Reisverslag

'Ik hoef niet naar Jeruzalem'

Beeld George Harinck

Voor een IKON-documentaire en een boek maakt historicus George Harinck een reis om de Middellandse Zee met als reisgids Abraham Kuypers. Hier doet hij verslag van zijn belevenissen.

11 september

Kafarnaum was een vissersdorpje. Hoe groot het was kun je ongeveer zien als je langs de opgravingen loopt. Je ziet een stratenplan van een nederzetting van een paar honderd inwoners. De stenen zijn donker, maar de synagoge is wit. Die staat anderhalve meter hoger. Dit is een heilige plaats voor christenen, omdat Jezus hier woonde en predikte.

Kuyper zag in 1905 die witte synagoge, toen het enig overgebleven gebouw van het geheel verdwenen Kafarnaum. Hij dacht nog dat hij de synagoge zag die Jezus had betreden, maar inmiddels weten we dat dit gebouw uit de derde eeuw stamt, en dat we voor de eigenlijke synagoge van Jezus een lager dieper moeten gaan, naar die van de zwarte stenen.

Heilig, leerde ik op catechisatie, is afzonderen van iets en bestemmen voor God. Een heilige handeling kan ik me voorstellen, een doop bijvoorbeeld, maar heilige plekken ken ik niet. Kuyper kende ook geen heilige plekken, maar ik zie zijn temperament wel gloeien op de bladzijden, waarop hij zijn bezoek aan Kafarnaum, het meer van Galilea, of aan Jeruzalem beschrijft. Hij slaagt er met zijn verbeelding in alles wat herinnert aan Jezus in een tafereel voor zich te zien en dat te beschrijven. Ik vind dat lastiger, afgeleid als ik word door de realiteit voor mijn ogen.

Dan rijden we tot aan Nablus en slaan links af de berg op naar Ar Abrach, een joodse nederzetting op de berg Ebal, berg van de zegen, tegenover de berg Gerizim, die van de vloek. De kolonie is afgezet met prikkeldraad en hekken, er zijn militairen en bewapende burgerwachten en er is een bewaakte ingang. De kolonie heeft woningen die aan een Vinex-wijk doen denken, maar ook een deel met portokabin-achtige huizen van twintig jaar oud. We kijken uit over Nablus, waar de Israëliërs niet mogen komen, maar waar het graf van Jozef is. De plek wordt ons aangewezen, eens in de maand gaat een bus met Israëliërs onder militaire begeleiding er naar toe voor gebed.

12 september

Gisteren tegen de avond zagen we nauwelijks mensen, nu rond acht uur 's ochtends is het druk met moeders met kinderwagens en buggy's en loslopende kinderen die op weg naar school of kindergarten zijn - er worden in de kolonie van 2000 meest jonge bewoners honderd kinderen per jaar geboren. De strijd met de Palestijnen wordt ook demografisch gestreden, wat dat betreft lijken de joden hier op de Palestijnen in de Gaza. We woonden in de synagoge het ochtendgebed bij. De rest van de dag moesten we wachten op wijnboer Mir, die de witte druiven moest persen die dag. De kolonie die Kuyper in 1905 bezocht, Zichron Ja'akov, leefde ook van wijnbouw.

Tegen het einde van de middag had hij tijd voor ons. In zijn wijngaard legde hij uit dat God volgens de bijbel Israël aan de joden heeft gegeven en dat hij niets anders deed dan het land van zijn volk bewerken, dat, bewaaid door de droge wind uit de Jordaanvallei in de morgen en de zeewind uit het westen, hem grote zegen bereidde. Over incidenten wilde hij voor de camera weinig zeggen.

We reden terug het dal in, waar de Palestijnen wonen. Onderaan de weg stond een Israëlische auto met stukke banden en ingeslagen ruiten, een militaire jeep en militairen er tegenover. We stoppen en horen van de joodse jongeman naast de auto, dat Palestijnse jongens zijn auto gemolesteerd hebben. Maar de militairen zeggen niets of proberen het incident te neutraliseren. Filmen mag niet. We rijden verder, richting Jeruzalem. Onderweg wijst onze fixer plaatsen aan waar moordaanslagen op joden zijn gepleegd. Bij Jeruzalem zien we de hoge muur die de Westbank van Jeruzalem scheidt.

13 september

We filmen Jeruzalem van bovenaf en gaan 's middags de oude stad in, met zijn smalle straatjes omzoomd door winkeltjes met souvenirs en dergelijke, deels ook de Via Dolorosa en bezoeken de Heilig Grafkerk. Hier is zowel de plek waar Christus gestorven als bergraven is, een twintig meter van elkaar. Tegenover de ingang ligt op de grond de steen waar Christus is gebalsemd toen hij na zijn dood van het kruis werd afgenomen. Bezoekers knielen bij de steen, kussen haar, leggen hun hand of bovenlichaam er plat op neer, bidden, slaan kruisen, leggen er voorwerpen op. De steen roept een grote emotie bij de bezoekers wakker, die me ontroerde. Twintig meter naar links in de kerk staat een tombe, gebouwd over de plek waar Christus begraven is. De plek is bijzonder en wekt emotie, zoals elk graf dat doen kan.

Maar ik vind het moeilijk om de plek religieus te ervaren. Mijn beleving van de christelijke religie is sterk aan een tekst gekoppeld en eigenlijk niet aan een plek. Jeruzalem te zien ontroerde me, maar niet om de plek, maar om de diepte en hoogte die deze plaatsnaam oproept, die ik zondag aan zondag heb gehoord. Ik hoef niet naar Jeruzalem, geen steen aan te raken, geen via dolorosa te lopen omwille van mijn religie.

Ik heb meer de historische sensatie de plek te betreden die Christus eens betrad, dan de emotionele. En toch, dit is de meest centrale plek van het christendom, veel concreter dan de Sint Pieter of van welke bedevaartsoord ook. Dit is Jeruzalem, hier, zegt Kuyper, 'waar het Kruis stond, en de Christus den dood in de intensiteit van het eeuwige leven verslond, heeft meer dan 's werelds historie, heeft het kosmisch leven van hemel en aarde zich gewenteld om zijn as.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden