Column

Ik had te impulsief gereageerd, geen onbekend fenomeen op Twitter

Beeld Trouw

Ik heb spijt van een tweet. Zaterdag stuitte ik via Twitter op het bericht dat een Amsterdams echtpaar een rechtszaak was begonnen om een gedenksteentje voor een Holocaust-slachtoffer voor hun deur weg te krijgen. 

Het ging om een ‘Stolperstein’, zoals die door de Duitse kunstenaar Gunter Demnich overal in Europa in stoepen worden gelegd; ‘struikelstenen’ die voorbijgangers confronteren met het feit dat mensen hier uit hun huizen werden gesleept om nooit meer terug te keren.

‘Gestruikeld, inderdaad’, zette ik boven het bericht en drukte op de knop retweet. Dat konden die harteloze lui in hun zak steken.

Impulsief

Maar toen ik maandagochtend las dat het was vanwege het verlies van een kind dat deze mensen de struikelsteen niet verdragen konden, vroeg ik me af ikzelf niet harteloos was geweest. In elk geval had ik te impulsief gereageerd, geen onbekend fenomeen op Twitter. In een verklaring aan de Volkskrant had het echtpaar, geschrokken van negatieve reacties uit binnen- en buitenland, laten weten de rechtszaak tegen de gedenksteen stop te zetten. Ze voegden er dit aan toe: ‘Door het overlijden van ons kind maakt een Stolperstein, duidend op ons huis, te veel los. Sinds wij hier wonen, bewaren we een document met de handgeschreven naam van de gedeporteerde bewoner op een prominente plaats in ons huis ter nagedachtenis.’

Nog blij dat ik niet zo fel van leer had getrokken als collega-twitteraars, die kwamen met kreten als ‘fout na de oorlog’ en het echtpaar aanraadden ‘naar Westerbork te verhuizen’. We trekken te gemakkelijk tegen elkaar van leer, dat moge duidelijk zijn. Wat niet wegneemt dat ik nog steeds denk dat het geen goed idee is naar de rechter te stappen wegens een steen die herinnert aan het lot van een Joodse accountant die op 51-jarige leeftijd in Bergen-Belsen werd omgebracht. Niemand kan oordelen over het verdriet van een ander, maar de Stolpersteine vormen zulke zuiver sprekende tekens, dat er nauwelijks redenen kunnen zijn om ze het zwijgen op te willen leggen. “De enigen die hadden mogen wensen dat die steen er niet is, zijn de mensen die met die steen herdacht worden”, schreef de website JoodsAmsterdam.

Nabestaanden

Voor Gunter Demnich, die afgelopen weekeinde toevallig in Amsterdam was om 47 stenen toe te voegen toen de ophef losbarstte, gaat het in de eerste plaats om de nabestaanden; zij krijgen dankzij zijn project een publieke plek die vertelt wat er met hun dierbaren is gebeurd. “De nabestaanden vind ik het belangrijkst”, zei hij tegen de Amsterdamse zender AT5. Demnich heeft tot dusver zo’n 60.000 Stolpersteine aangebracht, de meeste in Duitsland. De kunstenaar komt ze altijd zelf leggen; wie er nu een aanvraagt, moet wachten tot 2021.

Demnichs persoonlijke aanpak, gevoegd bij de aandacht voor het individuele slachtoffer, weerspiegelt een verschuiving in het herdenken: niet de nationale symbolen staan centraal, maar de mensen, met hun naam en de plaats waar ze woonden. Zoals in de Amsterdamse Concertgebouwbuurt. Je struikelt erover.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden