Column

Ik herkende de blik in de ogen van scholieren

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Als ik moet optreden voor jonge mensen haal ik altijd een paar keer diep adem. Zij hebben niet voor mij gekozen, ik word hun aangeboden. Mijn boeken staan op de lijst.

Een deel van de klas leest mijn boeken niet, een ander deel leest helemaal niet. Een ander deel heeft geen idee wie ik ben. En dan zijn er altijd de witte raven die wel lezen, die wel weten wie ik ben, die me op hun leeslijst hebben en ook nog willen interviewen. Je mag ze geen nerds noemen, trotse nerds als ze zijn. Verwacht het onverwachte. Ik herinner me een ochtend in Spijkenisse waar een meisje in gothic-dracht, zwarte oogschaduw en dito onheilspellende blik, mij streng opnam als was ik een reïncarnatie van haar nachtmerrie. Het zou tot de al te gemakkelijke conclusie kunnen leiden dat het meisje aan het lijden was.

Ik heb in die jaren van optreden voor middelbare scholieren flink bijgeleerd. Pubers lijken altijd een tikkeltje verveeld te kijken, die ogenschijnlijke desinteresse zegt alleen helemaal niks over wat zich in die koppies afspeelt. In de hoofden en de harten bruist en bubbelt een wereld van indrukken, een cocktail van verwarring en nieuwe inzichten. Een grabbelton. Een emotioneel mijnenveld dat de schrijver met enige voorzichtigheid betreedt.

Terug naar dat meisje. Na afloop van mijn lezing spoedde ik me naar de uitgang, ik was grieperig, wilde naar huis. Ze sneed me de pas af, weer die vorsende ogen, de onderzoekende blik. Of ze me een vraag kon stellen. Ze ondervroeg me uitgebreid over mijn lezing. Ik merkte dat ze niet alleen goed had geluisterd, ze had de lezing als het ware geïncorporeerd, vergeleken met haar eigen situatie en beleving. Ze had er een mening over en vroeg mij wat ik van die mening vond. Ik stelde haar gerust. Ik was diep onder de indruk. Ze bedankte me.

Afgelopen donderdag in de Rotterdamse Schouwburg op de Dag van de Literatuur (beetje bombastische titel), omringd door vijfduizend middelbare scholieren, haalde ik opgelucht adem. De leerlingen luisterden en bevroegen. Ze waren dan weer goed voorbereid, dan weer spontaan als het bewolkte daglicht. Een lange rij van jongens en meisjes had zich opgesteld bij de signeertafel voor Arthur Japin. Honderden selfies met auteurs gingen die dag de sociale media op. We waanden ons popsterren. Er kwam een leerling naar me toe die als eerste boek voor de lijst mijn ‘Bruiloft aan Zee’ had gelezen. “Moeilijk boek, vooral omdat het mijn eerste was. Maar toch bedankt.”

Vaak krijg ik de vraag of schrijversbezoeken een effectieve manier zijn om het lezen van literatuur onder jongeren te bevorderen. Ik had daar lang geen echt antwoord op, je kletst al snel politiek-correct over je eigen nering.

Maar in Rotterdam zag ik het. Die blik in de ogen waarin ik mezelf herkende. Een echte schrijver zien. Een ontmoeting hebben met een idool. De verpletterende indruk die het achterlaat. Ooit ging ik als jochie naar de bibliotheek aan de Noordhavenkade in Rotterdam om naar een Surinaamse schrijfster te luisteren. Ik was het enige kind in het kleine gezelschap. Ademloos luisterde ik naar haar. Ik ben het nooit meer vergeten. Al die lessen van mijn middelbare schooltijd ben ik wel vergeten.

De schrijver komt, leest voor, vertelt en vertrekt. Op een aantal leerlingen maakt dit een onvergetelijke indruk. Het verandert hun leven. Voorgoed. Een ontmoeting is genoeg.

Lees ook:

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met Bruiloft aan Zee, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman De Langverwachte. Om de week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden