'Ik heb strijd nodig om te overleven'

In een nieuwe documentaire over de provotijd kijkt Roel van Duijn nog een keer tevreden terug. "Tot onze verbazing begonnen mensen naar ons te luisteren. Wie waren wij nu helemaal?"

Les 1

Iemand moet het doen

"'Wie was Hitler eigenlijk?', vroeg ik aan mijn vader. Ik was een jaar of zes, samen stonden we aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag op de tram te wachten. 'Hitler was een man die tot zijn middel in een meer van bloed stond', zei mijn vader. Hij zei het tamelijk indringend. Dat was vast geen leuke man, dacht ik. 'Deed je er iets tegen, dan?' vroeg ik. 'Nee', zei mijn vader, 'dat was moeilijk, want we hadden kinderen.'

Ik bleef hem de vraag - ook later - herhaaldelijk stellen. Hij kwam er niet uit, mijn vader. Meestal zei hij iets als: 'Met kinderen is het toch safety first'.

Er waren zes kinderen, thuis. Ik was het vijfde, het enige oorlogskind. Dat mijn ouders vanwege ons niet in het verzet waren gegaan, maakte in mij een zeker schuldgevoel los. Ergens begreep ik het, maar tegelijk dacht ik: ik wil niet het kind zijn dat zijn ouders heeft weerhouden van de strijd. Dus moet ik het zelf maar doen."

Les 2

In het verzet vind je jezelf

"Bij een sigarenboer aan de Haagse Weissenbruchstraat hing een foto van de filosoof Bertrand Russell die door agenten in een politieauto werd geduwd omdat hij op Trafalgar Square demonstreerde tegen de atoombom. Mijn vrienden en ik waren een jaar of achttien en maakten tijdens de schoolpauze een ommetje. Ik wees op die foto en zei: 'Die man heeft gelijk. Wij moeten ook demonstreren, want in Nederland zullen ook wel atoombommen zijn.'

We zamelden geld in en lieten pamfletten drukken. Op een ochtend verzamelden we ons met veertig, vijftig jongens en meisjes op de kruising van de Anna Paulownastraat en de Laan van Meerdervoort en brachten we het verkeer tot stilstand. Ik zat op de grond en wist: dit ben ik. Ik ben een welopgevoede gymnasiast die vecht tegen de bewapening in de wereld. Terwijl ik op een Haags kruispunt mijn eerste verzetsdaad uitvoerde, werd ik volwassen.

Kort daarna reden mijn vriend Hans en ik naar Amsterdam, om ook hier een Ban-de-bom-demonstratie te organiseren. Vanuit Amsterdam belde ik mijn vader. 'Roeland, kom onmiddellijk terug', zei die, 'de curator van de school stelt mij voor de keus: of ik stuur mijn zoon naar een psychiater of ik haal hem van school.' 'Ik kom niet terug', zei ik, 'want ik heb een politieke opdracht.'

Na die confrontatie draaide mijn vader. Toen ik voor de rechter moest verschijnen, zei hij: 'Weet je wat je moet doen? Je moet Cicero aanhalen en zeggen: Er zijn ongeschreven wetten, die staan hoger dan de geschreven wetten en die gehoorzamen wij.'

Het vervulde me met trots dat ik mijn vader alsnog het verzet in had getrokken. Kort daarna stierf hij aan kanker. Nu, zestig jaar later, voelt het prettig dat hij alsnog mijn kant koos. Als hij was gestorven zonder mij te steunen, had mij dat een vaderloos gevoel gegeven."

Les 3

Ook als je weet dat je verliest is het het waard om te strijden

"Nadat ik van het Montessorilyceum was gestuurd mocht ik op het Daltonlyceum alsnog eindexamen doen, mits ik mij verre van politiek zou houden. Er is iets niet pluis in een samenleving waarin je geen eindexamen mag doen als je je inzet voor vrede en ontwapening. Ik wist dat ik me hoogstens tijdelijk stil kon houden en na mijn eindexamens alsnog in opstand zou komen.

Nadat ik was geslaagd, trad ik toe tot de redactie van het anarchistische tijdschrift De Vrije. Ik verdiepte me in de geschriften van de anarchist Peter Kropotkin en leerde dat er een revolutie moest komen, die een samenleving zou creëren gebaseerd op wederzijdse hulp.

De arbeidersklasse moest die revolutie dragen - een klasse die ik, als bourgeoiszoontje, niet kende. Ik kwam voor het eerst met arbeiders in contact toen ik bij de Amstelbrouwerij ging werken. 'Zou je het niet prettiger vinden als je je thuis aan de revolutie kon wijden, in plaats van hier doppen op flessen te schroeven?', vroeg ik mijn collega's. 'Nee', zeiden zij, 'de brouwerij geeft ons leven zin.' Ze waren allang blij dat

ze een Solex of een ijskast konden kopen. Aardige mensen, dacht ik, maar je maakt er geen revolutie mee. We moesten dus een andere klasse hebben die de revolutie kon dragen. Dat moesten de opstandige jongeren zijn, bedacht ik. Aan een proefschrift van ene doctorandus Buikhuizen ontleende ik de term 'Provo', die ik - tot onvrede van deze Buikhuizen - een nieuwe betekenis gaf, namelijk staatsgevaarlijk anarchist.

'Je bereikt toch nooit wat, de gevestigde macht is oneindig veel sterker dan jullie', hoorde ik vaak. Zelf wist ik ook wel dat wij provo's het zouden afleggen tegen dat georganiseerde bolwerk van autoriteiten die al sinds eeuwen de baas zijn. Maar we wilden klappen uitdelen zolang het kon."

Les 4

Tegenwind doet de vlieger stijgen

"Samen met Carla, mijn vriendin, vogelde ik uit waar in Amsterdam schuilkelders tegen atoombommen waren. Dat was geheim, wat niet voor de effectiviteit ervan pleitte, want hoe vind je de kelder als de bom valt? We stencilden pamfletten en die verspreidden we - mijn tweede verzetsdaad. Nadat ik onenigheid kreeg met redacteuren van De Vrije voelde ik de driftige noodzaak om een eigen tijdschrift uit te geven. Met het geld dat ik had verdiend in de Amstelbrouwerij schafte ik een schrijfmachine en een stencilapparaat aan en in de zomer van 1965 zou Provo-1 verschijnen.

De Binnenlandse Veiligheidsdienst, die mij toen al een tijdje volgde, deed een bericht uit: 'Van Duijn gaat iets uitgeven met opruiende inhoud.' Hans Metz en ik werkten in de Karthuizerstraat aan het blad toen de politie op de stoep stond. Met stencilapparaat, schrijfmachine en al werden we opgepakt en opgesloten. Onze provocatietechniek bleek als verzetsmethode desondanks uiterst succesvol, want diezelfde avond nog stonden de belangrijkste citaten uit Provo-1 in alle Nederlandse kranten."

Les 5

Politiek + magie = een toverformule

"We kregen hoe langer hoe meer vrijheid. Ten slotte hielden we onze happenings op het Spui, zonder dat daar legioenen van politiemannen met vliegende forten op afkwamen. Ons Witte Schoorstenenplan - dat vuile lucht gefilterd moest worden voor het werd uitgestoten - was binnen paar jaar een wet. Het Witte Wijvenplan van Irène van de Weetering werd druk besproken, het Witte Huizenplan ook. En ons Witte Fietsenplan werd weliswaar niet letterlijk door de gemeenteraad aanvaard, maar wel in de geest: Amsterdam heeft nu het grootste fietspadennetwerk ter wereld.

Tot onze grote verbazing begonnen mensen naar ons te luisteren! Wie waren wij nou helemaal? Pater Van Hees, die mij interviewde voor het katholieke opinieblad De Nieuwe Linie, was een voorbode van een stroom journalisten die naar de Karthuizerstraat kwamen. Anarchisten waren nooit eerder zo behandeld. Wij waren anders - geen politieke sektariërs, maar jonge lieden met lang haar die rozijntjes uitdeelden, demonstreerden met blanco spandoeken, vuurtjes maakten op straat en toespraken hielden bij een beeldje in het holst van de nacht en honderden, duizenden jongens en meisjes van huis deden weglopen. Provo was een blije club, die verzet voerde via de weg van de speelsheid - een mengsel van politiek en magie. Nederland raakte opgewonden."

Les 6

Soms heeft de strijd onverwachte consequenties

"Burgemeester Van Hall bestempelde ons als schorriemorrie, als deftige rotjongens. Hij had geen idee wat hij met ons aan moest. Op de dag dat wij een tentoonstelling hielden over het optreden van de politie tijdens het huwelijk van Claus en Beatrix, interviewde Mies Bouwman hem 's avonds op televisie. Voor heel Nederland barstte de burgemeester in tranen uit, om 'die rot-provo's'. De regering beschouwde de arme man als te soft en zette hem af. We kwamen op het idee om de burgemeester in bescherming te nemen en begonnen een actie 'Van Hall moet blijven', terwijl we daarvoor steeds riepen 'Van Hall ten val'. Het was het einde van de man.

Vlak ervoor was de hoofdcommissaris van politie al ontslagen. Ik volgde het gebeuren en dacht: dit is het begin van de val van het gezag. Gezagsdragers spraken in die tijd met metalen stemmen versleten politieke formules uit en lieten zich zelden van een menselijke kant zien. Als ze op televisie om ons begonnen te huilen was er iets aan de hand, leek me. Ik dacht: we gaan het ondanks alles winnen."

Les 7

Wie deel uitmaakt van een stam, verrijkt zijn gevoelsleven

"In Provo-7 drukten we een ingezonden brief af van een ons onbekende provo die zich verzette tegen de afbraak van de Valkenburgerstraat, omdat daar een autoweg doorheen zou komen, van het centrum van Amsterdam naar de IJtunnel. 'Schiet de slopers van de daken', schreef hij. Ik zou er nu niet meer toe oproepen, maar destijds beschouwden we de woorden als een satirische aanval op de autoriteiten.

Ik was verantwoordelijk voor de inhoud van Provo-7 en werd tot zes weken cel veroordeeld en vastgezet in een cel op het Leidseplein. Op zaterdagavond rond middernacht kwamen de provo's van hun happening op het Spui naar het Leidseplein. 'Roel vrij, Roel vrij!' riepen ze. Mijn medegevangenen sloegen met stokken en stoelen op de verwarmingsbuizen, zodat het gescandeer door de gevangenis resoneerde en de cellen trilden.

Soms stonden er honderden mensen voor het gebouw, onder wie mijn beste vrienden. In mijn cel voelde ik me deel uitmaken van een stam, een stam die zijn oorsprong vond bij die Ban-de-bom-demonstratie aan de Haagse Laan van Meerdervoort - een oergebeurtenis. Door dat levenslange stamverband ben ik meer dan een ge-isoleerde eenling en kan ik steeds opnieuw mijn herinneringen delen, zodat die meer worden dan losse anekdotes, het gevoelsleven verrijken en zelfs tot levensles worden."

Les 8

Wie zich op de vraag concentreert, vindt vanzelf het antwoord

"Provo is een opgeblazen image geworden, we hebben het niet meer in de hand, zeiden Rob Stolk en Robert Jasper Grootveld. Ik was niet blij met hun idee om Provo te liquideren. Hoe moesten we de revolutie voorzetten als Provo dood was? Uit solidariteit deed ik toch mee. In mei 1967 liquideerden we Provo.

Daarna werd ik ziek. Ik voelde een trillende onmacht, een raadselachtigheid gekoppeld met het waanidee dat ik kanker had, net als mijn vader had gehad. Met de rouw om Provo wrikte ik ook de rouw om mijn vader los - toen hij stierf zat ik middenin mijn eindexamens en had ik geen tijd gehad voor verdriet. Maandenlang lag ik in bed. Ik kon niet meer lezen, Carla zat huilend aan mijn bed en las me voor. Toen de huisdokter voor de derde keer langskwam zei hij: 'Van Duijn, jij ligt maar te dubben over hoe het verder moet met die revolutie. Houd daarmee op, kom uit bed en ga op een boerderij werken.'

Als kind van de asfaltjungle had ik geen verstand van boerderijen, maar ik belde naar een biologisch-dynamische boer op Walcheren en mocht komen, mits ik mijn baard zou afscheren.

Hoewel het een geniaal idee was geweest van de dokter, dacht ik stiekem nog steeds na over de revolutie. Op een dag stond ik de aardappels te wieden terwijl er op een naburige akker een aardappelloofklapper aan het werk was - een machine die de loof van de aardappels klapt zodat ze met de hand gerooid kunnen worden. Tegen het vallen van de avond vroeg ik aan de boer: krijgen wij ook zo'n aardappelloofklapper? Terwijl het avondlicht over zijn gezicht streek, zei hij: 'Nee Van Duijn, daar beginnen we niet aan, daar jagen we de kabouters mee weg.' En ik dacht: die man heeft gelijk! De kabouter is het symbool van de eenheid van natuur en cultuur, daarmee kunnen we de revolutie verder voeren! Dezelfde avond nam ik de trein naar Amsterdam en onderweg schreef ik het eerste Kabouterpamflet. Twee maanden later kon de Walcherse boer in de Provinciale Zeeuwse Courant lezen dat er vijf Kabouters in de Amsterdamse gemeenteraad zaten."

Les 9

Pensionering als vakantie-tot-de-dood is een ziekte

"Mijn Provojaren waren heerlijk, bevrijdend. Dat wij autoriteiten konden laten struikelen over blanco spandoeken en rozijntjes gaf me een gevoel van euforie dat ik na Provo nooit opnieuw heb ervaren. Hoewel we bij voorbaat aanvaardden dat we verliezers waren, zijn veel van onze ideeën gerealiseerd. Nederland is veranderd, de behoefte aan vrijheid is levend. De burger mag zijn mond opentrekken, ook tussen de verkiezingen door. Onze minister-president neemt nota bene het woord 'participatiesamenleving' in de mond - hij geeft er een mildere betekenis aan, maar zijn idee verschilt in de grond niet van het Provo-idee dat iedereen moet meedoen.

In 2008 verliet ik de parlementaire politiek, maar de strijder in mij is springlevend. Kortgeleden schreef ik nog een serie stukken over Poetin en Oekraïne en na de aanslagen in Parijs liep ik mee in een demonstratie voor persvrijheid - voor het eerst sámen met agenten en niet tégen, dat is wel vooruitgang.

Was mijn leven anders gelopen als ik die foto van Bertrand Russell niet had zien hangen? Nee, dan had iets anders de strijder in mij wakker gekust, het zat in mij om zoiets te willen vinden. Dat ik na Provo tijdelijk in een diepe depressie raakte was een rechtstreeks gevolg van het feit dat er niks was om voor te vechten. Kennelijk heb ik strijd nodig om te overleven, zonder strijd sterf ik. Maar ik ga nog lang niet, hoor. Weet je dat kabouters wel tweehonderd jaar kunnen worden?"

Roel van Duijn

Roel van Duijn (Den Haag, 1943) groeide op in de chique Haagse wijk Bezuidenhout. Hij verwierf bekendheid als leider van Provo. Nadat die beweging zichzelf ophief, startte hij de Kabouterbeweging. Van 1969 tot 1973 zat hij in de Amsterdamse gemeenteraad voor Provo en de Kabouterbeweging.

Van Duijn schreef 25 boeken, waaronder 'Diepvriesfiguur' (2012), over het dossier dat de overheidsdiensten jarenlang van hem bijhielden, en 'Liefdesverdriet' (2004). Sinds hij werd getroffen door groot liefdesverdriet, werkt hij als liefdesverdrietconsulent: www.liefdesverdriet.info

Van Duijn houdt van schaken en pianospelen en richtte onlangs het Chopin-genootschap op.

Hij heeft drie kinderen en woont met zijn vrouw in Amsterdam.

De documentaire over Provo, 'Rebelse Stad' van Willy Lindwer, ging op 5 februari in première en is nu in dertien Nederlandse bioscopen te zien: www.rebelsestad.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden