'Ik hoop maar dat het kwajongenswerk is'

ALMELO - Nu de technische recherche zijn werk heeft gedaan, is het in het bedrijvenverzamelgebouw aan de Aalderinksingel in Almelo een komen en gaan van schoonmaakploegen en schade-experts.

De deskundigen van de verzekeringsmaatschappijen weten de weg naar Almelo inmiddels te vinden. Sinds begin november werden er tien branden gesticht, waarvan acht in woningen en confectie-ateliers van inwoners van Turkse en Armeense oorsprong.

Het confectie-atelier Tetex International was begin deze week het vierde bedrijf dat in vlammen opging. Opnieuw door brandstichting, net als bij de andere confectie-ateliers van Armeense eigenaren het geval was. Een vijfde confectiebedrijf van een Armeense ondernemer ontkwam vorige maand aan afbranden, doordat de naar binnen geworpen molotov-cocktail niet ontplofte. Ook bij vier van de vijf branden die sinds begin vorige maand woedden in woningen van Turkse inwoners van de wijk Kerkelanden, kwam de politie tot de conclusie dat het vuur was aangestoken.

“We hebben wel vermoedens over de mogelijke motieven van de daders, maar hebben daar nog geen harde bewijzen bij”, zegt voorlichter Wim Dierkx van de politie Noord-Twente. Over het waarom wordt niet alleen door de politie maar ook in Almelose cafes, koffiehuizen, kerkgebouwen, moskeeen en andere locaties waar de 5 000 Almelose inwoners van Turkse, Marokaanse en Armeense komaf elkaar treffen, druk gespeculeerd. Gaat het om racistische acties, om een strijd tussen Turken en Armeniers, om familievetes, of ordinaire pogingen om de verzekering op te lichten? Alleen de daders weten het antwoord.

Dierkx wenst er niet diep op in te gaan. Al wordt uit zijn woorden wel duidelijk dat de gedachten van het deze week van acht tot elf mensen uitgebreide recercheteam niet in de eerste plaats uitgaan naar rassenhaat. Dierkx: “Geen enkele racistische groepering heeft de verantwoordelijkheid voor een van de branden opgeeist. Wel heeft 'Twents Nazi Front' brieven met racistische teksten verspreid onder Turkse inwoners van Almelo, maar brieven met dezelfde tekst zijn ook bij buitenlanders in andere Twentse gemeenten bezorgd.”

“Ik hoop dat het kwajongenswerk is. Dan hoeven we nog de minste angst te hebben”, zegt directeur Y. Surup (30) van de Confectie Industrie Almelo. Surup, een Armenier die in 1976 met zijn familie uit Turkije naar ons land vluchtte en inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft, zit met zijn confectie-atelier pal naast het uitgebrande Tetex International. Surups bedrijfje liep door de brand zodanige roetschade op dat verder werken voorlopig onmogelijk is.

Mismoedig kijkt hij toe hoe de door de verzekeraar gehuurde schoonmakers hun werk doen. “Ik ben wel tegen brand verzekerd, maar mijn bedrijfsschadeverzekering was aan de lage kant. Dus dit is ook voor mij een hele klap. De monstercollectie ben ik kwijt en het werk waar we in opdracht mee bezig waren, is waardeloos geworden. Bovendien heeft die meneer van de verzekering me net vertel, dat ik alleen verzekerd kan blijven als ik een alarminstallatie en rookdetectoren laat plaatsen. Dat gaat me ook nog eens 10 000 gulden kosten.”

Over de mogelijke motieven van de brandstichters bij confectie-ateliers van ondernemers van Armeense afkomst, praat Surup met tegenzin. “Ik heb er wel mijn gedachten over, maar die spreek ik niet uit. Als ik dat zou doen, wordt het risico dat mijn bedrijf ook in de brand gaat, alleen maar groter.” Wel wenst Surup een mogelijkheid uit te sluiten. De Almelose burgemeester, Van Roekel, suggereerde onlangs in het programma 'Tumult' op de lokale radio, dat het mogelijk om familievetes of afrekeningen tussen concurrenten zou gaan. Almelo telt ruim 30, merendeels kleine, confectie-ateliers, waarvan er 22 in het bezit zijn van al dan niet genaturaliseerde Armeniers. “Dat Armeniers elkaars ateliers in brand zouden steken, is een belachelijke gedachte”, vindt Surup. Wij vormen onderling een hechte gemeenschap. Als er brand is geweest bij een van ons, komt de rest helpen.”

Van openlijke wrijvingen tussen Turkse en Armeense inwoners is evenmin sprake, zegt Surup. In de ateliers van Armeniers werken veel Turkse Almeloers. “Natuurlijk zijn er onderhuidse spanningen”, bekent Surup, die zelf acht mensen in dienst heeft. “Maar ik praat nooit met Turkse personeelsleden over politieke zaken. Dat vermijd ik bewust. Ik ben niet naar Almelo gevlucht om hier nogmaals de strijd met de Turken aan te gaan.” Surup hoopt dat zijn atelier over twee weken weer kan draaien. “De plafondbeplating moet er uit, omdat de brandlucht anders blijft hangen”, wijst hij naar boven. Aan het extra beveiligen van zijn bedrijf denkt hij niet.

“Mijn buurman had voor hij op vakantie ging, een particuliere bewakingsdienst ingehuurd. Die mensen hebben de brand ook ontdekt. Maar voor kleine bedrijven als het mijne is dat niet op te brengen. We moeten het beste er maar van hopen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden