'Ik heb een geweldig vak: de leukste plekken, de mooiste meiden'

Hij is een bekende naam in de wereld van glamour en glitter. Fotograaf Paul Huf is sinds 1947 lid van de beroepsvereniging voor fotografen, de GKF. Vorig jaar december werd hij genezen verklaard van kanker. In maart wordt hij 75 en dat mag iedereen weten. “Leven is het leukste wat er is.”

De festiviteiten rond zijn verjaardag regisseert hij tot in de puntjes. Paul Huf is nog maar net hersteld van kanker, maar dat is voor hem geen reden om het rustig aan te doen. Zijn eerste reactie toen hij hoorde dat het mis was: “Ik wilde zo snel mogelijk weten of het beperkt was gebleven tot mijn keel. Ik was niet bang. Ik ken geen angst. Angst maakt dat alles niks is. Je moet met heel wat komen, als je mij klein wilt krijgen.”

En 's nachts, als de slaap niet wilde komen?

“Ja, dan dacht ik wel eens: 'Jongens, wat komt dit vreemd en ongelegen'. Dat je dat zomaar krijgt, hè. Die dingen horen er niet: die tumoren moeten weg.” Hij werd bestraald in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. “Toen ik dat hoorde, was ik zó blij. Bestralen is beter dan snijden. Laat die kat maar komen, dacht ik bij mezelf. Ik ben in zo'n godvergeten goede conditie. Ik begon niet als een zieke aan die bestraling, maar als een ongelooflijk goeddoorvoede potente optimist. Maar je kunt het niet alleen. Mijn vrouw heeft al die maanden mijn hand vastgehouden. Zes keer per dag moest ik vloeibare voeding nemen. Niet weg te krijgen. Zij applaudisseerde iedere keer als ik weer zo'n beker op had. Daar word je wel emotioneel van. Daar leef je op.”

“Ik kijk nu niet anders tegen de dingen aan. Gezondheid is het enige dat belangrijk is in het leven. Dat weet ik nu honderd procent zeker. Op 29 december kreeg ik te horen dat het weg was. Niks meer te vinden. Toen heb ik gehuild. Ik kan het nog niet geloven. Ik zei tegen mijn vrouw: 'Ik geloof dat we nu maar een mokkataart moeten kopen'. Daar heb ik nog dagenlang een dikke plak van gegeten.”

Toen wij elkaar in september spraken, zei u: 'Ik word 96. Dat heb ik besloten, dat weet ik zeker.'

“Ja. Een week later hoorde ik dat het mis was. Maar ik leef per week. Langer hoeft niet. En ik geloof nog steeds dat ik 96 word. Het was gewoon mijn tijd nog niet. Er is niets leukers dan het leven. Als ik bij de tandarts zit voor een vervelende behandeling, weet ik zeker: over 35 minuten sta ik weer buiten. Wat die man ook doet. Ooit reisde ik met schrijver G. L. van Lennep door Amerika. Wij gingen van het hoogste punt naar het laagste punt, dwars door alle ellende heen. Toen kwam het moment dat we met de auto totaal vastzaten. Konden geen kant meer op. Van Lennep zei: 'Misschien moeten we wel in de auto overnachten.' Dan wordt de optimist in mij wakker. In de auto? Niks daarvan. Wat hebben we nodig? Takken! Niet in de auto slapen, welnee. Wij slapen ergens anders en als het even kan in een hotel.”

In de jaren '50 fotografeerde hij hoezen van klassieke platen van Philips. “Vóór die tijd waren platenhoezen van die papieren dingen met een gat erin. Ik kreeg de opdracht om iets te doen met een vrouw. 'Denk je dat je daar wat mee kan', vroegen ze nog. 'Oh, ik denk het wel', zei ik. Ik heb diezelfde dag een viool geleend en ben met model Ann Pickford naar de Lage Vuursche gereden. Ik laat die foto zien en ze vonden het geweldig. Vroegen of ik een hele serie wilde maken.”

Luisterde u ter inspiratie naar die muziek?

“Ben je gek. Ik val in slaap bij klassieke muziek. Beethoven, m'n neus. Ik ben meer een Benny Goodman-type. Geef mij maar een biografietje. Dan lees je bijvoorbeeld dat Liszt liefdesverdriet had. Kijk, daar kan ik wat mee. Had ik toevallig nog een stola van Dick Holthaus liggen, wat uitgebloeide rozen erbij, en die vrouw. Perfect. Ik heb een geweldig vak. Je bent altijd op de leukste plekken en dan heb je ook nog de mooiste meiden om je heen.”

“Ik word per gelegenheid portretfotograaf, modefotograaf of societyfotograaf genoemd. Ook: de man met de gouden draadontspanner of de man met de gouden lens. Ik noem mezelf gewoon fotograaf. De anderen moeten maar naar de oorlogen en andere ellendige delen van de wereld gaan. Daar ben ik niet voor in de wieg gelegd.”

“Ik ben altijd een uitzondering geweest. Al in de begintijd van de GKF. Ik was weliswaar wat minder sociaal betrokken bij de wereld, maar kon wel mooi fotograferen. Fotografen buiten de GKF vonden we maar kitscherig. Wij wisten zeker dat we de besten waren en waren op een leuke manier verwaand.”

“Ik weet nog wel dat de ledenvergadering een keer bij mij thuis was. Ik begon net, had een mooie etage, en Cas Oorthuys zei hoofdschuddend: 'Paul toch. Niet eerst honger gehad, niet eerst op een zolderkamer zitten'. Nee, ik zat daar tussen mijn Metz-meubeltjes. Kwam door mijn opvoeding. Mijn vader was acteur en wij groeiden op tussen de toneelmeubels. Hij heeft me geen geld nagelaten maar wel een groot gevoel voor theater, voor de menselijke smart. Een mop door mij verteld is gewoon een betere mop.”

“Fotografie is eenvoudig te leren. Als mensen vragen hoe iets in zijn werk gaat, antwoorden de meeste fotografen: 'Dat is heel moeilijk'. Dat is niet waar. Ik doe alles in een kwartier. Ik ben zo vlug. Van tevoren bedenk ik hoe de foto er uit gaat zien. Van A tot Z. Dat is het meeste werk. Dan zeg ik: 'De foto is prachtig', en dan heb je nog niets gezien. Ik kan visueel verkopen. Echt waar. Dan ben ik zó enthousiast.”

“Ik ga niet met pensioen. Ik kan het fotograferen niet laten. Eva Besnyö zegt altijd: 'Jij bent een van die fotografen die kan leven van het fotovak'. Dat is waar. Met mijn naam ben je miljonair. Maar ik ben er nooit rijk van geworden. Dat is me niet gelukt. Ja, ik draag handgemaakte pakken. Maar mijn kleermaker is al vier jaar dood. Ik heb beroemde mensen gefotografeerd en dan word je zelf ook beroemd. Maar ik heb geen reserves, geen tonnen op de bank. Wat er binnenkomt, geef ik ook weer uit.”

Ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag organiseert het Groninger Museum een overzichtstentoonstelling van de platenhoezen die Paul Huf voor Philips heeft gemaakt. Het boek 'Record Covers' wordt op 13 maart gepresenteerd. De tentoonstelling loopt van 13/2 tot 18/4.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden