’Ik dacht bij elke blessure dat ’t pech was’

Okken: 'Als ik moe ben, stop ik. Vroeger ramde ik door en dacht dat ik goed bezig was.' (FOTO KOEN VERHEIJDEN) Beeld
Okken: 'Als ik moe ben, stop ik. Vroeger ramde ik door en dacht dat ik goed bezig was.' (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

amsterdam – - Arnoud Okken heeft zichzelf moeten herontdekken om zijn atletiekcarrière een positieve wending te geven. Uitgerust zijn staat nu centraal, niet zo hard mogelijk trainen.

Voor topsporters is intomen van ambitie de moeilijkste factor om te beheersen. Daarbij is zelfkennis onontbeerlijk. Te lang heeft Arnoud Okken (28) onvoldoende aandacht besteed aan die facetten en leek zijn carrière te verzanden in tegenslag.

In 2001 werd Okken tweede van Europa op de 800 meter bij de junioren. Zijn persoonlijke record van 1.45,64 stamt uit die periode. Een jaar later was hij ontevreden toen hij bij de senioren vijfde van Europa werd. Naast de Europese indoortitel in 2007, blijkt dat terugkijkend toch het hoogtepunt uit zijn carrière te zijn geweest.

De belangrijkste markeringen daarin zijn blessures. Okken hoeft er niet eens over na te denken, slechts in 2002 en 2004 was hij klachtenvrij. En in het nog prille 2010, dat hij onlangs tot zijn verrassing in een anonieme competitiewedstrijd opende met een ongedachte solo die na 1.46,27 de EK-limiet opleverde.

Zo’n succes stond bij de ’oude’ Okken garant voor ongebreideld optimisme. Nu zegt hij bedachtzaam: „Dit heb ik nog nooit gekund, solo was ik nooit sneller dan 1.49,50. Maar ik heb nog niets. Ik heb alleen laten zien dat ik potentie heb.”

En die komt voort uit een nieuwe wijze van denken en handelen. Waar in het verleden alles was gericht op zo hard en veel mogelijk trainen, is het doel nu om fris te blijven. Want vermoeidheid, zo heeft Okken met schade en schande geleerd, is de basis voor blessures. „Je doet tien zware trainingen in de week en bij een blessure denk je dat het pech is.” Het veelzeggende ironische lachje verschijnt tijdens het interview vaker op zijn lippen. Vooral als hij met anekdotes zijn fouten typeert.

„Het was beter geweest als ik in 2002 in 2003 slecht had gelopen. Ik liep als junior 1.45 en liet zelf meteen mijn contract bij Adidas aanpassen. Ik ging ervan uit dat ik binnen een jaar 1.43 zou lopen. Dat ik 1.44 zou overslaan en dus een bonus zou missen. Zo dacht ik toen.”

„Ja, ik ging er vanuit dat ik tijdens de EK in München in medaille zou winnen. Over met mijn vijfde plaats was ik heel teleurgesteld. Nu moet ik vaststellen dat het gewoon een hele goede prestatie was.”

„Hoe harder ik train, hoe beter, was de gedachte. Ik herinner me een duurloop van anderhalf uur in Kenia. Die ging zo lekker, dat ik me onderweg al voornam er twee uur van te maken. Vanuit de Jeep riep mijn trainer dat ik moest stoppen, maar ik was te gretig en ging door. Het kostte me twee of drie dagen om te herstellen.” Die trainer was bondscoach Honoré Hoedt. Veelvuldig is de vraag gesteld of onder zijn leiding niet te hard werd getraind. Ook Bram Som en Gert-Jan Liefers, uit dezelfde trainingsgroep, raakten veelvuldig geblesseerd.

Okken zoekt de schuld liever bij zichzelf. „Ik was altijd moe. Ik moest mijn sportarts Peter Vergouwen bekennen dat ik al die jaren nooit naar hem heb geluisterd. Bij elke bloedtest bleek mijn spierafbraak twee tot drie keer boven de norm te zitten. Mijn testosteron was ingezakt. Altijd hetzelfde, altijd verkeerde waarden en ik heb er nooit wat mee gedaan. Terwijl mijn bloed recordwaarden heeft nu ik veel minder train.”

Zijn handelwijze is gezien Okkens achtergrond verwonderlijk. Aan het begin van deze eeuw studeerde hij biomedische wetenschappen en nu medicijnen. Toch negeerde hij de waarschuwingen van zijn sportarts.

„Ik heb dat nooit zo gezien. Tot de simpele constatering was dat het met die blessures te lang heeft geduurd, dat er ergens iets fout zat. Hoe dat pas zo laat komt? Soms heb je een sterke overtuiging nodig. Dan houdt je jezelf voor de gek om daar in te kunnen geloven.”

Okken zocht de excuses voor blessures in de overgevoeligheid van zijn lichaam. Dankzij ’bewustzijnstrainingen’ bij Avatar kwam hij tot meer realistische inzichten. „Ik dacht dat ik blessuregevoelig was en kon me dus altijd beroepen op overmacht. Terwijl ik blessuregevoelig ben omdat ik te veel trainde en daardoor vermoeid was.”

Vorig jaar besloot zijn voormalige trainingsgenoot Bram Som vanwege zijn blessuregevoeligheid tot een drastische ommezwaai: minder duurwerk, meer kwaliteit. Hij zocht zijn heil in alternatieve trainingsbelastingen, zoals fietsen. Som haalde vorig jaar de WK-finale. Okken heeft respect voor die gewaagde stap. „Bram is niet bang en is op deze manier een vernieuwer.”

Okken kent de details van het experimentele programma niet, maar Soms succes speelde mee bij zijn besluit om minder te trainen. „Noodgedwongen deed ik dat al, door al mijn blessures was mijn trainingsuitval groot. Door mijn gretigheid heb ik lang niet goed naar mijn lichaam geluisterd. Ik heb altijd in vermoeidheid getraind, terwijl mijn kracht was om vanuit fitheid te lopen. Als ik voldoende rust nam, ging het goed.”

Niet het trainingsschema van Grete Koens is dit seizoen de leidraad, maar ’rust’. Voorheen bouwde hij op vanuit het duurwerk, het maken van kilometers. Nu zijn, naast fietsen, vier korte, intensieve intervaltrainingen de basis. Gaan die goed, dan pas komt er duurwerk bij. „Vroeger kwam ik na een drukke dag op de universiteit moe op de training. Dat maakt je looptechniek anders en de belasting op je lichaam groter. Als ik nu merk dat ik moe ben of een training technisch slecht loopt, stop ik. Vroeger ramde ik daar doorheen en dacht dat ik goed bezig was.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden