Column

Ik heb hout. Zo veel ik maar wil. Helemaal zelf bij elkaar gelopen.

Gerbrand Bakker Beeld Maartje Geels
Gerbrand BakkerBeeld Maartje Geels

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Schleid. Een kilometer of zeven verderop, naar het zuiden. Met Jasper kwam ik soms een heel eind, maar het is zeven kilometer heen en zeven kilometer terug en op de een of andere manier vond ik dat altijd te ver. Misschien is Jasper er zonder mij weleens geweest. In Schleid woont Herr Arnoldy, mijn houtman. Ex-houtman, want nu hij tachtig wordt, houdt hij het toch maar eens voor gezien. Op een dag toen het eindelijk eens warmer was dan tien graden, trok ik mijn nieuwe hardloopschoenen aan en liep bedaard door het bos die kant op. Het rare aan Schleid is dat je het niet ziet tot je er al bijna bent, het ligt achter een heuvelrug. Ik was er eerder dan ik dacht. Het stond er vol met bloeiende perenbomen. Vaag wist ik het adres van Herr Arnoldy, maar omdat ik zo'n ouwehoer ben, vroeg ik inlichtingen bij twee stokoude mannen die voor een huis zaten. Ze keken elkaar lange tijd aan, overlegden toen in het Eifelisch. Er waren meer Arnoldy's. "Der Holzlieferant", zei ik. Aha, dan wisten ze het wel. Of ik te voet was? Jazeker. "Dat is veel te ver, ik rijd u er wel even heen", zei de man met de minste tanden, die - zo vertelde hij me bij het overbruggen van de 800 meter naar het huis van Herr Arnoldy - onlangs een herseninfarct had gehad.

Ik belde aan. Herr Arnoldy was helemaal niet verbaasd. Het was alsof hij op me had zitten wachten. Hij stelde me voor aan zijn vrouw, die in een rolstoel zit. Haar benen willen niet meer en toen ik onder de keukentafel keek zag ik een plastic zak hangen met vloeistof erin. "Koffie?", vroeg de Poolse verzorgster. "Nee, liever water", zei ik. We praatten wat, Herr Arnoldy kreeg het zonder enige aanleiding over Hitler. Frau Arnoldy schonk me nog een glas water in. "Dat is allemaal wel erg lang geleden", kapte ik hem na een tijdje af en kwam snel ter zake. Bij wie moest ik nu zijn voor mijn hout? Bij zijn neef, ook een Arnoldy. Hij reed me erheen, richting Heilenbach. Daar maakte ik kennis met de neef, die Erwin heet. Zeker kon hij me hout leveren. "Ik heb nu een meter of drie nodig", zei ik. "En dan in oktober nog eens acht meter." Geen enkel probleem. We gingen het hout bekijken, alles eiken. "Je krijgt er een zak houtsnippers gratis bij", zei hij. "Dat is mooi", zei ik. We schudden elkaar de hand. Zijn dochtertjes kwamen nieuwsgierig kijken, allebei een Magnum in de hand, alsof het hoogzomer was.

"Zal ik je naar Heilenbach brengen?", vroeg de neef. Ik bedankte, ik wilde lopen. Ook Heilenbach zag ik voor het eerst. Ik liep naar het noorden, onder de snelweg door. Zelden heb ik tevredener gelopen, thuisgekomen bleek het zestien kilometer te zijn. Maar ik heb hout. Zo veel ik maar wil. Helemaal zelf bij elkaar gelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden