'Ik durf niet meer alleen te zijn, ik ben bang voor mijn eigen gedachten'

De eerste keer dat ik iemand doodschoot was moeilijk, daarna ging het makkelijker. Bij elk gevecht doodde ik wel iemand." Musa Ibrahim Mohammed is 27 jaar geleden geboren in het plaatsje Jazeera in Darfur waar in de regentijd de heuvels en valleien groen zijn en boeren het land bewerken. Tien jaar geleden werd zijn leven ruw verstoord. "Het is vijf uur in de ochtend als de janjaweed aanvallen. Ik ren naar buiten samen met mijn jongere broer en mijn oudere zus die zwanger is van haar eerste kind. Bij de rand van het dorp worden mijn broer en zus neergeschoten. "Musa ren door, wij zijn geraakt", schreeuwen ze tegen mij. Ik ren door en verberg me in de heuvels buiten het dorp. Ik heb gehoord dat een groep rebellen zich hoog in de bergen schuilhoudt. Daar wil ik heen. Ik wil de onschuldige mensen beschermen en mijn familie wreken. Bovendien heb ik niets om naar terug te gaan.

"Ik vind de basis van de rebellen, maar ze willen me niet opnemen in hun groep omdat ik te jong ben. Maar als ik vertel dat ik alleen ben en niets heb, mag ik toch bij hen blijven. Het duurt een jaar voordat de commandant eindelijk toegeeft en ik een wapen krijg en niet meer allerlei klusje hoef te doen voor de mannen die echt vechten. Niet lang daarna dood ik voor het eerst iemand. Een grote groep van janjaweed valt het dorp Fea aan. Wij zijn met veel minder en wachten de janjaweed op in de heuvels buiten het dorp. We liggen hoger dan zij en wachten totdat ze onder ons doorlopen. Ik schiet er ten minste twee dood. Eén in zijn been en maag, de ander in zijn nek. Het is erg moeilijk om iemand te doden maar zij hebben veel ellende aangericht en verdienen het. Hoeveel ik er in totaal heb gedood, weet ik echt niet. Heel veel.

"Het rebellenleven is zwaar. Vaak zijn er alleen maar boombladeren om te eten en is er nauwelijks water. Ik denk dat ik daarom ziek ben geworden. Mijn nieren doen pijn en ik heb permanent last van aambeien."

Musa kreeg van de commandanten toestemming om op zoek te gaan naar medische hulp. Via de steden El Fasher en Khartoum, komt hij uiteindelijk terecht in Juba. Daar wacht hij al maanden op hulp, want geld voor een operatie van 300 dollar heeft hij niet. Musa brengt zijn dagen grotendeels liggend door. Rechtop zitten doet teveel pijn in zijn buik en aan zijn anus. Als hij droog voedsel eet, kan hij een week niet naar de wc. Maar hoe kan hij geld vragen van vrienden voor een operatie, als hij hen ook al moet vragen om eten? Dus ligt hij hele dagen op een bed en speelt kaart voor wat afleiding.

"Doordat ik hier niets te doen heb, komen er nachtmerries. Ik durf niet meer alleen te zijn, bang voor mijn eigen gedachten. Ik zie de mensen voor me die leven onder de bomen, die moeten vluchten voor de bommen die de Soedanese regering gooit. Nog steeds komen er iedere dag nieuwe vluchtelingen bij. Voor hen wil ik vechten zodra ik weer beter ben. Ik ben blij met wat ik tot nu toe heb gedaan. Maar mijn wraak is nog niet genoeg. Al dood ik nog een keer duizend mannen van de janjaweed, dan nog zal het niet genoeg zijn. Tussen hen en mij bestaat geen vergeving."

Dit verhaal kwam tot stand met steun van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden