'Ik heb niemand willen oordelen'/'Strijd op twee fronten' was niet zo'n gelukkige titel, zegt Ridderbos achteraf

HAREN - Een vos in een kippenhok kan niet meer gekrakeel teweeg brengen dan dominee Jan Ridderbos verleden jaar rond deze tijd veroorzaakte in het kamp van de vrijgemaakt-gereformeerden. Juist bij de herdenking van vijftig jaar Vrijmaking verscheen zijn proefschrift over deze gereformeerde kerkstrijd in oorlogstijd. Ridderbos' dikke dissertatie werd beschouwd als een erge aanval op Klaas Schilder, de grondlegger van de vrijgemaakte kerken.

Waren de commentaren aanvankelijk gekleurd door emoties, ook toen de studie in de maanden na de promotie echt besproken werd, was de kritiek niet mals. Twee punten sprongen eruit: mocht Ridderbos uitgerekend Schilder wel zo hard vallen over zijn weinig daadkrachtige verzetsverleden; geen enkele gereformeerde voorman had zich immers zó fel opgesteld tegen het nationaal-socialisme! Ook vroegen de recensenten zich unaniem af of Ridderbos in al die 900 bladzijden niet iets meer aandacht had moeten geven aan de inhoudelijke meningsverschillen die ten grondslag lagen aan de scheuring van de gereformeerde kerken in 1944. De studie heette 'Strijd op twee fronten', maar het kerkelijke front kwam er ten opzichte van het politieke front maar bekaaid af.

“Je kunt je achteraf afvragen of 'Strijd op twee fronten' een gelukkige titel is geweest”, zegt dr. Jan Ridderbos nu. “Met die titel heb ik mensen op het verkeerde been gezet. Maar het was dè ontdekking van mijn studie, dat die theologische strijd en de strijd tegen het nationaal-socialisme zo verknoopt waren. Dat brieven waarin de synode werd opgeroepen te stoppen met die onverkwikkelijke kerkpolitiek, tegelijk de opstelling van het hoogste kerkelijke gezag ten opzichte van de bezetter behandelden. Je doet de mensen van toen onrecht als je die twee zaken loskoppelt. Het gevaar bestaat immers dat je zegt: Dat front tegen de bezetters, dat is iets van toen; in 1945 was de oorlog voorbij. Terwijl het kerkelijke front nog actueel belang heeft, omdat de kerkscheuring nooit meer ongedaan gemaakt is. De titel 'Strijd op twee fronten' is veel meer de conclusie van mijn onderzoek, dan dat ze zou betekenen dat ik beide fronten evenveel aandacht heb geschonken. Ik heb ook niet de geschiedenis van de Vrijmaking willen schrijven. Hoe zou ik dat ook hebben kunnen doen, als kleinzoon en naamgenoot van J. Ridderbos, die een van de hoofdrolspelers was in het drama.”

Verlegenheid is een eigenschap die je Jan Ridderbos zo op het eerste gezicht niet toedicht, maar iets verlegens klinkt er wel door in deze evaluatie. Ook een zeergeleerde weleerwaarde kan zich door zijn enthousiasme op sleeptouw laten nemen. Voor het overige stáát hij trouwens voor zijn proefschrift. Het is een uitvoerige bronnenstudie over de gereformeerde kerken in de periode 1933-1945. Tegelijk is het uitgesloten dat de twee fronten waarop de gereformeerden in die jaren streden nog los van elkaar gezien worden.

Komend najaar verschijnt er een samenvatting van de twee pillen (die inmiddels zijn uitverkocht - er komt een herdruk). Die beknopte versie is geschreven door Ridderbos' Harense collega ds. E. Overeem, die bovendien zorgt voor een aanvulling op de kerkrechtelijke aspecten van de kwestie. In een slothoofdstuk dient Ridderbos zelf zijn critici van repliek. Een oefeningetje van berouw schuilt in de nieuwe titel: 'Een kerk in beroering'.

De ondertitel van het proefschrift luidde: 'Schilder en de gereformeerde 'elite' in de jaren 1933-1945, collaboratie en verzet op kerkelijk en politiek terrein'. En dat is ook waar het over ging. Ridderbos begon aan zijn onderzoek om een glimp van een antwoord te krijgen op de vraag hoe het ooit heeft kunnen gebeuren dat er midden in de oorlog een kerk scheurde. Aan de hand van brieven, synode-archieven en andere documenten heeft hij geschetst hoe de gereformeerden voor de oorlog tegenover elkaar kwamen te staan. Enerzijds de 'oude garde', vertegenwoordigd in de zoon van Abraham, H. H. Kuyper en VU-hoogleraar V. Hepp en aan de andere kant nieuwlichters onder aanvoering van prof. Klaas Schilder. De Vrije universiteit tegenover Kampen. Er waren meningsverschillen over theologische vraagstukken, maar ook botsten Kuyper en Schilder over het lidmaatschap van de NSB. Schilder vond dat een NSB'er geen lid van de gereformeerde kerken kon zijn. Wat het NSB-lidmaatschap betreft kreeg Schilder zijn zin, er kwam een synode-uitspraak tegen, maar tegenlijk besloot die synode (van 1936) ook de zogeheten 'leergeschillen' te gaan behandelen. Hoewel na het uitbreken van de oorlog gepoogd is de synode daarmee te laten stoppen - Schilder had van de bezetters een schrijfverbod gekregen, waarmee hem zijn venijnigste wapen ontnomen was - zette men toch door, met, om een lang verhaal kort te maken, de breuk van 1944 als uiteindelijk resultaat. De Gereformeerde kerken vrijgemaakt die toen ontstonden, bloeien tot op de huidige dag.

Leergeschillen

In een brochure die anno 1995 verspreid wordt als 'een eerste kennismaking' met de Gereformeerde kerken vrijgemaakt, staat over het ontstaan van die kerken, dat er in de jaren dertig in de gereformeerde kerken geen ruimte bleek te bestaan voor een “beweging die over leer en leven opnieuw wilde nadenken vanuit de bijbelse bronnen”. Geen woord echter over de inhoud van de meningsverschillen.

Ridderbos heeft in zijn proefschrift consequent de algemene aanduiding 'leergeschillen' gebruikt, zonder uit te leggen waar het nu om ging. De kritiek hierop kan hij niet goed zetten: “Het ging helemaal niet om de inhoud van die leergeschillen. Ook bij Schilder zelf niet. Het waren ingewikkelde theologische problemen, die voor een gewoon kerklid niet meer te begrijpen waren. Ik zou het in elk geval niet kunnen uitleggen in één bladzij. En zeker ná 1942, toen de synode zeer tegen de zin van Schilder besloten had de behandeling van de leergeschillen toch door te zetten, ging het feitelijk over kerkrecht. Had de synode wel de bevoegdheid Schilder te schorsen, bij voorbeeld.

“Om te kunnen beseffen hoezeer Schilder en de zijnen zich gekwetst gevoeld hebben door de synode, moet je weten wat het gezag van de synode betekende in die dagen. De kerk had in haar ambtelijke vergaderingen de mogelijkheid om iemand van het Koninkrijk Gods uit te sluiten. Zo was het denken. Dat kwam voort uit wat er in de Bijbel staat over '. . . en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen' (Mattheüs 16:19). Die bevoegdheid, door Jezus aan Petrus gegeven, was in de gereformeerde visie van die dagen overgegaan op de kerk. Schilder meende dat de synode hem afsneed van het Koninkrijk.”

De synode van de gereformeerde kerken heeft na deze gebeurtenissen nooit weer het gezag gekregen wat ze daarvoor had. Zelfs in geruchtmakende zaken tegen de theologen Kuitert en Wiersinga in de jaren '60 werden synode-uitspraken niet meer zo hoog opgenomen. En wat doet een synode-uitspraak er tegenwoordig nog toe, vraagt Ridderbos zich hardop af.

Beeldvorming

Ridderbos heeft veel vrijgemaakten regelrecht op het hart getrapt door Schilders houding in de bezettingsjaren te kritiseren. Dat hij zich zo op de kerkstrijd stortte was een vorm van escapisme, luidde zijn oordeel. “Ik zeg geen lelijk woord over de volgelingen van Schilder”, zegt Ridderbos “Ik heb het alleen over de beeldvorming. Bewonderaars die geen onderscheid zien tussen een geestelijk goede houding en daadwerkelijk verzet, hebben een verzetsheld van Schilder gemaakt. Dat beeld heb ik willen nuanceren. Ik verwijt Schilder niet dat hij geen overvallen heeft gepleegd. Maar het is zijn keuze geweest om zich volstrekt op de kerk te concentreren. Hij had ook in Trouw kunnen schrijven, of iets dergelijks. Lou de Jong onderscheidt dertien vormen van verzet. Wat Schilder gedaan heeft - zich keren tegen de NSB - valt daar niet onder. Kijk je naar de figuur van R. J. Dam, de rector van het Kamper gymnasium, die weerde zich wel op beide fronten.”

Ridderbos: “Dit jaar was er in Groningen de tentoonstelling 'Werkman in oorlogstijd', over het werk van de bekende drukker. In 1941 liet Werkman dit als paasgroet drukken: 'Alleluia. Of nu de satan raast en tiert, alleluia, de Leeuw uit Juda zegeviert, alleluia' (Uit De Blauwe Schuit nr. 3; zie ook Liedboek voor de kerken, lied 212). Hoe komt het dat de apert niet-christelijke typograaf Werkman zoiets drukt, terwijl allerlei christenen het laten afweten, kerkelijke leiders incluis? Dat is de vraag die mijn diepste wezen raakt. Ik heb niemand willen oordelen, maar hoe kan het, dat kerkmensen die het zo goed zouden moeten weten, zich schuilhielden? Het gaat in de kerk toch niet om niets!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden