'Ik heb rust nodig om te dromen'

interview | In de serie 'De Schepping' vertelt een kunstenaar hoe zijn werk tot stand kwam. Deel 2: Arthur Japin over zijn vandaag verschenen roman 'De man van je leven'. 'Ik werk heel intuïtief , dat is wel eens lastig.'

Het lijkt wel een computergame, de zoektocht naar Arthur Japin. Het grachtenpandencomplex van uitgeverij de Arbeiderspers aan de Amsterdamse Prinsengracht is verlaten - het bedrijf is vrijwel geheel verkast naar Utrecht. Daarom telt het pand nu tientallen lege kamers en zalen. Groot en klein, hoog en laag, verbonden met doorgangen en trappetjes. Ah, daar is hij dan toch. Helemaal aan het eind van de beletage hebben we de schrijver te pakken. Japin doet een extra lampje aan voor de sfeer, haalt koffie en koeken en gaat ontspannen achterover op een stoel zitten. Een praatstoel kennelijk, want Arthur Japin (57) heeft er zin in: "Als ik te veel praat zeg je het, hè?"

Vandaag verschijnt zijn nieuwe boek 'De man van je leven', een roman over een driehoeksverhouding. Tilly is getrouwd met Markus maar Tilly is ernstig ziek, zij heeft niet lang meer te leven. Uit liefde voor Markus zoekt zij een vrouw die straks haar plaats naast hem kan innemen. Die vrouw meldt zich en heet Iris. Maar wie was die Iris ook alweer? Japins toneelachtergrond is in stijl en vorm duidelijk te merken. 'De man van je leven' leest grotendeels als een literair blijspel:

'O kijk!'. Hij wees erop en leek zich kostelijk te vermaken. 'Hier staat het: "Aantrekkelijke weduwnaar, niet onknap, bemiddeld, hoog niveau, eigen woning, grote liefde voor de natuur"...'

Midden in de zin viel hij stil. De vrouwen kenden hem uit hun hoofd en maakten hem af. .... "zoekt steun bij academisch geschoolde vrouw, na zeer, zéér recent verlies"....

'En een verse weduwnaar', verzuchtte Iris, 'dat had mij nou zo veilig geleken.'

Markus las het tekstje nog eens.

'Die knappe vent waar ze het hier over hebben, ben ik dat?'

'In elk geval ben ik die dooie', sprak Tilly.

'En ik', bekende Iris, 'ik ben degene waarnaar hij op zoek is.'

(fragment uit het boek, blz. 160)

Hoe ontstond het idee voor dit verhaal?

"Dit boek heeft een ongewone ontstaansgeschiedenis. Begin jaren negentig zag ik in de 'Vijf uur show' bij Catharine Keyl een vrouw met precies dit verhaal. Het idee prikkelde me. Ik had nog geen boek gepubliceerd, maar schreef scenario's en maakte er een korte televisiefilm van. Schelpen en kreeften speelden daarin, net als in deze roman, een belangrijke rol. Dat is begonnen tijdens een strandwandeling - de beste ideeën krijg je als je ze niet zoekt, wat dat betreft is schrijven net als de liefde.

"Maar goed, in Zandvoort vond ik een bijzondere schelp, een Pinna, een soort die hier helemaal niet voorkomt. Die kon zich openen en sluiten en hij kon ook stuk. Ik kreeg daar allerlei ideeën bij. 'De Pinna' is ook nog een toneelstuk geworden, een komedie voor de zaterdagse leesclub bij Annie M.G. Schmidt thuis. Omdat Annie zelf niet meer kon zien, kwamen vrienden bijeen om haar de nieuwste stukken te laten horen. 'De Pinna' is het laatste dat aan Annie is voorgelezen, kort voor haar dood in 1995. Daarna, toen mijn eerste roman, 'De zwarte met het witte hart', meteen een succes werd, ging ik romans schrijven en dacht ik niet meer aan toneel."

Het leest als een literair blijspel, een klucht.

"Het theater, waar ik uit voortkom, keert telkens terug in mijn leven. Het boek begint vanuit die kluchtige situatie, maar verandert langzaam in een tragedie. Na een aantal plotwendingen komt de serieuze kant boven. Het gaat over de liefde, ziekte en dood. Dat komt ongetwijfeld omdat ik nu ouder ben, dat er naast dat komische een rol is voor de dood. Die komt toch dichterbij. Daar maak je je dan een voorstelling van, net zoals Tilly dat doet in het boek."

Wat voor voorstelling maakt u zich dan van de dood?

"Mijn vader, dat weet je wel, was erg in de war. (Japins vader maakte een eind aan zijn leven toen Arthur twaalf jaar was, red.). Op een dag zat hij in een hoekje en zei: 'Heb jij dat nooit, dat je bang bent voor de dood?' Rare vraag natuurlijk aan een kind. In het boek is het een stokpaardje van me; die angst maar vooral die verbazing van iedereen over de dood. Alsof we niet vanaf het begin al weten dat het ooit afloopt! Ze moeten de mensen wanneer ze ter wereld komen toch eens beter informeren.

"Die angst voor de dood is bij mij nog niet gekomen. Misschien juist omdat mijn vader mij daar zo jong alert op maakte. Ik hou van het leven, maar ik vind het ook een zware opgave. Leven is eigenlijk iets te veel gevraagd van een mens. Dat het op een dag niet meer hoeft, lijkt me heerlijk."

Begrijpt u Tilly uit uw boek ook? Dat ze een vervangster zoekt voor haar man, is dat ultieme liefde?

"Het is ultieme liefde en opoffering maar het is ook wantrouwen en niet kunnen loslaten. Tot het einde toe de regie willen houden over niet alleen haar eigen leven maar vooral ook over dat van een ander."

U leeft samen met twee partners. U kon zich zo'n driehoeksverhouding dus goed voorstellen.

"Ik breng dit boek dagelijks in de praktijk, haha! Nee, ik zal je eerlijk zeggen: Ben (Japins partner Benjamin Moser, een Amerikaanse schrijver, red.) is twintig jaar jonger dan ik en zal Lex (Lex Jansen, Japins partner en ook zijn uitgever, red.) en mij dus waarschijnlijk overleven. Ik hoop wel dat hij dan of misschien al voor die tijd nieuw geluk vindt. Natuurlijk speelt dat door je hoofd. Al gaat het er bij ons thuis echt wel heel anders aan toe dan bij Tilly, Markus en Iris uit het boek, hoor. Toch heb ik een zwak voor ze. Mensen met een ongebruikelijk leven intrigeren me. Mij in ze verdiepen gaat door middel van onderzoek, improviseren, inleven. Vaak vanuit de ik-figuur, omdat ik me daar nu eenmaal makkelijker in kan verplaatsen. Het is ook mijn eigen sores vergeten."

U doet veel aan research. Is dat een belangrijk onderdeel van het scheppen?

"Research is nodig, anders kom je niet tot inleving. Maar ik gebruik het anders dan in het begin. Ik denk niet meer: de lezer moet alles weten. Het gevaar is dat je te veel vertelt. Ik ben nu bezig met een historische roman over de belle époque. Mij interesseert dan alles wat mijn hoofdpersoon kan hebben gezien en meegemaakt. Wat indertijd buiten zijn of haar gezichtsveld viel, daarbij zakt mijn interesse ogenblikkelijk weg.

"Ik word vaak gevraagd als expert van een onderwerp waar ik dan over geschreven heb, maar dat ben ik maar ten dele. Slechts voor zover een tijd of plek van belang was voor mijn hoofdpersonages. Het gaat mij om de emotionele lijn onder de feiten. Ik heb gemerkt dat je op die manier het dichtst bij de waarheid komt."

Moet een project bij u eerst zijn afgesloten om ruimte te verkrijgen voor een nieuw idee?

"Ik heb vooral rust nodig om te dromen. Ik ben net terug uit Rome. Die stad is verziekt door de toeristen. Ik kan werken aan een roman of stuk terwijl ik ook nog bezig ben met iets anders, maar ik moet wel volledig 'buiten de wereld' kunnen zijn. Het stoort mij als mensen door mijn beeld heen lopen. Ik werk heel intuïtief, dat is wel eens lastig omdat ik de vrijheid in mijn hoofd die daarvoor nodig is, echt moet bevechten. Schrijven is voor mij een periode van warrigheid. Daarom probeer ik te werken tussen tien en vier. Maar ik ben er altijd mee bezig, ook als ik op de sportschool ben. Ik kan ook geen ander boek lezen als ik schrijf. Idealiter is een boek afgesloten om aan iets nieuws te werken, maar dat lukt niet altijd. Wat wel werkt, is als ik een eenheid heb afgesloten, een hoofdstuk."

Hoe komt u tot een bepaalde stijl voor uw boeken?

"Er wordt vaak gedacht dat schrijvers heel bewust met stijl bezig zijn, maar bij mij werkt dat in elk geval niet zo. Je hebt figuren of personages in een bepaalde situatie en die figuren en die situatie dicteren een bepaalde stijl. Dat gaat vanzelf. Ik schrijf langzaam, maar aan het eind van de dag staat alles op zijn plek."

Die stijl van u wordt niet door alle critici gewaardeerd. Trekt u zich dat aan?

"Dat overkomt alle schrijvers, je kunt het niet iedereen naar de zin maken. Het klinkt raar voor een schrijver, maar ik vind woorden gevaarlijk. Dus recensies, goed of slecht, ga ik uit de weg. Lex houdt dat natuurlijk allemaal wel bij, ik hoor het dus wel eens van hem. Nederlandse critici staan tegenwoordig erg ver van lezers af. Die trekken zich niets meer van elkaar aan. Je zei net dat ik een typische verhalenverteller ben. Dat is niet volgens de Nederlandse literaire traditie. Ik begeef me bewust niet zo in het literaire wereldje. Dat is nogal verstikkend. Ik wil voorkomen dat ik mezelf zou inperken."

Wat is de reden dat u schrijft?

"Ik wilde het nooit. Alles wilde ik. Maar schrijven, nee, dat nooit. Omdat ik er tussen opgegroeid ben. Mijn vader was schrijver en zijn vrienden, die hij in huis haalde, ook. Moeilijke types. Depressies, drank. Een van hen was zo kromgegroeid, dat zijn longen geen ruimte meer hadden om te ademen. Hij is gestikt. Dit was mijn beeld van schrijvers, zodat ik altijd dacht: mij niet gezien. En eigenlijk wil ik er nog steeds niet bij horen. Daarom ook doe ik zoveel andere dingen. Om niet vast te raken in mezelf of in die wereld. Ik was me altijd bewust van taal. Mijn vader had een populair radioprogramma over taal. Als ik een gekke taalfout zag in de plaatselijke krant dan ging ik daarmee naar hem en dan hoorde ik het de volgende week terug op de radio.

"Ja, het moet er wel altijd in hebben gezeten. Ik won als kind een landelijke opstelwedstrijd. Later, op de Theaterschool kreeg ik les van Willem Wilmink. Die gaf ons ingewikkelde schrijfopdrachten, waar ik als enige plezier in had. Wilmink zag wel dat ik op die school eigenlijk niet helemaal op mijn plek was, dat ik me misschien meer op het schrijven moest richten. Maar het heeft daarna nog lang geduurd, en ik erken nog steeds niet helemaal zonder weerstand dat ik schrijver ben. Maar ik kan er niet omheen. Het is mijn manier van communiceren. Alles wat ik gedaan heb en doe, dat zijn manieren om te laten zien wat ik van belang vind. Manieren om mezelf kenbaar te maken."

Arthur Japin: 'Man van je leven'. De Arbeiderspers. 252 bladzijden, euro 19,95

Zondag gaat in Theater Bellevue het door Japin geschreven toneelstuk 'Absinthe' in première, gespeeld door toneelgroep De Hollanders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden