'Ik heb steeds meer de leeftijd waarop illusies misplaatst zijn'

Vandaag verschijnt de nieuwe roman van Thomas Rosenboom. Research was dit keer niet nodig. Rijpheid als schrijver wel. 'Voorheen had ik die tijdsprongen nooit durven maken.'

Hij leest als uit de losse pols geschreven, de nieuwe novelle van Thomas Rosenboom (1956). Toch dacht de stilist - die hij natuurlijk toch is - wel degelijk goed na over wat hij opschreef. Maar meer nog over wat hij wegliet: tijd, namelijk. Tot zeker twee keer toe wordt de lezer tien jaar onthouden.

Het verhaal verlangt ook losheid en sprongen in de tijd. 'De rode loper' draait vooral om hoofdpersoon Lou, een oudere jongere zogezegd, die een leegstaande garage kraakt om daar een undergroundbioscoop te beginnen waar van die lekker 'foute' horrorfilms vertoond worden. Het is geen doorslaand succes. De provincieplaats waar de bioscoop staat lijkt niet te porren voor camp. Als Lou - een voormalig roadie van een populaire streekband - de formule omgooit en een mediagebeurtenis maakt van een bezoek aan zijn bioscoop (zijn klanten zijn nu zélf de ster van de avond), begint de zaak te lopen.

We treffen Thomas Rosenboom in De Roode Bioscoop aan het Haarlemmerplein in Amsterdam.

Is er een directe link met uw boek en deze voormalige bioscoop?
"Het idee voor 'De Rode Loper' kreeg ik wel in een bioscoop en het formaat van het filmzaaltje dat ik in gedachten had, komt ook wel overeen met het zaaltje hier. Deze roman ontstond op het Film By The Sea-festival in Vlissingen. Toen ik daar aankwam lag er een rode loper. Dus ik met mijn gezelschap daar overheen. We voelden ons echte sterren.

Er werd champagne gedronken op die loper, er waren journalisten die ons vragen stelden, en toen we in de zaal zaten zagen we diezelfde rode loper op het doek. Dat is hier buiten, straks gaan we onszelf zien, zeiden we tegen elkaar. Dat gebeurde niet, want de beelden die vertoond werden waren niet opgenomen maar live. Toch dacht ik: je zou het wel zo kúnnen doen."

Waarom zien we onszelf tegenwoordig zo graag?
"Misschien was dat altijd al wel zo. Ik denk dat het verschil is dat mensen er tegenwoordig gewoon voor uit komen dat ze zelf graag in de belangstelling staan.

Kinderen van nu worden ook zo opgevoed: ze worden bijzonder gevonden zonder dat ze werkelijk ergens in uitblinken. Iets kunnen hoeft helemaal niet. Dat zie je in televisieprogramma's terug. In die talentenjachten, bijvoorbeeld. Bij 'Big Brother' hoefde je er zelfs alleen maar te zijn."

In uw eerdere boeken lees je terug dat u veel onderzoek pleegt voor u iets opschrijft. In 'De rode loper' lijkt u te putten uit uw eigen ervaringen.
"Ik heb zelf jaren in een bandje gezeten, in de tijd dat ook het boek speelt. Dus die wereld kende ik. De merken van de gitaren en van de apparatuur, maar ook de details. Dat de zang bijvoorbeeld in de jaren zeventig altijd veel zachter stond dan de gitaren. Daarom schreeuwden die zangers ook zo.

"Nee, veel research heb ik deze keer niet hoeven doen. Al vond ik dat uitzoeken nooit zo moeilijk, hoor. En ook niet zo cruciaal."

Ook de schrijfstijl wijkt af van uw overige werk. U schrijft losser.
"Het is opener, niet zo dichtgetimmerd. Bij dit onderwerp horen ook geen lange zinnen. En voor het eerst heb ik nu eens veel niet opgeschreven, veel overgeslagen. Ik maak hele sprongen in de tijd: 'Tien jaar later bestond de bioscoop nog steeds.' En: 'Tien jaar later bestaat de band nog steeds.'

"Als ik het boek zelf mag karakteriseren: het is geestig en speels maar zonder vrolijk te zijn. Dat was bij het schrijven ook het overheersende gevoel, dat ik aan het spelen was."

U bent altijd bijzonder open over uw werkwijze. Ontkracht u daarmee niet de mythe van het schrijverschap?
"Waarschijnlijk wel, maar dat vind ik helemaal niet erg."

De hoofdpersonen in uw romans nemen vaak te veel hooi op hun vork. Wat is daar voor u literair zo interessant aan?
"Er staat iets op het spel. Je ziet een piste voor je, een arena waarin gestreden wordt. Want er moet wel een tegenstander zijn. Daarom gaan we naar een voetbalwedstrijd en niet naar een training."

Hier heeft hoofdpersoon Lou wel succes met zijn project. Of toch niet?
"De personages in dit boek beginnen goed, maar het loopt ze tussen de vingers weg. Het is een verhaal waarin ze uiteindelijk toch meer kwijtraken dan ze hadden. Waar mijn andere romans opwaarts gaan, gaat deze neerwaarts."

Je zou 'De rode loper' kunnen lezen als een sneer naar de provincie, waar alles middelmaat is en waar voor 'echte' cultuur geen plaats is.
"Ik zou het jammer vinden als het zo gelezen wordt want ik ben zelf een provinciaal. Ik woon dan wel in Amsterdam, maar ik blijf provinciaal. De gedachte dat er op cultureel gebied in de provincie niks te doen is, deel ik ook niet. Literaire avonden worden er veel beter bezocht dan in de Randstad.

Maar het mooiste vind ik het als men de krachten bundelt voor een cultureel evenement. Ik maakte dat mee in Appingedam. Dat samen iets voor elkaar krijgen, dat hoort ook bij de provincie."

Het publiek krijgt de hoofdrol in uw roman. Het boek zou daarom ook opgevat kunnen worden als een aanklacht tegen een trend op tv. De trend van: kijk mij nu eens een ster zijn.
"Ik vind dat je als schrijver niet altijd je irritaties moet uiten. Al speelden die in dit geval zeker mee. Ik vind zulke televisieprogramma's vreselijk. En als het daar nu bij bleef, maar nee. Je kunt die aandachttrekkerij ook in het wild tegenkomen. Laatst was ik op Vlieland en daar zag ik een verklede man lopen. Zo'n mafkees in een bh, die daar alleen maar liep om op te vallen.

Nu mogen mensen van mij alle aandacht krijgen, maar dan wel graag als ze ook echt iets kunnen. Bij optreden hoort oefenen. Het is ook allemaal zo kinderachtig, zo onvolwassen. We hadden het net over het karakteriseren van mijn boek: de rode loper is óók het verhaal van een vertraagde volwassenwording. Ja, misschien is dat het nog wel het meeste. Een roman over een vertraagde volwassenwording."

Heeft die vertraagde volwassenwording bij u zijn werk gedaan? Een schrijver probeert z'n twijfel te overwinnen, stelde u eens. Twijfelt u na al die jaren nog steeds?
"Die onzekerheid blijft, wat dat betreft blijf ik jong. Maar die tijdsprong maken in het verhaal, bijvoorbeeld, dat zou ik voorheen nooit gedurfd hebben. Dat had ik waarschijnlijk te makkelijk gevonden. Verder zie ik niet zoveel ontwikkeling in mijn schrijverschap. Ik doe al dertig jaar hetzelfde."

Vindt u niet dat u zich voortdurend moet ontwikkelen?
"Welnee, ik ben zelfs dankbaar dat het gaat zoals het gaat. Ik heb steeds meer de leeftijd waarop illusies misplaatst zijn."

'De rode loper' van Thomas Roosenboom. Uitgeverij Querido, Amsterdam. 224 bladzijden, € 19,95

Zaterdag bespreekt Jaap Goedegebuure het boek in de bijlage Letter & Geest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden