'Ik heb niet eecht geleefd'

René van Collem (52) begon als veelbelovend drummer bij Doe Maar, raakte verslaafd en bleef dat dertig jaar lang. In zijn boek 'Heroïne Godverdomme' schreef hij zijn rauwe levensverhaal op.

Les 1

De hel hoeft niet voorgoed te zijn

"Enkele jaren geleden zag iedereen mij als junk die geen knip voor de neus waard was. Een hopeloos geval, dat nooit meer een normaal leven zou leiden. Ik had geen huis, geen cent op zak en geen werk. Ik leefde van het ene heroïneshot naar het andere. Zelfs in mijn stoutste dromen had ik niet kunnen denken dat ik ooit een interview zou geven over mijn leven. Sterker nog, ik denk niet dat ik nog had geleefd als ik niet was afgekickt.

Ik ben nu ruim drieënhalf jaar clean en tijdens het afkickproces voelde ik een sterke innerlijke drang om mijn verhaal op te schrijven. Dat borrelde steeds in me op. Ik wist niet eens dat ik kon schrijven, maar binnen vier maanden stond mijn verhaal op papier. Het kale, eerlijke, schokkende verhaal waarin ik werkelijk alles over mezelf vertel, zonder scrupules. Van de hoogste highs tot de allerlaagste lows. Van de geweldige tijd bij Doe Maar tot het jarenlang leven in de goot.

Ik heb nooit nagedacht over de effecten van dit boek voor mezelf. Beetje naïef misschien, maar ik wilde het schrijven voor andere verslaafden. Om hun te vertellen dat de hel waarin ze nu zitten niet voorgoed is. Dat het kan, uit die hel kruipen. Ik ben het levende bewijs en dat is meer waard dan alle goedbedoelde adviezen van alle reguliere hulpverleners en therapeuten bij elkaar."

Les 2

Drugs zijn als een mooie vrouw

"In mijn boek schrijf ik meedogenloos over mijn rock-'n-roll leven vol seks, fans en drugs. Als 19-jarig jochie werd ik ineens gebeld om te komen voorspelen voor Doe Maar. Ik was een snotneus, zonder kennis van de muziekwereld en alle drugs die daarbij hoorden. Ik zat niet goed in mijn vel, had een pittige jeugd achter de rug en vond die muziekscene ongelooflijk spannend.

Ik heb altijd een hang gehad naar het donkere. Ik voelde die energie aan me zuigen. Een gezapig, burgerlijk leven ambieerde ik niet. Via een goede bekende gebruikte ik voor het eerst drugs. Ik dacht dat het een blowtje was, maar later bleek er heroïne in te zitten. Als je daar ontvankelijk voor bent, ga je voor gaas. Iets in mij brak open; zo ontspannen en goed had ik me nog nooit gevoeld. Het was een bevrijding.

Hierdoor kon ik alles aan. Ik zocht daarna geregeld het gevaar op, alsof ik mijn angsten wilde bezweren. Hoe klein van stuk ik ook was, ik ging rustig de Amsterdamse Zeedijk op en sprak dealers aan die twee koppen groter waren dan ik.

Die spanning was waanzinnig. In eerste instantie dacht ik mijn drugsgebruik wel in de hand te hebben, zoals alle verslaafden denken, maar dat lukte niet. Toen werd die bevrijding een gevangenis.

Drugs zijn als een heerlijk mooie vrouw; ze verleiden, spelen met je, maken je afhankelijk en daarna zuigen ze je helemaal leeg. Vanwege de drugs werd ik er na een jaar bij Doe Maar - terecht - uitgekickt. Toen wilde ik er vanaf, maar het lukte niet.

Ik zocht het probleem nooit bij mezelf; alles lag altijd aan alles en iedereen. Als ik stopte, kwam ik meteen al mijn angsten en onzekerheden tegen. Daar wilde ik ver van blijven, dus ging ik weer gebruiken."

Les 3

Een vader moet er gewoon zijn

"Als klein jongetje was ik overal bang voor. Ik had angst voor water, voor andere jongens, voor mezelf. Ik groeide op in een onsamenhangend gezin waar altijd spanning hing en waar het niet veilig en vertrouwd was.

Mijn vader, Simon van Collem, was in die tijd heel bekend. Hij had als filmkenner een eigen tv-programma en reisde de hele wereld over om filmsterren te interviewen. Voor mij was hij er niet.

Het maakt niet uit of je vader koning is of tv-presentator, hij moet er gewoon zijn. De mijne was of weg of aan het werk. Ik kan me vooral het tikken van zijn typemachine herinneren.

Mijn moeder deed enorm haar best, maar had als Joods oorlogsslachtoffer, net als mijn vader, een trauma. Over gevoelens werd niet gepraat, maar ondertussen was er wel die onderhuidse spanning. We leefden naast en niet met elkaar. De veiligheid die een kind moet ervaren, heb ik gemist.

Kort voordat mijn vader onverwachts stierf in 1989 herstelde ons contact een beetje. Pas toen kon ik liefde voor hem voelen. Nu heb ik zelfs het idee dat hij me vanuit het hiernamaals heeft geholpen dit boek te schrijven. De zinnen vlogen soms letterlijk op het papier. Ik voel nu meer begrip en liefde voor hem."

Les 4

Liefde geneest

"Mijn moeder is de vrouw die me de afgelopen dertig jaar in leven heeft gehouden. Mijn vrouw heeft me uiteindelijk tot leven gewekt. Zonder de liefde van deze twee vrouwen had ik het niet gered.

Als ik nu met mijn volle verstand terugdenk aan de dingen die mijn moeder voor mij heeft gedaan, val ik echt stil. Daarvoor moest zij heel vaak over haar eigen grenzen heengaan. Met geld, door een slaapplek of hulp te regelen, veel praten en zelfs met me mee te gaan naar de stad om drugs te halen. Ze is de enige die mij altijd is blijven zien als René, als mens. Zij heeft me ook op mijn spirituele pad gebracht. En ze bracht me eindeloos vaak naar klinieken. Ik heb ze allemaal van binnen en van buiten gezien, soms kwam ik er elk half jaar. Maar al die therapeuten zorgden ervoor dat ik aan de drugs bleef, vooral door het methadongebruik. Dat zette geen zoden aan de dijk.

Op het moment dat ik mijn huidige vrouw ontmoette, wist ik dat er iets anders was om voor te leven. Onze liefde ontstond op een moment dat ik niets waard was, ik was een en al wanhoop. Als iemand dan toch voor je kiest, dan moet dat echt wel liefde zijn. Inmiddels zijn we getrouwd en ben ik drieënenhalf jaar clean. Niet voor haar, maar voor mezelf. Ik wilde weer leven."

Les 5

Drugs zijn oersaai

"Je leeft niet echt als je verslaafd bent. Drugs zijn geestdodend en oersaai, het brengt je werkelijk niets. Iedereen kan beweren dat het lekker is om een glaasje te drinken of een pilletje of snuifje te nemen, maar het heeft altijd een prijs. Ik weet dat je dan niet echt leeft, dat je weg wilt uit wat werkelijk is.

Niets is eentoniger dan drugsverslaafd zijn. Iedere dag is hetzelfde: je gaat op zoek naar drugs, daar doe je alles voor. Tot je een shot of snuif hebt. Na die high volgt een stevige low en daarna herhaalt dat hele riedeltje zich. Zo heb ik ongelooflijk veel van mijn leven gemist. In materiële zin heb ik niets opgebouwd ondanks allerlei baantjes, ik ben al mijn vrienden kwijtgeraakt en heb geen gezin gesticht. Ik heb wel een zoon van tien jaar oud, maar daar heb ik geen contact mee, hij groeit op bij zijn moeder. Ik was bij zijn geboorte ook geen stabiele vaderfiguur. Ik schrijf wel kaartjes, maar weet niet of hij die krijgt. Wellicht gaat hij ooit nog op zoek naar mij en kunnen we op een bepaalde manier contact met elkaar hebben.

Het gegeven dat ik geen vader voor hem kan zijn, is immens pijnlijk. Iedereen mag mij veroordelen, maar ergens hoop ik dat mijn zoon op een dag ietsjepietsje begrip kan opbrengen en dat we op wat voor manier dan ook contact krijgen. Maar dat is aan hem."

Les 6

Sterf of groei

"De afgelopen dertig jaar had ik meerdere keren kunnen sterven. Vanwege de drugs of vanwege het gevaar dat ik liep. Omdat ik op straat sliep of me schuilhield op Schiphol, zodat ik het tenminste warm had. Die eenzaamheid is dodelijk. Ik heb ook geprobeerd zelfmoord te plegen, maar werd door enkele onverschillige artsen gered. De volgende dag liep ik alweer op straat.

Het bizarre is dat ik toch een bepaalde ontwikkeling heb doorgemaakt als mens. De paradox is dat verslaving je weg doet lopen van jezelf, maar daardoor kom je zo in de klem, dat je gedwongen wordt naar jezelf te kijken. Daar heb ik veel van geleerd. Het was een spiritueel proces; ik viel keer op keer terug in mijn oude patroon. Tot ik uiteindelijk genoeg zelfinzicht had om me over te geven. Het was echt klaar, ook mijn grote liefde Margaretha zag het op dat moment niet meer zitten met mij. Toen brak ik.

Via het Twaalf Stappenplan ben ik uiteindelijk gestopt. Al die ervaringen - goede en slechte - hebben me als mens veel gebracht. Ze dwongen me te sterven of te groeien. Het was kiezen voor het licht of het donker. Er zat niets tussen in. Dat is mijn hele leven al zo. Het is of goed of slecht."

Les 7

Vraag niet naar de shit

"Ik heb nu geen concept van het leven zoals ik het wil. Ik ben inmiddels getrouwd met Margaretha en we genieten van onze liefde en ons huiselijke leven. Mijn enige doel is clean blijven, andere verslaafden mijn verhaal vertellen en misschien af en toe muziek maken.

Daarom was het voor mij een waanzinnige ervaring dat Henny Vrienten mij belde of ik in 2012 wilde drummen tijden het Symphonica in Rosso concert. Ze wisten niet eens dat ik clean was. Toch vroegen ze me.

De klik die wij met elkaar hebben is zo speciaal; het past gewoon. Als je met elkaar een eenheid vormt dan klopt het geluid. Dat is chemie. Die is er nog steeds. Ook al zit er inmiddels dertig jaar tussen, het klinkt net als toen. Vorig jaar hebben we met elkaar getoerd. Dat betekende veel voor me. De jongens van de band hebben nooit naar mijn shit gevraagd. Ze maakten er grappen over en dat was het. Zonder oordeel. Dat is meer dan vriendschap. Ze zijn echt lief voor me. Ik blijf voor hun Reneetje, de jongste in de band. Daar gaat niets boven."

René van Collem
René van Collem (1961) begint in 1983 als 19-jarige als drummer bij Doe Maar. Na een jaar wordt hij vanwege drugsmisbruik uit de band gezet en vervangen door Jan Pijnenburg. René drumt geregeld bij bands als Spargo, Powerplay, DJ Tiësto en Tjeerd Oosterhuis, maar zakt steeds verder af in zijn drugsgebruik. Uiteindelijk leeft hij jarenlang als junk in Amsterdam.

Dertig jaar is hij verslaafd, totdat hij in 2011 stopt via het Twaalf Stappenprogramma. Hij ontmoet zijn huidige vrouw Margaretha de Vries en treedt uiteindelijk weer op met Doe Maar in 2012. Deze week verschijnt zijn boek 'Heroïne Godverdomme' (Kosmos Uitgevers) waarin hij zijn levensverhaal zonder omhaal uit de doeken doet. René is de zoon van filmrecensent Simon van Collem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden