agenten, voor wie zij 'ongewenste buitenlanders' zijn. Er zaten patiënten van mij bij. Je zult ze nooit meer terugzien. Je kunt niets doen. Je kunt voor hen bidden. Dat doe ik dan ook. Er komt een moeder wier kind in Pristina is geboren. Twee uur na de bevalling werd ze haar huis uit gejaagd. Ze komt voor controle. De navelstreng valt net af.

1/6

Ik ontmoet Maria uit Spanje, die voor 'Action Against Hunger' (AAH) werkt. Ze vertelde me over de voedselvoorziening. Per dag wordt per persoon het volgende uitgedeeld: 1 brood, 1 liter sinaasappelsap, 1 sinaasappel of banaan, 1/2 liter melk, 1 blikje leverpastei, 3 partjes 'La vache qui rit' en soms iets extra's: yoghurt, koekjes of iets dergelijks.

In het kamp heeft elke organisatie zijn eigen verantwoordelijkheid. Wij hebben hier de medische zorg in handen. Zo zorgt Artsen zonder Grenzen in dit kamp voor de hygiëne rond de 'toiletten'. Voor het overige sanitair hoeft niet gezorgd te worden, want dat is er niet. 'Action Against Hunger' zorgt voor het eten. Het Macedonische Rode Kruis voor de contacten met de politie. Het 'International Medical Corps' voor de allocatie van mensen in de tenten. Je komt hier mensen tegen uit alle windstreken.

2/6

Er komt een vrouw binnen van zeventig jaar. Ze heeft een chronische longziekte en hartproblemen. Voor een transfer naar het hospitaal geven de officials geen toestemming. We leggen de vrouw in een tent. Ze moet plassen, maar kan niet op of neer. Een ondersteek is er niet. Wat nu? Een emmer gehaald. Daar moet ze dan maar op zitten.

Ik ga nog een paar keer kijken en raak met haar in gesprek. Ze heeft vijf dochters en een zoon. De zoon heeft zijn moeder dertien kilometer op de rug gedragen. De vrouw vertelt wat ze heeft meegemaakt: haar dokter vermoord met diens vier zonen, geld afgetroggeld (tot bedragen van 20 000 mark), mensen gechanteerd. Ze barst in tranen uit. De zoon ook. En dan de dochter. Een jongen van zeventien jaar en twee meter lang vraagt me te zorgen dat hij kan gaan basketballen in de VS.

3/6

Vandaag werden ineens duizend mensen overgeplaatst. Dat betekent veel stress en geregel; iedereen met tassen weer uren in de rij in de brandende zon. Af en toe vliegen Navo-vliegtuigen over die hier bij de grens keren. We hebben inmiddels Times op bezoek gehad, de Canadese televisie, en een Amerikaanse senator, die zichzelf nogal belangrijk vond, veel mensen om zich heen had, waaronder veel fotografen. Ook de Macedonische minister van gezondheidszorg is op bezoek geweest, met kauwgom.

Inmiddels is duidelijk dat er een vredesakkoord is ondertekend. Vandaag was er overleg met de Franse Navo-troepen. Dokters van de Wereld kan wellicht snel na de Navo Kosovo in. Niemand weet nog hoe het zal gaan.

Er is man in een astma-aanval. Hij krijgt allerlei medicijnen inclusief Lasix. Ineens wordt hij weggehaald; men wacht op hem in de bus. Ik wist niet dat hij op transport zou gaan. Dat redt hij nooit in de bus met die Lasix. En een urinaal is er niet. Dan maar een lege colafles mee.

Een andere man heeft zwemmerseczeem. Hij krijgt gentiaanviolet op zijn tenen. En moet in deze hitte sandalen dragen, maar die heeft hij niet. Hij vraagt of ik die voor hem wil kopen; hij heeft wel geld. Dus ik kom de volgende dag met een paar Adidasslippers van zeven gulden bij tent D35. Hij doet ze aan en loopt erop weg. Ik durf niet om het geld te vragen.

Er komt een oude baas binnen. Hij grijpt mijn arm en geeft me een stevige zoen met al zijn stoppels. Geweldig dat ik kom helpen, vindt hij. Hij doet zijn verhaal. Hij werd in zijn huis overvallen door de Servische politie. Ze wilden duizend mark hebben om zijn familie te sparen. Hij had maar achthonderd. ,,Neem hém niet, maar de rést, dan kan hij het zien'', zei een van de Serviërs. Voor zijn ogen werden zijn zoon, schoondochter, dochter en twee kleinkinderen door het hart geschoten.

6/6

Vandaag met Yves, de coördinator, gesproken over de mogelijk missie naar Kosovo. Hij heeft me uitgebreid alle veiligheidsnormen uit de doeken gedaan. De overwegingen: Wat kunnen we er doen? Wat is het risico? Is alles goed overdacht? Moet het nú? Komen de Serviërs de afspraken na? Hoe zit het met het opruimen van mijnen? Uiteindelijk besloten het te doen. Vervolgens mislukten de besprekingen.

10/6

Het lijkt erop dat ons team als eerste Kosovo in mag, twee dagen naar de Franse troepen. Vandaag zijn de plaatsen verdeeld. Intussen is een van mijn vriendjes naar Turkije vertrokken met zijn familie. Het was een heus afscheid; de vader at me ongeveer op. Voor vertrek een beschamende medische controle. Er waren Macedonische artsen en verpleegsters. Veel lippenstift en geblondeerd haar. Sommige vluchtelingen kregen een geel bordje om: 'Needs urgent medical attention on arrival' (heeft na aankomst dringend medische zorg nodig). Of een rood: 'Needs medical attention but not urgent' (medische zorg nodig, maar niet dringend). Een goedkope keuring, afschuwelijk om te zien.

14/6

Toch naar Kosovo. Via een Franse basis, waar we pas na drie uur wachten vertrokken. In konvooi de grens over. Een stoffig paadje met veel kuilen. De regels zijn strikt; ramen op een kier (voor het geval je op een mijn stuit), portieren op slot, lichten aan, niet claxonneren (alleen knipperen met de lichten), plassen midden op de weg (als het echt moet), braken doe je gewoon in je schoot.

Kosovo opent zich. Vredig. Alpenweiden. Vogels. Vlinders. Geen mens te bekennen. Verlaten dorpen. De was die her en der nog buiten hangt. Uitgebrande huizen. Het eerste teken van leven is een koe in een tuin. In de afgelopen 24 uur zijn op deze weg twintig mijnen onschadelijk gemaakt. Daarna werd de route als 'veilig' vrijgegeven.

We komen uiteindelijk aan in Gilani, waar de Franse Navo-troepen gelegerd zijn. Er staan juichende mensen langs de weg. Er worden rozen naar ons gegooid. Iedereen maakt het V-teken. Het doet me denken aan de Tweede Wereldoorlog. Veel applaus. Terwijl ik nog niks heb gedaan.

15/6

Onze auto moet naar Pristina. Een rustige rit. Weer uitgebrande huizen. We komen in Pristina aan bij het huis van Dokters van de Wereld, een groot chalet van vier verdiepingen dat zwaar is toegetakeld. Voor ik een kamer heb uitgezocht komt er een telefoontje; er is een aantal gewonden door een mijn. Meteen erheen. Kogelvrije vesten aan en een helm op. Onderweg veel geplunderde huizen en resultaten van Navo-bombardementen. Als een huis van onderen zwart is, is het aangestoken, zegt iemand. Als het van boven zwart is, was het een bom. Klinkt logisch.

We komen bij een woonhuis dat door een ander team als kliniekje is ingericht. Twee mijngewonden, echt heel erg. Een man die zijn voet kwijt is. En een jongen van tien jaar die op het gras heeft gespeeld. Zijn linkeronderbeen is verloren en hij heeft een lelijke wond in het andere been. Hij ligt op een deken in een kruiwagen. Hij wordt in de auto getild. Ik zorg dat ik erbij kom, leg een natte lap wc-papier op zijn voorhoofd, maak zijn gezicht en handen schoon. En houd consequent zijn hand vast. Wat moet je?

We gaan in konvooi naar het ziekenhuis van Pristina, dat nog lijkt te functioneren. Onderweg halen we een Servisch konvooi in. Honderden auto's en tanks. Vervelende gebaren. Pinups op de tanks en wellustige bikken naar de enige vrouw in ons gezelschap. Een soldaat maakt een schietgebaar. Een ander gooit een steen tegen onze auto.

18/6

Vandaag in Malecev geweest, in het centrum van Kosovo. Middenin het uitgestorven dorp is een polikliniek ingericht in een enorm huis dat nog in aanbouw was, een moderne ruïne nu. De woonkamer, waarin we met drie artsen werken, is deels afgeschermd met een lint van verbandgaas; in het deel achter het lint liggen wellicht mijnen.

Er komt een oude man binnen die in zijn tuin op een mijn is gelopen. In shock. Een amputatie is niet nodig, het is nog redelijk goed afgelopen. Ik bel per satelliettelefoon de basis en vraag om een auto. Intussen wordt een zwaar ondervoed kind binnengebracht met longontsteking en anemie. Het kind is er erg aan toe. Terwijl ik het onderzoek, hoor ik overal geklik om me heen; de persfotografen zijn gearriveerd. Van het kind worden zeker honderd foto's gemaakt.

19/6

Een rustig dagje. Ik ben door mijn onderbroeken heen en ben al vijf dagen niet onder de douche geweest. Mijn haar is een gesteven ragebol. Ik kam het ook niet meer, scheer me slecht en kijk niet in de spiegel. Vanavond hebben we lauwe bonenpap gegeten met wat sliertjes kool. Tussen de middag een homp brood met sardientjes en sinaasappeljam en een glas water.

20/6

Vandaag een patiënt naar het ziekenhuis van Pristina gebracht. Lastige kwestie; de Albanese dokters zijn gevlucht of ontslagen. Servische artsen moeten nu voor Albanese patiënten zorgen. Mijn patiënt had alleen een röntgenfoto nodig. Maar de behandeling was ronduit slecht; geen zorg, geen aandacht, geen betrokkenheid. Vreselijk. Kon vandaag een douche nemen. En iemand heeft een wasje voor me gedaan.

24/6

Terug in Nederland, op het kantoor van Dokters van de Wereld voor een soort debriefing. Op mijn laatste avond hebben de dames een leuk diner bereid. En ze brachten me de volgende morgen naar het vliegveld. Door een medewerker van Dokters van de Wereld naar huis gebracht. Toen hij me onderweg vroeg wat me het meest is bijgebleven, kon ik geen antwoord uitbrengen. Een feest om weer thuis te zijn.

28/6

In de dienst vandaag kon ik muziek niet goed aan: te mooi, te goed. 'Daar bij de rivier gaan je voeten dansen', werd er gezongen. Ik dacht aan de rivier bij het kamp, waar niemand bij kon omdat aan de overkant de Serviërs lagen. Ik ben naar buiten gerend en heb gehuild. Er is iets met me gebeurd. Ik realiseer me opeens dat het voorbij is. En ik wil eigenlijk terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden