'Ik hoop dat iemand Kazan neerschiet'

De uitreiking van de Oscars die zondagnacht voor de 71ste keer zal plaatsvinden, belooft voor de verandering een enerverende editie te worden. Diende in de jaren zeventig het wereldwijd bekeken evenement diverse malen als platform voor politieke controverse, tegenwoordig is 'Oscar Night' doorgaans een strak georganiseerde, deftige aangelegenheid waarbij verrassingen ver te zoeken zijn. Maar de aankondiging van de Academy om de Honorary Award (Oscar voor het gehele oeuvre) dit jaar te zullen toekennen aan regisseur Elia Kazan, zit niet iedereen lekker.

Kazan mag dan verantwoordelijk zijn voor 'A streetcar named desire' (1951), 'On the waterfront' (1954) en 'East of Eden' (1955), films die tot de top van de Amerikaanse filmhistorie worden gerekend, volgens velen heeft de regisseur een schaduwzijde. Zijn naam is synoniem komen te staan voor verrader nadat hij in 1952 tegenover de House Committee on Un-American Activities (HUAC) namen had genoemd van bevriende collega's die werden verdacht van lidmaatschap van, of sympathie met de communistische partij. Sommigen werd vervolgens het uitoefenen van hun vak jarenlang onmogelijk gemaakt. Hoe diep de wonden die McCarthy's heksenjacht destijds veroorzaakte, nog zijn, blijkt uit de hevige reacties die naar aanleiding van de aankondiging zijn losgebarsten. Scenarioschrijver Abraham Polonsky, die zijn medewerking aan de HUAC weigerde en als gevolg daarvan tussen 1951 en 1968 op de zwarte lijst stond, liet zich kort geleden uitspraken ontvallen als 'Ik hoop dat iemand Kazan neerschiet, dat zal voor wat sensatie zorgen tijdens een overigens saaie avond' en 'De Academy is nu de organisatie geworden die overlopers legitimeert.' En de 88-jarige Polonsky en collega-scenarist Bernard Gordon hebben Oscar-genodigden opgeroepen hun handen in de zakken te houden wanneer de prijs door Martin Scorsese en Robert De Niro aan de bejaarde regisseur zal worden overhandigd.

In andere kringen is het voornemen van de Academy daarentegen met groot enthousiasme ontvangen. In reactie op Polonsky's uitlatingen is onlangs de Ad Hoc Committee for Naming Facts opgericht. Deze organisatie, die Kazan beschouwt als nationale held die de Amerikaanse democratie heeft beschermd tegen het marxistisch kwaad, dringt er bij de aanwezigen in het Dorothy Chandler Pavilion op aan uit solidariteit met de 89-jarige eregast een Amerikaanse vlag bij zich te dragen.

Ook in de media wordt Kazans verleden druk becommentarieerd, maar de meest gehoorde stelling is toch wel dat de regisseur de onderscheiding verdient. Zo niet omdat men begrip heeft voor Kazans keuze zich van de communistische beweging te distantiëren, dan wel omdat men meent dat de prijs zijn artistíeke verdiensten zal onderstrepen, niet zijn politieke denkbeelden.

Overigens betwist vriend noch vijand Kazans talent. Kazan, als Elia Kazanjoglou in Istanbul geboren en op vierjarige leeftijd naar de Verenigde Staten geëmigreerd, verwierf vlak na de Tweede Wereldoorlog met zijn eerste films faam als opmerkelijke acteursregisseur. Nog steeds wordt hij gezien als degene die het beste uit acteurs haalde (zie het artikel van Hans Kroon hieronder). Het alom heersende respect voor Kazan als auteur weerhoudt veel mensen in de filmindustrie ervan zich openlijk in het debat te mengen. Warren Beatty bijvoorbeeld, die nota bene met 'Reds' (1981) een sympathiek portret afleverde van de bij de Russische revolutie betrokken journalist John Reed, kan Kazan zijn onderscheiding niet misgunnen. De acteur-regisseur, wiens carrière pas goed van de grond kwam na zijn rol in Kazans 'Splendor in the grass' (1961), hield zich afgelopen week tegenover The New York Times strategisch op de vlakte: ,,Ik kan alleen maar zeggen dat ik enorm respect en affectie voor hem voel. (...) Hij was mijn eerste docent. Ik heb meer van Kazan geleerd dan van wie ook. Ik hou van die man.''

Het feit dat de filmmaker al tweemaal werd onderscheiden met een Oscar, voor 'Gentleman's agreement' (1947) en 'On the waterfront' (1954), is voor tegenstanders van de aanstaande huldiging een extra bron van ergernis. Niet zelden wordt de oeuvreprijs immers toegekend aan mensen die tijdens de beste jaren van hun carrière pijnlijk over het hoofd zijn gezien. Zo werden Charles Chaplin, Greta Garbo en Fred Astaire nooit voor een specifieke film gehonoreerd, maar pas later onderscheiden. Misschien was de twee weken geleden overleden Stanley Kubrick, die tijdens zijn leven consequent werd gepasseerd, een betere kandidaat geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden