’Ik heb de kracht niet meer’

Na 141 interlands vindt Marleen Wissink het mooi geweest. De Twentse keepster (37) van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal neemt morgen afscheid in Almere.

In zeventien jaar groeide ze uit tot het boegbeeld van het vrouwenvoetbal in Nederland. Ze zal de laatste zijn om zichzelf zo te typeren. Ze heeft gewoon gedaan wat ze leuk vond en deed dat zo goed mogelijk. De vrouwelijke Edwin van der Sar? „Neuh. Bekend ben ik er niet mee geworden. Dat vind ik helemaal niet erg. Laat mij maar mezelf blijven.”

Het moment kan ze zichzelf niet precies herinneren. Een week of drie geleden hakte ze de knoop door. Ze sloeg het boek Oranje dicht. Voorgoed, klaar, over.

Ze weet eigenlijk zelf niet zo goed waarom. „Ik heb niet meer de kracht en de energie om op het hoogste niveau uit te komen.” Blessures heeft ze niet. „Ik ben zo gezond als een vis.” Voetballen vindt ze nog ’hartstikke mooi’ en daarom gaat ze er ook mee door in de Duitse competitie. „Zeventien jaar Oranje is een lange periode. Het is tijd om op te stappen.”

Wissink koos al voor voetbal toen dat voor meisjes nog niet zo vanzelfsprekend was. De sport was in de jaren zeventig net in opkomst. „Volgens mijn oma vroeg ik al op mijn vierde om voetbalschoenen.” Ze begon bij OSV in Overdinkel. In die tijd hadden de meeste clubs nog geen vrouwelijke leden. Dat is ingrijpend veranderd. Voetbal is momenteel de grootste georganiseerde sport onder vrouwen. Wissink: „Ik heb me nooit gestoord aan geluiden alsof vrouwen niet kunnen voetballen. Omdat de maatschappij gelukkig veranderd is, vindt iedereen het nu normaal. Het aanbod bij clubs is ook veel groter geworden.”

Op 22 april 1989 maakte ze haar debuut in het Nederlands elftal. Als ze terugdenkt vond ze dat eigenlijk mooier dan alle 140 interlands die volgden. „Een droom kwam uit. Dat had ik altijd gewild als meisje. We speelden tegen Noorwegen in Denekamp, niet ver van waar ik vandaan kom. Ik ben geboren in Enschede. Familie en vrienden stonden allemaal langs de lijn. Het werd 1-1.”

Vrij snel koos Wissink ervoor haar carrière in de veel sterkere Bundesliga voort te zetten. Ze stond drie jaar onder de lat bij Heike Rheine en inmiddels is ze al elf seizoenen keepster bij 1. FC Frankfurt. Prof is ze niet. „Ik krijg een onkostenvergoeding en werk op de administratie van de club.”

Vijf keer werd ze landskampioen, in 2002 won ze met Frankfurt het eerste toernooi om de Uefa Womens Cup, de Champions League voor vrouwen. Dit jaar werd dat succes herhaald.

Met Oranje bleef internationaal succes achterwege. Wissink denkt met voldoening terug aan interlands in Rusland, Zuid-Korea, Roemenië en Nigeria (’Daar zie je dat het niet overal even rooskleurig is gesteld met de wereld’), maar ze beschouwt het wel als een gemis dat ze nooit op een EK of WK actief was. Nederland wist zich dit jaar niet te plaatsen voor het WK van 2007 in China, ondanks enkele goede resultaten.

De aanstelling van Vera Pauw als bondscoach twee jaar geleden is volgens Wissink een enorme stimulans geweest. „Zij weet wat er bij vrouwenvoetbal op het hoogste niveau komt kijken. De volgende stap is dat speelsters een betere verhouding tussen arbeiden rust moeten krijgen. De meeste internationals moeten vroeg opstaan om naar school of werk te gaan en daarna snel naar de training. Wat minder stress en meer rust zou beter zijn. Want talent is er genoeg.”

Loes Geurts is haar opvolgster bij Oranje. In de toekomst wil Wissink keepsters gaan trainen. Ze volgde al een cursus bij Frans Hoek. In Almere wordt ze morgen rond de oefeninterland Nederland-Rusland in de bloemetjes gezet. „Ik weet niet of het emotioneel wordt. Voor mij is de deur dicht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden