'Ik buig niet voor gevoeligheden. Jij wel'

interview | In Tegenpolen belichten we opmerkelijke vriendschappen. Mensen die je nooit bij elkaar had bedacht, omdat ze ogenschijnlijk van elkaar verschillen. Een rubriek tegen het hokjesdenken. Vandaag afl. 3: Ruben L. Oppenheimer (foto rechts) en Wil Eikelboom.

CARTOONIST BIJ ONDER MEER NRC HANDELSBLAD, AD EN NIEUWE REVU RUBEN L. OPPENHEIMER (41) & MENSENRECHTEN-ADVOCAAT BIJ BUREAU PRAKKEN D'OLIVEIRA WIL EIKELBOOM (40)

Jullie kennen elkaar 22 jaar. Op school, hier in Maastricht, hadden jullie al lol.

Oppenheimer: "Ik bleef zitten en kwam in 5 vwo bij Wil in de klas. Daarvoor zat ik in een klas met alleen maar jongens die stoer deden. Jullie klas was geweldig, jullie hadden humor, waren aardig voor elkaar. In de pauze had ik een keer een wants gevangen, zo'n groot groen ding, en jij zei: 'Trek 'em eens een poot uit.' Heerlijk. Dat is ook mijn humor. Een beetje morbide."

Eikelboom: "Het was gek, je was blijven zitten, maar ik had al snel door dat je niet dom was. Mijn eerste herinnering aan jou was dat jij op het plein de bal ging halen als wij die in de bosjes schopten."

Oppenheimer: "Ja, dat was me in die vorige klas geleerd, dat ik dat als eikeltje moest doen."

Eikelboom: "Ik was dus niet blij dat je naast me kwam zitten, je leek me nogal sukkelig. Maar toen ging je tekenen. Wow. Op de culturele avond deed je ook nog leraren na, met stemmetjes en gezichten. Hilarisch. Je was de held van de school."

Oppenheimer: "Weet je dat ik de dag daarvoor werd bedreigd? De laatste keer was een half jaar geleden nadat ik een cartoon over de Turkse president Erdogan had getekend. Maar toen dus ook al! Een jaloerse oud-klasgenoot, denk ik, die opbelde met een zakdoek over zijn mond: 'Als jij meedoet aan die avond, slaan wij je in elkaar.' Mijn vader heeft er nog werk van gemaakt."

Met carnaval waren jullie Bassie en Adriaan. Ruben, jij ging na het eindexamen naar de kunstacademie in Maastricht en later Antwerpen, en Wil naar Amsterdam om politicologie en rechten te gaan doen.

Eikelboom: "Ik denk dat we door Facebook in contact zijn gebleven."

Oppenheimer: "Ik mail je nu geregeld of je een cartoon grappig vindt, ik accepteer sinds onze schooltijd jouw autoriteit op het gebied van humor. Of je het politiek met me eens bent of niet."

Eikelboom: "Ja, of een cartoon wel kan, vraag je helaas nooit. Die naar aanleiding van het rassengeweld in Amerika over die Efteling-attractie Monsieur Cannibale, zo'n zwarte stereotiepe kannibaal met een lepel door zijn neus, was niet sterk."

Oppenheimer: "Ik wil niet voor al die gevoeligheden buigen. Het is mijn stijlkenmerk, ik combineer twee zaken die niets met elkaar te maken hebben. Zwarte Piet, islam, kleur, ik heb geen taboes, ik wil iedereen kunnen aanpakken. Vroeger was jij veel uitgesprokener, schuwde je de foute grap niet."

Eikelboom: "Ik zie dat mensen kwetsbaar zijn, ik kom voor hen op. Ik ben idealistisch, links, en ik weet niet waar jij staat, jij gaat alle kanten op. Ik ben benieuwd of je het zelf wel weet. Jij noemt Wilders ook een goed debater, maar ik kan dat niet los zien van wat hij in de samenleving aanricht."

Oppenheimer: "Ik ben ten opzichte van jou rechts, maar wat ik stem, heeft geen bal te maken met wat ik teken. Ik ben geen tekenaar met een ideaal. Daarin verschil ik van de oude generatie die met het vingertje wees. Bijna alle partijen hebben mij weleens benaderd voor hun campagnes. Van VVD tot GroenLinks."

Eikelboom: "Ik verdedig geen linkse clubs, maar mensen. Hoe ik me naar buiten manifesteer heeft een linkse signatuur, mijn eigen mening gaat toevallig vaak gelijk op met het belang van de mensen die ik verdedig."

Oppenheimer: "Kijk, daar heb je het: belang. Jij zou daarom geen rechtsige tekeningen van mij retweeten. Jij retweet sowieso nooit wat van me."

Eikelboom: "Maar dat heb je toch helemaal niet meer nodig? Jouw Zwarte Piet aan het kruis vond ik ook niet oké, met die Piet met stereotiepe dikke lippen en kroeshaar. Jij vindt Zwarte Piet geen issue, maar veel mensen wel, en daarmee is het een issue in de samenleving geworden. En vooral door de reactie daarop. Ik heb Quinsy Gario bijgestaan. De agressie jegens hem heeft zoveel onderliggende racistische structuren blootgelegd."

Oppenheimer: "Maar Wil, die vloggersoap van laatst heeft ook iets blootgelegd. Door zoveel aandacht te geven aan wat Zaanse jongens met cameraatjes cre-eer je een onnodig debat. Je vindt me aan je zijde als je racisme wilt bestrijden."

Eikelboom: "Als die Piet een andere kleur had gekregen, en als de NTR en hoofdpiet Erik van Muiswinkel meteen hadden meegewerkt, was dat probleem inderdaad grotendeels opgelost."

Oppenheimer: "Het punt is dat de humor bij jullie ontbreekt. En ook bij de boze mensen die het sinterklaasfeest hetzelfde willen houden. Het is net als mijn vader die vroeger aan tafel riep: 'Israël is de enige plek waar wij als Joden naartoe kunnen.' En mijn broer die het dan altijd opnam voor de Palestijnen."

Kunnen jullie je voorstellen dat het een keer misgaat, jullie vriendschap?

Oppenheimer: "Nee!"

Eikelboom (denkt lang na): "Het gaat goed omdat we niet dagelijks bij elkaar over de vloer komen. Het helpt, die afstand tussen Maastricht en Amsterdam."

Doen jullie weleens iets samen?

Eikelboom: "Bier drinken na tv-programma's waarin we optreden."

Oppenheimer: "Ik vind dít fijn. Ik hou van discussiëren."

Wil, moet Ruben soms wat aan zelfcensuur doen, vind jij?

Eikelboom: "Ja, misschien... Ik zou voorzichtiger zijn met het tekenen van sommige mensen. Ik vind dat een cartoonist als jij naar de macht moet prikken, niet naar beneden trappen."

Oppenheimer: "In een jaar maak ik vijftig tekeningen over Wilders, tachtig over Rutte, veel over dikke blanke tokkies, en af en toe één over moslims en zwarten. Het idee dat ik extra voorzichtig moet tekenen is onzin en jammer."

Eikelboom: "De realiteit is dat we in Nederland heel ironisch zijn geworden, we bespotten alles, wij zijn daaraan gewend, ook veel christenen. Voor sommige moslims bijvoorbeeld is dat lastig. Zij vinden niet dat met alles te spotten valt."

Oppenheimer: "Met mijn Joodse achtergrond weet ik verdomd goed wat het betekent om uitgesloten te worden. Met ultieme consequenties. Kun je je voorstellen dat ik ongeduld en woede voel? Wil, zou jij Wilders kunnen verdedigen in de zaak-'Minder, minder, minder'?"

Eikelboom: "Ehm, ja, als advocaat heb ik er geen principiële bezwaren tegen. Wij staan als kantoor-Prakken d'Oliveira ook boeven bij, en jihadisten. Maar Wilders zou mij niet kiezen."

Oppenheimer: "En zou je mijn advocaat kunnen zijn?"

Eikelboom: "Nee, ik doe geen vrienden."

Oppenheimer: "Dus we zijn nog vrienden."

Eikelboom: "Dan gaan we nu darten."

Oppenheimer: "En ik heb whisky."

Op 5 november: GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren en Zuidas-advocaat Mirjam de Blécourt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden