'Ik heb besloten dat ik blijf leven totdat er vrede is'

Uri Avnery heeft last van zijn geweten. De vijfenzeventigjarige eminence grise van de Israëlische vredesbeweging zit genoeglijk in de tuin van een Amsterdams hotel, terwijl op 17 mei de Israëlische verkiezingen worden gehouden. ,,Wat ik nu in Israël zou doen? Proberen aan de campagnes nog iets serieus' toe te voegen.''

Avnery's actiegroep Goesj Sjalom (Vredesblok) heeft net een petitie gepubliceerd in de Israëlische krant Ha'aretz: vijfhonderd prominenten spreken zich uit voor een Palestijnse staat op de gehele westelijke Jordaanoever en Gazastrook met een verenigd Jeruzalem als hoofdstad van Israël én Palestina.

Het is het aloude standpunt van de controversiële Avnery. In de jaren zeventig, toen het nog helemaal niet 'kon', ontmoette hij al vertegenwoordigers van de PLO, onder wie Jasser Arafat. Veertig jaar lang, van 1950 tot 1990, was hij hoofdredacteur van het blad Ha'olam haze (Deze wereld): een combinatie van opinie, politieke onthullingen, roddels en foto's van voor die tijd pikant geklede dames. In de jaren zestig en zeventig liet hij als eenmansfractie in de Israëlische Tweede Kamer een eigen geluid horen.

Avnery zegt steeds te hebben geweten dat hij zijn leven aan de politiek zou wijden, vanaf het moment dat hij zich als veertienjarige bij de Irgoen voegde, een ondergrondse strijdmacht tegen de Engelse kolonisator in Palestina. Geboren in Beckum bij Münster en opgegroeid in Hannover, was hij in 1933 in Palestina aangekomen. Zijn vader was met het gezin kort na Hitlers machtsgreep uit Duitsland gevlucht.

In 1948 vocht Avnery mee in de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog. Dat zou bepalend zijn voor zijn leven. ,,Israël ontstond niet door de onafhankelijkheidsverklaring van Ben Goerion, maar door onze inzet op het slagveld. Mijn generatie heeft een staat gecreëerd, een unieke ervaring, waardoor wij optimistischer kunnen zijn dan de jongere generatie. Wij weten dat niets vaststaat, dat alles kan veranderen.''

De onverzettelijkheid van de jongeren kenmerkt volgens Avnery echter de komende verkiezingen. ,,Vijfennegentig procent weet al wat hij gaat stemmen. Dat loopt vooral langs etnische en religieuze lijnen. De campagne richt zich op vijf procent debielen die geen kranten lezen en bestookt hen enkel met schijnthema's. Het woord 'Palestijn' valt niet eens.''

Het is in Israël 'uit' om links te zijn, signaleert Avnery. ,,Als je de slogans van Likoed en de Arbeiderspartij hoort, denk je dat ze allebei hetzelfde willen. Maar dat is schijn. De Arbeiderspartij heeft de meest duifachtige lijst ooit, de Likoed een zootje verfoeilijke fascisten met het niveau van een straatbende. Netanjahoe heeft alle aardige Likoedniks weggejaagd.'' Avnery heeft voor de Israëlische premier geen goed woord over. Die is 'immoreel', 'een leugenaar uit gewoonte', 'een soort Milosevic'. ,,Ik respecteer het kringetje rond Netanjahoe zelfs nog te weinig om ze te haten.''

Hoewel de Arbeiderspartij gewoonlijk ook niet links genoeg is voor Avnery, krijgt die partij deze keer toch zijn stem. Een strategische keuze voor de macht en een tegenwicht tegen de orthodoxe joden, die overwegend Likoed stemmen. ,,Die vertonen stemgedrag waar Saddam Hoessein jaloers op kan zijn. Negenennegentig procent stemt en negenennegentig procent stemt Netanjahoe.''

Avnery mag ze niet, de orthodoxe Israëliërs, al had hij geen last van ze 'toen ze nog in hun ghetto's bleven'. Ze doen hem in niets denken aan het geassimileerde jodendom van zijn ouders, van zijn prille jeugd in de Weimar Republiek. ,,Ik ben opgevoed met Einstein, Freud en Heine. Jodendom staat voor mij in de eerste plaats voor afkeer van geweld en alles wat daarmee te maken heeft. De tien geboden, moraliteit, verlichting.''

En toch, met al zijn geklaag, en een zeker heimwee naar het Europese, houdt Avnery van Israël. ,,In Amsterdam zou ik doodgaan van verveling. Er gebeurt hier helemaal niets. In Israël voel je dat de samenleving nog ruw is, onvolledig, dat je nog invloed hebt. Ik houd van dat gevoel, het wordt een verslaving.''

Zijn leven lang heeft alles voor Avnery's politieke activisme moeten wijken, van hobby's tot een kinderwens. Dertien katten in een klein appartement moesten dat leed een beetje verzachten. ,,Je moet keuzes maken in het leven.'' Toch maakt Avnery een buitengewoon rustige indruk, iets dat over weinig politiek geëngageerde Israëliërs kan worden gezegd. ,,Dat is genetisch bepaald. Mijn vader was een onverbeterlijke optimist en voor mijn moeders karakter ken ik alleen een Duits woord: unbekümmert. Toen ik tien was vluchtte ik met haar op de boot naar Palestina. Mijn vader, broer en zussen waren er al en het was volstrekt onzeker of we zouden worden toegelaten, maar zij was totaal ontspannen. Ze is dan ook vijfennegentig geworden.''

Avnery is voorlopig ook niet van plan het loodje te leggen. ,,'Oud' is voor mij altijd mijn eigen leeftijd plus tien. Je moet begrijpen dat ik blijf leven totdat er vrede is. Dat is geen wens, dat is een beslissing. Negentig procent is al bereikt, het zou stom zijn nu op te geven.''

Avnery gelooft dat 'de logica van de geschiedenis' op vrede zal uitdraaien. ,,Jitschak Rabin is daar het schoolvoorbeeld van. Ik stelde hem in de jaren zeventig, toen hij ook al premier was, op de hoogte van mijn contacten met de PLO. Hij was fel tegen. Nooit heb ik een logische man zulke onlogische taal horen uitkramen. Maar hij had de moed na zeventig jaar zijn hele politieke kijk te veranderen. Met fysiek ongemak schudde hij Arafat de eerste keer de hand, maar later respecteerden ze elkaar, mochten ze elkaar zelfs.''

,,Na 'Oslo' probeerde ik Rabin te overtuigen van de noodzaak van een Palestijnse staat. Hij voelde er niets voor, maar we hielden allebei van whiskey en op feestjes zonderden we ons dan af in een hoekje, om te praten. Hij ontwikkelde zich nog steeds na het verdrag. In zijn laatste toespraak voor het parlement zei hij iets waardoor ik m'n oren niet kon geloven: 'Dit land was niet leeg toen wij hier kwamen'. Zijn tegenstanders zaten te brullen. Hij kon daarna haast geen zin meer afmaken.''

,,Ik bid nooit, zelfs niet voor vrede. Tot wie ook? Tot iemand die eerst deze keiharde realiteit heeft gecreëerd? Ik vind bidden een teken van lafheid en zwakte, van verantwoordelijkheden afschuiven. De vraag is ook niet of de vrede er komt, maar hoeveel bloed er wordt vergoten tot die tijd. Vroeger dacht ik dat moe zijn van oorlog genoeg was om vrede te sluiten, maar er is ook een bepaalde geest, een energie voor nodig. De Talmoed zegt dat sinds de vernietiging van de tempel de gift der profetie alleen nog idioten is gegeven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden