'Ik hoor bij meerdere geliefden'

Een mens verhoudt zich een leven lang tot veel of weinig anderen: tot familie, collega's, geestverwanten, vrienden, geliefden, en soms tot God. Maar ook tot plaatsen, muziek, een landschap, een ideologie. 'Waar hoor ik bij' is de vraag waarop het levensverhaal een antwoord geeft. Deel 5

Gerti Bierenbroodspot (1940). Kunstenaar. Schildert op mythologie en archeologie gebaseerde voorstellingen. Woont en werkt afwisselend tussen de ruïnes in de woestijn van Jordanië en in haar atelier/huis/fabriek in Amsterdam.

,,Het was begin jaren zeventig. Ik woonde in Frankrijk, in een middeleeuws bergdorpje, bevolkt door een handjevol ouderen. In het centrum van het dorp stond een onbemande Romaanse kerk annex klooster. Ik probeerde het laatste avondmaal te schilderen. Had daarvoor in Amsterdam in mijn atelier jongens met een klein wit koorhempje aan laten poseren, met Jezus - nu aanhanger van Bhagwan - in het midden. Ik wilde het tafereel schilderen maar het lukte niet. Op een dag werd er op mijn deur geklopt. Ik deed open en er stond een man op de drempel die om water vroeg. Ik zorgde altijd dat er iets op het vuur stond, en nodigde hem uit om binnen te komen. Hij bleek de nieuwe dorpspastoor, verbannen door de bisschop van Montpellier omdat hij iets met studenten had uitgehaald. Homoseksueel, een prachtexemplaar. We werden vrienden. Na een tijd zei hij: 'Weet je wat jouw probleem is met het laatste avondmaal? Jij kunt dat niet schilderen omdat je niet gelooft. Laat mij je dopen. Daarna zul jij kunnen schilderen en dit dorp zal gaan leven en het klooster zal bevolkt worden door nonnen of monniken die er met ezeltjes op uit trekken om het land te bewerken'."

"Ik stemde in met zijn voorstel, zou me laten dopen. Voorafgaand aan de doop moest ik acht uur bidden en mediteren. Dat was voor mij een eitje want van mijn vader had ik al op jonge leeftijd yoga geleerd. Op de zaterdag voor de doop stond ik samen met de priester in het voorportaal van de kerk. Hij blies in mijn oren, strooide zout op mijn hoofd en zei: 'Duivel, ik gebied je van deze mens weg te gaan'. Vervolgens drukte hij op mijn fontanel. Ik werd gespannen, voelde agressie opkomen, kreeg een dikke keel. Ik kan slecht tegen dwang, vond dat geduw op mijn hoofd en geblaas in mijn oor behoorlijk dwingend maar ik begreep dat het bij het ritueel hoorde. Daarna ben ik naar huis gegaan en heb gevast. De volgende dag was het zover. Ik had niets passends om aan te trekken en leende een koorhemd van de priester. Hij gaf me een doopkaars en besprenkelde me met water uit het doopvont. Daarna moest ik iedereen een vredeskus geven. Ik langs al die ruikende oude vrouwtjes en tandeloze mannentjes. Vanaf dat moment kon ik voor het dorp niet meer stuk. Ik was la petite ange blonde de notre bonheur, tombée du ciel. Vervolgens gebeurde er niks. Ik had me ergens in gemanoeuvreerd om me er met grote snelheid weer uit te manoeuvreren. Ik realiseerde me dat het niets met geloof te maken had, dat ik het laatste avondmaal niet kon schilderen. Ik was er gewoon niet klaar voor.''

,,Niet lang na die doopplechtigheid liepen er drie dames van behoorlijk formaat met kortgeknipt haar in witte pijen met ezels het dorp in. Ik geloofde mijn ogen niet, rende naar de kerk. De nonnen van de heilige Teresa van Avila, zieneres en mystica van grote klasse, hadden besloten zich in het dorp te vestigen. En trokken niet veel later op die ezeltjes eropuit om het land te bewerken. De pastoor had liever monniken gehad, wat ik wel begrijp, maar zijn voorspelling was uitgekomen. Met het katholieke geloof is het nooit meer echt wat geworden. Ik heb geen god, wel een magiër. Een wezen dat er bijna twee jaar over gedaan heeft om me te benaderen. Het had een interview met me gelezen dat haar trof. Het voelt mijn energie. Ziet meer dan ik zelf zie. Waarschuwt me ook. Een paar weken geleden moest ik naar Libanon. Het gooit dan de I Tsjing, kijkt naar de stand van de planeten, ziet dat Uranus tegenover Neptunus staat en en zegt: Ga niet. Dan ga ik ook niet.''

,,Ik hoor bij meerdere liefdes. Bij een iemand horen klinkt mij altijd een beetje bespottelijk in de oren. Ik kan geen huisje-boompje-beestjebestaan leiden. Vind het te ingewikkeld om met een ander te leven. Ben al blij dat ik geleerd heb om met mezelf te leven. Nadat eind jaren zestig mijn atelier was afgebrand en een groot deel van mijn werk verloren was gegaan, ben ik naar Frankrijk vertrokken. Daar heb ik tien jaar gewoond. Eenzame jaren. Dagenlang zwierf ik in mijn eentje rond in de bergen. Ik ontdekte daar dat ik mezelf niet aardig vond. Niet leuk. Dat ik bang was. Stap voor stap heb ik geleerd met mezelf te leven. En me gerealiseerd dat ik te complex ben om met een ander te leven. Iemand die verdrietig over me was vergeleek mijn omgang met geliefden met de wat sadistische houding van Picasso ten opzichte van zijn vrouwen. Ik denk niet dat het een goede vergelijking is. Ik kan gewoon niet leven met een ander. Zijn, haar ritme stoort me. Alleen in totale vrijheid kan ik bij iemand horen en dus hoor ik bij meerdere geliefden. Om een scala van redenen. Ik hoor bij degene met wie ik vrij. Maar ook bij degene met wie ik een spiritueel contact heb, of bij degene met wie ik werk. Ik bied de meeste mensen die ik tegenkom van alles aan. Onderdak, een introductie in de woestijn, een spannend avontuur, maar er komt altijd een moment waarop ik terug moet naar mijn atelier. En in het atelier tref ik de grootste minnaar die ik heb: de muze. Die is onverbiddelijk, laat zich niet afschepen. Schrijvers in de oudheid benoemden een writersblock als de wraak van een beledigde muze. Dat herken ik. Je mag je muze niet verwaarlozen. De verbinding met mijn atelier is nooit weg. Altijd ben ik aan het luisteren naar een schilderij dat op stapel staat. Dat gevoel verdwijnt niet achter een geliefde, al is de geliefde wel degene waar ik op dat moment voor schilder. Maar de muze is wezenlijk voor het werk, de geliefde niet.''

,,Ik vind mannen het leukste soort mensen. Ik heb heel vreemde types aan deze tafel gehad. Van ambassadeurs tot prinsen, van bankdirecteuren tot schooiers, van ballen tot gekken, alles eet en drinkt hier. Ik kook couscous voor ze, ze vreten hun vingers op, raken niet uitgepraat en op een bepaald moment zeg ik: 'Nu heb ik genoeg van jullie genieëngedrag, nu wil ik het woord'. En dat pikken ze probleemloos. Ze zijn niet zo gauw op hun teentjes getrapt als vrouwen. Ze laten hier ook allemaal achteloos hun sigaren achter, van die grote Davidoffs. Ik sta het toe, zij het oogluikend. Het is toch alsof ze hun pantoffels en krant en pijp achterlaten. Een geurspoor. En het werkt. Ik mis ze als ze er niet zijn. Een van mijn beste vrienden is een male chauvinist pig van de hoogste orde maar wanneer we samen door de stad struinen en ik aan de bar een vrouw versier, vraagt hij me hoe ik dat doe. En dan bestellen we een fles wijn en bespreken onze tactieken. Of een andere vriend: groot dirigent, enfant terrible, monstre sacre. Maar hij neemt me wel volkomen serieus wanneer ik mijn opera in wording met hem aankaart. Het gezeur van vrouwen zit me soms zo hoog. Ik wil ook nooit bij een vrouwelijke galeriehoudster exposeren. Tentoonstellingen van louter vrouwelijke kunstenaars? Ik haat het. Vermijd het. Mijn vader voedde me op als een jongen omdat hij graag een zoon had gehad. Ik houd ervan om als een kerel benaderd te worden. Speel met mijn Friese jongensnaam. Wil ook absoluut niet dat aan mijn werk te zien is dat ik een vrouw ben.''

,,Op mijn negentiende trouwde ik met een schrijver. Onze ouders zeiden ouderwets, als jullie samen verder willen moeten jullie ook trouwen. Omdat we allebei graag het huis uit wilden hebben we dat gedaan. Dat huwelijk was maar een kort leven beschoren. Al snel voelde ik me beklemd. We pasten niet bij elkaar. Ik ben weggegaan. Met mijn tweede echtgenoot trouwde ik toen ik twintig was. Hij was bijna vijfendertig jaar ouder dan ik, letterontwerper en gek op moderne klassieke muziek. We hadden een Lolita-achtige verhouding, werden op straat nageroepen. Hij was eerder getrouwd geweest. Had kinderen van dezelfde leeftijd als ik. Ik wilde iemand met hersenen en die had hij, maar het was voor een belangrijk deel een verstandshuwelijk.

Tijdens de eerste jaren van dat tweede huwelijk ontdekte ik dat ik me seksueel sterker aangetrokken voelde tot vrouwen. Ik heb hem toen verlaten voor een prachtige vrouw met wie ik zeven jaar samen ben geweest. En met wie ik op een bepaalde manier nog steeds samen ben, zij het dat we geen seksuele relatie meer hebben. Grote liefdes gaan nu eenmaal nooit over. Mijn beide ex-mannen zijn inmiddels dood. De eerste is in Ierland gestorven aan een overdosis alcohol, de tweede van ouderdom. Maar ik blijf ze dankbaar voor hun kameraadschap.''

,,Je moet over de aarde lopen om haar te begrijpen, om het landschap te vinden dat bij je past. Ik ben geboren in Amsterdam. Daar waren alleen maar volkstuinen en dakterrassen. Maar in het familiehuis van de Bierenbroods potten in het Gooi, waar mijn zomers zich afspeelden maakte ik kennis met een echte tuin. Geheimzinnig als een labyrint. Tussen de rododendrons voerden we schijngevechten, vielen onze knieën kapot en aten bramen. Het was mijn eerste landschap. Langzaam heb ik ontdekt wat bij me past. De woestijn heb ik pas vrij laat gevonden. Begin jaren tachtig. In Egypte, Thebe, achter de Valleien van de Koningen en van de Koninginnen met zijn achterwand van roze en violette bergen. Ik ging erin en zag hoe overweldigend prachtig rood de woestijn was. Djezr, 'rood', is ook de oude Arabische naam voor woestijn. Het is het rijkste landschap dat er is. Heeft die mysterieuze mengeling van leven en dood. Vanaf het eerste moment dat ik er was, wist ik dat ik in dat landschap wilde wonen en werken. En dood wilde gaan. Wanneer ik op zeker ogenblik besluit dat het genoeg is geweest, hoop ik de woestijn in te lopen en niet meer terug te komen.''

,,Omdat het niet mogelijk was om me in Egypte in de woestijn te vestigen ben ik naar Jordanië getrokken. Naar de roze, in zandsteen uitgehakte stad Petra. Die stad was tweeduizend jaar geleden een levendige handelsstad, maar werd verwoest door een reeks aardbevingen. Pas begin jaren vijftig werden ruïnes van tempels, graftombes en een theater onder het woestijnzand ontdekt. Ik ben mijn verblijf in Petra begonnen in een tent tussen de bedoeïenen. In de loop van de tijd hebben ze me geaccepteerd in onze gemeenschappelijke strijd om het bestaan. Ik help de stam en de stam helpt mij. Zij en ik: we lijken op elkaar. Ze noemen me een kind. Hebben geen idee hoe oud ik ben. Met mijn bedoeïenenvrienden - jongens van rond de twintig - trek ik de woestijn in. Ik voel me verwant met hun ongebreidelde waanzin, hun wilde vrijheid, hun hang naar anarchie, hun liefde voor het landschap. De oude bedoeïenenvrouwen zijn net Indianensquaws, met om hun hoofd van die antieke kinmutsjes waaruit een hennakleurige lok hangt. Stoere, imponerende vrouwen. Ik hoor meer bij hen dan bij de mensen hier. Het is alsof ik daar mijn voeten beter neerzet. Ik woon er in de wintermaanden. Heb op een moeilijk begaanbaar stuk berg, hoog boven Petra, een huis gehuurd op wat ooit een pleisterplaats voor kamelen was. Overdag ga ik de woestijn in, naar de tempels of naar de graftombes. Ik neem papier, een schilderplank, verf, sigaren en water mee, zoek een plaats en begin te werken. Als ik eenmaal iets op de korrel heb ga ik iedere dag terug naar dezelfde plek. Nog een keer kijken, nog een keer zien. Tegen zo'n uur of vijf moet ik maken dat ik wegkom. Dan valt de nacht, wordt het koud. In het begin raakte ik nog wel eens in paniek. Zou ik wel terugkomen? Inmiddels weet ik dat ik terugkom, ook als de nacht me te snel af is. Ik heb meer dan eens op het zand geslapen. Mijn pi stool is mijn bescherming tegen hyena's. En ik heb een afspraak met de bedoeïenen dat ze me gaan zoeken wanneer ik te lang wegblijf. Maar meestal ben ik voor de avond terug en is er tijd om eindeloos met hen thee te drinken. Wanneer ik na een paar maanden terug ben in Amsterdam is het spannend om de schilderijen die ik in Petra gemaakt heb bloot te stellen aan het Nederlandse noorderlicht. Pas dan zie ik of het klopt.''

,,Ik heb het reizigersbloed van mijn vader. Hij stamt uit een familie van walvisvaarders. Voer op de grote vaart en was de grote zeeman die thuiskwam met avontuurlijke verhalen en haaietanden en koralen gemonteerd op een stukje ebbenhout. Hij was dapper, koppig, ijdel en meditatief. Een aanhanger van Krishnamurti. Hij is iedere dag in me en om me heen. Mijn moeder was een intellectuele, belezen maar ook dwingende vrouw die niks van het huishouden wilde weten. Ze voerde een streng regime. Ik had niet zo'n sterke band met haar maar ze heeft me wel discipline en eenvoud geleerd. Na haar overlijden op haar negentigste heb ik op een dag haar urn opgehaald in het crematorium. Ik ben ermee door onze oude buurt gereden, even gestopt voor ons huis en toen hebben we samen nog eens even goed nagedacht. Over hoe het allemaal was. Nu staat haar urn boven, tussen de antieke potten.''

,,Ik had thuis nooit zo'n gevoel van saamhorigheid. Mijn vader, mijn moeder, mijn zusje en ik: we vormden een gezin van vier eenlingen. Misschien speelde het een rol dat ik mijn zusje pas na de oorlog heb leren kennen. Ze was in de oorlogsjaren met zovele andere Amsterdamse bleekneusjes naar het platteland gestuurd. Toen ze terug kwam was zij elf en ik vijf.''

,,Mijn associatie met oorlog is er een van vrijheid en creativiteit. Ik heb die jaren beleefd als een groot avontuur. Toen ik dat voor de radio vertelde wilden mensen met mij op de vuist. Een mevrouw die in 'n kamp had gezeten was razend. Ik snap dat het moeilijk ligt maar ik kan mijn herinnering er niet om verloochenen. Wij hadden vier onderduikers, mijn 'ooms'. Als er onraad was kropen ze met hun roodgeverfde haren in hun gestreepte pyjama's in de kast. Op rustiger momenten namen ze me op schoot en vertelden ze me verhalen over het jodendom. Mijn vader maakte deel uit van het verzet, 'zat onder de grond', zoals wij zeiden. De jarenlange spanning heeft mijn moeder uiteindelijk gesloopt. Van haar maakte de oorlog een wrak, van mij een straatvechter. Ik was voor niemand bang, zo klein als ik was.''

,,Een paar jaar geleden filmde een Engelse BBC-ploeg heimelijk de erbarmelijke toestanden in Chinese weeshuizen. Ik was op dat moment bij mijn vrien din, Lys, in Amerika. De beelden waren zo choquerend dat ze leidden tot een eenmalige, tijdelijke verruiming van de adoptiewet. Even mocht iedereen adopteren: alleenstaanden, homoseksuelen, vijftigplussers, het maakte niet uit als die meisjes maar gered werden. Zo hebben Lys en ik Skye-Qi gekregen. Ze is gevonden aan de voet van een boom in een stadspark in Shanghai, gewikkeld in een krant. Dat kind had een blik, ongelooflijk. Een brutale bedoeïenenblik. Het eerste halfjaar heb ik samen met Lys voor haar gezorgd. Luiers verwisseld, haar in bad gedaan. Nu zorgt Lys er alleen voor. Uiteindelijk ligt het mij niet, kan ik niet leven met een kind. Ik moet schilderen. Daar ligt mijn kracht. Als ik niet schilder word ik gek. Wel komt Skye-Qi nu een keer per jaar bij mij in de woestijn. Zo'n andere leefomgeving leek me goed voor een kind dat opgroeit in een van de rijkste delen van Amerika. Ze is nu vijf en heeft haar eigen plaats gevonden tussen de bedoeïenenkinderen. Bedelt met de vrouwen van de clan bij de toeristen of slijt kettingen aan hen. Is niet te onderscheiden van haar Arabische vriendinnetjes.''

,,In de Arabische wereld is één woord het allerbelangrijkste: wasta. Dat betekent vriend, helper, aandrager. Je kunt in je leven niet zonder een helper, zeggen de bedoeïenen. Een helper is iemand die heeft wat jij nodig hebt. Zonder wasta's is niets mogelijk. Ik heb er een heleboel. Ben het ook voor velen. Wasta zijn houdt nooit op. De wet van de woestijn vereist wasta's om te overleven. Ik heb moeten leren geven maar toen ik dat geleerd had kreeg ik ook zoveel terug. Aan gevoel, aan liefde, aan kennis. Wasta's vormen het hart van mijn bestaan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden