'Ik heb niets te verbergen' is geen sterk argument

Als de overheid veel informatie verzamelt over burgers, raakt dat niet alleen de mensen die 'niets te verbergen hebben'. Het probleem van de privacy zit dieper, schrijft Daan Weggemans.

DAAN WEGGEMANS en ONDERZOEKER CENTRUM VOOR TERRORISME EN CONTRATERRORISME

Het zorgen voor veiligheid is een kerntaak van de staat. Die veiligheid staat door de snelle ontwikkeling van technologie aan alle kanten onder druk. Op internet zijn met één muisklik grote hoeveelheden informatie voor individuen en veiligheidsdiensten beschikbaar. Het verzamelen ervan is daarmee een prominent aspect geworden van het werk van veiligheidsdiensten. Dat is begrijpelijk. Sterker nog, het zou nalatig zijn wanneer zij deze informatiebronnen links zouden laten liggen.

Toch is er veel ophef over het Prism-programma. Veel reacties waren simplistisch en schematisch. Tegenover het bekende 'big brother'- argument ('de politiestaat is op komst!') staat geheid de al even oppervlakkige reactie 'maar ik heb toch niets te verbergen'. De relatie tussen privacy en veiligheid wordt in louter zwart-wittegenstellingen geschetst. Maar hoe verhoudt privacy zich echt tot veiligheid?

In het beroemde essay 'I've got nothing to hide and other misunderstandings of privacy' richt de Amerikaanse hoogleraar recht en privacydeskundige Daniel Solove zich op dit veel geopperde argument. Mensen die zich niet druk maken zeggen: ik heb niets te verbergen. Die redenering reduceert volgens Solove privacy tot iets van minimale waarde, dat in een strijd met veiligheid altijd het onderspit delft. In haar meest extreme vorm is de weerlegging echter eenvoudig: iedereen heeft wel iets te verbergen. Probeer maar eens de vraag: 'Vind je het goed als ik naaktfoto's van jou verspreid?'.

Aanslag voorkomen
In discussies over veiligheid ligt het vaak genuanceerder. Het gaat dan volgens Sovole niet over alle persoonlijke informatie, maar slechts over het type informatie dat overheden zullen verzamelen - telefoongegevens, internetactiviteiten. De inbreuk op privacy is dan minimaal en het gevaar van terrorisme van veel groter belang - 'Ach, die controle op die paar e-mailtjes die ik verstuur. Als ik daar een aanslag mee kan voorkomen?' In deze vorm is 'ik heb niets te verbergen' een sterk argument. Het veronderstelt dat privacy gaat over het verhullen van iets slechts waarvan we niet willen dat anderen het weten, of dat anderen niets aangaat. Maar de discussie over privacy kan dan verzanden in een debat over wat mensen wel en niet geheim mogen houden.

Solove stelt echter dat privacy meer is dan een recht op geheimhouding. Privacy omvat allerlei verschillende zaken die samengaan met juist en onjuist gebruik van persoonlijke informatie. Stel dat iemand wordt begluurd door de buurman - zelfs wanneer er geen geheimen aan het licht komen, vindt men dit eng en een inbreuk op de privacy. Daarnaast zijn er nog andere vormen van schendingen van privacy zoals chantage, het onjuist gebruik van persoonlijke gegevens. Zelfs het bijhouden van grote persoonlijke dossiers door overheden kan uiteindelijk iemands privacy schenden.

Door privacy te benaderen als iets breders dan alleen 'garanderen van geheimhouding', blijkt dat er diverse problemen kunnen ontstaan als gevolg van nieuwe veiligheidsmaatregelen. Als de overheidsbureaucratie persoonlijke informatie gebruikt om belangrijke beslissingen te nemen over mensen, maar tegelijkertijd geen inspraak geeft hoe deze informatie wordt gebruikt, kan dat leiden tot machteloosheid en kwetsbaarheid van het individu.

De gevaren die samenhangen met grootschalige dataverzameling zijn daarom vooral zaken als onverschilligheid, dwalingen, misbruik, onmacht en gebrek aan transparantie en verantwoording. Er zijn mensen onterecht op een zwarte lijst beland. Het bureaucratisch gegenereerde profiel begint de persoon te overwoekeren, zoals terrorismedeskundige Beatrice de Graaf onlangs nog in haar oratie stelde.

Privacy hangt samen met het weerbaar maken van de burger. Het beschermt de persoonlijke integriteit en waardigheid. Als iemand gereduceerd wordt tot bepaalde gemonitorde gedragspatronen, moet hij in elk geval tegen die categorisering in beroep kunnen gaan.

Democratisch fundament
Discussies zoals die nu vaak worden gevoerd over privacy versus veiligheid raken zelden de kern. Het gaat niet om de vraag of overheden wel of geen persoonlijke data mogen verzamelen en analyseren. Het gaat om het democratische fundament onder die taakstelling: het garanderen van toezicht, transparantie, het afleggen van rekenschap.

Deze waarden moeten de plaats in het debat innemen van het 'ik-heb-niets-te-verbergen'-argument dat slechts bepaalde problemen omtrent privacy benoemt, maar andere onder het tapijt schuift. Een samenleving waarbinnen deze fundamentele waarden en daarmee de bescherming van privacy namelijk niet worden bediscussieerd, is als een rechtbank waar het risico bestaat dat iemand terechtstaat maar geen mogelijkheid heeft in beroep te gaan, het bewijs niet mag inzien en die ook na uitzitten van de straf het stempel 'verdacht' blijft houden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden