’Ik heb alle dagen straf’

Richard P. kroop dronken achter het stuur en kreeg een ongeluk waarbij zijn halfbroer omkwam. Vandaag staat de Drent (30) in hoger beroep terecht. „Ik ben een klootzak dat ik toen in die auto heb gereden."

’Het blijft altijd bie oe, je vergeet het nooit weer.” Richard P. praat half Drents, half Nederlands. Een grote vent – twee meter nog wat – in een kort wit windjack. Gespannen. Zijn handen prutsen met de ongebruikte suikerzakjes naast de koffiekopjes. Stroompjes suiker landen op zijn schoteltje. Richard, 30 nu, is geen prater. Toch is hij naar een wegrestaurant in Emmen gekomen om over het ongeluk te praten waarbij zijn halfbroer Ronald (23) omkwam. Normaal gesproken mijdt hij het onderwerp: „Als mensen er naar vragen zeg ik niks, of loop ik weg.”

Kwajongensstreken, zo noemt P. het. Die avond van de tweede juli 2005 hebben Richard en Ronald gedronken, bij Ronald thuis in Assen. Tegen middernacht willen ze de stad nog in, samen met een kameraad. Ze nemen de auto die Richard te leen heeft, een rode Mazda. Maar de rit eindigt ergens bij het station tegen een lantaarnpaal. Een roekeloze inhaalactie met tachtig kilometer per uur in de binnenstad van Assen wordt Ronald, die op de achterbank met zijn arm uit het raam hangt, fataal. Chauffeur Richard blijkt dronken en heeft bovendien geen geldig rijbewijs. „Ik was eerder aangehouden bij een blaastest”, verklaart hij. „Toen moest ik naar een cursus. Die heb ik wel betaald, maar ik ben er niet heengegaan. Geen zin in.”

De rechter veroordeelt hem in januari 2007 tot dertig maanden gevangenisstraf en zes jaar ontzegging van de rijbevoegdheid. P. gaat in hoger beroep en neemt nog dezelfde maand een vliegtuig naar Sint Maarten, waar hij negen maanden blijft. Op het eiland werkt hij in de bouw. Het is een herhaling van zijn aanpak van direct na het ongeluk. P. stort dan eerst in, verblijft een paar dagen in een GGZ-instelling, maar daarna zwerft hij rond in Duitsland waar hij via vrienden en kennissen ook wat bouwklussen krijgt. In Duitsland mist hij twee oproepen voor de rechtszaak waarin hij zelf in de beklaagdenbank moet zitten. Pas de derde keer, in januari 2007, komt hij opdagen. „Ik had geen idee dat er een rechtszaak van zou komen. Dat had niemand mij verteld. Ik had eerst ook geen advocaat.”

Op de Antillen en diep in Duitsland – Wismar, Rostock – hoopte hij het hoofd leeg te maken, zegt hij. Misschien zou ver van huis, van Drenthe, het beeld vervagen van die fatale zomeravond: zijn bloedende, stervende broer, met een afgerukte arm en kapotte schedel op die autobank. P. had in paniek nog geprobeerd Ronalds arm met zijn broekriem af te binden.

Maar eigenlijk ziet hij het tafereel nog dagelijks voor zich. „Ik vergeet het nooit weer, ik heb daardoor alle dagen al straf. Ja tuurlijk, ik ben een klootzak dat ik toen in die auto heb gereden, maar ik ben geen zware crimineel.”

„Ik sta er allenig voor”, zegt hij, aan de vooravond van zijn waarschijnlijke gevangenschap. Twee verkeringen zijn sinds het ongeluk uitgeraakt. Met zijn familie is hij gebrouilleerd. Zijn moeder vertelde afgelopen juni in Trouw niet te moeten denken aan contact met Richard, de zoon uit haar eerste, slechte huwelijk. De zoon die zo op zijn vader lijkt. De zoon ook, die haar haar jongste zoon Ronald, haar lieveling, afnam.

Het contact was net weer een beetje hersteld, vertelt Richard. Na de scheiding van zijn ouders bleef hij bij zijn vader. Zijn moeder, die opnieuw trouwde, zag hij jaren niet. „Op Hemelvaartsdag 2005 ben ik er weer eens heengegaan. Mijn zus was er ook. Ze vonden het hartstikke mooi dat ik kwam, en later kwam ik er elke zondag.” Zo ontstond de band met zijn halfbroertje Ronald, die hij nog amper kende. „Ik mocht hem graag, het was een aardige jongen.”

Afgelopen augustus zag hij zijn zus voor het laatst. Hij werd teruggeroepen van de Antillen omdat hun beider vader was overleden aan een hartstilstand. „Ze heeft het hele huis leeggehaald. Alles wat mijn vader had heeft ze meegenomen. De meubels, de televisie, gereedschap, alles wat er was. Ik kon de vieze klusjes opknappen. Mijn vader had daar zes dagen dood op de vloer gelegen, hij was helemaal in staat van ontbinding. Mijn zus hoef ik nooit meer bij mij op de stoep te hebben. Ik kan veel hebben, maar sommige dingen...”

Gelukkig heeft hij vrienden die hem niet in de steek laten. Wel veertig, vijftig kameraden, schat hij, overal in de omgeving. Nieuw-Amsterdam, Weiteveen, Nieuw-Dordrecht. In het laatste dorp woont hij sinds hij terug is in het land, bij een bloemistenechtpaar dat hem opnam in het gezin. De vrouw des huizes heeft hem deze middag gebracht en komt hem ook weer halen. P. zegt dat hij veel serieuzer in het leven staat, nu. „Vroeger was ik voor alle gekkigheid in, wedstrijdjes in het kanaal springen, een slee achter de auto knopen, het zegt me weinig meer.” Hij is een eigen bouwbedrijfje gestart. Hij heeft in de buurt een paardenstal gebouwd. En nu is hij bezig met de fundering van 250 vakantiebungalows in Duitsland. Tegen de klanten zegt hij niets over de celstraf die hem boven het hoofd hangt. Hij wil er liever niet aan denken en ook niet aan zes jaar niet rijden. P. vertelt hoe graag hij weer achter het stuur wil. Nu bestuurt de vriend die bij hem werkt het bedrijfsbusje. „Laatst had hij een paar dagen vrij, toen kon ik niks. Als dat vaak gebeurt kan ik mijn zaakje wel opdoeken.”

Het interview met de moeder van Ronald en Richard (30-6- 2007 is terug te lezen via www.trouw.nl/ongeluk

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden