'Ik heb lang naar Utopia gezocht'

Sunny Bergman (Amsterdam, 1972) is filmmaker. Na 'Beperkt houdbaar', over het moderne schoonheidsideaal, verscheen dit jaar 'Sletvrees' waarin angst voor vrouwelijke seksualiteit centraal staat. In het gelijknamige boek laat ze zien hoe ze te werk gaat en gaat ze dieper in op de thematiek.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Het gaat te ver om mezelf een boeddhist te noemen, maar ik heb wel een paar keer aan een retraite meegedaan waarin Vipanassa - inzichtmeditatie - centraal stond en ik heb gemerkt dat ik mij door die oefening wel degelijk beter ging voelen. Door je gedachten en gevoelens te observeren, door te zien hoe alles komt en gaat, en daar een bewustzijn omheen te creëren, kun je een bepaalde acceptatie introduceren waardoor je gehechtheid aan succes, of aan dingen waarvan je denkt dat ze je gelukkig maken, leert los te laten. Tijdens één zo'n meditatie, waarbij je gevraagd wordt je bewustzijn uit te breiden, heb ik weleens een glimp opgevangen van het grote Niets. Dat was een weldadig moment: je voelt het, je wilt het vastgrijpen en dan - floep - is 't alweer weg. Het is het moment waarop je niet meer oordeelt, waarop je je niet langer identificeert met je persoonlijkheid, maar ziet dat het gaat om een groter, collectief bewustzijn dat zich, misschien, het best laat vergelijken met het idee van een God."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"In 'Beperkt Houdbaar' heb ik willen laten zien hoe realistisch, hoe existentieel bijna, het probleem is dat uiterlijk en vrouwelijkheid zo met elkaar verweven zijn. We moeten aan een bepaald beeld voldoen, zeker vrouwen die in het publieke domein werkzaam zijn. Ik heb nooit een morele uitspraak over plastische chirurgie willen doen - ik heb, bij wijze van experiment, voor mijn boek, zelf ook een keer botox genomen; er is op dit terrein niets onacceptabel wat mij betreft - maar de optelsom van al die individuele beslissingen leidt misschien wel tot collectieve dwang. Natuurlijk is het beter, voor de hele mensheid, als we afspreken er mee op te houden, maar in je eentje is dat best moeilijk. Ik werk niet voor RTL of zo; bij de VPRO is er geen dwang om aan een bepaald schoonheidsideaal te voldoen, maar toch, het is wel degelijk een verschil of ik in beeld kom of Jelle Brandt Corstius. Hij zei laatst tegen mij dat het hem niet zo veel kon schelen wat hij aantrok op tv. Ik wíl zelf graag leuke kleren dragen, maar ik mag er ook weer niet té leuk uitzien, want dan ben ik weer te ijdel, of te weinig inhoudelijk. Het liefst zou ik, net als Michael Schaap ('De Hokjesman', programmamaker bij de VPRO, AV) één heel cool pak dragen. Bij wijze van werkkleding. Scheelt ook een hoop stress."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Sinds kort ben ik lid van een christelijk, multicultureel koor. We zingen allerlei Afrikaanse liedjes, maar ook swingende gospels met veel 'Halleluja's!' en 'Praise the Lord!' Ik voel niets voor de God die wordt bezongen, maar samen zingen is wel iets wat me blij en liefdevol stemt."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Het gebeurde nadat 'Beperkt Houdbaar' was uitgezonden: ik was ineens een publiek persoon geworden, had het gevoel dat ik van alles moest rechtbreien, uitleggen of goed praten, de kinderen waren klein, we hadden doorwaakte nachten... het was vlek op vlek, ik ging in een draaikolk naar beneden, deed op het eind 's nachts geen oog meer dicht. De burn-out-psycholoog die ik bezocht, adviseerde mij om mindfulness te gaan doen. Daar leerde ik de dingen weer met bewustzijn te doen. Stom voorbeeld, maar ik hoorde zelfs voor het eerst hoe mijn knieën kraakten als ik de trap op liep. Ik at met meer smaak, luisterde beter naar wat er werd gezegd. Ik was zo enthousiast over mindfulness dat ik licht evangelische trekjes begon te vertonen. Ik mediteerde regelmatig, maar daar is de laatste tijd een beetje de klad in gekomen - ik was ook bang dat ik tijdens de drukte van 'Sletvrees' weer onderuit zou gaan, maar gelukkig is dat niet gebeurd. Ik eet gezonder, ik sport en ik ga op tijd naar bed."

V Eer uw vader en uw moeder
"Mijn moeder is Engelse, een slimme vrouw, denkt snel, studeerde politicologie en filosofie in Oxford, a bright young student op weg om de wereld te veroveren, vertrok naar Amsterdam en heeft vanaf dat moment voor het alternatieve pad gekozen.

Ze kwam Richard tegen, kreeg twee kinderen - mijn twee jaar jongere broertje en ik - en ging wonen op een boot in de binnenstad van Amsterdam. Toen ik drie was, ontmoette ze Peet. Ze verliet mijn vader en we vertrokken, met de woonboot, naar de Vecht bij Vreeland. Eerst lagen we langs een landweggetje, daarna werd de boot naar dwanghaven De Nes gesleept. Daar ben ik opgegroeid.

De scheiding van mijn ouders verliep harmonieus, maar ik ben me altijd - zoals veel kinderen van gescheiden ouders - schuldig blijven voelen tegenover mijn vader. Richard heeft geen gemakkelijk leven gehad. Zijn vader was een Duitse nazi-burgemeester die zijn dienstmeid heeft verkracht. Zij, mijn oma, heeft het kind later moeten afstaan. Die geschiedenis is hem op een of andere manier altijd blijven achtervolgen. Dat verdriet heeft hij, denk ik, nooit goed verwerkt. Ik vind het lastig om over hem, over zijn verdriet, te praten - ik kán er niets aan doen - maar dit kan ik je er wel over vertellen: ik heb Richard een keer geïnterviewd over dit thema, over schuldgevoel bij echtscheidingen. Hij zei dat ik me helemaal niet schuldig hóefde te voelen. 'Je hebt er gewoon een veel leukere vader voor teruggekregen.' Ik raakte geëmotioneerd, hoe kan hij zoiets over zichzelf zeggen? 'Ik ben lui', zei hij, 'en sloom. Peet deed allemaal leuke dingen met jullie.' Daar had hij gelijk in. Peet is een positieve man, een boeddhist, een ondernemer. Hij kan alles met zijn handen maken.

We leefden een hippieleven, daar in die haven. Met uitzicht op het meer. Zonder televisie, met groenten uit de moestuin en veel geknuffel. Op school werden wij, de 'bootkinderen', weleens gepest omdat we stonken. Dat was ook zo: door de motor aan boord hing er altijd een dieselwalm om ons heen. 'Jullie wassen je zeker in de rivier?' Ik vond het leuk om de verhalen op te blazen, verzon er de gekste dingen bij die ze nog geloofden ook. Ik had twee vriendinnetjes - een christelijk meisje en de dochter van een VVD'er - die bij mij kwamen spelen. Ik kan mij eerlijk gezegd niet herinneren dat ik erg veel moeite deed om mij aan te passen. Ik schaamde mij sowieso niet voor mijn ouders. Ja, die excessieve zelfexploratie vond ik op den duur wel irritant. Kwam ik thuis, lag mijn moeder met een snorkel in bad haar geboorte te herbeleven. Soms gingen ze, bij vrienden met een grote hot tub in de woonkamer, met z'n allen aan rebirthing doen. Daarna was er weer een andere manier om jezelf te onderzoeken en trauma's uit het verleden te verwerken: co-counseling. Daarvoor moest je kennelijk ook schreeuwen en zo hard mogelijk op een stel kussens slaan. Ze hadden voor het co-counselen op de roef, de plek op de boot waar vroeger het hele gezin woonde, een plekje ingericht. Om de zoveel tijd hoorden we ze daar brullen.

Ik stond sceptisch tegenover dit soort praktijken, een beetje zoals mijn vader, maar ik heb wel bewondering voor de manier waarop mijn moeder en Peet hun leven hebben vormgegeven. Ze hebben het goed samen, trekken met hun campertje de bergen in, spelen concertina en gitaar... Uiteindelijk is dat het beeld dat ik van mijn jeugd heb overgehouden; een utopische tijd, waar zij op een of andere manier nog altijd in voortleven.

Ik heb lang naar Utopia gezocht. Vrienden van ons wonen in Frankrijk. Als we daar logeren, doen we precies die dingen: we zijn anderhalf uur bezig om het badwater te verwarmen, we eten groenten uit de tuin en we maken samen muziek maar toch... na een tijdje krijg ik weer de behoefte om iets te ondernemen, om dingen uit te zoeken, om mensen te ontmoeten. Ik geloof uiteindelijk dat Utopia, zoals ik het heb gekend, niet echt bestaat. Het is vooral een nostalgische kinderblik waarmee ik naar mijn verleden kijk."

VI Gij zult niet doodslaan
"Ik ben snel geïrriteerd, maar ik zal niet zomaar iemand haten, of een ander letterlijk iets aan willen doen. Ik geloof in de kracht van geweldloze communicatie. Het idee is dat als jij een probleem hebt met mij, ik het je eerst laat benoemen. Niemand hoeft zich te verdedigen en op elkaar inhakken is al helemaal niet nodig. Alleen zo kom je dichter bij elkaar. Wat je moet doen is je woede, je frustratie of je jaloezie omarmen - niet wegstoppen in het getto van afgekeurde gevoelens want juist door het te onderdrukken gaat de boel rotten en broeien. Geef maar gewoon toe dat niet altijd alles koek en ei is, accepteer het, maak er ruimte voor en - gadverdamme zeg, ik begin nu ineens wel erg heilig te klinken! Zullen we doorgaan?"

VII Gij zult niet echtbreken
"Toen ik voor mijn boek 'Sletvrees' onderzoek deed, werd mij al snel duidelijk dat het niet makkelijk is om romantiek en erotiek vast te houden in een langdurige relatie. Volgens de Amerikaanse seksuologe Marta Meana hebben vrouwen een seksueel bewustzijn waarin ze via de blik van de man naar zichzelf kijken. Dat blijkt erg opwindend te zijn. Zo werkt het: je wilt mooi, begeerlijk gevonden worden door de ander en in een relatie die al wat langer duurt voel je dat vaak niet meer. Het traditionele beeld waarin vrouwen liefde willen en mannen naar variëteit verlangen is dus totale onzin. Ik zie dat ook in mijn eigen omgeving. Vrouwen hebben vaak méér behoefte om vreemd te gaan, omdat ze die spanning, het gevoel begeerd te worden, weer terug willen krijgen in hun leven. En dat... tja. Ik heb vrienden die er een open relatie op nahouden, maar ze hebben geen kinderen en ze zijn echt elkaars grootste liefde dus ze worden ook niet onzeker als er iets gebeurt. Voor de meeste stellen ligt het vaak net iets moeilijker. Voor ons? Eh... nee. Ik heb David moeten beloven dat ik onze relatie niet in interviews zal bespreken. Ik kan je wel vertellen dat ik vroeger weleens vreemd ben gegaan. Daar moet je het mee doen."

VIII Gij zult niet stelen
"Ik heb, zoals iedere puber, weleens een winkeldiefstal gepleegd, meer niet. Oké, misschien heb ik een tijdje, heel licht tegen de zelfkant aan geschuurd, toen ik met Winston was. Maar Winston was een heel erg lieve, small time cokedealer, een soort onderknuppel die 's ochtends, in z'n onderbroek, zijn grammetjes zat af te wegen. Ik was beslist geen gansterliefje of zo. Ik heb mij toen ook afgevraagd of het nou wel zo immoreel was wat hij deed. Sommige van mijn vrienden kwamen voor het uitgaan ook weleens wat coke van hem kopen; het zou hypocriet zijn om de een wel en de ander niet te veroordelen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"In mijn werk probeer ik mezelf zo eerlijk en zo kwetsbaar mogelijk op te stellen. Ik wil de verhalen die wij onszelf voorhouden, of dat wat we anderen graag willen doen geloven, tegen het licht houden. Door zelf openhartig te zijn over moeilijke onderwerpen hoop ik een discussie op gang te kunnen brengen. In mijn boek Sletvrees heb ik bijvoorbeeld geschreven over mijn ervaringen met slechte seks. Het zijn verhalen die ik zelden hoor. Het is óf heel, heel erg - verkrachtingen, seksueel geweld en zo - of het is allemaal even geweldig en fantastisch. De modderige praktijk van alledag blijft vaak onbesproken. Als ik daarover schrijf, laat ik zien dat ik niet de enige ben. Die aanpak is een kracht en een valkuil tegelijkertijd. Het makkelijkste verwijt dat mij wordt gemaakt is dat ik narcistisch zou zijn: je komt in beeld dús je bent narcistisch. Natuurlijk vind ik het ook leuk om aandacht te krijgen - anders zou ik dit niet doen - maar mijn eigen verdriet, of mijn eigen ongemak an sich, is nooit het uitgangspunt. Ik gebruik het persoonlijke vooral om er een groter verhaal - met academische onderzoeken, analyses en interviews met andere vrouwen over hún ervaringen - mee te onderstrepen."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Ik ben niet echt vaak jaloers op andermans bezit, maar nu je mij er zo naar vraagt... Dit misschien: als ik mijn situatie vergelijk met die van anderen kan ik weleens verlangen naar iets meer succes. Dat wil zeggen: ik ben op professioneel gebied heel tevreden, maar ik verdien er nooit heel erg veel geld mee. Misschien moet ik een bestseller schrijven, of nee, nog liever zou ik een vakprijs krijgen en daarmee de waardering oogsten van de mensen die ik zelf bewonder... Maar wacht, voordat je gaat denken dat ik een of andere rare aandachtsgeile gek ben: het is niet zo dat ik de hele dag met jaloerse gevoelens rondloop hè? Het hele idee van ambitie, prestatie, van hoe we zouden moeten zijn, leidt niet per se naar meer geluk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden