'Ik had liever iemand anders gered'

Tienduizenden nierpatiënten zijn hem eeuwig dankbaar. Toch hunkert Willem Kolff (88), uitvinder van de kunstnier, naar wat extra erkenning. Dat-ie geen Nobelprijs heeft gekregen, alla. Maar een bescheiden museumpje in het oude ziekenhuis van Kampen is toch niet te veel gevraagd?

Het had weinig gescheeld of Kolff was nooit arts geworden. In 1937 trouwde hij namelijk, en in die dagen had een getrouwd man vrijwel nergens toegang tot de opleiding voor internisten: het huwelijksleven zou te veel tijd opeisen, vreesde men, zodat de arts zich niet dag en nacht aan zijn patiënten kon wijden.

In Groningen, waar de regels minder streng waren, kon Kolff wel terecht. Aanvankelijk deed hij er gewoon het werk dat hem werd voorgelegd, maar in 1939 kreeg hij plotseling het verlangen om meer te doen. Dat kwam doordat hij een jongeman moest behandelen die ten onder ging aan een chronische nierontsteking. De patiënt stierf na een ellendig ziekbed. Kolff: ,,Dat zette me aan het denken. Moet een jongeman doodgaan, alleen omdat zijn nieren het bloed niet meer zuiveren? Misschien was die ellende te voorkomen met een uitwendige spoelmachine: een kunstnier, een dialyseapparaat. Zoiets wilde ik uitvinden.''

Collega's in het buitenland hadden al eens geprobeerd om bloed te spoelen. Dat was toen nauwelijks gelukt, maar wel hadden ze aangetoond dat cellofaanvliezen ervoor geschikt waren. Deze vliezen - beter bekend als worstvellen - bevatten kleine gaatjes. Die hebben precies de afmeting waar afvalstoffen uit het bloed doorheen kunnen lekken. Bloedcellen, die niet door de gaatjes passen, blijven binnenboord. Zo blijft het goede behouden, terwijl het kwade wegspoelt.

Kolff ging met die kennis aan de slag. Hij vulde een zak van cellofaan met een urineachtige vloeistof, haalde die enkele malen op en neer in een bak water, en zag dat er inderdaad afvalstoffen uit weglekten. Het meeste afval bleef echter in de zak achter, zodat patiënten niets met de ingreep zouden opschieten.

Anders dan zijn voorgangers liet Kolff zich niet uit het veld slaan. Hij riep de hulp in van een chemicus, die bekwaam was in het maken van cellofaanbuizen. In zulke buizen zou het bloed optimaal contact maken met het omringende water, dacht Kolff. Daardoor zouden de afvalstoffen gemakkelijker weglekken.

De plannen waren prachtig, maar tot uitvoering kwam het niet. ,,De oorlog gooide roet in het eten'', vertelt de arts ruim een halve eeuw na dato. In 1939 kon hij aan zijn kunstnier werken, omdat hij alle vrijheid kreeg van zijn supervisor, de joodse professor Daniëls. In 1940 schoot deze zich echter, uit angst voor de Duitsers, door het hoofd. Tot overmaat van ramp wilde de bezetter een nationaal-socialistische vervanger aanstellen. ,,De avond voor die kwam, ben ik vertrokken.''

Niet lang na zijn vertrek uit Groningen kon Kolff aan de slag in het stadsziekenhuis van Kampen. Ze waren daar in hem geïnteresseerd, ondanks of dankzij de hoge eisen die hij stelde. ,,Ik wilde een eigen laboratorium, inclusief personeel. Wat ik ook vroeg, alles kreeg ik. Van tevoren had ik alle gemeenteraadsleden opgezocht, dus dat zat wel snor.''

Kolff had nu de ideale omstandigheden gecreëerd om zijn kunstnier te voltooien. Hij had alleen nog iemand nodig die het apparaat kon bouwen. Dat werd de heer Berk, directeur van De Kamper Email Fabrieken. Deze wilde de door Kolff voorgestelde draaitrommel, omgeven door een spiraal van cellofaanbuizen, in elkaar zetten. ,,Daarvoor heb ik hem nooit een cent betaald'', zegt Kolff glunderend. ,,Hij mocht namelijk alleen voor de Duitsers werken, dus bij mij kon hij geen rekening indienen.''

In het diepste geheim bouwden de heren hun eerste apparaat. In 1942 was het klaar. Tussen '43 en '44 legde Kolff vijftien nierpatiënten aan de machine. Dertien van hen, allen terminaal, stierven kort na de behandeling. Maar telkens leerde Kolff wat bij, zodat hij de behandeling kon verbeteren.

De eerste patiënt van wie Kolff het leven redde met de kunstnier, kwam in 1945 in de kliniek. ,,Het was een heel bleek vrouwtje. Ze lag in coma en knorde als een varken. Dus ik sluit haar aan en zie haar langzaam bijkomen. Ik buig me over haar heen, en weet je wat ze zegt? 'Ik ga van m'n man af'. En dat heeft ze ook gedaan.''

Kolff moet er na zoveel jaar nog steeds om lachen. De woorden van de vrouw klinken nu misschien tragisch, maar destijds hadden de arts en zijn medewerkers weinig medelijden met haar. Haar man was namelijk een NSB'er, zo ging het gerucht. En zelf zou ze ook niet helemaal zuiver op de graat zijn geweest. ,,Ik had natuurlijk liever iemand anders het leven gered'', zegt Kolff nu. ,,Maar dat heb je niet voor het kiezen. Als arts moet je vriend en vijand behandelen.''

De kunstnier zou in de jaren die volgden gemeengoed worden en talloze levens redden. Kolff zelf emigreerde in 1950 naar Amerika, omdat hij daar meer mogelijkheden had om te werken aan zijn tweede opgave: de hartlongmachine. Ook díe is er gekomen.

Kolff is een echte doorzetter, een mannetje met een eigen wil. Ook nu nog. Hij is 88 jaar, maar nog steeds heeft hij geen rust in zijn lijf. Sinds enige tijd is hij met pensioen: een regelrechte ramp. Hij is dan ook blij dat de New York State universiteit hem dezer dagen een professoraat heeft aangeboden. Die kans grijpt hij met beide handen aan.

Ondertussen komt hij nog af en toe naar Nederland om zich bezig te houden met een heel ander probleem: de dreigende sloop van het Kamper ziekenhuis. ,,Het is een grof schandaal dat ze dit ziekenhuis tegen de vlakte willen gooien. Het is gebouwd door Kromhout, een architect die qua naam te vergelijken is met Berlage. Hij heeft ook het American Hotel in Amsterdam gebouwd. Het Kampense ziekenhuis is bovendien een plek met geschiedenis, een plek waar een heel nieuw tijdperk in de geneeskunde is begonnen. Daarom moet er een museum komen, zodat we de herinnering kunnen bewaren. En om dat te bereiken, ga ik de komende dagen alle raadsleden bezoeken. Ik ga met hen praten en hen overtuigen, precies zoals ik dat heb gedaan toen ik in Kampen werd benoemd als internist. Hopelijk heb ik opnieuw succes.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden