’Ik ga nooit meer weg uit Irak’

Irakezen keren druppelsgewijs terug naar huis. Ze willen ontkomen aan de armoede van hun ballingschap.

„Er is niets zoeter dan in Irak te zijn. Ik ga nooit meer weg”, zegt de 70-jarige grootmoeder Saadija Tawfik. Haar familie probeerde de eindjes aan elkaar te knopen in Syrië, net als rond een miljoen andere gevluchte Irakezen.

Hulporganisaties zeggen dat het aantal vertrekkers nog steeds groter is dan het aantal Irakezen dat terugkeert. Volgens minister Abdulsamad Sultan van migratie keren er dagelijks 1600 mensen terug naar Irak. Ze kunnen 800 dollar krijgen van de overheid; 4000 mensen hebben dat bedrag al ontvangen.

De overheid wil dit graag benadrukken om aan te tonen dat de militaire campagne om het sektarische geweld tegen te gaan, werkt. Maar het lijkt erop dat Irakezen evenzeer terugkeren omdat ze geen werk konden vinden en verarmd zijn geraakt. Van de twee miljoen Irakezen (vooral in Syrië en Jordanië) wachten de meesten af of de verbetering bestendig blijkt, zegt de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

„Alle Irakezen zijn ervan overtuigd dat er burgeroorlog komt als de Amerikanen vertrekken”, zegt Ala’a al-Temimi (47), een sjiitische ingenieur die terugkeerde naar Bagdad uit Noord-Irak. Hij maait het gras in zijn overgroeide tuin in Ghazalija. Hij verliet de soennitische wijk in de hoofdstad in juli nadat een motorrijder zijn broer had doodgeschoten.

„De moord beangstigde mijn gezin en we besloten naar Irbil te gaan. Ik spreek geen Koerdisch, en we hadden het erg moeilijk tot ik een baan vond bij een buitenlands bedrijf. We vonden er veiligheid, maar geen comfort.” Hij gelooft niet dat het geweld voorbij is en meent dat het is afgenomen als gevolg van de massale militaire aanwezigheid in Bagdad die niet eeuwig kan duren.

Falih Mohammed, een 40-jarige soennitische professor, is uit Egypte teruggekeerd naar de sjiitische wijk Sha’ab. Hij vertrok nadat zijn broer en diens zoon waren gekidnapt. Hoewel ze snel vrijkwamen, vond hij dat het tijd was om te vertrekken.

„We hadden het moeilijk in Egypte, moesten steeds maar weer verhuizen. Ik besloot terug te keren omdat een collega me waarschuwde dat de universiteit me zou ontslaan omdat mijn jaar vakantie voorbij was en ik geen les gaf.”

Hij was niet zeker of hij in Bagdad zou kunnen blijven, „maar toen ik in mijn wijk kwam was er veel veranderd, zoals de controleposten en veiligheidstroepen. Nu herinner ik me vooral de tijd zonder huis in Egypte. Reizen is een broer van de dood.”

Hij is net als Temimi teruggekeerd naar een wijk waar hun geloofsgroep niet in de meerderheid is.

Ook Aboe Naseem (66), een gepensioneerde soennitische politieman, keerde terug naar een wijk waar soennieten in de minderheid zijn, het sjiitische Haj al-Khansaa. Hij vluchtte naar Syrië na de aanslag op de sjiitische Gouden Moskee in Samarra begin 2006, waarna het sektarisch geweld enorm toenam. Hij kijkt toe terwijl zijn huis geverfd wordt en zegt: „Na al deze moeite om het huis op te knappen, hoop ik dat er geen gevechten meer komen. Maar ik vrees dat het geweld zal terugkomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden