levenslessen

'Ik bleef heel lang het kleine zusje'

Rita Kohnstamm: "Door de kinderen heb ik ook veel geleerd: niet zozeer van hen als wel door hen." Beeld Merlijn Doomernik

Psycholoog Rita Kohnstamm (79) was een nakomertje. Dat maakt je een buitenstaander, zegt ze, iemand die denkt dat niemand naar je luistert. Daar heeft ze korte metten mee gemaakt, in haar vak en als moeder. Haar twee gouden stelregels: baar vijf in plaats van twee kinderen én 'het komt wel goed'.

Les 1: Morgen is er weer een dag

"De laatste zin uit het boek 'Gone With the Wind' heeft op mij een geweldige indruk gemaakt. Ik was een jaar of veertien, vijftien toen ik het las - ik was echt nog een schaap - maar het is bijna een soort levensmotto geworden: 'After all, tomorrow is another day. I think about that tomorrow, not now.' Mensen om je heen willen vaak dat je meteen in actie komt, maar ik zeg liever: wacht nou eens even. Laat het even betijen, of: laten we daar nog eens een nachtje over slapen.

En dat komt vooral aan de oppervlakte doordat mijn man Dolph geweldig impulsief is - daarin verschillen we enorm - maar daar hebben we in de bijna zestig jaar dat we samen zijn wel een modus voor gevonden. Dolph houdt mij wat springeriger en ik houd Dolph in het gareel - een goede mix. Ik vraag me weleens af: waarom werkt het? Want het zou natuurlijk ook fout kunnen gaan doordat je voortdurend botst. Er moet kennelijk toch een soort basis zijn die de tegenstellingen juist in evenwicht brengt. Misschien is er een fundament bij ons beiden dat die tegenstellingen kan dragen."

In de wekelijkse rubriek 'Levenslessen' delen bekende en minder bekende Nederlands wat zij door de jaren heen geleerd hebben.

Les 2: Je weet soms niet welke invloed je op anderen hebt

"Ik ben een nakomertje en dan hoor je er niet echt bij. Iedereen is lief voor je - mijn zusjes naaiden poppekleertjes en maakten de wieg klaar - maar het echte leven speelde zich af met de bijna-volwassen kinderen: daar speelden de grote levensvragen. Daar hoorde ik wel over, maar ik begreep er niets van en dus stond ik erbuiten. Dat heeft er lange tijd voor gezorgd dat ik me in een groep er niet meteen voelde bijhoren. Er zijn groepjes waarbij ik me heel vertrouwd voel hoor, maar in een nieuw praatgezelschap bijvoorbeeld was mijn eerste reactie toch vaak: zij hebben vast meer met elkaar dan ik, en dan was ik afwachtend.

Een ander aspect van dat niet-meetellen was dat ik absoluut niet geleerd had welke invloed ik had op andere mensen, want thuis had ik geen invloed. Ik mocht er wel zijn - als mijn zusje met haar verloofde ging wandelen liep ik ertussenin - maar ik had geen invloed. En dat maakte dat ik de verschrikkelijkste dingen kon zeggen, vooral tegen leraren. Ik had geen voelhoorns voor het idee: wat jij zegt, doet ertoe en het kan mensen kwetsen wat je zegt. Ik? Als ík iets zeg - dacht ik dan. Mijn man heeft mij dat in de eerste jaren dat we samen waren echt moeten leren."

Les 3: De rol die je in het gezin inneemt, kan later veranderen

"Kom je als gezin in je ouderlijk huis samen, dan neem je onmiddellijk weer je oude positie in. Dat is gewoon zo. Ik ben heel lang het kleine zusje gebleven, ook omdat we door de verschillende levensfasen waarin we zaten weinig gemeenschappelijks hadden. Toen ik zwanger werd, dachten mijn zussen en broer bij wijze van spreken: goh, dat kind kan moeder worden! Naarmate je ouder wordt, gaan die levensfasen wat meer overlappen en komt er ook weer meer gemeenschappelijks.

Toen mijn beide ouders waren overleden, heb ik ingesteld dat we minstens een keer per jaar bij elkaar zouden komen - in ons huis. En dat was heel leuk, want zo veranderde ook mijn rol. Wat me altijd is opgevallen, is dat mijn drie zusjes, die weinig in leeftijd verschilden, een bepaalde verhouding met elkaar hadden en die is altijd zo gebleven. Tot ze in de tachtig waren, kon je nog voorspellen wat de een zou zeggen en hoe de ander zou reageren. Geweldig, dat dat zo blijft."

Les 4: Denk zelf na

"Als kind pik je soms van je ouders dingen op zonder dat je het zelf doorhebt: die zijn er dan terloops ingeslopen. Ik ben gereformeerd opgevoed, maar omdat mijn vader vrijwillig tot het geloof kwam, heb ik meer de gelukzalige kant ervan meegekregen - niet de 'gereformeerde doem' die, zoals je vaak leest, voor veel mensen een geweldige last is geweest. 'Luister naar je geweten' en 'denk zelf na' zijn waarden die in mijn jeugd vanzelf doorsijpelden.

Wat daar misschien een gevolg van is, is dat ik geen lid ben van welke politieke partij of ideologische club dan ook. Ik wil niet dat anderen uit mijn naam dingen doen - dat wil ik zelf uitmaken. Want zodra je bij een club zit, worden er toch dingen gedaan of gezegd waar je het misschien niet helemaal mee eens bent. Ik heb dat heel sterk gemerkt in de tijd van het feminisme in de jaren zeventig.

Het uitgangspunt van het categoraal onderdrukken van vrouwen in huwelijkse situaties was iets waarin ik mezelf absoluut niet herkende. Niet alleen gezien mijn eigen huwelijk, maar ook gezien het gezin waaruit ik voortkwam. En toen ik daar tijdens een bijeenkomst tegen in het geweer kwam omdat ik anders mijn eigen huwelijk zat te verloochenen, werd ik toch een beetje gezien als een afvallige."

Rita Kohnstamm Beeld Merlijn Doomernik

Les 5: Verkijk je niet op andere levens

"Mijn beste vriendin op de middelbare school had jonge ouders, woonde in een modern huis en mocht ook veel meer dan ik. En ik had - als nakomelingetje - natuurlijk oudere ouders met ook wat ouderwetsere opvattingen. Dus ik was enorm jaloers op die vriendin, die ook al veel meer gevormd was dan ik en vaste verkering kreeg met een vliegenier.

Na school zijn we elkaar uit het oog verloren, maar op een gegeven moment kregen we weer contact en heb ik haar een brief geschreven om te vertellen hoe jaloers ik vroeger op haar was. En toen kwam er een brief terug waarin ze schreef dat ze het onbegrijpelijk vond: zij vond míj juist zoveel zekerder van mezelf, háár ouders hadden altijd ruzie gehad, en meer van dat soort dingen. Nou, de schellen vielen me van de ogen.

Alles wat me zo fijn leek aan haar leven, had zij omgekeerd bij mij. Dat was echt een ontdekking en sindsdien denk ik als iets me bij iemand anders fijner lijkt: je weet niet wat er allemaal omheen zit, je kunt daar niet achter kijken. Verkijk je niet op dat ene wat je zo aantrekkelijk vindt, want er kunnen andere dingen spelen. Houd je bij jezelf."

Les 6: Bel je puber niet steeds waar-ie is

"Tijdens mijn studie had ik wel kinderpsychologie gehad, maar verder wist ik niets van kinderen toen ik in 1970 hoofdredacteur werd van Ouders van Nu. Ik moest me gaan inwerken in de kinderpsychologie, en dat was niet zo moeilijk omdat Dolph mij als ontwikkelingspsycholoog kon voeren met van alles en nog wat. Bovendien had ik mijn eigen ervaring met kinderen: ze waren vijf en zeven toen ik bij het blad begon.

Daarin heb ik veel van mijn moeder geleerd: zij was wat opvoeden betreft zeer optimistisch gestemd - 'het komt wel goed' was haar motto en dat hielp. Ik probeerde dat ook uit te dragen in Ouders van Nu, want het is waar. Ik heb ook weleens gedacht toen mijn kinderen zindelijk moesten worden: jeetje, dit wordt niets, dit blijft altijd zo. Maar op een gegeven moment is dat gewoon voorbij en daar kon ik dan in het blad geruststellende woorden aan besteden. Van mijn man komt de geweldige term 'liefdevolle verwaarlozing'.

Uit ervaring weet ik dat het hebben van twee kinderen eigenlijk niet genoeg is, want je ziet alles van ze. Je let te veel op, en daar kun je als je er vijf hebt niet aan beginnen - dan is het gewoon een husseltje. Dan laat je ze maar een beetje rommelen en laat je ze meer los: dan ben je ook niet steeds zo bezorgd. Ik herinner me nog wel dat mijn kinderen, toen ze rond de tien waren, altijd ruzie maakten. Goh, dit gaat niet goed, dacht ik toen. Tot ik op een gegeven moment dacht: ze zoeken het maar uit ook. Dat is veel beter. Zeker in de puberteit kon het er bij ons ook flink aan toegaan.

En dat wakker liggen als ze te laat thuiskwamen - vreselijk. Nu kunnen kinderen opbellen als ze later komen. Maar ga niet het omgekeerde doen als ouder en steeds bellen waar ze uithangen."

Les 7: Vaste rituelen laten je dwalen naar het hogere

"'Boodschap uit de stilte' van J. van Baal is een boekje dat een geweldige indruk op me heeft gemaakt en dat ik vaak herlees. In plaats van dat het me iets leerde, zoals de laatste zin van 'Gone With the Wind', zorgde dit boek voor herkenning: verdomd, zo is het. Van Baal analyseert het leven van Jezus, en wat daar nou de wezenlijke betekenis van is. Dat heeft veel invloed gehad op mijn religieuze beleving.

Als ik naar de kerk ga, dan ga ik naar de Westerkerk in Amsterdam, omdat ik erg houd van liturgie: dan hoef je niet na te denken. Juist door het gedachteloze word ik veel meer opgenomen in een andere zijnswijze en kan ik dwalen naar het hogere. Een heel enkele keer was ik bij een experimentele kerkdienst. Maar dan ben ik zo bezig om op te letten dat ik niet in die gedachteloze stroom kom. Ik heb er ook een ontzettende hekel aan als er een gezang aan de beurt is met een onmogelijke melodie. Geef mij maar gewoon normale gezangen."

Rita Kohnstamm

Hendrika Alberdina Kohnstamm-Beeuwkes (Den Haag, 1937) ging in 1955 perswetenschappen studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Ze trouwde in 1958 met Dolph Kohnstamm, stopte met studeren, maar verveelde zich na een jaar zo erg dat ze zich opnieuw inschreef: dit keer werd het psychologie aan de VU. Ze was van 1970 tot 1985 hoofdredacteur van Ouders van Nu en later van Psychologie. Kohnstamm schreef o.a. de driedelige ‘Kleine ontwikkelingspsychologie’ en schreef columns voor o.a. NRC Handelsblad, Margriet en Plus Magazine.

Les 8: Leer door je kinderen

"Als het gaat om opvoeden, dan denk ik dat het belangrijk is om te kijken naar je kinderen. Gewoon kijken. Dat heb ik altijd gedaan, omdat ik in het algemeen heel graag naar mensen kijk. Door de kinderen heb ik ook veel geleerd: niet zozeer van hen als wel door hen. Dat begint bij heel praktische dingen: ik was bijvoorbeeld erg bang voor spinnen, maar in ons huisje in Friesland zaten altijd veel spinnen - zeker als we er een tijdje niet waren geweest. En dan kon ik me niet meer veroorloven om bang te zijn. 'Kijk, lief hè? Mooie pootjes, hè?' zei ik dan tegen mijn kinderen.

Dat was in het klein wat je in het groot doet. Want ik vind dat je altijd sterker en wijzer moet zijn dan je kinderen. Dus als je bang bent of schrikt, moet je dat niet overdragen op je kinderen. Door het leven met hen ben ik eisen aan mezelf gaan stellen aan mijn eigen gedrag. Geduldiger zijn heb ik beslist geleerd door het leven met de kinderen. En ook dat het belangrijk is dat je jezelf soms even terzijde zet en een stapje terug doet omdat de kinderen je nodig hebben. Eigenlijk is het heel prettig als je jezelf niet meer zo bloedserieus neemt, als je niet meer het centrum van de wereld bent."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden