Interview

'Ik heb de Tweede Kamer niet altijd even leuk gevonden'

Pieter Litjens, wethouder van verkeer, vervoer en organisatie in Amsterdam.Beeld Judith Jockel

Een politieke carrière gaat vaak van lokaal naar nationaal - van raadslid naar Kamerlid. Maar andersom komt óók voor. Nu de politieke kalender zweeft tussen landelijke en gemeentelijke verkiezingen, het verhaal van de politici die de politiek in het groot inruilden voor die van het kleine. Vandaag: Pieter Litjens, VVD-wethouder in Amsterdam.

Toen Pieter Litjens vijf jaar geleden tegen collega's zei dat hij de Tweede Kamer inging, keken ze hem nogal meewarig aan. Zo van: waarom zou je dàt nou doen, terwijl je al zo ver gekomen bent? Litjens was immers burgemeester van Aalsmeer.

Maar Litjens, sinds 2014 wethouder verkeer en vervoer in Amsterdam, is blij dat hij de stap naar Den Haag zette. Twee jaar was hij Kamerlid. Het was niets voor hem, maar nu wéét hij dat tenminste. "Toen ik eraan begon, dacht ik: óf ik ga als burgemeester nog vijf keer de intocht van Sinterklaas begeleiden, óf ik sla een andere weg in. Er waren net verkiezingen. Ik heb het partijbureau gebeld en gezegd: als jullie mij in de Kamer kunnen gebruiken, ben ik beschikbaar."

Litjens is niet iemand die zich van een vraag afmaakt in korte statements. Niet iemand die snel zal zeggen: veel geschreeuw, weinig wol. Maar vraag je hem hoe hij achteraf op zijn tijd als Kamerlid terugkijkt, dan komt het wel daarop neer. "Het was heel leerzaam", zegt Litjens. "Vooral het feit dat het in Den Haag zo veel om publicitaire zichtbaarheid gaat, daar heb ik enorm aan moeten wennen. Ik heb het idee dat het debat daarmee nog weleens van de inhoud afdrijft."

In VPRO's 'Zomergasten' leverde de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan deze zomer kritiek op het Haagse politieke bedrijf. Van der Laan bekritiseerde dat het in de Tweede Kamer wel heel veel gaat om het elkaar vliegen afvangen, om partijprofilering. "Het publiek háát dat", zei Van der Laan.

Pieter Litjens formuleert zorgvuldiger, maar veel verschil met de analyse van zijn burgmeester is er niet. "Ik weet heel goed dat politiek ook betekent dat je iets moet verkopen om een bepaald profiel op te bouwen. Maar het is iets waar ik wat minder... wat ik gewoon minder goed kan", zegt hij. "Ik heb het niet altijd even leuk gevonden.

"Je bent het grootste gedeelte van de tijd bezig met de buitenwereld en die buitenwereld bestaat voor het grootste deel uit media die vragen stellen. De druk van die kant is echt enorm groot. Er is geen politieke omgeving in Nederland waar de politieke en mediadruk zo hoog is als in de Tweede Kamer. Ook niet in Amsterdam, waar ik toch een portefeuille heb die behoorlijk stevig is. Ik ben blij dat ik nu weet met welke mediadruk Kamerleden te maken krijgen. Je hebt altijd je telefoon aan. Als je een tweet een uur lang niet ziet, dan kan de hele wereld veranderd zijn. Je zit erbovenop. Want als er iets is wil je als eerste kunnen reageren, anders moet je ook nog reageren op een ander. Echt, de druk is heel erg hoog.

"Vooral het eerste half jaar had ik daar echt last van. Ik heb het weleens gezegd bij Johan Remkes thuis, aan wie ik vooraf had gevraagd of ik het zou kunnen. Remkes' vrouw moest heel hard lachen. 'Johan', zei ze, 'zei in zijn begintijd als Kamerlid precies hetzelfde'. Ook Remkes had enorm moeten wennen aan de overgang van bestuurder naar Kamerlid."

Hij noemt een voorbeeld van een ergernis: het wekelijkse vragenuur op dinsdag. "Dan staat daar een Kamerlid met drie vragen. Vraag 1: Is de minister op de hoogte van dat-en dat? Twee: Wat vindt hij ervan? En dan drie: Wat denkt hij eraan te doen? Iedereen weet de antwoorden. Drie op de vijf keer zijn die: 'ja' op de eerste vraag, al was het alleen al omdat een minister niet laat doorschemeren dat-ie iets niet weet. Op de tweede volgt dat hij er niets van vindt, omdat hij er niet over gaat. En daarom kan hij er ook niets aan doen. Als je dat van tevoren weet en het alleen doet om het publicitair effect... Daar kan ik niet zo goed tegen."

Hij was gewaarschuwd, zegt hij nu. Door die meewarig kijkende collega-burgemeesters, maar ook door de mensen die hij van tevoren om advies vroeg: diezelfde Johan Remkes bijvoorbeeld en ook Ivo Opstelten. 'Dat kan', hadden ze tegen hem gezegd, toen hij vroeg of je Kamerlid kunt worden nadat je bestuurder was. En het was waar: na een half jaar vond ook Litjens zijn weg wel. Hij nam de scouting van burgemeesters onder zijn hoede, speelde een flinke rol achter de schermen.

Portrettengalerij

"Maar toen na twee jaar de Amsterdamse wethouder Eric van den Burg belde of ik wethouder in Amsterdam wilde worden, hoefde ik niet te twijfelen", zegt hij. "Ik had eerder in Amsterdam gewerkt als wethoudersassistent. Altijd als ik dan in het stadhuis langs de portrettengalerij van oud-wethouders liep, hoopte ik dat ik daar ooit tussen zou staan."

"Ik had in Aalsmeer, en daarvoor als wethouder in stadsdeel Amsterdam-Zuidoost gemerkt wat besturen kan zijn. In de Amsterdamse Bijlmer werden vuilniszakken van negen hoog naar beneden gegooid. In de bosjes lagen de pampers over een lengte van anderhalve kilometer. Dan is 'leefbaarheid' een concreet probleem. Dat miste ik in de landelijke politiek. Daar ging het om politiek bedrijven. Ik realiseer me dat wetgeving ingrijpender is dan de prullenbakken die we hier vervangen, maar ik miste het directe contact met de mensen. Ik vind dit nu superleuk."

Natuurlijk heeft een wethouder ook tegenwind: in Amsterdam is bijvoorbeeld momenteel flink verzet tegen het plan de route van lijn 14 te verleggen op het moment dat de Noord-Zuidlijn wordt geopend. "Dat vind ik leuk. Burgers zien vaak niet dat een verandering een verbetering is."

Ook heeft hij traditionele wethoudersklachten. De stroperige besluitvorming in 'Den Haag', de gekmakende neiging daar om alle gemeenten over één kam te scheren. Al ontbreekt bij Litjens de inmiddels ook traditionele klacht over de organisatorische warboel. 'Bestuurlijke spaghetti' - dat tal van organisaties op gemeentelijk en regionaal niveau langs en door elkaar hen werken - pakt hij pragmatisch op. "Je kunt enorm klagen over bestuurlijke indeling en bevoegdheden. Je wilt heel vaak dingen veranderen waar je niet over gaat. Maar in plaats van een enorme reorganisatie op touw zetten of klagen, is het beter om te investeren in de verhoudingen met de andere organisaties. Als je daar goed mee kan samenwerken, is het niet zo'n groot probleem om uiteindelijk de juiste kant op te gaan. Dat is volgens mij verstandiger."

Maar de klacht over daadkracht vanuit Den Haag, óók een punt waar menig wethouder graag een boekje over opendoet, die heeft hij wel. Bij verkeerswetgeving bijvoorbeeld. Litjens heeft het over 'onze kruistocht in Den Haag om de snorscooter van het fietspad te verplaatsen naar de rijbaan'. "Daar had ik toch graag gezien dat er bij het Rijk iets meer besef was dat de situatie in Amsterdam anders is dan die in Appelscha. Dat het misschien in Appelscha heel handig kan zijn dat je op een snor-scooter op een fietspad langs een verlaten landweg met 35 kilometer per uur naar het volgende dorp snort, maar dat het op een fietspad in Amsterdam, tussen de fietsers met boodschappentassen en kinderen, echt wat anders is. Dat we zoveel moeite moeten doen om dat voor elkaar te krijgen, dat verbaast me. In steden is de verkeersveiligheid echt een groeiend probleem. Het wordt steeds drukker. Daar passen nieuwe maatregelen op."

Traagheid

"In Den Haag gaan processen wel heel erg langzaam. Er wordt daar bijvoorbeeld gewerkt aan een 'nationale omgevingsvisie'. Die moet in 2019 af zijn. Het gaat onder meer over steden. De vraag die nu daar, in een werkgroep die aan die visie werkt, op tafel ligt is: moeten we steden verder uitbreiden, of moeten we ze verdichten? "Hartstikke goed dat ze daarover nadenken, maar in Amsterdam stellen wij ons die vraag allang niet meer. Er is maar één oplossing: verdichten. Meer woningen binnen dezelfde ruimte. Uitleggen, de stad groter maken, kán helemaal niet. Wat denk je, dat we in het Amsterdamse Bos gaan bouwen? Of in de Diemerscheg? We zijn niet gek. Het is allang een voldongen feit, terwijl ze in Den Haag denken ze dat ze er nog twee jaar over kunnen nadenken.

"Of kijk naar verkeer. De boel loopt nu al hartstikke vast hier. Maar de Haagse werkelijkheid is een analyse waarin staat dat er in 2030 grote knelpunten zullen zijn. Daar gaan we in november over in overleg met de minister. Dikke kans dat we dan een onderzoek gaan starten, dat er daarna een verkenning zal moeten worden uitgevoerd, dat die twee jaar duurt, waarna een besluitvormingstraject start dat een jaar in beslag neemt en dan zijn we zes jaar verder.

"Die traagheid is flink frustrerend. Kijk hoe druk het is op de straten, op de wegen. We moeten het Rijk nog overtuigen dat het nu schreeuwt om oplossingen, niet om onderzoek."

Pieter Litjens

De politieke carrière van de 49-jarige Pieter Litjens (VVD) begon 18 jaar geleden, toen hij politiek assistent werd van de toenmalige Amsterdamse wethouder Pauline Krikke. Daarna was hij vijf jaar lang wethouder in stadsdeel Amsterdam-Zuidoost.

Van 2007 tot 2012 was hij burgemeester van de gemeente Aalsmeer. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 werd hij gekozen als lid van de Kamer. Op 18 juni 2014 werd hij benoemd tot wethouder van Amsterdam.

Als wethouder houdt Litjens zich bezig met onder meer verkeer en vervoer, zoals de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Litjens is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij woont in Kudelstaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden