Column

Ik hoop dat de 'schaatsboksformule' zo snel mogelijk wordt ingevoerd

Marijn de VriesBeeld Maartje Geels

Schaakboksen, dat kende ik wel. Schaatsboksen niet. Maar dat bestaat ook, bleek afgelopen weekeinde op de Weissensee, tijdens het Open Nederlands kampioenschap op natuurijs. 

In de laatste meters van de wedstrijd begonnen Gary Hekman en Arjan Stroetinga aan elkaar te trekken. Hekman bleef overeind, Stroetinga ging onderuit en maaide Hekmans ploeggenoot Rick Smit mee tegen het ijs. Na de finish gingen de vechtjassen vrolijk verder met het handgemeen.

Schaatsers die met tweehonderd kilometer in de benen nog even met elkaar op de vuist gaan: jammer dat ze er rode kaarten voor kregen. Ik vind het namelijk wel een extra dimensie aan de wedstrijd toevoegen. Helemaal als de spreekwoordelijke derde er vervolgens met de overwinning vandoor gaat. De perplexe blik van de jonge Bart Hoolwerf over zijn schouder bij het passeren van de meet: onbetaalbaar.

Meer hiervan, wat mij betreft, en wie weet kan het schaakboksen wel als voorbeeld dienen. Bij die sport werkt het als volgt: er wordt afwisselend geschaakt en gebokst. De wedstrijd begint met een ronde van drie minuten boksen. Dan trekken de rivalen razendsnel hun bokshandschoenen uit (het schaakt immers wat rottig met die dingen aan) en gaan ze achter het schaakbord zitten, om een partij snelschaak te spelen. Ook die ronde duurt drie minuten. Voor een zet heeft de schaakbokser twaalf seconden bedenktijd.

Schaakmat of knock-out

Dan is er weer een minuut pauze om de handschoenen aan te trekken, en volgen er nog maximaal vier rondes boksen en vijf rondes schaak. De wedstrijd wordt gewonnen met een schaakmat, een knock-out, of - en daar is niks aan natuurlijk - een jurybeslissing of als de tegenstander de denktijd overschrijdt.

Nu denkt u wellicht: schaakboksen? Neem je grootmoeder in de maling, De Vries. Dat doe ik zeker niet, want de eerste schaakbokswedstrijd kunt u zelf opzoeken op bijvoorbeeld het internet. Die werd in 2003 gehouden in Berlijn, tussen twee Nederlandse kunstenaars. De ene werd zelfs getraind door Arnold Vanderlyde - in boksen, althans. Inmiddels is er zelfs een internationale schaakboksbond, en wilt u naar de eerstvolgende wedstrijd, dan kan dat op 18 maart in Berlijn.

U kunt zich er vast een voorstelling van maken hoe de schaakboksers hun met steeds meer neusbloed besmeurde koninginnen steeds verdwaasder over het schaakbord schuiven, en hoe de torens hen als sterretjes voor de ogen dansen zo gauw ze weer in de boksring staan. Dat is spektakel.

Hele peloton

Dit indachtig vond ik het schaatsboksexperiment op de Weissensee zeer geslaagd. Maar er valt nog veel te verbeteren. Alleen vlak voor de finish een knokpartij is natuurlijk veel te weinig. Bij de start en om de vijftig kilometer zou een interessantere formule zijn. En dan vechten met het hele peloton tegelijk. Drie minuten lijkt me ook in het schaatsboksen een mooie tijd, en laten we Jillert Anema aanstellen als scheidsrechter die tevens pookt waar nodig. Het vuurtje opstookt. Er, kortom, voor zorgt dat er fanatiek genoeg gemept wordt.

Aan jurybeslissingen doen we niet. Er wordt geknokt tot er één winnaar overblijft, hetzij de snelste op de schaats, hetzij de sterkste met de vuisten. Klasse dus dat Hekman en Stroetinga zo'n goede voorzet gaven. Ik hoop dat de schaatsboksformule zo snel mogelijk wordt ingevoerd. Veel mooier toch, dan al dat gebekvecht achteraf, en die rode kaarten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden