Ik geloof wel in die ene kerk

Predikant Matthias Smalbrugge schreef vorige week de oecumene een volkomen achterhaald verschijnsel te vinden. Vandaag reageert de katholieke theoloog Marcel Poorthuis. „De angst van protestanten voor ’terugkeer’ naar de moederkerk is een onderschatting van hun eigen kracht.”

Enige tijd geleden werd de oecumenische wereld opgeschrikt door een sweeping statement. Eduard Kimman, secretaris-generaal van de bisschoppenconferentie, gaf te kennen dat de protestantse kerken zoiets waren als een actiegroep die vergeten was zichzelf op te heffen. Verontwaardigde reacties waren zijn deel. Kimman ging door het stof en de zaak was gesust.

Toch was het incident nuttig, en een beetje verontrustend. Want zelfs de kerken die de oecumene als prioriteit beschouwen, blijven oorverdovend stil als het gaat om de vraag hoe die eenheid er concreet uit zou moeten zien. Zo hieven de dominees die deze krant de laatste weken aan het woord liet wel klaagzangen aan over de oecumene, maar ze omzeilden steevast deze vraag – de enige die werkelijk relevant is.

Matthias Smalbrugge leek vorige week in Letter & Geest een ander akkoord aan te slaan door de visie van Kimman te verwelkomen. Maar ook hij geeft blijk van een oerprotestantse reflex, als hij de rk kerk voorstelt als een instituut dat het denken weert, bang is voor kritische geesten en andersdenkenden uitsluit. Als dat je beeld van de katholieke kerk is kan ik me goed voorstellen dat je de oecumene achterhaald vindt. Wat heb je inderdaad te zoeken bij een mensvijandig instituut „die de grootste leraren, Thomas van Aquino en Augustinus is vergeten?” Maar het is een lachwekkende karikatuur, die ik alleen maar kan verklaren als wéér een strategie om de vraag naar de kerkelijke eenheid te omzeilen.

Het protestantisme staat volgens dominee Smalbrugge aan de wieg van de moderne samenleving en de Verlichting. Een verwarrende stelling. Juist het katholicisme heeft de zelfstandige rede altijd meer ruimte gegeven dan de Reformatie. En dan nog: sinds wanneer is de moderne samenleving het kenmerk van het ware? Het christendom moet juist een profetisch-kritische tegenstem zijn van de moderne samenleving.

De afgelopen decennia heeft de theologie zich beijverd om aan te tonen hoe modern en bij de tijd ze wel niet is. Zelfs de secularisatie werd omhelsd als bewijs van de mondigheid van de gelovige. Het wordt nu tijd dat het christendom laat zien dat het in de moderne tijd een eigen identiteit kan handhaven. De massale kerkverlating – door theologen ook al toegejuicht als bewijs voor de mondigheid van de gelovige – is in werkelijkheid een groot spiritueel en moreel verlies. Het gaat erom dat het christendom heel goed in staat is om met de moderne cultuur in gesprek te gaan. Maar begin dan niet, zoals dominee Smalbrugge doet, met je medegelovigen – katholieken, orthodox-protestanten en evangelicalen – te verketteren.

Hoe kunnen we die kerkelijke eenheid dan wel bereiken? Ik wil als katholiek theoloog graag enige contouren schetsen. Omdat die eenheid me boeit en omdat ik erin geloof.

Alom leeft de gedachte dat de oecumene eigenlijk achterhaald is. De moderne mens stelt zelf wel zijn levensbeschouwelijke pakket samen en put daarbij vrijelijk uit kerkelijke tradities en andere religies. Zelfs theologen prijzen met aanzienlijk publicitair succes de ’meervoudige religiositeit’ aan.

De postmoderne wereld kent, zo weten we inmiddels, een ontbinding van oude tradities en een vervaging van identiteit. In plaats daarvan staan emotie en spiritualiteit centraal. De persoonlijke ervaring telt. Dat heeft iets bedenkelijks. Geschiedenis en wereldwijde dimensies schrompelen ineen tot irrelevante zaken die het individu niet ’raken’. „Het zegt me niks”, is de hoogste wijsheid geworden.

Dit moderne sentimentalisme dreigt de plaats in te nemen van de geschiedenis; iemands identiteit onderhoudt geen enkele band meer met een eeuwenlange, eerbiedwaardige traditie waarin zoveel gelovigen ons zijn voorgegaan. En de oecumene wordt dan al snel institutioneel gekrakeel, zonder enige persoonlijke relevantie.

Toch biedt de moderne levenshouding de oecumene ook kansen. Zoals in een relatietherapie de partners nooit verder zullen komen zolang ze blijven steken in het verleden, zo zullen de kerken niet verder komen als ze zich blijven fixeren op hun eigen tradities. In beide gevallen gaat het immers om een gezamenlijke toekomst. Die bepaalt uiteindelijk de bereidheid om gekoesterde tradities nog eens opnieuw te toetsen.

In Nederland is de situatie op dit moment als volgt. Op plaatselijk niveau is er dikwijls een goede verstandhouding tussen de kerken. Soms is er zelfs intercommunie – wat nogal wat gelovigen het gevoel geeft „dat het wel goed is zo”. Problemen zouden vooral komen van katholieke zijde: de kerkelijke leiding verbiedt wat op plaatselijk vlak voorspoedig verloopt.

Hier is sprake van gezichtsbedrog. De essentiële inbreng van de katholieke kerk is juist dat zij niet alleen plaatselijk is, maar heel de wereld omvat. Bovendien ziet de katholieke kerk zichzelf als de behoeder van een traditie die de eeuwen omspant en die onze tijd verbindt met die van de eerste christenen. Deze twee dimensies zijn voor protestanten evenmin zonder betekenis, al worden ze anders ingevuld.

Maar het traditiebesef is de laatste decennia als het ware van binnenuit geërodeerd. Daarvoor in de plaats zijn, zoals gezegd, beleving en emotie gekomen. Nu waren ook voor de gelovigen van vroeger emotie en beleving van groot belang, maar die twee hingen nauw samen met dat besef van traditie en wereldwijde identiteit. Emoties op zichzelf zijn daarentegen kortstondig. En ze zijn niet in staat historische tegenstellingen blijvend te overbruggen.

Daarbij is het een misverstand te menen dat de traditionele antiroomse reflexen van het Nederlandse protestantisme op plaatselijk vlak geen rol meer zouden spelen. Het is veeleer zo dat de inhoudelijke thema’s van de oecumene zorgvuldig worden vermeden, omdat onder het oppervlak allerlei onverwerkte reflexen hun tol blijven eisen.

Uiteindelijk is er, ondanks veel goeds, geen sprake van een voorspoedige oecumene, maar van een verburgerlijkte ontwikkeling. De verburgerlijking schuilt in de voldaanheid over de feitelijke situatie.

Een gulden regel in de oecumene tussen de kerken is dan ook: zet alleen die stappen met elkaar die het zicht op de verdere eenheid niet verduisteren, maar verhelderen.

Om te beginnen zouden de kerken elkaar – net als partners in een relatietherapie – moeten vertellen wat ze in de ander waarderen. Daarna zouden ze nog een stap kunnen zetten en kunnen zeggen welke elementen van de andere kerk ze als bagage zouden willen meenemen op weg naar die toekomstige, ene kerk. Pas dan zouden ze kunnen duidelijk maken wat ze van hun eigen traditie zeker niet zouden willen opgeven.

Op deze wijze worden de kerken bevrijd van een al te eenzijdig imago, veroorzaakt door de gepolariseerde situatie.

Zo leeft het beeld dat protestanten minder vanuit de traditie van de ene kerk denken dan katholieken. Dat is te eenzijdig. Enige tijd geleden bracht Hans Kronenburg een bundel uit met de uitdagende titel: ’Wij zijn ook katholiek!’, geheel geschreven door protestantse theologen. In het tumult over de uitlatingen van Eduard Kimman zijn deze geluiden helemaal niet aan bod gekomen – een bewijs van de verschraalde, gepolariseerde communicatie. Terwijl de gedachte zeer boeiend is: het protestantisme én het rooms-katholicisme als behorend tot de ene heilige, katholieke en apostolische kerk. Daarmee zou meteen ook de grote angst van protestanten dat de oecumene een terugkeer tot de moederkerk betekent, van de baan zijn. Ze zijn er al!

Het gaat om de toekomst, niet om het eindeloos herinterpreteren van het verleden. Pas als we de bevrijdende kracht ervaren van een gelovige verantwoordelijkheid voor de toekomst van onze kinderen en van onze wereld, zullen we de noodzaak tot eenheid tussen de kerken voelen.

Zo komen ook af van de gedachte dat allerlei historische argumenten voor de moderne, ’meervoudig religieuze’ mens hun kracht verloren hebben. Het is allang duidelijk dat die ’meervoudige religiositeit’ vooral een hobby is van zoekende christenen; aan joodse en islamitische zijde bestaat er geen parallel van. Ook wapent de ’soloreligieus’ zich met mystiek, maar vergeet hierbij dat de mystici met hart en ziel verknocht waren aan de kerk.

De angst van protestanten dat oecumene neerkomt op een ’terugkeer’ is een onderschatting van hun eigen kracht. De weg naar de toekomst is nooit een terugkeer.

Daarnaast wordt het tijd dat schrijvende dominees hun anti-roomse reflexen opgeven en de krachten van eenheid in eigen kring erkennen. Elk weekeinde staan groepen protestanten goed voorbereid aan de kloosterpoorten; zelfs zijn er onder hen die het kloosterleven daadwerkelijk ambiëren. Dat is voor katholieken reden om zich te generen. Bij protestanten kan het leiden tot een erkenning van de monastieke spiritualiteit.

En dan het allerbelangrijkste: de Bijbel. Die vormt in mijn ogen het beste deel waaraan de Reformatie haar hart heeft verpand. Al is het maar een deel van de traditie, het is het beste deel. Ook katholieken kunnen daar niet buiten.

Voor mij blijft de protestantse liefde voor Gods woord een ontroerende ervaring. Ik vind het indrukwekkend zoals een protestant een goede preek welhaast indrinkt – ik zou haast zeggen, op sacramentele wijze. Juist omdat ik daar zelf als katholiek onmacht voel.

Laten we niet doen alsof de oecumene een onontwarbaar complex is. Laten we ook even afstappen van de ambtsproblematiek die immers evenmin allesbepalend is. Morgen begint het Paulusjaar. Een heel jaar gewijd aan dit religieuze genie, door de een geprezen als de ware theoloog van het christendom, door de ander verwenst als veroorzaker van het schuldgevoel.

Ik doe een voorstel. Ik zoek een katholieke parochie, of misschien wel een heel bisdom, waarvan de gelovigen zich verplichten om een jaar lang elke dag aan tafel een hoofdstuk te lezen uit de brieven van Paulus. Deze katholieken ontmoeten op hun beurt elke maand hun plaatselijke protestantse broeders en zusters om elkaar te vertellen wat zij aan Paulus hebben ervaren. Omwille van de eenheid.

Wellicht voelen de protestanten zich hierdoor uitgedaagd om daadwerkelijk saamhorigheid te voelen, ervan overtuigd dat hun liefde voor de Bijbel de zuurdesem is die de wereldkerk zal doordringen. Of blijft de uiteindelijke eenheid toch meer schrikbeeld dan ideaal?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden