'Ik had nooit het idee terug te keren'

senaat | Als fractievoorzitter in de Eerste Kamer is CDA'er Elco Brinkman terug in het centrum van de macht. Steeds vaker moet het kabinet met hem zaken doen, bijvoorbeeld over het EU-Oekraïneverdrag.

Tot zijn eigen verrassing keerde Elco Brinkman (68) vijf jaar geleden terug in de landelijke politiek. "Henk Bleker, toenmalig waarnemend partijvoorzitter, belde", vertelt hij. "Ik lag al in bed, het was tien of elf uur. Ik zei: 'Henk, ik lig te pitten, kan je morgenochtend terugbellen.' Nee, zei Henk, het moet nu. Hij vroeg of ik lijsttrekker wilde worden. Toen ik de telefoon had neergelegd, informeerde mijn vrouw Janneke wat er was. Ik vertelde over Henk, en Janneke zei 'Dat moet je doen.' Nou, toen had ik niks meer te vertellen."

"Janneke kent mij wel", gaat de CDA-politicus verder. "Ze weet dat ik het leuk vind, problemen oplossen. Het CDA zat in een dal. Ik vond het ook wel een vorm van eerherstel, eerlijk is eerlijk. Het is een teken dat je er nog bij hoort."

Elco Brinkman is daarvoor gevoelig?

"Niemand vindt het leuk om ergens niet bij te horen. Zelf had ik, tot Henk belde, nooit het idee dat ik terug zou keren."

Zo werd Brinkman (68) fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer. Zijn ster in de Nederlandse politiek kwam 34 jaar geleden snel op en leek ook spoedig te doven toen hij na een historische verkiezingsnederlaag aftrad als CDA-voorman. Het leiden van een kabinet als jeune premier ging aan zijn neus voorbij. Maar Elco Brinkman is volop terug. Als voorman van de op één na grootste fractie in de senaat en als belangrijk adviseur van de huidige CDA-leider Sybrand Buma.

Het CDA staat buiten het kabinet. Toch wordt bij veel Haagse beslissingen naar de christen-democraten gekeken. De coalitie van VVD en PvdA heeft zelf in de Eerste Kamer te weinig zetels voor een meerderheid. Daarom is vaak hulp van het CDA nodig. Bijvoorbeeld bij de vraag wat Nederland aan moet met de uitslag van het Oekraïne-referendum. Over dit onderwerp, maar ook andere kwesties, belt minister-president Mark Rutte met routinier Brinkman. Die wil de premier pas later officieel uitsluitsel geven.

De zon komt net op boven de daken van het Binnenhof. Op de Hofvijver ligt een dun vliesje ijs om half negen in de ochtend. Elco Brinkman zit op een van de grijze fauteuils in de voormalige ministerskamer, nu de CDA-burelen op de hoek van het gebouw van de Eerste Kamer. Hij is altijd vroeg in Den Haag. Dat leerde hij al in Giessendam. "Werken voor de kost en meehelpen zat in de traditie en er is niks mis mee. Mijn vader was van de afdeling streng maar rechtvaardig. Mijn moeder was soepeler, kwam uit een ondernemersgezin. Haar familie zat in de kaashandel."

De polder is belangrijk voor Elco Brinkman. Hij groeide er op, tussen de boerderijen en de scheepswerven van de Alblasserwaard. Zijn vader was lid van de ARP en burgemeester in Hardinxveld-Giessendam dus ook in overdrachtelijke zin zag hij de polder; er werden dagelijks compromissen gesloten. "Mijn vader moest per definitie bemiddelen tussen de verschillende opvattingen." De jonge Elco trok op met vriendjes uit alle rangen en standen. "Ik hielp ook op de boerderij om de stal schoon te maken. Dat ik de zoon was van de burgemeester was in mijn beleving niks bijzonders."

"In de polder was het van levensbelang samen te werken en droge voeten te houden", zegt hij. Dat maakt hem optimistisch. Hij denkt ook niet dat zo'n golf van onvrede die Donald Trump in het Witte Huis brengt en Europa in de greep heeft, Nederland in hevige mate zal raken. "De tegenstelling tussen stad en platteland is bij ons kleiner. Wij hebben elkaar altijd gezien. Je moet bij wijze van spreken door de tuin van je buurman naar je eigen voordeur. Dat zit dus ook in de genen van het politieke systeem. Als je wat ouder wordt, heb je veel soorten mensen ontmoet en dan zie je dat het gros, zelfs al zijn ze hartstikke boos, samen aan de slag wil."

Wij zien toch ook in Nederland dat mensen niet meer naar elkaar luisteren?

"Wat wij overeind moeten houden is dat mensen los van hun geloof, rang of stand goed met elkaar om gaan. Het is de moeite waard om daarvoor te vechten. Ik ben van heel veel organisaties voorzitter geweest en steeds is mij bijgebleven dat mensen niet zoeken naar een compromis om zonder bloedspatten de deur uit te gaan, maar vooral omdat ze duidelijkheid willen. De basale zekerheid dat je op elkaar, op je buren kunt rekenen dreigt weg te gaan. Daarom pleit het CDA voor een sociale dienstplicht. Het gaat erom dat er niet alleen rechten zijn maar ook plichten en dat je iets gaat doen, ook al heb je soms geen zin. Mensen nemen zelf meer verantwoordelijkheid als de overheid minder gaat doen. Veel boosheid en zorgen die wij nu zien in de samenleving worden veroorzaakt doordat de overheid niet levert wat er is beloofd. Wij hebben te veel op de tafel van de overheid gelegd. Oplossingen komen er alleen als die worden gedragen door de burger."

Wat moet de overheid niet meer doen?

"In Giessendam hadden wij regelmatig wateroverlast. Toch was niet de eerste gedachte om naar de overheid te lopen voor een oplossing. Ook in Dordrecht stonden planken en laarzen klaar als het water te hoog dreigde te worden. Nu is toch vaak het idee dat de overheid overal een oplossing voor moet leveren. Als een park er niet goed uitziet, is de gedachte dat de overheid het opruimt. Dat moet anders. Het begint met je eigen boeltje een beetje onderhouden. In eerste instantie thuis, daarna in de buurt, bij de sportvereniging en ook met een bijdrage op school."

Moet de overheid stoppen met onderhoud van de plantsoenen?

"Het zou meer een oproep moeten zijn dan een besluit om iets niet meer te doen of te betalen."

Was u in uw jonge jaren ambitieus?

Hij lacht. "Je moet je tijd nuttig besteden."

"Ik zat in de redactie van de schoolkrant. Ik was jaren klasse-oudste, ook al een baantje dat niemand wil, maar goed, het gaat niet vanzelf en als er een klusje gedaan moet worden meld ik mij wel. Dat is er met de paplepel ingegoten."

U was al jong topambtenaar op het ministerie van binnenlandse zaken, waar Hans Wiegel minister was.

"Met twee collega's behandelde ik de post van Wiegel. Hij zei: de brieven van particulieren gaan voor. De post van andere ministeries kan wachten. Zijn tweede boodschap was: 'Ik vertrouw jullie blindelings, maar als dat wordt geschaad is het over en uit.'"

Wat leerde u verder van Wiegel?

"Geniet van het leven. In de kring waar ik uit voort kom, was dat niet echt aanwezig. Het was altijd van 'Jongens, kom op'. Hans meende dat je ook wel een beetje vrolijkheid in het leven mag hebben."

"Toen ik een paar jaar later als minister werd gevraagd, zeiden mijn ouders en schoonouders: je bent te jong. Maar ik was ambitieus en dacht zo'n kans krijg ik nooit meer. Ik ging praten met mijn ambtelijke baas, Pieter van Dijke, ook CDA'er. Wij moesten allebei op een conferentie zijn in Krasnapolsky in Amsterdam. Wij hebben twee uur op de rand van een bed met elkaar gesproken. Hij zei dat ik zelf een knoop moet doorhakken. Je kunt mensen een paar ervaringen meegeven, maar moet ze niet te veel voorhouden hoe ze moeten handelen. Van Dijke zei ook: "Houd je ogen open als je straks minister bent. Je hebt nu een paar jaar op een departement rondgelopen maar dingen zijn vaak ingewikkelder dan jij denkt."

U was 34 jaar. Was u te jong?

"Nee, want ik heb veel kunnen leren. Ieder vak moet je leren. Ik had dicht tegen ministers en het parlement aangezeten dus ik wist wel een beetje hoe het ging. Maar ik heb ook fouten gemaakt. Wie maakt er geen fouten in zijn jonge jaren."

Welke fouten maakte u?

"Nu ik ouder ben en twee keer kanker, non-hodgkin, heb gehad, realiseer ik mij dat ik nog zo kort op de ervaring van de studies zat en dat wij rationeel uittekenden hoe de samenleving, het systeem, in elkaar moest zitten. Ik had moeilijke discussies over abortus, euthanasie, ivf, jeugdzorg en oorlogsgetroffenen. Ik keek te weinig naar de mensen daar achter. Niet zozeer systemen maar wel dingen die de mensen direct raken. Ik hoor van anderen dat ik door de ervaring van ziek zijn aanraakbaarder ben geworden. Zo voel ik het zelf ook. Ik was vaak in een bestuurskamer van ziekenhuizen geweest maar nog nooit in een behandelkamer. Dus levenservaring is belangrijk en je kan niet alles hebben op je 34ste.

"Joop van der Reijden, staatssecretaris destijds, was ouder. Hij zei: 'Waar begin je aan. Jij hebt je ouders nog, je hebt geen sterfgevallen meegemaakt.' Joop had gelijk. Toch vind ik niet dat ik te jong was. Moet je dan eerst door het leven met narigheid om verantwoordelijkheid te dragen?"

U moest na een verkiezingsnederlaag aftreden. Uw vrouw zei tegen mij: 'We gaan die geschiedenis toch niet oprakelen.' Ligt het nog gevoelig?

"Je krijgt beter perspectief op zaken als je er wat verder vanaf staat. Je ziet de springerigheid van het electoraat. Het verlies van het CDA was een schok en degenen die dan toevallig verantwoordelijkheid dragen die hangen. Het was voor mij persoonlijk vervelend maar het was ook een onontkoombaar onderdeel van de geschiedenis."

Ruud Lubbers zei niet op u te gaan stemmen, maar op nummer drie Ernst Hirsch Ballin.

"Daar is wat mij betreft alles over gezegd. Dat was vervelend en stom, maar het is gebeurd. Ruud en ik hebben er daarna vaak genoeg over gesproken en dat lossen wij ook niet meer op. Anno heden steken wij als CDA enorm veel energie in samenspraak. Dat is ingewikkeld want het CDA is over veel onderwerpen net zo verdeeld als andere partijen. Maar eenheid is belangrijk en die les heb ik in 1994 zelf ervaren."

U was als voorzitter van Bouwend Nederland lobbyist van de aannemers. U was een oliemannetje met veel bestuursfuncties en commissariaten. Hoe gaat dat?

"Die mensen moeten er zijn. Een systeem draait niet vanzelf. Je moet gesprekspartners het gevoel geven dat ze in openheid en vertrouwen mij dingen kunnen vertellen die ze zwaar op de maag liggen en die bij mij blijven. Dan gaat het niet om grote staatsgeheimen, alhoewel soms wel. Er moet iets zijn van een niet formele relatie en wederzijds begrip. Dat is makkelijker als je op verschillende plekken hebt gewerkt."

Dat gebeurt vaak in achterkamertjes. Uw politiek leider Sybrand Buma stelt dat hij geen zaken doet met het kabinet in achterkamertjes. Wat vindt u daarvan?

"Buma wil geen zaken wil doen in achterkamertjes maar zijn verhouding met de minister-president en ministers is niet slecht.

"De samenleving verwijt ons dat we elkaar de bal toespelen, toedekken en verder van de maatschappij wegglijden. Ik zie de afwegingen waar Kamerleden van nu voor staan. Wij zitten voor de vraag hoe je vertrouwen in de democratie kunt herstellen."

Laatst op een zondagmiddag belde premier Mark Rutte. Hij heeft uw steun nodig om een handtekening te zetten onder het EU-Oekraïne-verdrag. Was dat een nuttig achterkamertjes-gesprek?

"In alle periodes bellen ministers en premiers. Ik heb gezegd: Beste Mark, na de onderhandelingen in Brussel beoordelen wij de uitkomst."

Het is opvallend dat het CDA een andere koers vaart dan de Duitse CDU van Angela Merkel: geen steun aan Griekenland, tegen ondertekening van het EU-Oekraïneverdrag, tegen de deal over vluchtelingen met Turkije.

"Dat moet ik corrigeren. Als je Sybrand Buma, mij en andere woordvoerders hoort, is Europa een onmisbaar onderdeel van ons leven geworden. De uitingsvormen zijn hier en daar anders. Sybrand geeft aandacht aan de complexiteit aan de buitengrens van Europa. We moeten nog eens goed nadenken over hoe de opvattingen die wij hier hebben over een rechtsstaat en hoe dat zich verhoudt tot Turkije en Rusland. Merkel worstelt daar ook mee."

Doet het CDA mee aan een nieuw kabinet?

"We krijgen eerst nog verkiezingen. Die zijn onvoorspelbaar. De vraag is of Mark Rutte weer premier wordt. Het is geen slechte minister-president, hij is joviaal en kundig maar het is niet van deze tijd dat iemand lang in het Torentje zit. Ik denk dat in het gat dat ontstaat ruimte komt voor het CDA. Nederland is toch een land dat op zoek gaat naar het nieuwe evenwicht met partijen uit het midden. De tijdgeest vraagt om degelijkheid en traditie."

curriculum

Elco Brinkman was van 1982 tot en met 1989 minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur en vervolgens tot halverwege 1994 CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Na zijn vertrek uit de politiek werd hij voorzitter van Bouwend Nederland en had hij tientallen andere bestuursfuncties en commissariaten. Sinds juni 2011 is hij CDA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Brinkman is getrouwd met Janneke Salentijn, botanisch tekenaar. Zij hebben een zoon, twee dochters en negen kleinkinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden