Ik had mijn daad verricht

Na afloop van de lezing maakte hij zich bekend als de man die destijds, in 1971, een steen naar de limousine van de Japanse keizer Hirohito had gegooid. De spreker, redacteur Kustaw Bessems, had een boek geschreven over de protesten tegen het bezoek van Hirohito, en stond nu oog in oog met Gerrit van der Schuyt, die niet alleen verantwoordelijk was voor die steen maar ook voor de eierstruif op het pak van premier Lubbers, twintig jaar later. Stof voor een gesprek.

Het was geen baksteen, het was meer een natuursteen. Eén had ik maar bij me. Ik had hem gevonden op straat. 's Ochtends vertrok ik ermee in de auto uit Amstelveen, waar ik toen werkte als leraar aardrijkskunde. Het was geen opwelling, o nee, het was met voorbedachten rade.'

Gerrit van der Schuyt zit op een rechte, houten stoel, midden in de kamer. Om hem heen liggen stapels boeken over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Af en toe maakt hij een klikkend geluid met de lange, dikke nagels van zijn duimen.

,,Het was negen december 1971. Ik had twee brieven geschreven aan minister-president Biesheuvel. Ik had hem gevraagd of hij het voor zijn rekening nam dat de koningin de Japanse keizer ontving, terwijl mensen in Indië hadden geleden onder de Japanse bezetting.'

,,De eerste brief was heel rustig geweest. In de tweede maakte ik me kwaad. Ik had geen antwoord gekregen. Dat was voor mij aanleiding om naar het uiterste middel te grijpen: de steen.'

,,Ik kwam aan in Rijswijk, de muziekbuurt. Er waren weinig mensen, er hingen nauwelijks vlaggen. De belangstelling voor het bezoek van de keizer was gering. De weg was afgezet met hekken. Er was politie, maar minder dan ik had verwacht. Ik ben niet teruggedeinsd. Ik ben geen twijfelaar, meer een doener dan een denker. Ik dacht ook niet van te voren na over een vluchtweg. Ik dacht alleen: als ik hem maar te pakken krijg. Wat zou komen, zou komen. Als ik werd gepakt, werd ik maar gepakt.'

,,Ik had me verborgen achter een boom, bang dat ik zou worden weggejaagd. Twee, tweeënhalf uur had ik daar staan wachten tot ik de stoet zag. Daar kwam hij aan, in een blauwe limousine. Andere auto's reden ervoor en erachter. Ik was niet zenuwachtig. Ik kon de keizer zien zitten. Maar de auto was niet open. Ik dacht: mijn steen zal de ruit van zijn auto wel doorboren. Van achter mijn boom heb ik toen de steen gegooid. Je bent een grote schoft geweest, ging het door mijn hoofd. En even gingen mijn gedachten naar het vorstenhuis. Hoe was het mogelijk dat Juliana zo'n persoon uitnodigde?'

,,Ik zag de ster in het windscherm. Er ontstond een hele consternatie. Een hoop politieagenten kwamen aanrennen. Ik maakte daarvan gebruik om weg te komen. Ik ben niet blijven kijken, ik ging meteen. Ik had mijn daad verricht.'

Tegen het bezoek van Hirohito, die al in de oorlog keizer was, ageerden veel Indische Nederlanders. Cabaretier Wim Kan leidde de protesten, die zich vooral richtten tegen een lunch bij koningin Juliana. Het pijnlijkste incident, en goed voor een diplomatieke rel, was dat iemand een gat in de ruit van de keizerlijke auto gooide. De dader ontkwam, meldden de kranten.

Die dader zit tegenwoordig dagelijks in het Indisch Huis in Den Haag, een ontmoetingsplaats voor Indische Nederlanders, waar nog een beetje de oude, koloniale sfeer van 'ons Indië' hangt. Hij schaakt er, met zijn etui vol medicijnen naast het bord.

Meer dan een halve eeuw na de oorlog kan hij nog opstaan, wankel, en een rijmpje opzeggen dat Wim Kan bedacht toen hij voor de Japanners dwangarbeid moest verrichten aan de Burmaspoorlijn. ,,Kan kwam dan binnen met een vieze pan en zong in de ziekenbarak: Ach ja, pan / Wat ben je smerig van buiten en van binnen als maar zijn kan. Iedereen klapte en juichte.'

Gerrit van der Schuyt is nu 81 jaar. Hij gooide de steen. Hij vertelt erover in zijn nieuwbouwwoning in Oegstgeest. ,,Ik ben door de nabijgelegen tuinen weggerend. Ik ging direct naar huis. Ik heb geen tv gekeken, ik was in een verschrikkelijke toestand. Mijn vrouw heeft geprobeerd me te troosten. Ze zei: het is zo lang geleden. Ik zei tegen haar: voor mij is alles wat met Burma heeft te maken niet lang geleden. Ik leef er nog in. Later heb ik een bericht gelezen in een buitenlandse krant. Een demonstrant, heette ik daar. Er stond geen naam bij. Geen wonder, ik ben niet gepakt.'

De nagels klikken. ,,Ik ben er nog een beetje emotioneel over, hoor. Het heeft mij pijn gedaan toen.'

Zijn vader, een Amsterdamse architect, was vóór de oorlog naar Indië verhuisd om fabrieken te bouwen. Hij werd door zijn familie uitgestoten toen hij trouwde met een Chinees-Indische vrouw. Op een zwart-witfoto is Gerrit een pikzwart jongetje. De oude man van nu is wit. Vader stierf in een kamp, moeder werd doodgeschoten door Japanners toen zij weigerde de gouden spelden op haar sarong af te geven. Broer en zus overleefden de oorlog, maar zijn inmiddels dood. Gerrit werd in de oorlog krijgsgevangen genomen en moest helpen de Burmaspoorlijn te bouwen. ,,Het Burmaspoor is 416 kilometer lang. Om de twee meter plaatsten wij een dwarsligger. De lijn kostte zoveel doden als dwarsliggers.'

In 1947 kwam Van der Schuyt naar Nederland. Hij leerde voor onderwijzer, studeerde sociale geografie en culturele antropologie. ,,Door veel te studeren, vooral 's avonds, verdrong ik de gedachten aan de oorlog.' Hij trouwde en kreeg twee dochters. Gedurende twee periodes van vier jaar liep hij bij Centrum45, de instelling voor medisch-psychologische behandeling van oorlogsgetroffenen. Aan de muur hangt het schilderij dat hij bij creatieve therapie maakte van de rivier Kwai.

,,Ik had Kan ontmoet aan de spoorlijn, waar hij werkte, net als ik. Dat hij nooit een poot heeft uitgestoken, zoals mensen achteraf hebben beweerd, is absoluut niet waar. Maar hij werd gevr gd om het moreel van de krijgsgevangenen - op welke manier ook - op te krikken. En dat deed hij, met voorstellingen.'

,,We zaten in de open lucht, op de grond, meestal op zondag. Kan stond op een kleine verhoging. Wij droegen alleen een schaamdoek van jute en opengesneden legerschoenen of houten slippers. Sommigen moesten steunen op hun makkers. Er deden ook verklede mannen mee in vrouwenrollen. Ze speelden liedjes en toneel. Kan wist de moed erin te houden. Want er kwam veel zelfdoding voor, hoor, van mannen die de moed verloren.'

Hij valt stil, krijgt dan een inval: ,,We hadden een tijd een Japanse kampcommandant, die liet je het gras voor zijn hut maaien. Hij had, aan een lange lijn, een valse hond die je steeds beet. Op een dag was de hond weg. De commandant liet ons allemaal zoeken, maar we vonden geen spoor. 's Avonds waren we verbijsterd toen er vlees in onze soep zat. Een van onze keukenmeesters had hem te grazen genomen. Kan zong toen het nummer 'Hond in de pot'.' Hij lacht of hij de grap net voor het eerst heeft gehoord, herhaalt het - 'Hond in de pot' - en schatert het uit.

De acties van Wim Kan tegen het keizerlijk bezoek in 1971 waren een doorbraak voor de van oudsher timide Indische gemeenschap. Die hield zich niet langer stil over de kille ontvangst in Nederland, na de oorlog. Er was nauwelijks opvang geweest, de andere Nederlanders kenden alleen de Duitse bezetting en als oud-kolonialen werden zij met de nek aan gekeken. Een groep Indische Nederlanders eist nog altijd betaling van Japan voor de dwangarbeid tijdens de bezetting.

In 1991 droop de eierstruif over het jasje van toenmalig premier Lubbers, die met zijn Japanse collega Kaifu een krans kwam leggen bij het Indisch Monument in Den Haag. De dader: Gerrit van der Schuyt. Het hadden stenen moeten zijn in plaats van eieren, zegt hij.

,,Toen ik naar Lubbers ging had ik twee stenen bij me. De ene was voor Lubbers en de andere voor Kaifu. Ik had ze verstopt in een hangplantje. Maar ik haalde eerst een vriend op, een commandant uit Indië die mee ging demonstreren. Hij en zijn vrouw waren niet gewend dat ik met een hangplantje rondliep. Zij is toen zonder dat ik het wist in die plant gaan friemelen. Stilletjes heeft ze, om mij tegen mezelf te beschermen, de stenen verruild voor twee eieren. Toen ik gooide, was ik zo verbaasd dat het eieren waren. Maar nu gooide ik wel raak.'

Van der Schuyt werd die keer gearresteerd. Lubbers deed aangifte tegen hem. Twee jaar later nodigde de premier hem uit voor een gesprek om te horen wat er achter de actie schuilging. ,,Lubbers wist niets van de Japanse bezetting', zegt Van der Schuyt. ,,Pas toen kreeg hij daar oog voor.' Hij laat een fotootje zien: een moeilijk kijkende Lubbers, naast hem zijn belager, glimmend van voldoening.

In 2000, toen Hirito's zoon keizer Akihito naar Nederland kwam, gooide Van der Schuyt stenen noch eieren. Andere Indiërs hadden op hem ingepraat. Hij hield het bij strooibiljetten. ,,Ik moest het ze beloven.' Op tafel ligt een verdwaald protestbord. 'Betaal uw schulden' staat erop, in het Japans en in het Engels.

De vrouw van Van der Schuyt overleed ruim twintig jaar geleden. Hij ziet natuurlijk zijn dochters, maar is sindsdien ook vaak alleen met zijn herinneringen.

Zou hij niet de tijd die hem rest willen doorbrengen zónder die oorlog? Gunt hij het de Japanners dan dat zij hem niet alleen de oorlogsjaren, maar ook het grootste deel van zijn latere leven hebben afgenomen?

,,Ik k n niet zonder de oorlog leven. Ik moet ermee bezig zijn. Daarom ga ik naar het Indisch Huis. De sfeer daar doet me denken aan de gelukkige jaren in Indië. Als ik het probeer, kan ik me even indenken dat het nog vóór de oorlog is.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden