Ik heb geen ander land

Een leven-omspannende bundel van Antjie Krog

Ze mag dan schrijven in het Afrikaans, Antjie Krog hoort toch ook een beetje bij de Nederlandse poëzie. Haar werk is ongekend populair in ons land en ze is een graag geziene gast op literaire festivals. Het moet iets te maken hebben met de enorme kracht van haar poëzie, een vitaliteit die overigens, dankzij haar vertalers, ook in het Nederlands van de pagina's spat.

Van de 62-jarige Krog verscheen afgelopen week een imposante nieuwe bundel, 'Medeweten'.

Die bundel omspant een leven. De ongeveer 260 pagina's poëzie worden als het ware ingeklemd door twee gedichten over vaderfiguren. Ingetogen beschrijft het openingsgedicht de dag waarop de vader begraven wordt:

hij heeft

ons jarenlang kalm aaneengesmeed door verhalen

die hij naarboven haalde en stambomen die hij in stand

hield hij was onze steun en toeverlaat onze vredestichter

bemiddelaar ons dunhuidig duikerbokhart

de onopvallende gesp van onze familieband

De dood van Nelson Mandela, eind 2013, wordt tegen het slot herdacht met een monumentale klaagzang. De vader van een natie is gestorven en zijn volk rouwt: "het land opent zich en neemt hem tot zich in volstrekte stilte / wanneer we de kist laten zakken."

Afkomst, familie, apartheid, vrouw-zijn, het schrijverschap: het zijn pregnante thema's van Krog, die in 'Medeweten' opnieuw geladen worden. Het woord 'grond' loopt daarbij als een rode draad door de regels. Grond bepaalt wie je bent, zegt de een, grond hoort niemand toe, klinkt het elders. En Krog laat zowel de fysieke gebondenheid van de mens aan zijn erf, als onze geestelijke komaf in tal van alledaagse verhalen en meer lyrische verzen tot leven komen.

In scènes over botsende werelden van witten en bediendes in Zuid-Afrika, in een kort telefoongesprek met haar zoon die als arts een kind moest laten sterven omdat het ziekenhuis geen spullen op voorraad had. In momenten dat de overweldigende natuur van het land gevoelens van nietigheid en onbegrip oproept. Over haar relatie tot haar geboortegrond schrijft Krog: "ik behoor toe aan dit land / het heeft mij gemaakt // ik heb geen ander land / dan dit land // mateloos is mijn liefde voor het land / gecompliceerd gehard en onomwonden."

De dichter is ouder, is oma, maar gaat mee met de tijd: ook haar wereld is opgerekt door moderne media als Skype en WhatsApp, die kinderen en kleinkinderen dichtbij brengen. Als schrijver vreest ze - ietwat cynisch - ooit ingehaald te worden door een jonge generatie: "een gênante verschijning ben ik te midden van de afgetrainde schrijfschool- / atleten"; als haar eigen tijd gekomen is, wil ze niet te diep de grond in, opdat boomwortels haar tastend zoeken.

Maar ouder of niet, Krog houdt oog voor het wonder, blijft furieus over de misstand. Ze blikt terug en kijkt vooruit, zoekend naar haar eigen plaats in de stamboom van familie, land en literatuur.

Antjie Krog: Medeweten. Vertaald uit het Afrikaans door Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer. Podium; 260 blz. euro 25

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden