’Ik heb ze allemaal overleefd’

Simon Wiesenthal is overleden. Hij spoorde daders van de holocaust op. Niet wraak was zijn drijfveer, het ging hem om recht. Zijn speurtocht begon met Adolf Eichmann. „Als hem bevolen was alle roodharigen uit te roeien, dan had hij dat evengoed gedaan."

’Mijn werk zit er op”, zei twee jaar geleden een vermoeide Simon Wiesenthal. ,,Ik heb ze allemaal overleefd en als er nog een paar rondlopen die ik over het hoofd heb gezien, dan zijn ze toch te oud en te zwak om terecht te staan.”

Natuurlijk had de toen 94 jaar oude Wiesenthal het over de nazi-misdadigers van Hitlers Derde Rijk. Hen op te sporen en voor de rechter brengen was immers zijn levenswerk. Maar zijn werk en zijn erfenis zijn omvattender en de medewerkers van het Haagse Internationale Strafhof kunnen nog veel van hem leren.

,,Schauen Sie”, zei hij in een interview met Trouw in mei 1982, hij was toen 73 jaar oud, op de vraag wat voor man Adolf Eichmann nu eigelijk was, ,,Eichmann had niets menselijks in zich. Iemand zonder ziel, die ze als mens hadden aangekleed, zonder karakter. Eichmann was voor mij het typische product van een dictatuur, een man die de kleedkamer binnengaat, een uniform krijgt en tegelijk zijn geweten achterlaat. Dat geldt voor elke dictatuur; een dictatuur kan niet zonder bureaucraten die de bevelen uitvoeren. Hij was de perfecte bureaucraat. Iedereen was destijds verbluft toen ik zei dat hij niet zo’n geheide antisemiet was. Hij was een willoos werktuig. Hij was antisemiet in zoverre hij dat voor zijn daden nodig had. Als hem bevolen was alle roodharigen uit te roeien, dan had hij dat gedaan. Als iedereen met de beginletter ’K’ gedood had moeten worden, had hij dat ook gedaan. Dan was hij anti-K geweest, omdat hij dat nodig had in zijn werk.”

De oorlogen, oorlogsmisdaden en genocides in voormalig Joegoslavië en Rwanda moesten toen nog beginnen, en nog steeds zijn dictaturen de wereld niet uit. Net zo min als mensen die bereid zijn het beulswerk te verrichten, die de kleedkamer binnengaan en hun geweten achterlaten. Dat hebben de medewerkers van het Strafhof inmiddels ook ervaren.

Een man van weinig plichtplegingen, toen in 1982, daar in zijn documentatiecentrum in de Weense Salztorgasse, waar hij uit bergen paperassen en dossiers nu net dat papier wist te vissen dat hij nodig had. Inleidende frasen als ’Ik ben blij, Herr Wiesenthal, dat u wat tijd kon vrijmaken‿.’ kapte hij af met een handgebaar en een ’Ja ja, laten we maar snel beginnen. Zo’n acht jaar daarvoor was hij met zijn kantoor vertrokken uit de belendende Rudolfsplatz, waar zijn buren dreigbrieven ontvingen dat het hele gebouw opgeblazen en zij allen getroffen zouden worden.

Overigens heeft het aan dreigementen aan hemzelf ook nooit ontbroken, en hij kon er met enige ironie over praten. Zoals die keer dat een Oostenrijker die in het Franse Vreemdelingenlegioen had gediend, hem opzocht om te melden dat hij 100000 gulden zou krijgen als hij Wiesenthal zou vermoorden. De man had net vier jaar in de gevangenis gezeten, wilde niet het risico lopen daar weer te belanden en bood Wiesenthal een deal aan: 50000 voor hem en 50000 voor Wiesenthal. Waarop Wiesenthal antwoordde: ,,Je bedoelt dat ik dood ga en mijn weduwe 50000 gulden krijgt?” Nadat Wiesenthal de politie had ingeschakeld liep dat allemaal met een sisser af.

Maar het ging niet altijd goed, want in 1982 werd zijn woning in een buitenwijk in Wenen wel degelijk deels verwoest door een bom die neonazi’s hadden geplaatst.

Simon Wiesenthal heeft altijd ontkend dat wraak zijn drijfveer was bij het opsporen en voor de rechter brengen van nazi-misdadigers. Graag haalde hij de rechtsgeleerde Hugo de Groot aan, die zei dat er recht gesproken diende te worden omdat de waardigheid en de eer van het slachtoffer eisen dat een misdrijf niet ongestraft blijft.

Wiesenthal wist in 1943 al wat hij na de oorlog zou gaan doen. Toen werkte hij als dwangarbeider aan een nieuwe weg in Polen. Een weg die naar een massagraf leidde. Er werd een groep meisjes langs gevoerd, jodinnen op weg naar de executie. Een van hen draaide zich om en keek hem aan, en hij verstond de boodschap. ,,Voor mij is het einde gekomen, maar als jij in leven blijft, vergeet het dan nooit.” Architect, waarvoor hij was opgeleid, zou hij niet meer worden.

Dat hijzelf de jodenvervolging voor en in de oorlog overleefde, mag overigens een wonder heten; liever gezegd een opeenstapeling van wonderen.

Hij werd geboren op 31 december 1908 in Buczacs, een dorp in de buurt van het huidige Lviv in Oekraïne, toen nog gelegen in Galicië, de oostelijke uithoek van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, tegen de grens van tsaristisch Rusland. ,,Nergens anders hebben de Joden zoveel en zo lang geleden”, schrijft Wiesenthal in zijn boek ’Moordenaars onder ons’. ,,Galicië was volgens traditie het land der pogroms.” Een gebied dat in vele oorlogen evenzovele malen werd ’bevrijd’, waarbij elke bevrijding duizenden het leven kostte en de Joden steeds de gemakkelijkste prooi waren. Zoals toen in 1941 Russische troepen de stad Lviv ontvluchtten voor de Duitse opmars en daarbij een slachting aanrichtten, waarna Duitsers en pro-Duitse Oekraïeners de stad overnamen en de bevrijding vierden met opnieuw een pogrom, die ditmaal drie dagen en nachten duurde en 6000 Joden het leven kostte. Ook Wiesenthal werd, samen met veertig andere Joden, opgepakt en tegen de muur gezet, om een voor een doodgeschoten te worden. Maar net op tijd klonk het geluid van kerkklokken en riep een van de soldaten: ,,Genoeg, de avondmis.”

In het kamp Janowska gebeurde het tweede wonder, toen Wiesenthal ter viering van Hitlers 54ste verjaardag vermoord zou worden, maar op het laatste moment uit de rij werd gehaald omdat ze hem nodig hadden om plakkaten, met daarop ’Wir danken unserem Führer’, te schilderen.

Het derde wonder gebeurde in februari 1945, toen de ontbinding van het Derde Rijk in volle gang was en Duitse SS’ers tienduizenden gevangenen uit de kampen haalden en op barre reizen naar andere kampen stuurden. Op zijn tocht van Buchenwald naar Mauthausen zakte Wiesenthal, zoals zovelen, in de sneeuw in elkaar, en de standaardprocedure was dan: doodschieten.

Maar ’zijn’ kogel sloeg vlak naast hem in, de troep trok verder en later ontdekten medegevangenen die de lijken moesten bergen dat hij niet dood was. Zijn reis eindigde in het dodenblok van Mauthausen, zodat de Amerikanen op 5 mei 1945 maar net op tijd kwamen. Hij overleefde, maar zes miljoen Joden werden vermoord. 89 Familieleden van hem overleefden de holocaust niet.

Dat gerechtigheid en niet wraak zijn drijfveer was, zoals Simon Wiesenthal steeds heeft volgehouden, mag dan ook eveneens een wonder heten.

Eindscore: gevonden en gemiste belangrijke nazi-misdadigers

1960: Adolf Eichmann, organisator van de sjoa, wordt gearresteerd.

1963: Arrestatie van Karl Silberbauer, die onder anderen Anne Frank liet oppakken.

Ook in de jaren zestig: Negen van de zestien nazi’s die de joodse bevolking van Lviv vermoordden.

Franz Stangl, commandant van de kampen Treblinka en Sobibor.

Franz Murer, de ’slachter van Wilna’, schuldig aan de dood van tienduizenden joden in Litouwen.

Jaren zeventig:

Onthulling dat de helft van het Oostenrijkse kabinet ex-nazi’s zijn.

Niet gelukt:

Opsporing van Josef Mengele, kamparts in Auschwitz. Overlijdt in Brazilië als vrij man.

Ook Heinrich Müller, hoofd van de Gestapo, wist te ontkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden