Ik heb niets met dat opgepoetste Aldo van den Broek

Zijn werk hangt nu in twee Nederlandse musea. Exposities in Brussel en Berlijn volgen binnenkort. Kunstenaar Aldo van den Broek heeft succes sinds hij zich enkele jaren geleden in Berlijn vestigde. 'Kwestie van keihard werken.'

Het scheppingsproces begint bij Aldo van den Broek al vroeg in de ochtend, als hij met 'het karretje' de deur uitgaat. Daarmee brengt hij eerst zijn 2-jarige zoon naar de crèche. Daarna struint hij met het ijzeren bakje op wielen aan de hand als een moderne stadsjutter de straten af. Stukken karton, afbladderende posters, een roestige plaat, lappen jute, een rol gaas en oude planken verdwijnen in het karretje. Waardeloos materiaal waar geen mens naar omkijkt.

In de buurt in het oosten van Berlijn waar hij werkt en woont, vroegen bewoners zich aanvankelijk af of hij een alcoholist was of een zwerver. Met een grijns: "Alleen snapten ze niet waarom ik ook wel eens netjes gekleed opduik in de supermarkt. Toen heb ik het maar verteld: ik ben kunstenaar." Maar of dat het er duidelijker op heeft gemaakt, betwijfelt hij.

Aldo van den Broek (28) maakt schilderijen en sculpturen van de 'zooi' die hij op straat vindt of bij elkaar scharrelt in oude fabrieken en verlaten kantoren. Indringende, unheimliche collages zijn het, waarmee hij internationaal de aandacht trekt.

Kom maar kijken in mijn atelier, is de reactie van de kunstenaar als Trouw hem belt met vragen over zijn werk. "Het scheppingsproces valt niet uit te leggen zonder te zíen hoe ik werk." Al op het perron van het station Prenzlauer Allee van de S-Bahn verontschuldigt hij zich. Hij heeft de dag ervoor zijn atelier in een opslagruimte aan de Friedrichstrasse moeten opruimen. "En het was er net zo'n lekkere puinzooi. Maar alles moest eruit, omdat de eigenaar de ruimte een paar dagen wil gebruiken. Dat is de deal: ik hoef geen huur te betalen, maar in ruil daarvoor moet ik eens per halfjaar de boel ontruimen voor een evenement. Door deze inkomsten kan ik de ruimte dan weer gratis gebruiken."

Hij heeft nog een atelier, aan huis. Daar krijgen we ook een goed beeld hoe zijn kunstwerken tot stand komen. In de woonkamer staat naast de eettafel - zelf gemaakt van sloophout - 'het karretje', ook gevonden bij het grof vuil op straat. Hij kan zich voorstellen dat hij in zijn oude kloffie en de kar vol afval de indruk wekt van iemand die aan lager wal is geraakt. "Ach, er lopen hier wel meer rare types rond. Het eerste jaar in Berlijn woonde ik in een overhippe yuppenbuurt, sterk gericht op uiterlijk vertoon. Het leek het Gooi wel, waar ik ben opgegroeid. Deze oude arbeidersbuurt is voor mij veel inspirerender."

In zijn atelier liggen stapels karton, besmeurd met verf en vuil, stukken jute en gaas. Daartussen staan emmers met acrylverf. Tegen de muur leunt een werk in wording. De contouren van een oude fabriek met roestige pijpen zijn al zichtbaar. Er zitten stukken karton, posters, jute en half vermolmde planken in verwerkt, waar hij overheen heeft geschilderd. Het verval grijnst je tegemoet, maar Van den Broek is nog lang niet tevreden: "Het ziet er nog te netjes uit."

Hij scheurt een reep karton uit het schilderij, waardoor de onderliggende laag van een poster en een Russische krant zichtbaar worden. Er zitten minstens al dertig lagen papier en andere afvalmaterialen in verwerkt, schat hij. "Maar het is nog niet doorleefd genoeg. Het moet nog meer die kant uit." Hij wijst naar de roestige plaat die hij op de planken heeft gelijmd. Het komt ook voor dat hij een schilderij door midden scheurt om de stukken weer in een ander werk te plakken. Vooral dat scheuren is belangrijk, benadrukt hij, vanwege de onvoorspelbare rafelranden.

Zijn atelier aan de Friedrichstrasse is zo groot dat hij daar zijn monumentale werken van 7 bij 3 of 4 bij 4 meter maakt. Vanwege het formaat en het gewicht legt hij ze op de vloer. Topzwaar zijn ze door de vele lagen die over elkaar zijn gelijmd of aan elkaar geplakt en geniet. Oprollen gaat niet vanwege de dikte. Transport kan alleen in een vrachtwagen. "Dat is ook mijn grootste kostenpost."

Het is hard gegaan met Aldo van den Broek, sinds hij zich enkele jaren geleden in Berlijn vestigde. In twee musea hangen momenteel zijn werken op een tentoonstelling. En er komen meer exposities aan, onder meer in Brussel en Berlijn. De gerenommeerde Amsterdamse galeriehouder Ron Mandos nam hem op in zijn stal. Zijn werk is 'booming'.

Met een gezicht alsof hij het zelf nog niet kan geloven: "Ik heb net een groot schilderij verkocht aan de verzamelaars Henk en Victoria de Heus. Het is bizar dat mijn werk nu misschien wel in hun villa hangt naast een Daniel Richter of een Neo Rauch."

Vier jaar geleden werkte hij nog redelijk anoniem met kunstenaars en studenten van kunstacademies samen in het Blitzkrieg-collectief in Amsterdam.

Hoe verklaart u dat succes zo ineens? Recyclen van afvalmateriaal past natuurlijk ook wel in de tijdgeest.

"Ik ben niet met afval gaan werken omdat dat zo hip is. Ik word getriggerd door materialen waar je de geschiedenis uit kunt aflezen. Net zoals ik iets heb met verpauperde buurten en mensen aan de zelfkant. Ik heb niets met dat opgepoetste. Dat ik nu succes heb, is vooral een kwestie van keihard werken. Dat loont. Toen ik hier kwam, begon ik blanco. Ik had geen netwerk, behalve een vriend van mijn vader die hier werkt als architect. Via hem kreeg ik het voor elkaar dat ik elke maand nieuw werk mocht ophangen in een goed restaurant. Zo heb ik twee kunstverzamelaars leren kennen. Verder ging ik naar zoveel mogelijk openingen toe in galerieën en dan stapte ik op iedereen af. Het heeft geen zin om te gaan wachten in je atelier tot een galerie je vindt. Zo zit ik ook niet in elkaar. Ik ben iemand die wil knokken om te overleven."

Heeft u dat van huis uit meegekregen?

"Ik ben opgegroeid in de polder van Eemnes en ging in Laren naar een school waar de rijke kinderen uit het Gooi ook op zaten. Ik had niks met dat Gooise gedoe. De meeste schoolvakken interesseerden me niet. Drie maanden voor mijn eindexamen ben ik ermee gekapt. Ik wilde een kunstopleiding volgen, maar werd niet toegelaten. Ik ben begonnen aan een opleiding voor grafisch ontwerper en meubelmaker, allebei na drie maanden weer afgebroken. En zo ging dat maar door. Tot architect Cees Dam ineens een sculptuur van me kocht. Ik maakte wel van alles, maar ik had nog nooit iets voor een serieus bedrag verkocht. Dat iemand er toch iets in zag, was voor mij het duwtje in de rug om door te zetten. Met het geld dat ik had verdiend, ben ik in 2008 drie maanden naar New York gegaan. Toen ik aankwam was daar nog maar 150 euro van over. Ik heb op straat geslapen, maar ook in het tuinhuisje van een kunstverzamelaar die ik had ontmoet. Ik assisteerde kunstenaars om aan geld te komen of in ruil voor een slaapplek, maar soms had ik echt geen rooie cent meer. Er waren momenten dat ik huilend mijn ouders wilde bellen om te vragen of ze mijn terugvlucht konden betalen. Maar dan zou ik pas echt een loser zijn. In New York heb ik geleerd om te overleven."

En dat had u nodig in Berlijn?

"Ja, het begin was erg zwaar, want we kregen na een jaar ook nog ongepland een kind en mijn vriendin raakte in een zware postnatale depressie. Er is een foto van me uit die tijd, waarop ik met mijn zoontje in een wipstoeltje naast me zit te werken te midden van een enorme berg karton. Ik moet het redden als kunstenaar, dacht ik, als ik de hele dag met een huilende baby en huilende vriendin zat. En dat kan alleen door keihard te werken. Alle romantiek die verbonden is met het kunstenaarsleven, was er toen wel in één klap af. In die tijd heb ik een serie werken gemaakt over tunnels, zwarte tunnels."

Vader worden heeft dus tot een stroomversnelling in uw carrière geleid.

"Het heeft heel goed uitgepakt. Ik zit nu in een enorme flow en maak erg lange dagen. Toen ik terugkwam uit New York heb ik eerst een aantal jaren in Amsterdam gewerkt. Daar kwam weinig uit mijn handen, omdat ik te veel werd afgeleid, hippe feestjes, mooie vrouwen, drank. Ik realiseerde me dat het niks zou worden met mijn carrière als ik daar zou blijven. Ik werk het beste in een isolement. Ik ben een einzelgänger. Volgens mij ben ik de enige Nederlander in Berlijn die in vier jaar tijd nog nooit is uit geweest. Ik voel me hier echt op mijn plek, omdat de jonge geschiedenis zo tastbaar is. Dáár gaat mijn werk ook over. Twee wereldoorlogen en het communisme zijn over deze stad heengegaan. In de omgeving heb ik oude fabrieken en kantoren ontdekt die bij de Wende van het ene op het andere moment verlaten zijn. De krant van november 1989 ligt soms nog opengeslagen op tafel. De geschiedenis van dit soort gebouwen is vaak gestold in het behang. Ik pel die lagen los en de stukken die me intrigeren, neem ik mee. Kijk, hier ligt een stuk uit een Russische krant. En dat daar is een propagandafolder uit de nazitijd."

En vervolgens maakt u een schilderij van een verlaten fabriek?

"Nee, ik verwerk mijn indrukken en gebruik daarbij de gevonden materialen. Maar het is allemaal fictie wat ik schilder. Alleen bij portretten gebruik ik soms beeldmateriaal. Ik maak wel een schets, maar de tunnels, oude fabrieken en catacomben zijn nooit een weergave van de werkelijkheid. Jasper Krabbé (een bevriende kunstenaar, red) noemt me een architect van het verleden. Uiteindelijk gaat mijn werk vooral over geschiedenis. Ik wil iets zichtbaar maken wat je op het eerste gezicht niet ziet. Mensen moeten de behoefte voelen om mijn schilderijen af te pellen, laag voor laag."

Vanwaar die fascinatie met sinistere gebouwen?

"Hele vrolijke dingen schilderen heeft me nooit gelokt. Ik bezoek ter inspiratie bewust ruige plekken met een heftige geschiedenis, zoals Nieuw-Belgrado. Ik wil ook nog naar Minsk en in mei zit ik in Tbilisi, waar ik dan in de verpauperde buurten rondloop en als een spons de indrukken opzuig om die vervolgens te verwerken in mijn schilderijen en sculpturen. Ik was voor het tv-programma 'Artmen' op een oude legerbasis, net buiten Berlijn, heel luguber, je weet niet wat daar is gebeurd. Toen ik het behang eraf trok, ontdekte ik kranten uit 1965. Alle fases uit de geschiedenis van een gebouw kun je vaak terugvinden."

Met een grijns: "Misschien is het een reactie op mijn jeugd in het Gooi. Daar hebben ze alles zo goed voor elkaar, maar achter de botox en dure kleding zitten superkwetsbare mensen die dat proberen weg te drukken met een opgepoetste buitenkant."

Hoe redt u het zonder kunstopleiding?

"Ik heb het meeste zelf moeten ontdekken. Verder heb ik geleerd van de kunstenaars en studenten met wie ik heb samengewerkt in Blitzkrieg. In feite was dát mijn kunstopleiding. Ik kijk niet neer op de kunstacademie, maar net als iedere andere school is het niet mijn manier om mezelf te ontwikkelen. Achteraf ben ik blij dat ik het allemaal zelf heb gedaan. Dit is helemaal mijn manier, dit is echt Aldo."

Wie is Aldo van den Broek?

Aldo van den Broek (28) werkt en woont sinds juli 2010 in Berlijn. Met vriendin Nikka heeft hij twee kinderen, Otto (2) en Isa (4 maanden). Museum Henriette Polak in Zutphen toont t/m 11 mei een overzicht van zijn schilderijen. Ook in het Gorcums Museum is zijn werk te zien (t/m 1 juni) op een tentoonstelling over hergebruik in de kunst.

Zie ook www.aldovdbroek.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden