'Ik heb geen woorden opgezocht'

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris is dit jaar de auteur van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat vanavond door de NPO wordt uitgezonden.

Na eerdere beulen van dienst als Bart Chabot, Gerrit Komrij, Tommy Wieringa, Arnon Grunberg en Adriaan van Dis, is het vanavond de beurt aan de Vlaamse auteur Lieve Joris om de deelnemers van het jaarlijkse 'Groot Dictee der Nederlandse Taal' te pijnigen. Een woordenboek had ze niet nodig.

Was u vroeger goed in het dictee op school?

"Ja, ik ben wel taal- en spelgevoelig. Klasgenoten die goed in wiskunde waren, maakten soms de domste taalfouten - dat verbaasde mij altijd. Wellicht waren ze dyslectisch, alleen bestond die term toen nog niet. Vorig jaar heb ik meegedaan met Het Groot Dictee en toen had ik 21 fouten. Maar allemaal in de orde van streepje hier en aan elkaar of niet. Ik bezondig mij zelden aan dt-, korte ei of lange ij-fouten. De taalbeheersing gaat wel erg achteruit, vind ik, ook in het buitenland. Iemand heet tegenwoordig al gauw dyslectisch."

Welke opdracht gaf u zichzelf?

"Van Philip Freriks kreeg ik een handige tip. Hij zei: 'Je moet het zien als een column schrijven'. Toen ben ik de dictees van mijn voorgangers eens gaan teruglezen en zag dat iedereen eigenlijk een cursiefje had geschreven. Je houdt toch een betoog, al ging dat in voorgaande afleveringen vaak verloren in de moeilijke woorden. Een Groot Dictee mag natuurlijk niet te makkelijk zijn, maar ik heb geen woorden opgezocht in het woordenboek. Toch zitten er vast woorden in die mensen niet kennen. Ik reis veel, dat is ongetwijfeld mijn taal binnengedrongen. Je moet ook voorbij de gangbare valstrikken denken, want sommige deelnemers zijn zo ervaren, die hebben erop gestudeerd. Ik vond het heel fijn om te doen, de woorden tuimelden mijn hoofd binnen."

U woont als geboren Vlaamse al heel lang in Nederland. Hoopt u op een Nederlandse of een Vlaamse winnaar?

"Mag ik eerlijk zijn? Een Vlaming. Vlamingen zijn er het beste in, laten we het daar maar op houden."

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, vanavond om 20.20 uur op NPO 2.

Wie aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal denkt, denkt aan het przewalskipaard. Daar is nooit meer iets aan te doen sinds 1990, toen in de eerste editie half meeschrijvend Nederland zich het hoofd brak over de spelwijze van het bedreigde dier. In 2013 haalde Kees van Kooten het vermaledijde woord weer terug in de volgende zin: 'Het is niet zozeer een fetisj voor spelling als wel het tot in de finesses breidelen van grammaticale valstrikken dat ons steeds overnieuw beschermt tegen een Babels imbroglio; mits dit verifiërende przewalskipaardenmiddel de enige wapening tegen nepmailtjes concretiseert'. Als u er nog bent: veel deelnemers aan het Dictee van dat jaar niet - zij haakten moedeloos af. Taalkundigen noemden de tekst van 'spellingsfetisjist' Van Kooten 'krankjorum' en 'chaotisch'. Woorden overigens waar een beetje dicteedeelnemer zijn pen niet aan vuil maakt, natuurlijk. In 2014 mocht Bart Chabot de 25ste editie schrijven. Met een vileine sneer naar de 'minder Marokkanen-uitspraak' van Wilders, luidde de laatste zin van Chabot toen: 'Dat was het jubileumdictee. Rest de vraag: wilt u de komende jaren meer of minder dicteeën? Het antwoord moet wel luiden: 'Meer! Meer! Meer!'

\

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden