Ik heb te weinig écht contact met anderen Myrthe van der Meer

Myrthe van der Meer ('s Hertogenbosch, 1983) is schrijfster. Ze schreef twee bestsellers over haar verblijf op de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis: 'Paaz' en 'Up'. Ze werkt nu aan een kinderboekenserie. Het eerste deel, 'Pien en de spoken', verschijnt volgend jaar.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Tijdens een manische periode heb ik gedacht dat ík het was die al het goede op aarde had gebracht en ik gebruikte de nacht om die energie over alle mensen die ik liefhad te verdelen. Ik kwam helemaal niet meer aan slapen toe. Ik kon alles oplossen, iedereen helpen. Het heeft mij erg veel moeite gekost om te geloven dat het alleen maar gedachten waren. Ik bezit de sleutel tot het universum niet. Ik ben geen parttime God."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Als ik God was, dan zou ik voor Playmobil een uitzondering maken. Vooral de eerste generatie is mooi: zonder tierelantijntjes, alles gereduceerd tot een oervorm, een beetje zoals Griekse afgodsbeeldjes die bij tempels de wacht houden. Nee, ik wil niet zélf voor God spelen - dat vroeg mijn psychiater óók al toen ik hem vertelde dat ik Playmobil verzamelde. Ik wil verhalen verzinnen en die vervolgens uitbeelden. Kijk, hier zie je een beer die twee ruiters dreigt op te eten, maar... wie komen daar, achter dat bosje, aangereden? Twee ridders te paard! Ik zie mezelf niet als de schepper, maar eerder als de vormgever van het verhaal. En na een paar maanden maak ik weer een nieuwe opstelling. Ik moet nog even bedenken wat het thema gaat worden. Indianen? Of zal ik iets met de ark van Noach doen? Prachtig, toch? O, hier heb je trouwens een eerste generatie varken, die heeft nog een gleuf in z'n buik waar je zo een dolkje in kunt steken. Bij de nieuwe varkentjes kan dat niet meer. Wreed? Tja, het leven ís wreed. Ook in de wereld van Playmobil."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Ik heb weleens aan mijn vriend gevraagd of ik te veel, te weinig of precies genoeg vloekte. Volgens hem mocht ik het wel iets vaker doen. Terwijl ik zelf dacht dat ik op het randje zat. Met vloeken moet je voorzichtig zijn. Omdat het mensen kan kwetsen. Voor mij is het niet zo'n probleem om een ander woord te kiezen; ik ken veel benamingen voor lichaamsdelen die ik zeer flexibel in kan zetten."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Rust is een luxe die ik mezelf moeilijk kan permitteren. Ik vind altijd dat ik eigenlijk harder zou moeten werken. Als ik werk breng ik orde aan in een chaotisch leven. Tegelijkertijd ben ik ook een uitsteller. Ik kan een hele week niets doen om vervolgens in één dag alles, heel snel, alsnog voor elkaar te krijgen. Daar gaat zoveel energie inzitten dat het voelt alsof ik een hele week heb gewerkt. Het lukt me niet om een zinniger werkschema te maken. Bijvoorbeeld: eerst een dag keihard werken en daarna zes dagen vrij nemen."

V Eer uw vader en uw moeder

"Ik heb voor mijn gevoel mijn ouders pas na mijn opname op de psychiatrische afdeling echt leren kennen. Ze hadden er geen idee van gehad dat ik minstens zestien jaar depressief was geweest. Ze zagen mij niet worstelen, omdat ik nooit iets heb láten zien. Mijn bestaan liet zich samenvatten in een paar regels: voor mij voelde alles groot en zwaar, maar ik hoorde niemand anders klagen, dus als de anderen zich óók stilhielden - want dat het bestaan ondraaglijk was en de meeste mensen liever dood dan levend waren, daar was ik van overtuigd - dan moest ik ook maar niemand lastigvallen met mijn problemen. Je hoort wel eens van pubers die zichzelf van het leven beroven en dat iedereen zegt: 'Hoe is het mogelijk? Was ze depressief? Psychotisch? We hebben nooit iets aan haar gemerkt!' Ik was die persoon. Ik heb het alleen iets langer volgehouden. Ik ben niet alleen manisch-depressief, ik heb ook het syndroom van Asperger, dus een matige band met emoties. En áls ik al emoties voel, dan betekent dat nog niet dat ik ze ook altijd op het juiste moment kan laten zien.

Er zijn wel momenten geweest waarop ik anderen mijn paniek liet zien, maar dat was toen ik van basisschool veranderde en rekentoetsen moest doen waar ik helemaal niets van snapte. Toen ik naar de middelbare school ging, fietste ik iedere ochtend huilend naar school: grote ellende. Natuurlijk werd dat gezien, maar het was voor mijn mentor en ouders te herleiden: ze vindt school eng, ze durft niet. Zolang er maar een reden voor huilbuien te bedenken is, is het goed, want het alternatief is dat iemand misschien wel gewoon redeloos depressief is.

Ik ben de oudste thuis. Na mij komen nog drie vrolijke zusjes. Ik vond het erg fijn dat zij nergens last van leken te hebben. Tijdens mijn parttime depressieve grootheidswaanzin had ik het idee dat ik hen die ellende bespaarde door alles op mij te nemen. Laat mij mezelf maar haten, dan hoeven zij zich niet zo te voelen.

Ik wist het allemaal te rekken tot ik een baan kreeg bij een uitgeverij en mij helemaal over de kop werkte. Tijdens een vakantie zou ik gaan bijkomen van mijn burn-out, maar het was veel meer dan dat: ik hield het leven zelf niet langer vol. Ik wilde er een einde aan maken. Er volgende een spoedopname in de PAAZ. Mijn familie was in shock; ik had zo lang gelogen, of, nou ja, in ieder geval niet verteld hoe het werkelijk met mij ging. En mijn ouders hadden het idee dat ze hadden gefaald, wat een normale, maar jammerlijke reactie is. Toen ik na vijf maanden weer thuis kwam, stonden we een beetje onwennig tegenover elkaar. Het heeft minstens een half jaar geduurd voordat mijn moeder zei: 'Ik heb het gevoel dat we je nu écht kunnen vertrouwen als je zegt dat het goed met je gaat'. Stomweg omdat ik nu ook uit durfde te komen voor het alternatief. De relatie verbeterde. Niet per se doordat ik mij zo veel beter ging voelen, maar de schone schijn was in één keer van tafel geveegd. We zijn eerlijk tegen elkaar.

Ze houden ongetwijfeld van mij, maar ik... ik weet niet precies wat houden van is. Ik hou van mijn twee pony's. Dat kan niet anders. Je gaat toch niet zoveel tijd in twee Shetlanders stoppen als ze niks voor je betekenen? Ze zijn nu tegen de twintig en ik moet vreselijk huilen als ik er aan denk dat ze op een dag dood zullen gaan, maar ik ben slim genoeg om te bedenken dat mijn liefde voor die twee dieren projectie is, dus... Lastig hoor. Hoe definieer je liefde? Is het een vonk of kan het langer bestaan? Als je langer bij iemand bent, hou je dan steeds meer van hem of hou je gewoon van sleur?"

VI Gij zult niet doodslaan

"Als ik suïcidaal ben, speelt er maar één gedachte: dit moet stoppen, dit lichaam moet dood. Alsof het niet over mij gaat. Ik zie mezelf op zo'n moment niet als de bewoner van een lichaam. Eigenlijk denk ik nog steeds dat ik niet veel meer ben dan een klompje hersens op pootjes. In feite is het deze ontmenselijking die je in staat stelt om te doden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden psychiatrische patiënten in een kuil gedreven en neergeknald. Patiënten met schizofrenie, autisme of een manisch-depressieve stoornis; dat waren toch geen mensen? De vraag was zelfs of ze wel écht gevoel hadden. Pas toen de soldaten last kregen van hun geweten, omdat ze hun slachtoffers weer als mensen gingen zien, bouwden ze de gaskamers waar die mensen als vee naar binnen werden gedreven. Joden: geen mensen. Vluchtelingen zijn eigenlijk ook geen mensen; daarom hebben we het ook nooit over gevluchte mannen en vrouwen, maar over 'asielzoekers'. Niet ons soort mensen. Onze taal houdt ze netjes op afstand, ook als ze in hetzelfde dorp leven. Daardoor kan er ook door bijzonder aardige en intelligente mensen zo geweldig slordig met hun levens om worden gegaan. Maar kun je dat talent voor ontmenselijking een diersoort aanrekenen als elk individu met maar één woord in het hoofd geboren wordt: ik? Het duurt best lang voordat het begrijpt waar 'wij' en 'zij' voor staan. Misschien dat de meesten dat zelfs nooit helemaal zullen leren."

VII Gij zult niet echtbreken

"Gij zult niet echtbreken, goed, maar wat moet je dan met je gevoelens? Manisch-depressieve mensen worden heel makkelijk verliefd. Dat gevoel is overweldigend, maar als ik er iets langer over nadenk weet ik: zo voelde dat ook bij mijn partner, toen en telkens weer, dus ik kies voor hem. Hoe groot is namelijk de kans dat ik weer verliefd word op iemand met wie ik het negen jaar uithoud? Dus moet ik mijn gevoelens onderdrukken en iedere keer als mijn hart, mijn ziel of mijn hersens mij martelen zal ik zeggen: jammer. Sorry, knappe buurman. In een andere tijd, in een ander universum, onder andere omstandigheden was het misschien heel leuk geweest, maar dit, hier en nu, moet stoppen. Kan niet. Klaar."

VIII Gij zult niet stelen

"Als trainer van paarden zeg ik: deze geboden zijn nogal zwak geformuleerd. Wil je bij een dier iets gedaan krijgen, dan moet je de opdracht positief benaderen. Gij zult niet stelen zou ik veranderen in: respecteer andermans bezittingen. Veel duidelijker. Ik heb namelijk wel eens iets gestolen, maar of dat nou zo erg was... Toen ik in 2013 voor 'Paaz' de Psyche Mediaprijs ontving heb ik uit het NRC Restaurant Café een bordje 'Gereserveerd' ontvreemd. Dat leek mij het toppunt van luxe, om thuis zo'n bordje op tafel neer te zetten. Ik respecteerde het feit dat het niet mijn bezitting was, maar ik vond dat ik er recht op had. Daardoor kon ik er wel mee leven."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Ik zou het liefst onder mijn eigen naam schrijven over wat ik heb meegemaakt maar ik wil niet dat iemand zich mijn naam herinnert van een naambordje of een dossier op de PAAZ en het lijntje doortrekt: als dát Myrthe was, zou die mevrouw B uit het boek dan niet mijn buurvrouw C zijn geweest? Had ze dáár dan last van?

Maar dit is niet echt een leugen, toch? Myrthe van der Meer bestaat. Het is de schrijfster die hier tegenover je zit."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik in de gaten had dat niet iedereen als een blok viel voor mijn vriend. Ik was zo verliefd, ik vond hem zo geweldig, zo fascinerend dat ik dacht: zodra die jongen één stap buiten de deur zet, wordt hij door iedereen besprongen. Niet alleen door de buurvrouw of haar dienstmaagd, nee, door de hele straat! Ze zullen met trein en bus langskomen om... afijn, op een zeker moment begreep ik dat mijn gevoelens niet per se de gevoelens van iedereen waren en dat iemand die voor mij zoveel betekent door anderen gewoon voorbij wordt gelopen. Ik hoefde dus niet jaloers te zijn. Dat was prettig. Tegelijkertijd maakte die ontdekking mij droevig: niemand ziet hoeveel iemand waard is voor anderen!

Voor mezelf vind ik het juist een prettige gedachte dat mensen naar me kijken en niks zien, een niemand. Ja, ik sta nu weer in de krant, da's waar. Dat doe ik niet omdat ik contact zoek. Ik wil gewoon mijn boeken verkopen. Door te schrijven kan ik mezelf in mijn onderhoud voorzien. Ik zit op dit moment op mijn piek. Het kan nu alleen nog maar bergafwaarts gaan. Dat is helemaal niet erg want ik geniet, als dat lukt, van iedere dag die ik nog heb. Waarom zou het in vredesnaam beter gaan dan nu? Ik heb nu drie boeken geschreven waarvan er twee bestsellers zijn geworden, ik voel een soort, hoe zal ik het zeggen, doemvolle tevredenheid. Het gaat goed, maar ik weet dat schrijvers beperkt houdbaar zijn. Dit is mijn scenario: over een paar jaar moet ik er een baan bijnemen, daardoor krijg ik weer teveel stress waardoor mijn medicatie niet meer goed werkt, waardoor ik uiteindelijk wéér op de PAAZ beland en...

Terugkijkend op mijn leven, zal ik straks denk ik moeten concluderen dat ik heb gefaald. Volgens mij is een mensenleven net zoveel waard als het voor anderen betekend heeft, en daarvoor heb ik te weinig écht contact met mensen. Ik zou het wel anders willen doen, maar hoe doe je dat: met collega's een borreltje gaan drinken? Vanavond met je ouders uit eten en dan morgen bij oma op de koffie? Ik zie gewoon niet hoe ik dat zou kunnen verdragen. Zoveel contact! Zoveel gezelligheid! Het liefst ben ik alleen, en dat is best een lastige eigenschap voor de mensen om mij heen.

Ik weet het niet hoor... Voor mij is dit leven goed genoeg, maar ik vraag me af wat God ervan vindt, als ik straks in de hemel aanklop. Wat heb je gedaan? Ik heb Playmobil gespaard. Nou ja, en ik heb andere mensen niet te veel last bezorgd. Dat is misschien ook wat waard."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden