Ik doe mijn hoofdpersonen absurd veel aan

De misdaadboeken van Karin Slaughter zijn zo heftig dat het de lezer af en toe teveel wordt. Maar zo goed verteld dat de drang om verder te lezen sterker is.

Wat is uw doel bij het schrijven, om de lezer een slapeloze nacht te bezorgen, of hebt u zo’n zieke fantasie?

Karin Slaughter, die jong en onschuldig als een lam oogt, lacht. Een professionele lach, want ze herkent de vraag van ontmoetingen met lezers.

„Ik ben schrijfster. Ik vertel een verhaal. Ik ben begonnen met een historische familieroman, in de traditie van Georgia. Uitgevers wilden het niet hebben. De Gone with the wind-achtige roman is uit, misdaad is in, dus stelden ze me voor om een crime-verhaal te schrijven. Dat sprak me aan, ik hou van puzzels, en het is ook een manier om verhalen te vertellen.

Ik doe mijn hoofdpersonen absurd veel aan, dat is waar. Ik gebruik ze om mijn verhaal te vertellen. Ik schrijf niet om mijn lezers te schokken, eerlijk gezegd denk ik achter mijn bureau nooit aan mijn lezer. Maar de dingen waar ik over schrijf, gebeuren.”

Sociale misstanden spelen een belangrijke rol in uw boeken. Heeft het te maken met uw eigen achtergrond?

„Het heeft te maken met betrokkenheid. Ik verwerk de maatschappelijke thema’s in mijn verhalen. Armoede, mensen die geen kans krijgen, welke keuzes mannen en vrouwen maken. Ik maak van vrouwen geen watjes. Mannen zijn gewend aan competitie, accepteren eerder het succes van een ander. Vrouwen niet. Een succesvolle vrouw heeft veel te verduren. Neem Hillary Clinton, mijn favoriete presidentskandidaat. Die ondervindt de meeste tegenstand van vrouwen, haar ambitie wordt gewantrouwd. Iemand als Barbara Bush past in het rolmodel. Die houdt zich bij haar koekjes, daar neemt niemand aanstoot aan. Obama is ook oké, zeker. Hij komt over als een eerlijke, betrouwbare, slimme man. Maar hij is te onervaren. Ze zullen hem verscheuren als hij eenmaal in het Witte Huis zit. Zoals dat ook met Jimmy Carter gebeurde.”

In Triptiek beschrijft u gedetailleerd hoe een 16-jarige jongen in de gevangenis wordt misbruikt door zijn celgenoot. Dat grijpt aan.

„Ik heb daar zoveel opmerkingen over gekregen. Ook boze, vooral van mannen. Dat vrouwen worden verkracht is tot daar aan toe, daar zijn lezers aan gewend. Maar mannen, dat is een taboe. De Verenigde Staten hebben een groot probleem met zedendelinquenten. Ze worden in de gevangenis mishandeld en misbruikt. Daar geldt: een oog voor een oog en de omgeving sluit de ogen. Als ze het al overleven komen ze ooit terug in de maatschappij, die allerlei beperkingen oplegt. Een veroordeelde mag niet werken met kinderen, mag niet in de buurt wonen van scholen of sportvelden. Het komt erop neer dat ze kansloos zijn. Ik denk zelf ook wel eens bij pedofielen: castreren en opsluiten. Maar dat is niet realistisch. Ik denk dat ze een plek moeten krijgen, anders wordt het probleem alleen maar groter.”

Is er zoveel geweld in Georgia? Of zou het overal in de VS kunnen gebeuren?

„Atlanta, waar ik woon, is de op drie na geweldadigste stad van de VS. Met gemiddeld drie verkrachtingen per dag en twee moorden. Zoals die ook in New York plaatsvinden, en in Europa. Heeft in Nederland niet onlangs een ouder twee kinderen voor de trein gegooid? De pedofilienetwerken in Frankrijk en België waren ook realiteit. Er gebeuren verschrikkelijke dingen, overal, en het overkomt gewone mensen. Zelfs de daders zijn normale mensen, of lijken dat voor hun omgeving. Seriemoordenaar Ted Bundy was een aardige buurman. Ik volg de kranten, het internet en dat gebruik ik. Maar in mijn boeken wil ik laten zien dat er meer kanten aan zijn. Wat gebeurt er met mensen die zijn mishandeld in hun jeugd? Maken ze iets van hun leven, zoals Will Trent, of werken ze zich verder de goot in, zoals Lena? In die zin voel ik me een schrijfster van de nieuwe generatie. Vroeger gingen vrouwelijke slachtoffers gewoon dood en dat was dat.’’

Juist omdat de personages zo levensecht zijn, verbaast het dat ze ondanks de verschrikkingen overeind blijven.

„Ik zie dat ook in. Sara Linton krijgt voorlopig rust. Dat heeft ze nodig na wat haar is overkomen. Ik schrijf geen zelfhulpboeken, ik geef ik haar drie jaar om bij te komen en dan komt ze weer in actie. Mijn volgende boek is een vervolg op Triptiek, met special agent Will Trent als hoofdpersoon. Hij is interessant. Heel slim, maar door zijn dyslexie praktisch analfabeet. Een nare jeugd, en toch zachtaardig. Ik wou een verhaal dat speelt in Atlanta, een eigentijdse stad, met veel nationaliteiten, een grote kloof tussen arm en rijk, waardoor de criminaliteit toeneemt. Atlanta heeft zich sinds de Olympische Spelen van 1996 snel ontwikkeld. Vroeger was het een rustige plaats met veel buitenwijken. Nu willen de mensen in de stad wonen en zijn de huizenprijzen sterk gestegen. Voor de minder rijken is geen plek meer. Een alternatief hebben ze ook niet. Er zijn straatbendes, buurten waar je niet moet komen. En dan hebben we nu nog de Katrina-vluchtelingen erbij gekregen. Ik heb stof genoeg.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden