'Ik heb altijd de ambitie gehad het hoogste te bereiken'

Van onze sportredactie PARIJS, AMSTERDAM - Ter gelegenheid van de eerste Deense Tourwinst ging de champagne al rond in het peloton ver voor Parijs in zicht was. Veel vrolijker nog was de sfeer op de Champs Elysées door een invasie van liefst 100 000 Scandinaviërs, die de feestelijkheden rond Bjarne Riis, de 'adelaar van Herning', in levende lijve bij wilden wonen.

Een kolonie gelegenheidsliefhebbers was het, want het wielrennen telt in Denemarken niet meer dan twee duizend geregistreerde beoefenaars. In het Tourpeloton golden de schaarse Denen als Sörensen en Skibby immer als jagers op de dagsuccessen. Ook Bjarne Riis had in de eerste negen seizoenen van zijn profcarrière die status. Echte waardering kreeg hij pas sedert vorig jaar, toen hij verrassend beslag legde op de derde plaats. Die topprestatie leverde Riis het kopmanschap van zijn ploeg op. De coureur mat zich terstond de vocabulaire van de vedette aan en voorspelde een Tourwinst in '96.

Bjarne Riis kreeg gelijk. Hij sloeg zijn slag in de ritten naar Hautacam en Pamplona en kon daarna zonder zorgen de weg naar Parijs vervolgen. Fabio Baldato zorgde er voor dat het slotweekeinde niet helemaal een Telekom-aangelegenheid werd door in de ultieme meters van de Tour Moncassin, Blijlevens, Abdoesjaparov en Zabel achter zich te laten.

“Ik heb altijd de ambities gehad het hoogste te bereiken”, zei Riis na de vlaggenparade in de Franse hoofdstad. “In 1993 na de ritzeges in de Giro en de Tour begon ik ervan overtuigd te geraken dat ik ooit de Ronde van Frankrijk zou kunnen winnen. De terugval een jaar later was te wijten aan een voorhoofdsholte-ontsteking tijdens de eerste dagen van de Tour. Dit jaar heb ik voor mezelf en ook voor anderen het bewijs geleverd van mijn kwaliteit. Ik reed op de Hautacam veel sneller dan twee jaar geleden. Zonder mij was Virenque ook nooit op het podium terechtgekomen. Wellicht dat ik vorig jaar al Indurain van zijn voetstuk had kunnen stoten als er de dag na Casartelli's dood de rit van Tarbes naar Pau gewoon was gekoerst.”

Belangwekkender dan de traditionele groepsaankomst in Parijs was hetgeen zich een dag eerder afspeelde tijdens de tijdrit over 63,5 kilometer. Verantwoordelijk voor de opwinding was een 22-jarige Tourdebutant.

Het was even voor half vijf. Miguel Indurain had over 24,3 kilometer een tijd van 29.29 laten klokken. Aardig, maar nauwelijks verrassend. Laurent Dufaux bleek over het eerste deel van het parcours nog een seconde sneller, maar de kracht waarmee de Fransman zijn ploeggenoot Richard Virenque hulp had geboden was al eerder in het oog gesprongen. Verbaasde gezichten waren er pas in de aankomstplaats toen daar de tussentijd van Jan Ullrich gemeld werd: 28.51, een halve minuut sneller dan de voltallige concurrentie.

De snelle opening werd in eerste instantie nauwelijks serieus genomen. Ullrich blaast zichzelf op, waren de schampere opmerkingen. De vroegere wereldkampioen bij de amateurs maakte echter al snel duidelijk dat hij zijn race tegen de klok goed had opgebouwd. De voorsprong op Indurain werd gestaag groter en bleek in Saint Emilion te zijn uitgegroeid tot 56 seconden.

Die marge was uitsluitend interessant voor de Spanjaard zelf, die na de rit bekende op een tijdritzege te hebben gerekend. “Ik wilde winnen, omdat mijn vorm stukken beter is dan in de Pyreneëen”, zei hij. “Maar ik had de pech te stuiten op een kanjer als Ullrich.”

Veel imponerender was het verloop van de tweestrijd tussen vazal Ullrich en zijn kopman Riis. De Deen moet zich ongemakkelijk hebben gevoeld, toen Ullrich vooral in de laatste twintig kilometer extra aanzette. Riis leek te wankelen en dreigde de tol te betalen voor zijn agressieve rijstijl. In de laatste kilometers had de opvolger van Indurain het voor het eerst in de Tour moeilijk. “Ik heb er geen verklaring voor”, steunde hij eenmaal over de finish, nadat hij opgelucht had geconstateerd dat de schade tot twee minuten en zeventien seconden beperkt was gebleven. “Ik was niet honderd procent. Voor het eerst in deze drie weken. Ik miste ritme in het begin en kon tegen het einde de concentratie niet meer opbrengen.”

Ullrich, die voor het eerst een solorit van meer dan vijftig kilometer had gereden, wilde achteraf niet speculeren over de vraag wat zijn mogelijkheden waren geweest, indien hij deel had uitgemaakt van een ander wielergezelschap. De renner uit Rostock - de eerste Duitser sinds Kurt Stöpf (tweede in 1932) die een plaats op het podium verwierf - had gewoon zijn best gedaan om de tweede positie veilig te stellen. “Van het begin ben ik voluit gegaan. Met de gedachte; ik zie wel waar ik eindig, als ik de tweede plaats maar behoud. Aan de overwinning heb ik niet gedacht. Aan de gele trui helemaal niet. Ik kan toch niet mijn kapitein aanvallen?”

De dienstverlening aan Bjarne Riis was voor de Duitser niet meer dan logisch geweest: “De ploeg draaide zo goed, omdat Riis aan de leiding ging. Dat had zijn weerslag op de anderen. Ik moet eerlijk zijn, Bjarne was in de bergen veel sterker dan ik. Hij heeft zo veel ervaring. Bij hem vergeleken moet ik nog veel leren.”

Dat er geen sprake is van ongezonde concurrentie tussen de twee blijkt ook uit de verlengde overeenkomst tussen Riis en Telekom. De Deen bindt zich voor nog een jaar aan het Duitse communicatiebedrijf. Zijn huidige salaris van een miljoen gulden wordt voor die periode verdubbeld. De ploeg van Walter Godefroot zal volgend jaar nog nadrukkelijker Deens getint zijn. De 25-jarige Bo Larsen - die dit seizoen voor Amore & Vita uitkwam en de 17e Giro-etappe won - voegt zich bij zijn landgenoten Riis, Meinert-Nielsen en Holm. Ook Jesper Skibby staat hoog op de verlanglijst, maar die Deen heeft bij Cees Priem nog een contract voor een jaar.

Over de toekomst van de onttroonde Miguel Indurain werd in Parijs druk gesproken. Vanuit het Spaanse kamp kwam geen uitsluitsel. “Na Atlanta gaan we evalueren”, zei ploegleider José-Miguel Echevarri. “Ik blijf erbij dat Miguel in de eerste tien dagen de Ronde van Frankrijk heeft verloren. Door de koude en de regen. Niemand maakt mij wijs dat zijn vorm plotseling zo is gekelderd. Hij was op hetzelfde niveau als verleden jaar voor de Tour. Het programma verschilde niet.”

De dag voor de tijdrit had Indurain gezegd zijn prestatie in de race tegen het uurwerk mee te laten wegen over zijn toekomstplannen. Indurain mocht niet mopperen over zijn herstel, maar schoot uiteindelijk tekort tegen de overmacht van Ullrich. Die nederlaag ontlokte aan Indurain de uitspraak dat hij verloren had van een toekomstig Tourwinnaar.

“Ooit wordt Ullrich de Tourwinnaar”, zei Indurain. “Misschien wint hij er wel een paar. Hij heeft een ongelooflijke prestatie geleverd. Niet alleen vandaag. Het is een supertalent. Zeker als je in aanmerking neemt dat hij Riis al de tijd heeft geholpen.” Met die uitspraken bracht de vijfvoudig winnaar de algemeen heersende gedachte voor het voetlicht: Bjarne Riis is een volkomen terechte winnaar, maar de Deense suprematie is een tijdelijke zaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden