‘Ik heb niks tegen buitenlanders hoor’

De statushouders die boven Marjan wonen, zullen haar vraag vast niet begrijpen. En trouwens, ze vindt het ook eng om haar vraag aan deze nieuwe, vreemde buren te stellen. Dus stelt ze haar vragen aan mij. 

‘Hebben ze een ondervloer?’, ‘Kunnen die kinderen niet stil zijn?’, ‘Waarom krijgen ze nog steeds begeleiding?’, ’Wie heeft die televisie betaald?’ 

Marjan vreest door mij, of door ‘de samenleving’, van racisme beticht te worden. Ik hoor het aan de defensieve toon in haar stem wanneer ze aan de telefoon zegt: ‘Ik heb niks tegen buitenlanders, daar gaat het niet om.’ Het is een zin die ik inmiddels droom. Marjan staat niet alleen in haar angst om veroordeeld te worden en als discriminerende populist te boek te staan. Maar de nieuwe buren confronteren haar met geluidsoverlast, het gaat om “leefgeluiden”, en ze schetst een gevoel van onbehagen.

De statushouders boven haar, in het vergelijkende en sterk gekleurde perspectief van deze gepijnigde vrouw, krijgen veel. Te veel, vindt ze. Statushouders krijgen geld, zorg, aandacht. Geld waar zij hard voor moet werken bij een schoonmaakbedrijf en waar ze, zo blijkt al snel, niet met een goed gevoel naartoe gaat of vandaan komt. Aandacht, waar zij niet de benodigde indicatie voor heeft. “Terwijl ik zo vaak heb aangegeven bij de hulpverlener dat het niet goed gaat.”

Andere vragen

Tegenover mij zit een bleke, slecht verzorgde vrouw die een stuk ouder oogt dan haar kalenderleeftijd doet vermoeden. Ik ben, in de loop van ons gesprek, andere vragen gaan stellen. In plaats van ‘Waaruit bestaat de overlast precies?’ vraag ik: ‘Wat hebben of krijgen statushouders, dat u ook zou willen krijgen?’, ‘Waar bent u tekort gedaan?’ En met deze vragen verandert de sfeer. Ze gaat zachter praten, het wordt persoonlijker. “Zij hebben al direct een woning terwijl mijn zoon, die in Nederland geboren is, al drie jaar op de wachtlijst staat! Dat doet me zeer.” “Waarom is die vrouw wel zwanger, maar hebben ze geen geld voor goede geluidsisolatie? Houdt er dan niemand rekening met mij?”

Hoe zou de kwaliteit van haar leven verbeteren als haar zoon eindelijk eens op zichzelf zou gaan wonen? Wanneer ze, met al haar vermoeidheidsklachten, nu eens een tijd niet hoefde te werken en tot rust kon komen? Hoe fijn zou het zijn wanneer de nieuwe buren ervoor zorgen dat er een dikke ondervloer komt te liggen en er gordijnen worden aangeschaft en dan pas aan gezinsuitbreiding gaan denken?

En ik kan sommige zaken misschien wel uitleggen, maar daar gaat het hier niet over. Marjan kan zelf ook de krant lezen en relevante nieuwsprogramma’s volgen. Ik kan praten als Brugman, maar ik kan haar gevoelens van onrecht, van tekortgedaan en miskend zijn niet wegnemen. Ik zwijg dan ook maar even. Ze zegt tegen me: “Ik begrijp het niet.” Wat ze bedoelt is: Ik kan me er niet mee verzoenen.

Dianne Hoogstrate bemiddelt bij buurtconflicten op Walcheren, in opdracht van gemeenten, politie en corporaties. In een serie columns schrijft zij daarover.

Lees ook:

Op empathie van de buren hoeft deze alleenstaande moeder niet te rekenen

Tegenover mij zit mijn collega van de woningbouwcorporatie. Rechts naast mij een jonge moeder van vier kinderen met haar vader. Links van mij het echtpaar dat al geruime tijd overlast meldt en inmiddels is gestart met het maken van geluid- en beeldopnames. Dat gaat wat ver en ik nodig ze uit om te vertellen waaruit de overlast precies bestaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden