'Ik haat het om over wreedheid te schrijven'

Ter gelegenheid van 25 jaar science fiction en horroruitgaven heeft Meulenhoff in Amsterdam onder andere Tanith Lee's eerste fantasyroman 'Het geboortegraf' (1975) herdrukt. Het telt 488 bladzijden en kost 25 gulden.

Ze zou graag een kat zijn, maar dan wel een sprekende. Ze zou vleugels willen hebben om te kunnen vliegen waarheen ze wil. En toveren, dat lijkt haar ook wel wat, hoewel ze daar meteen aan toevoegt in dat geval alleen een 'healer' te willen zijn. "Zieken genezen die midden in een menigte plotseling merken dat ze beter zijn zonder te weten door wie. Nu probeer ik af en toe wel goeie gedachten naar mensen te zenden. Voor mij is dat zo'n beetje hetzelfde als een gebed."

Maar Tanith Lee bezit geen bovennatuurlijke krachten. Wel een ongebreidelde fantasie, die ze uitleeft in haar - nu bijna dertig - polsdikke fantasy-romans. Tot nog toe kreeg ze er drie prijzen voor, waaronder tweemaal de 'world fantasy award'.

In al haar boeken beschrijft ze wonderlijke werelden die aan de lopende band aan haar brein ontspruiten. Werelden met weidse paleizen, monumentale landschappen, dreigende bergmassieven en ondoordringbare grottenstelsels, met bijbehorend pompeus taalgebruik. Wreedaards die met een enkel woord of gebaar koppen van tegenstanders laten afhakken, overledenen die uit hun kist verrijzen, magiers die dodelijke stralen uit hun vingers doen schieten, slaven zonder uitzicht op een beter leven en vrouwen die uitsluitend schijnen te bestaan om hun heer en meester te behagen.

Waar of wanneer de verhalen zich ook afspelen, in steden, bergen of op de vlakte, ruimte is er altijd in overvloed. De vijf uren die ze ten behoeve van een tv-commercial van luttele seconden (waarvoor ze een dag of wat in ons land is) leunend in een boekenkast moest poseren, moeten Tanith Lee zwaar gevallen zijn - hoewel ze zelf al verhalend nogal eens gestraften in onderaardse kerkers laat verkommeren of (in de vampierstory Het bloed van rozen) een mismaakte dwerg elke nacht in een benauwde kast opsluit.

De Ster-spot voor een keten van boekhandels was haar eerste commercial. Een bijzondere ervaring, vindt ze. "Bovendien betaalt het fantastisch en het is weer es iets anders, hoewel schrijven mijn grote liefde is en blijft."

Haar ideeen hebben niets met mystieke ervaringen te maken. Ze heeft ze nooit gehad, gelooft er zelfs niet in. Wel in reincarnatie en karma. "Niemand weet natuurlijk zeker of hij terugkomt, maar ik denk graag dat het zo is. Het zou toch oneerlijk zijn om in een leven alles te moeten volbrengen wat je wilt doen." In haar romans is ze daar heel duidelijk over. Zo maakt de hoofdfiguur in Het geboortegraf het ene leven na het andere door, van de Romeinse tijd tot het computertijdperk, voordat ze er achter haar ware persoonlijkheid is. Dat er iets als karma bestaat, vindt ze alleen maar logisch, want "je moet kunnen betalen voor wat je fout gedaan hebt."

Toch gek

Met het 'bovennatuurlijke' ligt het anders. Daar is volgens haar altijd wel een verklaring voor. Hoewel, die ene keer, daar is ze niet zeker van. "Toen mijn moeder overleden was, praatte ik altijd tegen haar. Op mijn kamer hing een schilderij van flamingo's op een meer, dat ik zelf erg mooi vond, maar ik zei tegen mijn moeder: Als het je niet bevalt, haal het dan maar van de muur. De volgende dag lag het op de grond, terwijl de rest nog gewoon op z'n plaats hing. Dan ben ik geneigd te denken: het zal wel door de trilling van een bus of een vliegtuig gebeurd zijn. Maar gek was het wel."

Tot haar grote spijt is ze geen familie van de filmacteur en vampiervertolker Christopher Lee, maar Lee is wel haar echte naam. Tanith trouwens ook, hoewel voorhistorisch klinkend als de namen die zij zelf verzint: Vazkor, Kesarh, Atmeh. "Op haar vijftiende jaar besloot mijn moeder al dat een dochter, als ze die zou krijgen, Tanith moest heten. Ze had die naam gelezen in een mythologisch verhaal dat in Carthago speelde. Ik haatte die naam. Uit balorigheid noemde ik mezelf Tantel, maar dat vond mijn moeder maar niks. Ze maakte een anagram van mijn naam: Nathit. Alleen zij noemde me zo."

Doordat haar ouders, beiden balletdanser, veel op reis waren, verhuisde Tanith van de ene school naar de andere. Broertjes of zusjes had ze niet en vriendinnetjes of vriendjes kreeg ze op die manier ook niet. Het kon haar niet schelen. "Mijn ouders waren mijn vrienden. Van kinderen hield ik niet zo. Nu nog: als ik al over een kind schrijf, is dat altijd een vreemd geval. Ik was een vroeg volwassen, rustig kind, hield van film, muziek en toneel. Niet van dansen, en mijn ouders hebben mij daar gelukkig nooit toe gedwongen."

Ze herinnert zich dat haar moeder haar zelf verzonnen verhaaltjes vertelde, altijd over prinsen en heksen. Een prins die met een bloedmooie, maar slechte prinses moet trouwen, maar op het laatste nippertje voor de plaatselijke heks kiest. "Een boek heeft ze geschreven over een wensput met een heel charmante draak. Mijn moeder was zelf trouwens ook heel mooi, met groene ogen en witblond haar. Mijn vader die nu in de zeventig is, verafgoodde haar. Hij leerde me lezen toen ik 8 jaar was, want op al die scholen had ik niet veel opgestoken. Hij begon meteen met Shakespeare en zo. Daar begreep ik natuurlijk niets van, maar ik vond de woorden erg mooi. Een jaar later schreef ik mijn eerste verhaal. Over een kat die de toekomst kon voorspellen en door zigeuners gestolen werd. Dat is nooit gepubliceerd. Ik denk dat het zoek is."

Ook voor haar eerste echte boek, 120 pagina's dik, was geen uitgever te vinden. Ze was 12 toen ze 'Don't bite the sun' schreef, een science fictionverhaal waarin haar figuren meteen al desgewenst van hoofd, geslacht of compleet van lichaam konden veranderen. Dat boek is later wel in Amerika verschenen, en in 1989 bij Meulenhoff in Amsterdam. Het heeft lang geduurd voordat ze in eigen land erkenning vond, maar sinds 1975 kan ze zich full timeschrijver noemen. Ze had toen al kinderverhalen geschreven ( "een soort sprookjes, maar altijd over volwassenen" ), hoorspelen en twee afleveringen voor de sf-serie 'Blake's Seven'.

Volgens Tanith berusten haar verhalen niet puur op eigen fantasie, al was het alleen maar door invloeden uit haar eigen tijd. Maar geschiedenis heeft haar wel al van jongsaf gefascineerd. "De bijbel las ik ook als een historisch boek. Met bijbelles zat ik altijd als eerste in de klas."

Bloed, geweld, onderdrukking, wreedheid en seks zijn belangrijke ingredienten in Taniths werelden. Titels als De Boeken van de Heren der Duisternis ( "Vijf delen, zo'n stapel, heel wreed van me tegenover mijn lezers" ), Het witte serpent, Stormgebieder en Schaduwvuur zeggen genoeg. Een mengeling van fantasy, horror en science fiction, zegt ze. Waren de mensen vroeger wreder dan nu? Ze vindt van niet. "Ik haat het trouwens om over wreedheid te schrijven. De essentie van al mijn boeken is de liefde. Daar eindigen ze allemaal mee, de slechteriken worden aan het eind beter of gelukkig of zijn tenminste op weg daarheen. Zelfs de duivelse prins in de Heren der Duisternis sterft om zo de slechtheid van de wereld te kunnen vernietigen, een soort schaduw van Christus."

Gelukkig, denkt Tanith Lee, zijn de mensen aan het veranderen. Ze willen van de rolpatronen af en uiteindelijk zullen ze in vrede naast elkaar leven. "Wanneer, dat weet God alleen" , zegt ze ernstig, "maar ik heb de laatste dertig jaar zelf al veel ten goede zien veranderen."

Alles is pijn

Zou ze in staat zijn om een moderne liefdesroman te schrijven? "O ja, maar ook daarin zouden pijn en wreedheid niet ontbreken, dat zou niet reeel zijn. Alles in het leven gaat nu eenmaal met pijn gepaard."

Ze zou nog wel eens paard willen rijden en een jaartje drama studeren, voor haar eigen plezier. Voorlopig is daar geen tijd voor, al was het alleen maar door de stapels post van lezers. Alle fanmail wordt eerst door haar man gelezen. Samen met de thee brengt hij haar dan alleen de aardige brieven, gelukkig het leeuwendeel. "Maar er zijn heel slechte bij, zeg maar pornografische. Mijn man schermt me daarvoor af."

Intussen is ze alweer druk bezig met een hedendaagse familieroman ( "helaas blijkt de hele familie uit vampiers te bestaan" ). Nu al weet ze dat het zeker drie en misschien wel vijf delen worden. Het eerste verschijnt in het najaar bij Meulenhoff. Want schrijven blijft ze, tot haar laatste snik, zegt ze: "Zelfs al zou niemand me meer willen lezen of uitgeven, dan nog zal ik schrijven, gewoon voor mezelf."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden