Column

Ik blijk in mijn naïeve verrassing precies even belachelijk als Sonja Barend

Bert Keizer Beeld Trouw

In 1999 blikte Sonja Barend bij 'Zomergasten' terug op haar carrière als journalist en tv-maker. 

Ze had zich al die jaren voortvarend beziggehouden met het lot van de vrouw, ellende in Afrika, kinderen in oorlogsgebieden, toestanden in politieke partijen, noem maar op. En altijd met het doel om aan de ontwikkelingen een positieve draai te geven. Nu blikte ze terug en constateerde dat al haar inspanningen niets, maar dan ook helemaal niets hadden opgeleverd. Dat kon ze met één blik op de wereld grondig onderbouwen.

Ik vond het eigenlijk wel grappig dat Sonja dat toen pas in de gaten had. Wat een overschatting van je vermogens. Wat dacht je nou, dat 'de wereld' zich beter zou gaan gedragen omdat jij hem of haar de weg wees?

Naïeve verrassing

En toen las ik het interview met collega Sander de Hosson, longarts. Een paar citaten: 'als beginnend arts had ik helemaal niets over de dood geleerd - dokters moeten zich niet beperken tot scans en medicijnen - de dokter moet meer weten van de dood - in de opleiding is er weinig aandacht voor stervenszorg', enz. enz.

De Hosson is veertig, ik ben zeventig. Zijn nadruk op andere dan wetenschappelijke aspecten van ziekzijn is mij uit het hart gegrepen. Sterker nog: ik verkondig dat evangelie al zo'n vijfentwintig jaar. In boeken, columns, essays, interviews, op congressen en studiedagen, voor oudere specialisten en voor artsen in opleiding. Maar uit het gesprek met de Hosson blijkt dat er niets, maar dan ook helemaal niets is veranderd. En ik blijk in mijn naïeve verrassing precies even belachelijk als Sonja Barend.

Ik moest denken aan een passage uit de dagboeken van Leonard Woolf. Hij schreef in 1968, op zijn achtentachtigste: 'Ik zie duidelijk dat ik vrijwel niets heb bereikt. De wereld vandaag en de geschiedenis van de menselijke mierenhoop gedurende de afgelopen zevenenvijftig jaar zou precies dezelfde zijn als ik pingpong had gespeeld in plaats van deel te nemen aan comités, en boeken en memoranda te schrijven. Ik moet daarom de nogal beschamende bekentenis doen dat ik mij gedurende een lang leven door zo'n 150.000 à 200.000 uren van volkomen zinloze arbeid heen heb geworsteld'.

Gelukkig zit er een glimlach in deze bewering.

Vergeefs getob

Over de vraag hoe je dokters ertoe kunt brengen om dwars door de moleculen heen naar mensen te blijven kijken, kortweg aangeduid als het artsverzachtingsproject, wordt al vele tientallen jaren getobd. Vergeefs getobd. In 1998 schreef Heleen Dupuis 'Op het scherp van de snede - goed en kwaad in geneeskunde'. In 1989 schreven Petr Skrabanek en James McCormick over 'Dwalingen en dwaasheden in de geneeskunde'. In 1979 schreef Ignace Schretlen zijn onvergetelijke 'Anatomie van het gevoel - dagboek van een co-assistent'. In 1975 schreef Ivan Illich zijn weergaloze ontmaskering van de nare kanten van wetenschappelijke geneeskunde in 'Medical Nemesis'. In 1969 schreef J.H. van de Berg 'Medische Macht, Medische Ethiek', waarin artsen voor het eerst vanuit eigen kring worden aangesproken op de ellende die ze aanrichten door altijd maar te behandelen.

En het is nog steeds zo dat je, als je mooi wilt sterven, als je weg wilt uit de behandelmolen, dat je dan uit het ziekenhuis moet zien te ontsnappen naar huis, een hospice of een verpleeghuis.

De Hosson vertelt over een moedgevend onderzoek waaruit bleek dat terminale longkankerpatiënten aanzienlijk langer leefden onder palliatieve aandacht dan onder een genezerig regime met chemo's en dergelijke. Maar wie gelooft dat?\

Propjes gooien

Ik schreef indertijd over het boek van Dupuis: 'Geneeskunde is een historische, psychologische, economische, wetenschappelijke, magische, filosofische, godsdienstige, sociologische en politieke moloch, die nooit iets zal merken van het propje dat Dupuis in zijn richting gooit'. We zijn twintig jaar verder en ik heb helemaal gelijk gekregen. Nou, gefeliciteerd. Het was verwijtend bedoeld en nu denk ik: oei, wat een grote mond had die man, en dat terwijl hij zelf niks anders deed (en doet) dan propjes gooien naar die moloch.

Reve zei dat geouwehoer niet erg is, als Gods zegen er maar op rust. Laten we zeggen dat de propjes vergeeflijk zijn als de gooier er ook een beetje om kan lachen.

En laten we hopen dat De Hossons boek 'Slotcouplet' geen propje blijkt te zijn maar een bommetje. Hopen staat vrij.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie en de raakvlakken daartussen. 
Lees hier meer columns.

Lees ook het interview met longarts Sander de Hosson: 'De dokter moet meer weten van de dood'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden